Aanhef
Inhoudsopgave
1INLEIDING 4
1.1. VOOR WIE 4
1.2. WAAROM AANDACHT VOOR BEDRIJFSCONTINUÏTEIT? 4
1.3. DOEL 5
1.4. MISSIE 5
2REIKWIJDTE 5
2.1. DEFINITIE BEDRIJFSCONTINUÏTEITSMANAGEMENT (BCM) 5
2.2. AFBAKENING 6
2.3. POSITIONERING BCM IN DE BEDRIJFSVOERING 7
2.4. RAAKVLAKKEN MET ANDERE THEMA’S 7
2.5. UITGANGSPUNTEN 7
2.5.1. Governance 8
2.5.2. Beheerorganisatie 8
2.5.3. Continuïteits- en herstelplannen 9
2.5.4. Periodieke beoordeling en testen 9
2.6. WIE ZIJN INTERN BELANGHEBBENDEN? 9
3MANAGEMENTSYSTEEM VOOR BEDRIJFSCONTINUÏTEIT (BCMS) 10
3.1. BEHEERSINGSPROCES 10
3.2. RISICOGEBASEERDE AANPAK 10
3.3. CONTINUÏTEITSSTRATEGIE 11
4FORMELE VASTSTELLING 11
Besluit van het college van B&W van de gemeente Beek tot vaststelling van de beleidsregel voor de uitvoering van het bedrijfscontinuïteitsbeleid van de gemeente Beek
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beek:
gelezen het voorstel van het college van B&W van 25 april 2023 met nummer 23bbw00135.
overwegende dat,
het gewenst is om een beleidsregel vast te stellen omtrent de vaststelling van het bedrijfscontinuïteitsbeleid omdat deze afspraken zijn nodig om bedrijfscontinuïteit structureel vorm te geven en te borgen binnen de organisatie;
gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en de wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen;
besluit vast te stellen de volgende beleidsregel:
Beleid bedrijfscontinuïteit 2023 – 2026 van de gemeente Beek
Inwerkingtreding en citeertitel:
1Deze beleidsregel treedt in werking, zie hoofdstuk 4;
2Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleid bedrijfscontinuïteit 2023 – 2026 van de gemeente Beek.
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beek in de vergadering van 25 april 2023.
2. REIKWIJDTE
2.5. UITGANGSPUNTEN
2.5.1. Governance
1Het college is bestuurlijk eindverantwoordelijk voor de bedrijfscontinuïteit van de dienstverlening van de gemeente.
2De directie is ambtelijk verantwoordelijk voor de inrichting en effectieve werking van de beheerorganisatie rond bedrijfscontinuïteit en legt periodiek op een aantoonbare wijze verantwoording af aan het college.
3De directie zorgt dat voor elk kritisch bedrijfsproces een proceseigenaar is benoemd. Een proceseigenaar is een (lijn/staf)manager of leidinggevende.
4Een proceseigenaar is verantwoordelijk voor de continuïteit van zijn bedrijfsproces inclusief de daaraan gerelateerde informatiesystemen.
5De directie heeft een coördinator bedrijfscontinuïteit (BC) benoemd die de organisatie ondersteunt met het realiseren van haar doelstellingen op het gebied van bedrijfscontinuïteit, onderhoudt de contacten met alle belanghebbenden en zorgt voor onderlinge afstemming van uit te voeren taken.
2.5.2. Beheerorganisatie
1De directie stelt toereikende middelen beschikbaar voor het structureel borgen van bedrijfscontinuïteit in de organisatie.
2De directie zorgt voor een managementsysteem voor bedrijfscontinuïteit (BCMS) dat gericht is op continu verbeteren en het jaarlijks verantwoordingsproces voor de BCM ondersteunt.
3De coördinator BC onderhoudt het BCMS en is belast met het verstrekken van periodieke managementrapportages aan alle belanghebbenden voortkomend uit het BCMS.
4De directie bevordert de integratie van en onderlinge afstemming tussen de verschillende beheeractiviteiten verdeeld over de organisatie die nodig is voor het borgen van bedrijfscontinuïteit.
5De directie stelt een continuïteitsstrategie (plan op hoofdlijnen om uit een crisissituatie te raken) vast als basis voor het nader uitwerken van de vereiste deelplannen gericht op bedrijfscontinuïteit.
6De directie zorgt voor continue aandacht voor bewustwording onder het personeel over het belang en de noodzaak van bedrijfscontinuïteit en wat in dat kader van het personeel verwacht wordt.
7De directie zorgt dat het beleidsdocument bedrijfscontinuïteit om de 3 jaar wordt herijkt of eerder als significante veranderingen zich voordoen.
8De coördinator BC bewaakt de actualiteit en uitvoerbaarheid van alle opgeleverde en vereiste continuïteits- en herstelplannen.
2.5.3. Continuïteits- en herstelplannen
1Een proceseigenaar stelt voor zijn bedrijfsproces op basis van een expliciete risicoafweging de maximale uitvalsduur (de termijn waarbinnen het bedrijfsproces na het optreden van een calamiteit weer operationeel dient te zijn) en gegevensverlies(de termijn waarbinnen het bedrijfsproces na het optreden van een calamiteit weer operationeel dient te zijn) vast rekening houdend met vigerende wet- en regelgeving.
2Een proceseigenaar geeft voor zijn kritisch bedrijfsproces inzicht in de bedrijfsmiddelen die nodig zijn voor een normale bedrijfsvoering en in de interne en externe afhankelijkheden (denk aan ketenpartners).
3De directie draagt zorg voor een crisisbeheerplan inclusief crisiscommunicatieplan dat zich met name richt op de bestuurlijke, organisatorische en coördinerende aspecten van crisismanagement.
4Proceseigenaren dragen zorg voor de beschikbaarheid en veiligheid van hun kritische bedrijfsprocessen onder alle omstandigheden en stemmen hun eisen af op de daarvoor benodigde bedrijfsmiddelen.
5Facilitair beheer draagt zorg voor de beschikbaarheid en veiligheid van de huisvesting, nutsvoorzieningen en telefonie die nodig zijn voor het beschikbaar houden van de kritische bedrijfsprocessen die daarvan afhankelijk zijn onder alle omstandigheden.
6ICT-beheer draagt zorg voor de beschikbaarheid en veiligheid van de digitale netwerk- en informatiesystemen die nodig zijn voor het beschikbaar houden van de kritische bedrijfsprocessen die daarvan afhankelijk zijn, rekening houdend met de daarvoor vereiste hersteltijden.
7Archiefbeheer draagt zorg voor het beschikbaar houden van het fysiek en digitaal archief onder alle omstandigheden.
8De directie zorgt dat is voorzien in periodieke beoordeling van de kwaliteit en onderlinge afstemming / aansluiting van opgeleverde continuïteits- en herstelplannen waarbij rekening wordt gehouden met dezelfde spreektaal en terminologie om misverstanden in de communicatie zoveel mogelijk te voorkomen.
2.5.4. Periodieke beoordeling en testen
1Alle continuïteits- en herstelplannen worden minimaal één maal per jaar beoordeeld op volledigheid, juistheid en actualiteit.
2De directie zorgt ervoor dat structureel voldoende middelen beschikbaar zijn voor het periodiek oefenen en testen van continuïteits- en herstelplannen.
3De directie zorgt ervoor dat de opgeleverde en vastgestelde continuïteits- en herstelplannen periodiek worden getest op uitvoerbaarheid binnen de gestelde uitvaltermijnen en waar nodig worden aangepast als niet voldaan wordt aan de vereiste hersteltijden.