Gemeentelijke regelgeving

Gedragscode bestuurlijke integriteit voor de wethouders van de gemeente Beemster

Gemeente Beemster · geldt sinds 2 juli 2004

Aanhef

De raad van de gemeente Beemster;

gelezen het voorstel van het raadspresidium van 2 juni 2004, nr. 19;

gelet op artikel 41c, tweede lid, van de Gemeentewet;

b e s l u i t :

vast te stellen de navolgendeGedragscode bestuurlijke integriteit voor de wethouders van de gemeente Beemster

Deel II Gedragscode bestuurlijke integriteit

Artikel 1 Algemene bepalingen

1Onder het college wordt verstaan: het college van burgemeester en wethouders.

2Deze gedragscode geldt voor de wethouders.

3In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het college.

4De code is openbaar en door derden te raadplegen.

5De wethouders ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van de gedragscode.

Artikel 2 Belangenverstrengeling en aanbesteding

1Een wethouder doet opgave van zijn financiële belangen in ondernemingen en organisaties, waarmee de gemeente zakelijke betrekkingen onderhoudt. De opgave is openbaar en door derden te raadplegen.

2Bij privaat-publieke samenwerkingsrelaties voorkomt een wethouders (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen.

3Een oud-wethouder wordt het eerste jaar na de beëindiging van zijn functie uitgesloten van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de gemeente.

4Een wethouders, die familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten aan de gemeente, onthoudt zich van deelname aan de besluitvorming over de betreffende opdracht.

5Een wethouder neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente geen faciliteiten of diensten aan, die zijn onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kunnen beïnvloeden.

Artikel 3 Belangenverstrengeling en nevenfuncties

1Een wethouder vervult geen nevenfuncties (al dan niet uit hoofde van zijn/haar functie), waarbij sprake is of kan zijn van strijdigheid met het belang van de gemeente.

2Een wethouder maakt aan het college melding van al zijn/haar nevenfuncties waarbij tevens wordt aangegeven of de functie wel of niet bezoldigd is. Deze gegevens worden openbaar gemaakt.

3De kosten, die een wethouder maakt in verband met een nevenfunctie uit hoofde van de functie (q.q.-nevenfunctie), worden vergoed door de instantie waar de nevenfunctie wordt uitgeoefend.

Artikel 4 Informatie

1Een wethouder gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij/zij uit hoofde van zijn/haar functie beschikt. Hij/zij verstrekt geen geheime informatie.

2Een wethouder houdt geen informatie achter, tenzij deze geheim is en het niet geven van informatie mogelijk is op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur of wegens strijd met het openbaar belang. Een wethouder behandelt vertrouwelijke informatie als zodanig, dat wil zeggen laat deze niet bewust of onbewust uitlekken, bewaart de informatie zorgvuldig en voorkomt, dat onbevoegde derden er kennis van kunnen nemen.

3Een wethouder maakt niet ten eigen bate of ten bate van zijn/haar persoonlijke betrekkingen gebruik van in de uitoefening van de functie verkregen informatie.

Artikel 5 Aannemen van geld of geschenken

1Geschenken en giften, die een wethouder uit hoofde van zijn/haar functie ontvangt, worden gemeld en geregistreerd en zijn eigendom van de gemeente. De registratie omvat de datum van de ontvangst, een omschrijving van geschenk of gift, de naam van de schenker en de geschatte waarde. Er wordt een gemeentelijke bestemming voor gezocht.

2Indien een wethouder één keer per jaar per relatie geschenken of giften ontvangt, die een waarde van minder dan € 50 vertegenwoordigen, kunnen deze in afwijking van het bovenstaande worden behouden en behoeven ze niet te worden gemeld en geregistreerd. Geschenken en giften met een bijzonder karakter of ter gelegenheid van een bijzondere gebeurtenis, die genoemd(e) bedrag en/of frequentie te boven gaan, mogen worden aanvaard met instemming van de raadscommissie middelen.

3Geschenken en giften als bedoeld onder 5.1 worden niet op het huisadres ontvangen. Indien dit toch is gebeurd, wordt dit gemeld in de raadsvergadering waar een besluit over de bestemming van het geschenk wordt genomen. Geschenken en giften als bedoeld onder 5.2 worden bij voorkeur niet ontvangen op het huisadres.

4Indien evident is, dat een concrete tegenprestatie wordt verwacht tegenover geschenken en giften, aanvaardt een wethouder deze niet.

Artikel 6 Bestuurlijke uitgaven

1Uitgaven, die niet worden gedekt door de vaste (onkosten)vergoeding voor wethouders, worden uitsluitend vergoed als de hoogte en de functionaliteit ervan kunnen worden aangetoond.

2Ter bepaling van de functionaliteit van bestuurlijke uitgaven worden de volgende criteria gehanteerd:

-met de uitgave is het belang van de gemeente gediend, en

-de uitgave vloeit voort uit de functie.

Artikel 7 Declaraties

1Een wethouder declareert geen kosten, die reeds op andere wijze worden vergoed.

2Declaraties worden afgewikkeld volgens een daartoe vastgestelde administratieve procedure.

3Een declaratie wordt ingediend door middel van een daartoe vastgesteld formulier. Bij het formulier wordt een betalingsbewijs gevoegd en op het formulier wordt de functionaliteit van de uitgave vermeld.

4Gemaakte kosten worden binnen een maand gedeclareerd. Eventuele voorschotten worden voorzover mogelijk binnen een maand afgerekend.

5De gemeentesecretaris is verantwoordelijk voor een deugdelijke administratieve afhandeling en registratie van declaraties. Declaraties van wethouders worden administratief afgehandeld door een daartoe aangewezen ambtenaar.

6In geval van twijfel omtrent een declaratie, wordt deze voorgelegd aan de burgemeester. Zonodig wordt de declaratie ter besluitvorming aan het college voorgelegd.

Artikel 8 Gebruik van gemeentelijke voorzieningen

1Gebruik van gemeentelijke eigendommen of voorzieningen voor privédoeleinden is niet toegestaan.

Artikel 9 Reizen binnen- en buitenland

1Een wethouder, die in het kader van zijn/haar functie bij de gemeente het voornemen heeft een buitenlandse dienstreis te maken, heeft toestemming nodig van het college. Het gemeentelijk belang van de reis (functionaliteit) is doorslaggevend voor de besluitvorming.

2Een wethouder, die het voornemen van een reis meldt, verschaft informatie over het doel van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap en de geraamde kosten.

3Indien het evident is, dat tegenover de uitnodiging voor een reis, werkbezoek, excursie e.d. (in binnen- en buitenland) op kosten van derden een concrete tegenprestatie wordt verwacht of dat een wethouder door in te gaan op de uitnodiging bij zijn/haar werkzaamheden voor de raad wordt beïnvloed, aanvaardt een wethouder de uitnodiging niet. Uitnodigingen voor reizen, werkbezoeken, excursies e.d. (in binnen- en buitenland) op kosten van derden worden altijd besproken in het college en o.m. getoetst op het risico van belangenverstrengeling. Het gemeentelijk belang van de reis (functionaliteit) is doorslaggevend voor de besluitvorming.

4Van de reis wordt een verslag opgesteld. Buitenlandse reizen worden vermeld in een jaarverslag.

5Het ten laste van de gemeente meereizen van de partner van een wethouder is uitsluitend toegestaan wanneer dit gebeurt op uitnodiging van de ontvangende partij en het belang van de gemeente daarmee gediend is. Het meereizen van de partner wordt bij de besluitvorming van het college betrokken.

6Het anderszins meereizen van derden op kosten van de gemeente is niet toegestaan. Het meereizen van derden op eigen kosten is toegestaan en wordt in dat geval bij de besluitvorming van de gemeenteraad betrokken.

7Het verlengen van een (buitenlandse) dienstreis voor privé-doeleinden is toegestaan, mits dit is betrokken bij de besluitvorming van de gemeenteraad. De extra reis- en verblijfkosten komen volledig voor rekening van de wethouder.

8De in verband met de (buitenlandse) dienstreis gedane functionele uitgaven worden vergoed conform de geldende regelingen. Uitgaven worden vergoed voorzover zij redelijk en verantwoord worden geacht.

Artikel 10 Lunch, diner en voorstelling

1Uitnodigingen voor lunch, diner of voorstelling op kosten van derden kunnen worden aanvaard, indien en voor zover:

-zij redelijkerwijs zijn te beschouwen als functioneel;

-het aanvaarden van de uitnodiging niet geacht kan worden de wethouder bij zijn/haar werkzaamheden voor de raad te beïnvloeden.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.