Aanhef
De raad van de gemeente Beek,
gelet op de circulaire van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties van
december 2020, “Handreiking burgemeesters”; benoeming, herbenoeming, klankbordgesprekken en afscheid” hierna te noemen ‘de procedureregels’.
Besluit:
1een vertrouwenscommissie, zoals genoemd in de procedureregels in te stellen;
2de navolgende verordening regelende de taak, samenstelling en werkwijze van de commissie, alsmede de geheimhouding vast te stellen;
3de Commissaris van de Koningin in de provincie Limburg in kennis te stellen van de besluiten onder 1 en 2 door toezending daarvan.
Taak commissie
Artikel 1
1De commissie vormt zich een oordeel over het functioneren van de burgemeester.
2De profielschets en de gehouden klankborggesprekken vormen in beginsel daarvoor het toetsingskader.
3Naast de profielschets kunnen de nadien geëxpliciteerde, gewijzigde eisen mede het toetsingskader vormen.
4De gesprekken met de burgemeester vinden plaats in aanwezigheid van en door die raadsleden die lid zijn van de commissie.
Artikel 2
1Nadat de commissie haar standpunt over het functioneren van de burgemeester heeft bepaald, brengt zij schriftelijk verslag uit aan de gemeenteraad.
2Alvorens het verslag aan de gemeenteraad te zenden, bespreekt de commissie dit met de burgemeester.
3Indien terzake van haar functioneren afspraken met de burgemeester worden gemaakt, worden deze in het verslag aan de raad vermeld.
4Indien daarvoor aanleiding is, wordt in het verslag tevens melding gemaakt van gesprekken die de raad of een commissie uit de raad in een eerder stadium met de burgemeester over diens functioneren heeft gevoerd, alsmede over de eventuele afspraken die daarbij zijn gemaakt.
Artikel 3
1Het verslag aan de raad wordt bij meerderheid van stemmen vastgesteld.
2In het verslag aan de raad kunnen leden van de commissie van minderheidsstandpunten blijk geven.
3Bij staking van stemmen over het uit te brengen verslag aan de raad, wordt het nemen van een beslissing uitgesteld tot de volgende vergadering.
4Is uitstel niet mogelijk of staken de stemmen ook in die volgende vergadering dan worden in het verslag de verschillende meningen binnen de commissie ter kennis van de raad gebracht.
Geheimhoudingsplicht
Artikel 4
1De leden van de commissie hebben volstrekte geheimhoudingsplicht omtrent hetgeen direct of indirect aan hen als lid van de commissie ter kennis is gekomen.
2De geheimhoudingsplicht van de commissie geldt ook ten opzichte van raadsleden die geen lid van de commissie zijn of lid van de commissie zijn geweest.
3Deze geheimhouding geldt zowel tijdens het bestaan van de commissie als na ontbinding van de commissie.
4De leden een tot en met vier van dit artikel zijn op overeenkomstige wijze van toepassing op degene die op grond van artikel 6 de commissie ambtelijke bijstand verleent.
Samenstelling commissie
Artikel 5
1De commissie bestaat uit de voorzitters van de in de gemeenteraad vertegenwoordigde fracties.
2Plaatsvervangende leden worden niet benoemd.
3De commissie kiest uit haar midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.
Artikel 6
De commissie wordt bijgestaan door de raadsgriffier.
Werkwijze commissie
Artikel 7
1De commissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter of twee leden dit noodzakelijk achten. De eerste maal wordt de commissie bijeen geroepen door het oudste lid in jaren.
2Van elke vergadering wordt door de voorzitter tenminste vier dagen tevoren aankondiging gedaan aan de leden van de commissie.
Artikel 8
1De voorzitter van de commissie treedt op als contactpersoon naar buiten.
2Alle inkomende en uitgaande stukken voor en van de commissie worden aan het adres van de griffier gericht en bewaard, gedurende de werkperiode van de commissie.
Artikel 9
De voorzitter nodigt de burgemeester uit voor een gesprek met de commissie.
Overige bepalingen
Artikel 10
1De commissie wordt geacht te zijn ontbonden met ingang van de dag volgende op die, waarop aan het gemeentebestuur bekend is gemaakt dat in de herbenoeming is voorzien.
2De voorzitter en secretaris van de commissie dragen zorg voor dat op het in het eerste lid bedoelde tijdstip alle archiefbescheiden die de commissie zelf heeft gemaakt, op last van burgemeester en wethouders onverwijld in verzegelde envelop en gerubriceerd als ‘geheim’ worden overgebracht naar de krachtens de wet door de raad aangewezen archiefbewaarplaats. Zij dragen er eveneens zorg voor dat uitvoering wordt gegeven aan het bepaalde in de volgende leden van dit artikel.
3Van de in het tweede lid bedoelde overbrenging wordt een verklaring van overbrenging als bedoeld in artikel 9 van het Archiefbesluit 1995 opgemaakt. In deze verklaring wordt melding gemaakt van de met toepassing van artikel 15, lid 1 sub a en c van de Archiefwet 1995 gestelde beperkingen aan de openbaarheid, geldende voor een periode van 75 jaar.
4Alle overige bescheiden van de commissie en alle kopieën van de in dit artikel bedoelde bescheiden worden onmiddellijk vernietigd.
Artikel 11
In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist de commissie.
Artikel 12
Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van haar vaststelling.