Gemeentelijke regelgeving

Beemster beleid Veranderen in het maatschappelijk domein

Gemeente Beemster · geldt sinds 13 maart 2019

Hoofdstuk 1. Introductie

1.1 Inleiding

Voor u ligt het maatschappelijk beleidskader. Dit kader is opgesteld in nauwe samenwerking met de maatschappelijke partners in onze gemeente.

De samenleving verandert, daardoor verandert ook het beleid binnen de gemeente. In dit beleid zien we een grotere rol voor de instellingen en burgers. De gemeenteraad stelt de kaders vast, maar omdat de gemeente, instellingen en burgers samen verantwoordelijk zijn voor het welslagen van het beleid, ontwikkelen we gezamenlijk dit Beemster beleid.

Met het maatschappelijk beleidskader herijken we de uitgangspunten voor de diverse beleidsvelden in het maatschappelijke domein, te weten zorg & welzijn, (arbeid)participatie, sport, kunst & cultuur, onderwijs en voorschoolse voorzieningen. Om met de beschikbare subsidie tot een effectief aanbod te komen, wordt aan de instellingen gevraagd om een gezamenlijk voorstel te doen. Binnen dit voorstel kunnen instellingen ruimte nemen om met subsidiemiddelen te schuiven tussen activiteiten, zodat ze adequaat in kunnen spelen op vragen vanuit de samenleving. Samen met een nieuwe subsidieverordening zal het beleidskader in 2014 de basis vormen voor de nieuwe subsidieaanvragen.

De gemeenteraad heeft bij de begrotingsbehandeling van 2013 de wens uitgesproken het subsidiebeleid te herzien. De afgelopen jaren is op subsidies bezuinigd door het systematisch verlagen van het subsidieplafond, zonder dat hier inhoudelijke uitgangspunten aan ten grondslag lagen. Daarnaast zijn de nieuwe taken rond zorg, welzijn en participatie, een extra prikkel om het bestaande subsidiebeleid tegen het licht te houden en een nieuw beleidskader te ontwikkelen.

Leeswijzer

In het volgende hoofdstuk leest u meer over de aanleiding voor het nieuwe maatschappelijk beleidskader. Hoofdstuk 2 beschrijft de maatschappelijke ontwikkelingen op basis waarvan de uitgangspunten zijn opgesteld. Het is van belang dat instellingen en organisaties straks weten welke toetsingscriteria er zijn voor een subsidie. Dat zijn algemene criteria (hoofdstuk 3) en daarnaast zijn er meer specifieke uitgangspunten per beleidsthema. Daarmee toetst de gemeente niet alleen in hoeverre activiteiten bijdragen aan de ambities van de gemeente. Het zijn ook de uitgangspunten voor de samenwerking met alle maatschappelijke partners (al dan niet gesubsidieerd). In de bijlage treft u de uitkomsten aan van de startsessie met instellingen en organisaties. Zij hebben samen met de gemeente de ambities besproken. Het vormt de basis voor de verdere inventarisatie van aanbod en activiteiten en de basis om te komen tot een gezamenlijk aanbod.

1.2 Aanleiding

Het afgelopen jaar is gebleken dat er meerdere aanleidingen zijn op een maatschappelijk beleidskader op te stellen.

1Er dient meer samenhang aangebracht te worden in het beleid. Het meedoen van mensen, het mee kunnen komen in de samenleving, hangt vaak af van meerdere factoren. Daarom is het zinvol beleidsterreinen met elkaar in verbinding te brengen in één beleidskader.

2De participatie van de inwoners wordt gebruikt als uitgangspunt bij ons beleid. De wens is er om daar waar het mogelijk is meer verantwoordelijkheid te leggen bij de inwoners. Zo werd tijdens de gemeentelijke scenariobijeenkomsten begin 2011 al gekozen voor “innovatie” en “handen uit de mouwen”. In die scenario’s is aangekondigd dat er vaker een beroep gedaan moet worden op onze inwoners "om zelf het heft in handen te nemen". Een ander uitgangspunt betrof het streven naar nieuwe initiatieven.

3De maatschappelijke organisaties beschikken over veel kennis en ervaring over hoe de vraagstukken in de samenleving het beste kunnen worden aangepakt. Ook dit is aanleiding voor een nieuw kader waarbij een grote inbreng van de maatschappelijke partners wordt gevraagd. De gemeente zal te allen tijde haar eigen verantwoordelijkheid hebben voor het aanbod van activiteiten en voorzieningen. Beemster ziet haar rol dan ook als partner en facilitator bij de totstandkoming van het gezamenlijk aanbod van instellingen en organisaties.

4De economische realiteit is aanleiding voor een nieuw kader. Niet alleen de gemeente heeft minder te besteden, ook de maatschappelijke partners: zorginstellingen krijgen minder vergoed en inwoners voelen dat hun budget krimpt. De uitdaging is om gezamenlijk te onderzoeken op welke wijze met minder middelen toch de doelen bereikt kunnen worden.

5De overheveling van verschillende taken van het Rijk naar de gemeente is een andere belangrijke aanleiding om een nieuw beleidskader te ontwikkelen.

6Na enkele jaren de zogeheten kaasschaafmethode op de subsidie te hebben toegepast, verzocht de gemeenteraad het college een beleidskader aan te geven voor de subsidies. Op basis van een aantal uitgangspunten zullen in de toekomst keuzes kunnen worden gemaakt over de middelen die worden verstrekt.

Hoofdstuk 2. Maatschappelijke ontwikkelingen

2.1 De Beemster samenleving

De gemeente Beemster is qua inwonertal een kleine gemeente en is een voornamelijk landelijk gebied. De bevolking woont overwegend in vier kernen. De helft van de bevolking woont in Middenbeemster. In de dorpen Noordbeemster en Westbeemster is de bevolkingsomvang het kleinst in aantal.

De groep ouderen neemt in de toekomst toe, het aandeel van jongeren (0-19 jaar) verandert weinig. Het aandeel volwassenen in de bevolking daalt. De oudere wordende bevolking zal tot gevolg hebben dat een toenemende vraag naar zorg ontstaat.

Beemster heeft een sterk verenigingsleven. De status van Unesco-werelderfgoed geeft een impuls aan de culturele en historische ambities.

De gemeente Beemster prijst zich gelukkig met een relatief groot aantal actieve vrijwilligers: Uit de Regionale Omnibus (2013) blijkt dat 48% van de Beemsterlingen vrijwilligerswerk doet voor een buurt, vereniging of organisatie. Afgezet tegenover bijvoorbeeld 36% in Edam-Volendam en 38% in Landsmeer (waar dezelfde vragenlijst is ingevuld) is dat een percentage om trots op te zijn. Eén op de vijf inwoners geeft momenteel mantelzorg, vergelijkbaar met de twee andere gemeenten waar dezelfde enquête is gehouden.

2.2 Nieuwe taken in het maatschappelijk domein

De komende jaren gaat er veel veranderen in het maatschappelijke domein. De gemeente krijgt drie grote taken er bij. Dit zijn taken als gevolg van de nieuwe wet Participatie, de begeleiding en de dagbesteding uit de AWBZ (de nieuwe Wmo) en de taken uit de nieuwe Jeugdwet.

Participatiewet: gemeenten worden op 1 januari 2014 verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet. Deze wet is er op gericht om meer mensen met een beperking aan het werk te helpen. De Wet sociale werkvoorziening wordt afgesloten voor nieuwe werknemers. Daarnaast is de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong) alleen nog toegankelijk voor jonggehandicapten die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn. De Wet werk en bijstand (Wwb) maakt ook onderdeel uit van de Participatiewet. Dat betekent dat de gemeente de verantwoordelijkheid krijgt voor jonggehandicapten die niet meer in de Wajong-regeling passen. De doelgroep van mensen die naar werk moeten worden gere-integreerd wordt dus breder, doordat nog maar een zeer beperkte groep gebruik kan maken van een beschutte werkplek (voorheen sociale werkvoorziening).

Nieuwe Wmo: De hernieuwde Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) houdt in dat de gemeenten vanaf 2015 taken gaan uitvoeren die nu nog onder de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) vallen. Het gaat dan om begeleiding en (vooralsnog) verzorging, zoals hulp bij aan- en uitkleden of bij haren wassen. De gemeenten kunnen beter inspelen op lokale omstandigheden en de zorgbehoefte van cliënten. Daarom wil het kabinet dat de gemeente vanaf 2015 ondersteuning, begeleiding en verzorging aan huis levert. Deze taken vallen dan onder de Wmo. Gemeenten krijgen zelf de vrijheid om te bepalen wie de voorzieningen uit de Wmo echt nodig heeft. Daarnaast wordt de huishoudelijke hulp in de Wmo aangepast. Cliënten komen hiervoor in aanmerking als ze dit echt nodig hebben en het niet zelf kunnen betalen. De gemeente beslist hierover.

De nieuwe Wmo zal meer nadruk leggen op eigen inzet van burgers, het conceptwetsontwerp introduceert het begrip 'maatwerkvoorziening' in plaats van compensatieplicht. Er zal gekeken moeten worden naar in hoeverre hulp gepast is, dan wel de aanvrager zelf in staat is een oplossing te vinden, bijvoorbeeld in de eigen omgeving.

Jeugdwet: In 2015 worden de gemeenten verantwoordelijk voor alle jeugdzorg, van vrijwillige opvoedondersteuning tot gedwongen opnames. Het gaat om de overheveling van de volgende taken: de provinciale (geïndiceerde) jeugdzorg, de gesloten jeugdzorg, jeugd AWBZ, geestelijke gezondheidzorg voor kinderen en jongeren (jeugd-ggz), zorg voor jeugd met een licht verstandelijk beperking (jeugd-lvb), ggz in het kader van het jeugdstrafrecht (forensische zorg), jeugdbescherming en jeugdreclassering. De gemeente heeft in de Jeugdwet meer invloed op het verwijzen naar jeugdzorg.

Het Rijk hevelt deze taken over in de verwachting dat gemeenten in staat zullen zijn de taken op een efficiëntere manier te organiseren. Bovendien verwacht het Rijk dat gemeenten deze taken meer met elkaar in samenhang kan brengen en overlap kan worden aangepakt. De taken komen dan met een bezuinigingsopgave naar de gemeenten.

De gemeente Beemster heeft gekozen deze nieuwe taken zo dicht mogelijk te organiseren bij de inwoners. Een ander belangrijk uitgangspunt is het beroep doen op de eigen omgeving van mensen en de voorzieningen in die omgeving zoals scholen, kinderopvang. We willen door een sterke zelfredzaamheid en door preventie, tijdige signalering en lichte hulp in de directe omgeving het beroep op zwaardere zorg verminderen. Dorpszorg (een klein kernteam van deskundigen, die onder andere toegang kunnen regelen naar meer specialistische zorgvoorzieningen) ontwikkelen wij komend jaar om de nieuwe taken zo goed mogelijk het hoofd te kunnen bieden.

Een andere taak die overgeheveld wordt, maar waarbij een iets minder zware rol aan de gemeenten wordt toegekend, betreft de Wet Passend Onderwijs. Met ingang van het schooljaar 2014-2015 krijgen besturen in het regulier en speciaal onderwijs gezamenlijk de verantwoordelijkheid om een leerling die ondersteuning nodig heeft een passende plek te bieden. Zij hebben een zorgplicht. Om aan die zorgplicht te voldoen, werken de besturen samen in een regionaal samenwerkingsverband. Dit raakt ook de gemeenten, want de schoolbesturen en gemeenten zullen met elkaar afspraken moeten maken over sluitende zorg in en om school.

2.3 Andere rol overheid

Op allerlei terreinen stelt de gemeente zich steeds vaker terughoudend op. Wij zien onze nieuwe rol als: loslaten, vertrouwen op de kracht van instellingen en burgers, vragen wat instellingen en burgers zélf kunnen doen om een probleem op te lossen of een voorziening te realiseren. Instellingen, bedrijven en burgers geven vorm aan de oplossingen voor maatschappelijke problemen. De gemeente brengt partijen samen, stelt samen met partijen de kaders op, stelt middelen beschikbaar en faciliteert en ondersteunt bij het zoeken van oplossingen.

De gemeente stuurt op effectmeting en laat de invulling van de oplossingen over aan de samenleving. Subsidieafspraken met instellingen krijgen een ander karakter. Voor gesubsidieerde instellingen betekent het er meer ruimte kan ontstaan. Er zal meer op hoofdlijnen naar de besteding van de subsidiemiddelen gevraagd worden. Er dient aangegeven te worden in hoeverre de doelen zijn bereikt. Het is aan de instelling hoe zij tot resultaat willen komen.

Hoofdstuk 3 Toetsingskader aanbod

3.1 Algemene uitgangspunt

Als algemene uitgangspunt wordt aangegeven waar Beemster voor staat.

De burger staat centraal

Het aanbod en voorzieningen is dat instellingen meer werken vanuit wat nodig is voor de inwoner. Het aanbod staat zo dicht mogelijk bij inwoners.

Zelfredzaamheid

De inwoners moeten zelf oplossen, bepalen en (deels) zelf betalen, de kracht van de sociale omgeving wordt benut en dat de overheid/gemeente waar nodig een vangnet biedt.

Mogelijkheden van inwoners benutten, inwoners kunnen vaak zelf een steentje bijdragen. Uitgaan van wat de samenleving kan, dus meer taken afstoten van de gemeente.

3.2 Algemene organisatorische uitgangspunten

De organisatorische uitgangspunten is de manier waarop het aanbod is georganiseerd en welke uitgangspunten gehanteerd worden om de (financiële) noodzaak tot subsidie te bepalen.

Draagkrachtbeginsel

Er wordt uitgegaan van de eigen draagkracht van de burger. Dus bij het aanbod van instellingen en gemeente wordt rekening gehouden met het inkomen van de aanvrager. Dat wil zeggen dat degenen die het kunnen betalen meer betalen, en dat degenen die het niet kunnen betalen zich kunnen beroepen op het minimabeleid.

Efficiënter organiseren

Instellingen moeten meer samen te werken en overlap in hun aanbod wegwerken. Ook vragen we door samenwerking de taken die niet direct de uitvoering betreffen (management en ondersteuning) te verminderen. De gemeente ziet hierin voor zichzelf ook een taak, en wil door een soepeler verantwoording minder administratieve druk bij instellingen leggen. Bij het zoeken naar efficiëntere vormen van organiseren wordt tevens gezocht naar innovaties, naar slimme en creatieve manieren waarmee het werk gedaan kan worden.

Minder complex maken

Ondersteuning gebeurt zoveel mogelijk met vrijwilligers, waar nodig met beroepskrachten.

Beroepskrachten zijn breed inzetbaar (generalist)

3.3 Financiële uitgangspunten

De gemeente gaat met instellingen het bestaande aanbod onderzoeken. Daarbij is voor de bekostiging van belang de volgende vragen te stellen:

1Is er sprake van een wettelijke taak van de gemeente?

2Zo nee, wat zijn de gevolgen als de gemeente deze activiteit niet meer subsidieert?

3Kunnen de gesubsidieerde activiteiten blijven bestaan zonder of met minder subsidie?

Bijlage 1 Uitkomsten sessie 17 september

Op de startbijeenkomst van 17 december hebben de instellingen en organisaties aan de hand van mindmaps kunnen de reageren op de eerste opzet van de maatschappelijke opgaven en ambities.

Thema 1 Signaleren & Preventie

Voorkomen van gezondheids-, opvoedings- en ontwikkelingsproblemen

Gemaakte opmerkingen:

-sportterreinen beter benutten

-andere mindsetting (gedrag)

-vanuit burger behoefte halen

-elkaar informeren

-integriteit, samenhang, verenigingen/ instellingen/ gemeente huisvesting

-omgaan met social media/ digitale ontmoeting

-"gezonde leefomgeving” -> speel en hangplekken

-voorgezet onderwijs -> jeugd -> waar?

-"vroegtijdige signalering” -> wie, en dan?

-muzikale verbinding

-nut en noodzaak systeem verantwoording --> administratie --> overhead

-"gezonde leefstijl” -> sport

-BSB

-gecoördineerd dorpszorg jeugd

-actief burgerschap; brede ontwikkeling, kinderraad, blijven betrekken, betrokkenheid burger/buurt

-"gezonde leefomgeving" -> social media

-"compleet zorg aanbod" -> verenigingen meer samenwerken en expertise delen -> gebruik maken van lokale bedrijven

Toegevoegd aan mindmap:

-"pedagogisch"--> speel en hangplekken

-actiefburgerschap

-"lokale aansluiting"--> verenigingen, bedrijven

-gecoördineerd --> dorpszorg

Thema 2 Stimuleren en Ondersteunen

Sociaal netwerk en bevorderen zelfredzaamheid

Gemaakte opmerkingen:

-"drempel hoog, eigen boontjes doppen"

-versnipperde woonomgeving

-zorg/voorzieningen inkomensafhankelijk

-combineren van functies bv. 24 uur zorg intramuraal met ambulante zorg

-eerst steuntje dan zelfredzaamheid

-stap tussen professionele en informele hulp is groot

-laag tussen gemeente en organisaties zorgt soms voor problemen

-behoud van verenigingen en clubs voor sociale cohesie en signalering

-voorwaarden scheppen voor vrijwilligers; scholing, uitwisseling, respijt

-wel vereniging verantwoordelijk voor veiligheid kind -> privacy

-onduidelijk waar vraag stellen -> wat staat voor wat?

-verenigingen -> bewust dat je sociaal netwerk bent

-manier waarop gevraagd wordt -> bij elkaar brengen van vraag en aanbod professionals

-gemeenschap nog meer betrekken

-moeilijk proces met hele hebben en houden bloot geven

-fanfare deelname verenigingsleven bv. hond uit laten voor elkaar bij hulp vraag = algemeen ligt aan mensen zelf en aard van de problematiek

-SES - Beemster, midden --> hoog, m.u.v. middelen, Beemster -> zelf financieren

-netwerkontwikkeling -> professionele zorg

-overbelasting kleine gemeenten eerder

-laag drempelig organiseren, maar hoe volgende stap?

-onbekend = onbemind

-samenhang

-communicatie van het nieuwe beleid --> faciliteiten bv. maaimachine

-werklozen -> vrijwilligerswerk

-vrijwilligerswerk met professionele ondersteuning

-vrijwilligersbank

-begeleiding -> maatwerk

-zelfredzaamheid

Toegevoegd aan mindmap:

-begeleiding -> maatwerk

-stimuleren -> netwerkontwikkeling

Thema 3 Leefomgeving & Maatschappelijke participatie

Inwoners zijn trots op Beemster vanwege de hoge kwaliteit van de leefomgeving en het voorzieningenniveau

Gemaakte opmerkingen:

-gemeente sturen op doelen; bv. minder regeldruk

-handhaven kwaliteit

-"samenwerking"--> bereidheid is aanwezig

-kwaliteit; erkennen en bevorderen

-talentontwikkeling

-"stimuleren"--> flexibiliteit - vrijwilligersmarkt

-"ontwikkeling jongeren"-->veiligheid

-bedrijfsleven

-"openbare ruimte"--> agrarisch

-gemeente facilitair --> signaleren, bemiddeling, visievorming = DAADKRACHT

Toegevoegd aan mindmap:

-veiligheid

-flexibiliteit

-"samenwerking" --> bedrijfsleven

-"openbare ruimte" --> agrarisch

Aanvullende suggesties algemeen

•Gemeente moet faciliteren, bijeenkomsten zoals deze periodiek organiseren

•Rekening houden met versnipperd wonen in landelijk gebied

•1e stappen zetten voordat gelopen kan worden

•Informatievoorziening is belangrijk

•Grenzen in acht nemen bij vrijwilligers, mantelzorgers

•Beemster: SES? zelf financieren/inkopen van zorg.

•Brede ontwikkeling (0-19) jaar, jeugd actief betrokken bij buurt

•Samen signaleren, uitkijken naar elkaar

•Gezamenlijke visie

•Zorg jongeren

•Veiligheid: criminaliteitspreventie

•Brede ontwikkeling op/in een centrale plek=het nieuwe gemeenschapshuis gecombineerd met onderwijs

•Verenigingen elkaar helpen activiteiten te ontplooien

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.