Gemeentelijke regelgeving

Damoclesbeleid Lokalen en Woningen 2025 Gemeente Beek

Gemeente Beek · geldt sinds 1 januari 2025

Aanhef

De burgemeester van Beek,

gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 13b van de Opiumwet, artikelen 172, derde lid, 174a en 175 van de Gemeentewet.

Besluit:

I. vast te stellen de volgende regeling:

Damoclesbeleid Lokalen en Woningen 2025 Gemeente Beek

II. in te trekken de volgende regeling:

Damoclesbeleid gemeente Beek 2020

Hoofdstuk 1:

Inleiding

Het doel van deze beleidsregels is om de toepassing van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet in overeenstemming te brengen met de huidige redactie van deze bepaling en met de actuele stand van de rechtspraak, waaronder in het bijzonder op het gebied van de evenredigheidstoets. Tevens wordt met deze beleidsregels beoogd bij de toepassing van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet, de dijken van de Westelijke Mijnstreek gemeenten even hoog te maken in het belang van de kenbaarheid en de consistentie van bestuurlijk handelen en daarmee van de rechtszekerheid en de rechtsgelijkheid, alsook ter voorkoming van een waterbedeffect. Hiermee wordt beoogd overeenkomstig het (wettelijk) doel van artikel 13b, van de Opiumwet, de uit het drugsgebruik voortvloeiende risico’s voor de volksgezondheid te voorkomen en beheersen en de nadelige effecten van de productie en distributie van, handel in en het gebruik van drugs op het openbare leven en andere lokale omstandigheden tegen te gaan.

Deze beleidsregels geven een overzicht van de sluitingsbevoegdheden van de burgemeester ten aanzien van publieke – en niet publiek toegankelijke inrichtingen, woningen, lokalen en bij de niet-publiektoegankelijke inrichtingen, woningen of lokalen behorende erven.

Indien dit in een specifiek geval nodig wordt geacht, wordt binnen het gevoerde beleid maatwerk toegepast.

1.8 Voorbereidingshandelingen

1.8.1 Complete opstelling

1Er is sprake van een complete opstelling als sprake is van een samenstelling en/of opstelling van voorwerpen en/of stoffen waardoor de beroeps- of bedrijfsmatige of grootschalige hennepkwekerij, of een productiepunt voor harddrugs in principe direct kan plaatsvinden, maar waarbij de drugs nog niet daadwerkelijk zijn geproduceerd (als er drugs is geproduceerd, valt de opstelling onder artikel 7a van deze beleidsregels).

2Ook is sprake van een complete opstelling als met weinig handelingen de beroeps- of bedrijfsmatige of grootschalige hennepkwekerij, of het productiepunt voor harddrugs in werking te brengen is, bijvoorbeeld omdat vrijwel alle benodigdheden daarvoor voorhanden zijn.

1.8.2 Incomplete opstelling

Er is sprake van een incomplete opstelling als slechts een deel van de voorwerpen en/of stoffen voorhanden is die nodig zijn om een beroeps- of bedrijfsmatige of grootschalige hennepplantage op te zetten, dan wel een productiepunt voor harddrugs.

Hoofdstuk 2: Drugshandel in/ vanuit een woning of op daarbij behorend erf

Artikel 2.1 Woongenot

De sluiting van woningen grijpt zwaarder in op de persoonlijke levenssfeer van betrokkene(n) dan de sluiting van lokalen. Daarom wordt er onderscheid gemaakt tussen woningen en lokalen. De essentie ligt daarin dat er in bewoonde woningen sprake is van het hebben van woongenot en de daaraan sterk gerelateerde persoonlijke levenssfeer.

Artikel 2.2 Feitelijk voor bewoning gebruikt

1Daar waar sprake is van een woning als bedoeld in artikel 1.1 onder c, moet uit de feitelijke constatering ter plaatse blijken dat deze woning wordt gebruikt als woonruimte en moet er sprake zijn van het hebben van woongenot. Veelal staat dit verwoord in het proces-verbaal van bevindingen van de politie. Dit kan echter ook geconstateerd worden door een medewerker van de gemeente Beek en in een controlerapport worden vastgelegd.

2Indicatoren die kunnen leiden tot het in lid 1 genoemde oordeel zijn onder andere, doch niet limitatief:

a) geen inschrijvingen in de Basisregistratie Personen op het adres;

b) het feit dat een persoon die stelt op het adres te wonen, blijkens de Basisregistratie Personen elders staat ingeschreven;

c) bij de gemeente niet bekend is wie de WOZ-gebruiker van het adres is;

d) het bestaan van een achterstand in de betalingen van de gemeentelijke belastingen met betrekking tot het adres, tenzij ten tijde van het aantreffen van de middelen als bedoeld in Lijst I en/of Lijst II van de Opiumwet reeds bij de gemeente Beek bekend was c.q. gemeld was dat deze achterstand te wijten is aan financieel onvermogen van de bewoner(s);

e) het meermaals retour ontvangen van naar het betreffende adres verzonden gemeentelijke correspondentie;

f) beschrijvingen van eigen waarnemingen, waaruit redelijkerwijs aanwijzingen blijken dat de woning in kwestie niet feitelijk en/of bestendig wordt bewoond;

g) beschrijvingen in van een opsporingsinstantie ontvangen rapportage(s), waaruit redelijkerwijs aanwijzingen blijken dat een woning niet feitelijk en/of bestendig wordt bewoond.

3Een voor bewoning bestemde ruimte die niet feitelijk gebruikt wordt als woning wordt aangemerkt als lokaal en valt daarmee onder het handhavingsbeleid dat voor lokalen geldt, zoals dat onder hoofdstuk 3 en 5 beschreven staat.

Artikel 2.3 Softdrugs

1Bij drugshandel in de zin van artikel 13b, eerste lid onder a, van de Opiumwet, in een woning of een daarbij behorend erf, wordt in beginsel het regime toegepast zoals vastgelegd in de hieronder weergegeven Handhavingsmatrix Softdrugs Woningen.

2Er is sprake van een volgende overtreding als deze binnen een termijn van vijf jaar na de daaraan voorafgaande overtreding wordt geconstateerd. Dit geldt ook als naar aanleiding van de 1e overtreding een waarschuwing is gegeven.

Handhavingsmatrix Softdrugs Woningen

Constatering

Hoeveelheden

Mogelijkheden

1

6t/m 10 hennepplanten

6t/m 10 gram softdrugs

4t/m 10 ampullen lachgas

Waarschuwing of

3maanden sluiten

Meer dan 10 hennepplanten

Meer dan 10 gram softdrugs

Meer dan 10 ampullen lachgas

Eén of meer (wegwerp) tank(s) lachgas

3maanden sluiten

2

Meer dan 5 hennepplanten

Meer dan 5 gram softdrugs

Meer dan 4 ampullen lachgas

Eén of meer (wegwerp) tank(s) lachgas

6maanden sluiten

3

Zie constatering 2

12maanden sluiten

4en meer

Zie constatering 2

Sluiting onbepaalde tijd

Artikel 2.4 Harddrugs

1Bij drugshandel in de zin van artikel 13b, eerste lid onder a, van de Opiumwet, in een woning of een daarbij behorend erf, wordt in beginsel het regime toegepast zoals vastgelegd in de hieronder weergegeven Handhavingsmatrix Harddrugs Woningen.

2Er is sprake van een volgende overtreding als deze binnen een termijn van vijf jaar na de daaraan voorafgaande overtreding wordt geconstateerd. Dit geldt ook als naar aanleiding van de 1e overtreding een waarschuwing is gegeven.

3Is er tegelijkertijd sprake van een overtreding met zowel harddrugs als softdrugs, dan geldt het regime voor een overtreding met harddrugs, overeenkomstig artikel 3, tweede lid, van deze beleidsregels.

4Bij het opleggen van een last onder dwangsom wordt de hoogte van de dwangsom onder meer afgestemd op de verwachte opbrengst van de aangetroffen handelshoeveelheid. Als dwangsommodaliteit geldt als uitgangspunt de eenmalige verbeurte van een dwangsom (ineens) bij een eerstvolgende constatering van een overtreding.

Handhavingsmatrix Harddrugs Woningen

Constatering

Hoeveelheden

Mogelijkheden

1

0,6 t/m 5 gram

0,6 t/m 5 milliliter

5t/m 10 pillen/ ampullen*

5t/m 10 wikkels/ snowseals/ bollen*

Waarschuwing of

3maanden sluiten

Meer dan 5 gram

Meer dan 5 milliliter

Meer dan 10 pillen/ ampullen

Meer dan 10 wikkels/ snowseals/ bollen

6maanden sluiten

2

Meer dan 5 gram

Meer dan 5 milliliter

Meer dan 10 pillen/ ampullen

Meer dan 10 wikkels/ snowseals/ bollen

12maanden sluiten

3

Zie constatering 2

24maanden sluiten

4en meer

Zie constatering 2

Sluiting onbepaalde tijd

* voor zover dit de 5 gram of 5 milliliter niet overschrijdt.

Artikel 2.5 Opvolgende overtredingen lijst I en II Opiumwet

1Indien bij één van de elkaar opvolgende overtredingen sprake is van een middel als bedoeld in lijst I van de Opiumwet, dan geldt hiervoor het regime overeenkomstig de matrix voor harddrugs van dit hoofdstuk.

2Indien er sprake is van elkaar opvolgende overtredingen zoals genoemd in lid 1, is de minimale sluitingstermijn 6 maanden.

3Lid 1 is ook van toepassing op gevallen waarbij voor de eerste overtreding een waarschuwing werd gegeven.

Hoofdstuk 3: Drugshandel in/ vanuit een lokaal of op daarbij behorend erf

Artikel 3.1 Softdrugs

1Bij drugshandel in de zin van artikel 13b, eerste lid onder a, van de Opiumwet, in een lokaal of een daarbij behorend erf, wordt in beginsel het regime toegepast zoals vastgelegd in de hieronder weergegeven Handhavingsmatrix Softdrugs Lokalen.

2Er is sprake van een volgende overtreding als deze binnen een termijn van vijf jaar na de daaraan voorafgaande overtreding wordt geconstateerd. Dit geldt ook als naar aanleiding van de 1e overtreding een waarschuwing is gegeven

Handhavingsmatrix Softdrugs Lokalen

Constatering

Hoeveelheden

Mogelijkheden

1

6t/m 10 hennepplanten

6t/m 10 gram softdrugs

4t/m 10 ampullen lachgas

3maanden sluiten

Meer dan 10 hennepplanten

Meer dan 10 gram softdrugs

Meer dan 10 ampullen lachgas

Eén of meer (wegwerp) tank(s) lachgas

6maanden sluiten

2

Meer dan 5 hennepplanten

Meer dan 5 gram softdrugs

Meer dan 4 ampullen lachgas

Eén of meer (wegwerp) tank(s) lachgas

12maanden sluiten

3

Zie constatering 2

24maanden sluiten

4en meer

Zie constatering 2

Sluiting onbepaalde tijd

Artikel 3.2 Harddrugs

1Bij drugshandel in de zin van artikel 13b, eerste lid onder a, van de Opiumwet, in een lokaal of een daarbij behorend erf, wordt in beginsel het regime toegepast zoals vastgelegd in de hieronder weergegeven Handhavingsmatrix Harddrugs Lokalen.

2Er is sprake van een volgende overtreding als deze binnen een termijn van vijf jaar na de daaraan voorafgaande overtreding wordt geconstateerd. Dit geldt ook als naar aanleiding van de 1e overtreding een waarschuwing is gegeven.

3Is er tegelijkertijd sprake van een overtreding met zowel harddrugs als softdrugs, dan geldt het regime voor een overtreding met harddrugs, overeenkomstig artikel 3.3 van deze beleidsregel.

4Bij het opleggen van een last onder dwangsom wordt de hoogte van de dwangsom onder meer afgestemd op de verwachte opbrengst van de aangetroffen handelshoeveelheid. Als dwangsommodaliteit geldt als uitgangspunt de eenmalige verbeurte van een dwangsom (ineens) bij een eerstvolgende constatering van een overtreding.

Handhavingsmatrix Harddrugs Lokalen

Constatering

Hoeveelheden

Mogelijkheden

1

0,6 t/m 5 gram

0,6 t/m 5 milliliter

5t/m 10 pillen/ ampullen*

5t/m 10 wikkels/ snowseals/ bollen*

3maanden sluiten

Meer dan 5 gram

Meer dan 5 milliliter

Meer dan 10 pillen/ ampullen

Meer dan 10 wikkels/ snowseals/ bollen

12maanden sluiten

2

Meer dan 5 gram

Meer dan 5 milliliter

Meer dan 10 pillen/ ampullen

Meer dan 10 wikkels/ snowseals/ bollen

24maanden sluiten

3

Zie constatering 2

36maanden sluiten

4en meer

Zie constatering 2

Sluiting onbepaalde tijd

* voor zover dit de 5 gram of 5 milliliter niet overschrijdt.

Artikel 3.3 Opvolgende overtredingen lijst I en II Opiumwet

1Indien bij één van de elkaar opvolgende overtredingen sprake is van een middel als bedoeld in lijst I van de Opiumwet, dan geldt hiervoor het regime overeenkomstig de matrix voor harddrugs van dit hoofdstuk.

2Indien er sprake is van elkaar opvolgende overtredingen zoals genoemd in lid 1, is de minimale sluitingstermijn 12 maanden.

3Lid 1 is ook van toepassing op gevallen waarbij voor de eerste overtreding een waarschuwing werd gegeven.

Hoofdstuk 4: Voorbereidingshandelingen in een woning of op daarbij behorend erf

Artikel 4.1 voorbereidingshandelingen softdrug gerelateerd

1Bij de constatering van voorbereidingshandelingen te relateren aan lijst II van de Opiumwet in de zin van artikel 13b, eerste lid onder b, van de Opiumwet, in woning een of een daarbij behorend erf, wordt in beginsel het regime toegepast zoals vastgelegd in de hieronder weergegeven Handhavingsmatrix voorbereidingshandelingen Softdrug (woning).

2Er is sprake van een volgende overtreding als deze binnen een termijn van vijf jaar na de daaraan voorafgaande overtreding wordt geconstateerd. Dit geldt ook als bij de 1e overtreding sprake was van een incomplete opstelling of een minder ernstig geval.

3Op dit hoofdstuk zijn de bepalingen uit artikel 2.1 en 2.2 overeenkomstig van toepassing.

Handhavingsmatrix voorbereidingshandelingen Softdrug (woning)

Constatering

Mogelijkheden

1eovertreding

Incomplete opstelling en/of minder ernstig geval

-Last onder bestuursdwang

-Dwangsom, strekkende tot afvoeren goederen

1eovertreding

Complete opstelling en/of ernstig geval

3maanden sluiten

2eovertreding

6maanden sluiten

3eovertreding

12maanden sluiten

4eovertreding en meer

Sluiting onbepaalde tijd

Artikel 4.2 voorbereidingshandelingen harddrug gerelateerd

1Bij de constatering van voorbereidingshandelingen te relateren aan lijst I van de Opiumwet in de zin van artikel 13b, eerste lid onder b, van de Opiumwet, in woning een of een daarbij behorend erf, wordt in beginsel het regime toegepast zoals vastgelegd in de hieronder weergegeven Handhavingsmatrix voorbereidingshandelingen Harddrug (woning).

2Er is sprake van een volgende overtreding als deze binnen een termijn van vijf jaar na de daaraan voorafgaande overtreding wordt geconstateerd. Dit geldt ook als bij de 1e overtreding sprake was van een incomplete opstelling of een minder ernstig geval.

3Is er tegelijkertijd sprake van een overtreding met zowel harddrugs als softdrugs, dan geldt het regime voor een overtreding met harddrugs, overeenkomstig artikel 4.3 van deze beleidsregel.

Handhavingsmatrix voorbereidingshandelingen Harddrug (woning)

Constatering

Mogelijkheden

1eovertreding

Incomplete opstelling en/of minder ernstig geval

3maanden sluiten

1eovertreding

Complete opstelling en/of ernstig geval

6maanden sluiten

2eovertreding

12maanden sluiten

3eovertreding

24maanden sluiten

4eovertreding en meer

Sluiting onbepaalde tijd

Artikel 4.3 Opvolgende overtredingen lijst I en II Opiumwet

1Indien bij één van de elkaar opvolgende overtredingen sprake is van een middel als bedoeld in lijst I van de Opiumwet, dan geldt hiervoor het regime overeenkomstig de matrix voor harddrugs van dit hoofdstuk.

2Indien er sprake is van elkaar opvolgende overtredingen zoals genoemd in lid 1, is de minimale sluitingstermijn 12 maanden.

3Lid 1 is ook van toepassing als bij de 1e overtreding sprake was van een incomplete opstelling of een minder ernstig geval.

Hoofdstuk 5: Voorbereidingshandelingen in een lokaal of op daarbij behorend erf

Artikel 5.1 voorbereidingshandelingen softdrug gerelateerd

1Bij de constatering van voorbereidingshandelingen te relateren aan lijst II van de Opiumwet in de zin van artikel 13b, eerste lid onder b, van de Opiumwet, in een lokaal of een daarbij behorend erf, wordt in beginsel het regime toegepast zoals vastgelegd in de hieronder weergegeven handhavingsmatrix voorbereidingshandelingen Softdrug (lokaal).

2Er is sprake van een volgende overtreding als deze binnen een termijn van vijf jaar na de daaraan voorafgaande overtreding wordt geconstateerd. Dit geldt ook als bij de 1e overtreding gebruik gemaakt werd van de afwijkbevoegdheid zoals genoemd in hoofdstuk 1, punt 11.

Handhavingsmatrix voorbereidingshandelingen Softdrug (lokaal)

Constatering

Mogelijkheden

1eovertreding

3maanden sluiten

2eovertreding

6maanden sluiten

3eovertreding

12maanden sluiten

4eovertreding en meer

Sluiting onbepaalde tijd

Artikel 5.2 voorbereidingshandelingen harddrug gerelateerd

1Bij de constatering van voorbereidingshandelingen te relateren aan lijst I van de Opiumwet in de zin van artikel 13b, eerste lid onder b, van de Opiumwet, in een lokaal of een daarbij behorend erf, wordt in beginsel het regime toegepast zoals vastgelegd in de hieronder weergegeven handhavingsmatrix voorbereidingshandelingen Harddrug (lokaal).

2Er is sprake van een volgende overtreding als deze binnen een termijn van vijf jaar na de daaraan voorafgaande overtreding wordt geconstateerd. Dit geldt ook als bij de 1e overtreding gebruik gemaakt werd van de afwijkbevoegdheid zoals genoemd in hoofdstuk 1, punt 11.

Handhavingsmatrix voorbereidingshandelingen Harddrug (lokaal)

Constatering

Mogelijkheden

1eovertreding

6maanden sluiten

2eovertreding

12maanden sluiten

3eovertreding

24maanden sluiten

4eovertreding en meer

Sluiting onbepaalde tijd

Artikel 5.3 Opvolgende overtredingen lijst I en II Opiumwet

1Indien bij één van de elkaar opvolgende overtredingen sprake is van een middel als bedoeld in lijst I van de Opiumwet, dan geldt hiervoor het regime overeenkomstig de matrix voor harddrugs.

2Indien er sprake is van elkaar opvolgende overtredingen zoals genoemd in lid 1, is de minimale sluitingstermijn 12 maanden.

3Lid 1 is ook van toepassing als bij de 1e overtreding gebruik gemaakt werd van de afwijkbevoegdheid zoals genoemd in hoofdstuk 1, punt 11.

Hoofdstuk 6: Overige uitgangspunten

Artikel 6.1

Uitgangspunten opgenomen onder dit hoofdstuk gelden voor het gehele beleidsstuk.

Artikel 6.2 Rechtsopvolging

Dit beleid is gerelateerd aan de locatie en niet aan de bewoner, huurder, gebruiker of eigenaar. Dit betekent dat een opgelegde sluiting ook werkt voor rechtsopvolgers. Een besluit tot toepassing van bestuursdwang ingevolge artikel 13b van de Opiumwet is een beperkingsbesluit dat valt onder de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken en wordt dan ook opgenomen in de landelijke voorziening, gebaseerd op de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen.

Artikel 6.3 Verjaring

1Indien gedurende vijf jaar na de waarschuwing of het op de eerdere constatering genomen besluit geen nieuwe constatering plaatsvindt, zal de zaak als afgedaan worden beschouwd. Een latere constatering op dezelfde locatie zal dan gelden als een eerste constatering.

2De verjaringstermijn van vijf jaar is met terugwerkende kracht van toepassing.

Artikel 6.4 Samenloop toepassing 13b Opiumwet bij vergunningplichtige woningen of -lokalen

Voorliggend beleid ziet enkel toe op de toepassing van de aan de burgemeester toekomende sluitingsbevoegdheid op basis van artikel 13b Opiumwet en laat eventueel bij het bevoegd gezag berustende plichten of bevoegdheden tot intrekking van verleende vergunningen onverlet.

Artikel 6.5 Verzwarende omstandigheden

1Onder verzwarende omstandigheden worden onder andere, doch niet-limitatief, verstaan die gevallen waarbij:

a) er sprake is van ernstige geweldsdelicten en/of;

b) er sprake is van verboden wapenbezit als bedoeld in de Wet Wapens en Munitie en/of;

c) er sprake is van ernstige gevallen zoals genoemd onder artikel 1.7 en/of;

d) er sprake is van enige vorm van uitbuiting (artikel 273f Wetboek van strafrecht)

2Indien er sprake is van verzwarende omstandigheden, wordt in geval van een woning een extra sluitingstermijn van 3 maanden toegepast.

3Indien er sprake is van verzwarende omstandigheden, wordt in geval van een lokaal een extra sluitingstermijn van 6 maanden toegepast.

Hoofdstuk 7: Verzoek om opheffen sluiting/intrekking last onder dwangsom

Artikel 7.1

1De betrokkene kan de burgemeester tussentijds schriftelijk verzoeken om de sluiting op te heffen of, indien daarvoor is gekozen, een last onder dwangsom op te heffen (zie voor dit laatste geval artikel 5:34 van de Awb).

2De burgemeester neemt alleen schriftelijke verzoeken in behandeling. De burgemeester hanteert bij zijn beslissing de oorspronkelijk getroffen maatregel als uitgangpunt en zal slechts nagegaan of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de uitgangspunten die daaraan ten grondslag liggen niet meer aan de orde zijn. De betrokkene dient daarom zijn verzoek te motiveren. Hij dient daartoe te onderbouwen dat sprake is van veranderde feiten en omstandigheden die aannemelijk maken dat er niet opnieuw overtredingen van de Opiumwet in of vanuit de woning, het lokaal of het daarbij behorend erf zullen worden gepleegd. Er dienen daartoe minimaal voldoende maatregelen te zijn, zulks ter beoordeling van de burgemeester.

3Bij diens beslissing op een verzoek als bedoeld in het eerste lid neemt de burgemeester onder andere in overweging:

a.of de te realiseren doelen van de sluiting reeds zijn behaald. Deze afweging wordt (mede) gemaakt op basis van een door de politie en eventuele andere veiligheidspartners gemaakte inschatting. Zo nodig kan daartoe een bestuurlijke rapportage of advies worden opgevraagd van een of meer veiligheidspartners; en

b.de bereidheid en de bekwaamheid van de betrokkene om aantoonbaar en daadwerkelijk maatregelen te nemen om herhaling van de geconstateerde overtreding(en) te voorkomen.

4Ingeval van een sluiting voor de duur van 6 maanden of minder zal de burgemeester in beginsel niet overgaan tot een tussentijdse opheffing.

5Een verzoek tot het intrekken van een last onder dwangsom dient tevens te voldoen aan de vereisten, genoemd in artikel 5:34 van de Awb.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.