Gemeentelijke regelgeving

Nota Lokaal Belastinggebied Barneveld 2024 – 2027

Gemeente Barneveld · geldt sinds 12 december 2024

3. Lokaal belastinggebied gemeente Barneveld

3.3 Lokaal belastinggebied gemeente Barneveld

3.3.1 Onroerende-zaakbelastingen

Korte omschrijving

De onroerende-zaakbelastingen (OZB) zijn belastingen die worden geheven van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken. De OZB is een tijdstipbelasting. Dit betekent dat voor het bepalen van de belastingplicht de situatie per 1 januari van het belastingjaar geldt.

Voor woningen wordt de OZB alleen opgelegd aan de eigenaren. Voor de niet woningen, zoals winkels, bedrijven en maatschappelijke instellingen, wordt de OZB geheven van zowel de eigenaar als de gebruiker van de onroerende zaak. De grondslag voor de berekening van de OZB is de WOZ-waarde van de onroerende zaak. Deze wordt jaarlijks bepaald. Het tarief van de OZB wordt uitgedrukt in een percentage van de WOZ-waarde.

Beleidslijn

•Voor de OZB is in de kadernota 2024-2027 afgesproken dat deze trendmatig wordt aangepast met de inflatiecorrectie. Aanvullend is in de Kadernota 2025 afgesproken dat in de jaren 2025-2028 de OZB bovenop de indexatie met 2,5% extra per jaar zal worden verhoogd.

•Het Rijk heeft met ingang van 2020 de macronorm OZB afgeschaft. Met deze macronorm werd de ontwikkeling van de OZB gemonitord. In plaats daarvan is er vanaf 2020 een benchmark lokale woonlasten. Hierin worden ook de riool- en afvalstoffenheffing meegenomen. Door een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de tariefontwikkeling met landelijke en provinciale gemiddelden, moeten de onderlinge verschillen tussen gemeenten nog inzichtelijker maken. Dit bevordert het lokale debat over het heffen van lokale middelen en de inzet hiervan.

•De hoogte van het tarief is afhankelijk van de uitkomst van de jaarlijkse waardering in het kader van de Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ). Het uitgangspunt van beleid is dat de totale OZB-opbrengst niet zal veranderen als gevolg van een hogere of lagere taxatiewaarde. De opbrengst van deze belastingen is het resultaat van de waarde en het tarief. Een dalende waarde betekent dat het tarief verhoogd moet worden om de gewenste opbrengst te genereren, terwijl stijgende waardes leiden tot een minder sterke stijging of zelfs tot een daling van de tarieven.

Maatstaf van heffing en tarief

Onroerende-zaakbelastingen

2021

2022

2023

2024

Eigenaren van woningen, in % van de waarde

Gebruikers van niet-woningen, in % van de waarde

Eigenaren van niet-woningen, in % van de waarde

0,0916%

0,1586%

0,2011%

0,0838%

0,1580%

0,2003%

0,0747%

0,1620%

0,2054%

0,0744%

0,1641%

0,2080%

Keuzemogelijkheid

•Verdeling van de lasten tussen de groepen belastingplichtigen.

Het is mogelijk een tariefdifferentiatie toe te passen tussen de woningen en de niet-woningen. In veel gemeenten wordt gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. Ook in Barneveld is er sprake van een OZB-tariefsdifferentiatie. Het OZB tarief(spercentage) voor de niet-woningen is hoger dan het OZB tarief(spercentage) voor de woningen. Het tarief van de OZB wordt uitgedrukt in een percentage van de WOZ-waarde. Voor iedere groep belastingplichtigen wordt een afzonderlijk tarief vastgesteld. De hoogte van het tarief leidt tot de opbrengst die met de begroting is vastgesteld. Er geldt geen limiet voor de verhouding tussen het tarief voor woningen en dat voor niet-woningen. Bij de Kadernota van 2020-2023 is besloten om een inhaalslag toe te passen voor de tarieven van de niet-woningen. Voor het belastingjaar 2020 is deze inhaalslag toegepast en zijn de tarieven voor de niet-woningen verhoogd met 25%.

•Aanvullende vrijstellingen

De Gemeentewet noemt een aantal onroerende zaken waarbij de waarde geheel of gedeeltelijk van de belastingheffing zijn uitgezonderd de zogenaamde verplichte vrijstellingen. Hierbij moet worden gedacht aan de vrijstelling van ondermeer kerken, landbouwgronden, openbare wegen e.d..

Daarnaast heeft de raad de mogelijkheid om aanvullende facultatieve vrijstellingen op te nemen in de verordening. De mogelijke facultatieve vrijstelling zijn reeds opgenomen in de verordening onroerende-zaakbelastingen

3.3.2 Afvalstoffenheffing

Korte omschrijving

De gemeente heeft een wettelijk plicht tot de inzameling van huishoudelijk afval. De afvalstoffenheffing wordt geheven voor verhaal van de kosten van het inzamelen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen. De afvalstoffenheffing wordt niet in de Gemeentewet geregeld, maar in de Wet Milieubeheer. Belastingplichtig is degene die gebruik maakt van een perceel, waarvoor de verplichting tot het inzamelen van huishoudelijk afval geldt. De afvalstoffenheffing is een tijdvakbelasting. Bij verhuizing of overlijden wordt per tijdvak (maand) afgerekend. De inzameling vindt plaats via mini-containers.

Beleidslijn

•De afvalstoffenheffing is een bestemmingsheffing. De opbrengst mag niet hoger zijn dan de kosten. Als uitgangspunt van beleid geldt kostendekkendheid van de tarieven. De gemeente Barneveld streeft op basis van vastgesteld afvalbeleid naar zoveel mogelijk afvalscheiding en reductie van fijn en grof restafval bij een optimaal serviceniveau tegen zo laag mogelijke kosten.

•Aan de afvalstoffenheffing is een voorziening gekoppeld met als doel om sterke fluctuaties in de tarieven van de afvalstoffenheffing te voorkomen als gevolg van schommelingen in de kosten en daarnaast te sparen voor toekomstige investeringen.

•Jaarlijks zal bij de aanbieding van de begroting worden geadviseerd over een aanpassing van de tarieven.

Maatstaf van heffing en tarief

Afvalstoffenheffing in €

2021

2022

2023

2024

Meerpersoonshuishouden

Eenpersoonshuishouden

328,00

196,80

328,00

196,80

328,00

196,80

334,50

200,70

Gelet op het (geschat) gebruik bedraagt het tarief van eenpersoonshuishouden 60% van het tarief van een meerpersoonshuishouden.

Keuzemogelijkheid

•De maatstaven, de hoogte en differentiatie van tarieven die de belastingschuld bepalen.

De afvalstoffenheffing in de gemeente Barneveld is gedifferentieerd naar de grootte van een huishouden in de vorm van een eenpersoonshuishouden en een meerpersoonshuishouden.

Ontwikkelingen

•Onlangs is door het bureau IPR Normag uitgebreid onderzoek gedaan naar de afvalinzameling in de gemeente Barneveld. Dit doelmatigheidsonderzoek richtte zich op de efficiëntie en doelen van het huidige beleid. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat de afvaldienst kostenefficiënt en servicegericht werkt. Binnen het huidige beleid is er wel ruimte voor verbeteringen om de hoeveelheid restafval te verminderen en om het scheiden van afval te optimaliseren bijv. door diftar.

Voor de nieuwe Strategienota Grondstoffen 2025-2028 die eind 2024 aan uw raad wordt aangeboden zal worden aangegeven welke veranderingen er nodig zijn om de doelstelling m.b.t. het scheiden van afval te realiseren.

3.3.3 Rioolheffing

Korte omschrijving

De rioolheffing wordt geheven ter dekking van de kosten die gemaakt worden van de wettelijke zorgplichten ten aanzien afvalwater, hemel- en grondwater. Belastingplichtig is de gebruiker van een perceel waarvan water direct- of indirect aangeboden wordt aan gemeentelijke voorzieningen. De rioolheffing is een tijdvakbelasting. Bij verhuizing of overlijden wordt per tijdvak (maand) afgerekend.

Beleidslijn

•De rioolheffing is een bestemmingsheffing. De opbrengst mag niet hoger zijn dan de kosten.

•Als uitgangspunt van beleid van de gemeente Barneveld geldt kostendekkendheid van de tarieven.

•Elke gemeente is verplicht een Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (VGRP) vast te stellen. In het VGRP van Barneveld wordt meerjarig inzicht gegeven in de kosten en de baten voor de instandhouding van het gemeentelijk rioolstelsel. Het tarief van de rioolheffing dient op basis van het VGRP 2021-2026 in de jaren 2021- 2026 met jaarlijks 4 % te stijgen om kostendekkend te zijn.

Maatstaf van heffing en tarief

Rioolheffing in €

2021

2022

2023

2024

Vast recht tot 350 m³

Vermeerderd met € 0,50 voor elke m³ afvalwater boven de 350 m³ met een maximum van 25.000 m³

186,40

193,85

201,60

209,65

Keuzemogelijkheid

•De maatstaven, de hoogte en differentiatie van tarieven die de belastingschuld bepalen.

De rioolheffing in de gemeente Barneveld is een vast bedrag bij een afvoer van 350 m³ afvalwater en wordt geheven van de gebruiker. Om nagenoeg alle huishoudens het zelfde bedrag te laten betalen is de grens op een gebruik van 350 m³ vastgesteld.

Ontwikkelingen

De VNG heeft een nieuwe Modelverordening Riool- en Waterzorgheffing beschikbaar gesteld die voorziet in een brede invulling van de gemeentelijke watertaken en bevat een breed palet van afval- hemel- en grondwaterzorgplichten. Wateroverlast en verdroging vragen steeds meer maatregelen in de publieke ruimte. In de heffing is het hebben van een aansluiting op de riolering niet meer alles bepalend en dit brengt uitvoeringsconsequenties met zich mede.

Gelet op de uitvoeringsconsequenties wordt nog nader bezien of gestalte wordt gegeven aan de nieuwe Modelverordening Riool- en Waterzorgheffing van de VNG.

3.3.4 Hondenbelasting

Korte omschrijving

Voor het houden van een hond kan een hondenbelasting worden geheven. Binnen de gemeente Barneveld wordt deze belasting toegepast en wordt per hond geheven. De hondenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. Er is geen relatie tussen de opbrengsten van deze belasting en de dienstverlening vanuit de gemeente.

Beleidslijn

•Voor de hondenbelasting is in de kadernota 2024-2027 afgesproken dat deze trendmatig wordt aangepast met de inflatiecorrectie.

•Jaarlijks vindt een huis aan huis (deel)controle plaats zodanig dat elke vier jaar alle adressen zijn bezocht. Deze controle is nodig om de opbrengst van deze belasting op peil te houden.

Maatstaf van heffing en tarief

Tarieven in € per hond

2021

2022

2023

2024

Eerste hond

Tweede hond

Elke hond boven twee

Kennels

43,30

60,35

74,30

103,65

52,00

72,00

89,00

124,00

53,70

74,30

91,95

128,00

55,75

77,25

95,50

133,00

Keuzemogelijkheid

•De hoogte en differentiatie van de tarieven en vrijstellingen.

In de verordening zijn onder meer vrijstellingen opgenomen voor blindengeleidehonden, honden die zijn opgeleid tot en dienen als assistentiehond voor een persoon met een fysieke en mentale beperking en honden die in asiels gehouden worden. Bij de invulling is aansluiting gezocht bij de modelbepalingen van de VNG. De raad is vrij binnen de grenzen van het gelijkheidsbeginsel om naar eigen inzicht de vrijstellingen uit te breiden of te beperken.

3.3.5 Toeristenbelasting

Korte omschrijving

De toeristenbelasting is een belasting voor het houden van verblijf door personen die niet als ingezetene in de basisadministratie personen zijn ingeschreven. Evenals de forensenbelasting is deze belasting bedoeld om de kosten van de gemeentelijke voorzieningen mede om te slaan over de niet-ingezetene. De toeristenbelasting wordt geheven van degene die tegen betaling de gelegenheid tot verblijf biedt bijvoorbeeld de exploitant van een hotel of een camping. De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen. Bepalend is het aantal overnachtingen zoals uit de administratie blijkt van de belastingplichtige. Ter beperking van de administratieve lastendruk zijn in de verordening forfaitaire tarieven opgenomen voor onderkomens op vaste en seizoenplaatsen. Voor de berekening van deze forfaitaire tarieven wordt uitgegaan van het gemiddeld aantal personen dat een gemiddeld aantal nachten verblijf houdt.

Beleidslijn

•Voor de toeristenbelasting is in de kadernota 2024-2027 afgesproken dat deze trendmatig wordt aangepast met de inflatiecorrectie.

•Ter voorkoming van een dubbele belasting is een vrijstelling opgenomen voor verblijf dat al belast is met de forensenbelasting.

•Jaarlijks vindt een (deel)controle plaats van de accommodaties die onder de werking van de toeristenbelasting vallen.

Maatstaf van heffing en tarief

Tarieven in €

2021

2022

2023

2024

Tarief per overnachting

Seizoenplaats

Jaarplaats

1,08

202,00

202,20

1,10

205,70

205,90

1,14

213,20

213,40

1,19

222,50

222,80

In de onderstaande grafiek is een vergelijking gemaakt met de tarieven van de toeristenbelasting van omliggende gemeenten. Binnen Barneveld geldt een tarief per overnachting terwijl bij diverse gemeenten een differentiatie wordt toegepast naar soort accommodatie zoals bijvoorbeeld een hotel.

Keuzemogelijkheid

•Vrijheid in de tariefstelling en tariefdifferentiatie.

Naast een tarief per overnachting kennen we een forfaitaire tariefstelling voor onderkomens op vaste jaar- en seizoenplaatsen.

Ontwikkelingen

•Voor komend jaar zal de verordening toeristenbelasting worden geactualiseerd en ter besluitvorming aan uw raad worden aangeboden. Periodiek dienen de forfaits op actualiteit te worden beoordeelt. Dit zal in 2025 nader worden onderzocht waarbij tevens zal worden bezien of uitbreiding van de forfaits wenselijk wordt geacht.

3.3.6 Forensenbelasting

Korte omschrijving

Een gemeente treft voorzieningen waarvan niet alleen de inwoners maar ook anderen, die in de gemeente verblijf houden, profiteren. Om de kosten van de voorzieningen mede te verhalen biedt de Gemeentewet de mogelijkheid van een forensenbelasting. Met deze belasting kunnen recreatiewoningen en/of zogenaamde tweede woningen worden belast. De belasting wordt geheven van natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben gedurende het belastingjaar meer dan negentig dagen voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. Een direct aanwijsbare tegenprestatie is hiervoor niet nodig. Het begrip gemeubileerde woning in dit kader is zodanig ruim dat de belasting ook geheven kan worden voor woningen die geen onroerende zaak zijn.

Beleidslijn

•Voor de forensenbelasting is in de kadernota 2024-2027 afgesproken dat deze trendmatig wordt aangepast met de inflatiecorrectie.

•Ter voorkoming van een dubbele belasting is een vrijstelling opgenomen voor verblijf dat al belast is met de toeristenbelastingbelasting.

•Voor een deel van de belastingplichtigen vormt de WOZ-waarde de maatstaf van heffing. Binnen de tariefstelling wordt in principe geen rekening gehouden met de jaarlijkse waardeontwikkeling in het kader van de Wet WOZ. De Wet WOZ schrijft voor om de WOZ-waarde van alle onroerende zaken jaarlijks vast te stellen.

Maatstaf van heffing en tarief

Forensenbelasting tarieven in €

2021

2022

2023

2024

Bij een WOZ-waarde van € 70.000 of minder

Bij een WOZ-waarde van € 87.000 of minder

Bij een WOZ-waarde van meer dan € 70.000 vermeerderd met % van het bedrag waarmee de heffingsmaatstaf een bedrag van € 70.000 te boven gaat. Met een maximum bedrag van

Bij een WOZ-waarde van meer dan € 87.000 vermeerderd met 0,93% van het bedrag waarmee de heffingsmaatstaf een bedrag van € 87.000 te boven gaat. Met een maximum bedrag van

Voor gemeubileerde woningen waarvoor geen waarde is vastgesteld op grond van de Wet WOZ bedraagt het tarief

202,20

202,20

0,91%

994,00

202,20

207,25

207,25

0,93%

1.018,00

207,25

214,00

214,00

1.050,00

214,00

222,50

222,50

1.090,00

222,50

Keuzemogelijkheid

•Vrijheid in de tariefstelling en tariefdifferentiatie.

De maatstaf van heffing is bepaald op de (WOZ)waarde van de onroerende zaak waarbij deze belasting wordt geheven als een percentage van de (WOZ)waarde.

3.3.7 Parkeerbelastingen

Korte omschrijving

Doel van deze belasting is het reguleren van parkeren. Door het aanwijzen van een gebied, terrein of straat waar de automobilisten moeten betalen kan de gemeente het parkeren van motorvoertuigen regelen. De Gemeentewet onderscheidt het incidenteel parkeren en het vergunning parkeren. Het incidenteel parkeren is een belasting voor het daadwerkelijk parkeren op de daarvoor aangewezen plaatsen op de openbare weg. Als een belasting die moet worden voldaan op aangifte niet of tot een te laag bedrag wordt betaald kan de te weinig geheven belasting worden nageheven in de vorm van een naheffingsaanslag. Vergunning parkeren is een belasting voor een vergunning om te parkeren op een daarvoor aangewezen parkeerplaats.

Beleidslijn

•Om het parkeren te reguleren en om de beschikbare ruimte goed te verdelen zijn de tarieven en de maximale parkeertijd afhankelijk van de afstand tot het centrum. Hoe dichter bij het centrum hoe hoger het tarief en hoe korter de maximale parkeerduur.

•Voor de naheffingsaanslag parkeerbelasting (in de volksmond 'parkeerboete') is een maximumbedrag vastgesteld dat jaarlijks wordt aangepast aan de procentuele wijziging van het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie. Uitgangspunt is om deze lijn jaarlijks te volgen.

Keuzemogelijkheid

•Vrijheid bij de inrichting van deze belasting, bij de tariefstelling, de tariefdifferentiatie, de gebieden waar moet worden betaald en de tijdstippen waarop.

3.3.8 Leges

Korte omschrijving

Leges worden geheven voor het door de gemeente verlenen van diensten zoals opgenomen in de Legesverordening en de daarbij behorende tarieventabel. De belastingplichtige is de aanvrager van de dienst dan wel ten behoeve van wie de dienst is verleend. Een opsomming van de diensten waarvoor leges verschuldigd zijn voert in het kader van deze nota te ver, globaal onderscheiden we een drietal hoofdstukken:

Hoofdstuk 1. Algemene dienstverlening;

Hoofdstuk 2. Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet;

Hoofdstuk 3. Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder Hoofdstuk 2.

Beleidslijn

•De tarieven van de leges worden aangepast met de inflatiecorrectie. Dit geldt ook voor de leges waar in de dienstverlening een rijksdeelcomponent van toepassing is. De verhoging van rijksleges worden dan volledig vertaald in de tariefstelling.

•Voor de leges geldt dat de geraamde baten niet uitkomen boven de geraamde kosten (maximaal kostendekkend) en de berekening van de kostendekking dient op basis van de begroting plaats te vinden. Binnen Barneveld is het uitgangspunt om te streven naar 100% kostendekkendheid van onze diensten.

Keuzemogelijkheid

•Vrijheid bij de inrichting van deze rechten voor wat betreft de maatstaf, de tariefstelling en de mate van kostendekkendheid.

Ontwikkelingen

•Het streven naar 100% kostendekkendheid van onze diensten maakt een goede kostenonderbouwing noodzakelijk. In 2024 zal verder worden gestart met een hernieuwd onderzoek naar de kostentoerekening en de kosten dekking op basis van de voorgeschreven hoofdstukken. Het model wat hier uit voortvloeit, kan vervolgens elk jaar worden toegepast om de mate van kostendekkenheid te beoordelen. De vernieuwde inzichten en de ervaringscijfers vanuit de Omgevingswet die in 2025 beschikbaar komen kunnen hier vervolgens in mee worden meegenomen.

3.3.9 Reclamebelasting

Korte omschrijving

Voor het hebben van reclame-uitingen die vanaf de openbare weg zichtbaar zijn kan de gemeente een reclamebelasting heffen. De gemeente Barneveld heeft het centrumgebied aangewezen als gebied waar reclamebelasting wordt geheven. De ondernemers binnen het afgebakende gebied die beschikken over een zichtbare reclame-uiting worden in de heffing betrokken voor een vast bedrag voor het voeren van reclame. De belastingopbrengst wordt, na aftrek van de perceptiekosten, in de vorm van een subsidie verstrekt aan de Vereniging Centrum Ontwikkeling Barneveld (COB). Met deze subsidie financiert de COB diverse activiteiten zoals onder meer het bevorderen van een hoogwaardig vestigingsklimaat in het gebied en promotionele activiteiten ter ondersteuning van het winkelgebied.

Beleidslijn

•In 2012 heeft uw raad de verordening reclamebelasting voor onbepaalde tijd vastgesteld. Voor het belastingjaar 2024 heeft er voor het eerst een aanpassing van het vaste belastingtarief plaatsgevonden en is deze aangepast met inflatie.

Keuzemogelijkheid

•De gemeenteraad heeft veel vrijheid bij de inrichting van deze belasting ten aanzien van het gebied waar wordt geheven, de tariefstelling en de tariefdifferentiatie.

3.3.10 Bedrijveninvesteringszone (BIZ) heffing

Korte omschrijving

In 2017 is de Bedrijveninvesteringszone Briellaerd tot stand gekomen volgens de daarvoor geldende wettelijke procedure uit de Wet Bedrijven Investeringszone. De ondernemers binnen het gebied investeren gezamenlijk in een aantrekkelijkere en veilige bedrijfsomgeving. Een BIZ kan voor maximaal 5 jaar worden ingesteld. Daarna eindigt deze of kan deze worden verlengd. Deze BIZ heffing is volgens de wettelijke procedure verlengd en geldt nu voor de periode 2023-2027. Voor de uitvoering wordt het gemeentelijke belastinginstrumentarium (heffing en invordering) beschikbaar gesteld. De opbrengst wordt in de vorm van een subsidie, na aftrek van perceptiekosten, uitgekeerd aan de Stichting BIZ de Briellaerd die namens de ondernemers de activiteiten uitvoert.

Beleidslijn

•Eind 2022 heeft uw raad de verordening Bedrijveninvesteringszone 2023-2027 vastgesteld. De verordening is na blijk van voldoende wettelijke draagvlak per 1 januari 2023 in werking getreden voor de maximale termijn van 5 jaar tot eind 2027.

•De heffing wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van het driejarig gemiddelde inflatiecijfer.

Keuzemogelijkheid

•De gemeenteraad heeft veel vrijheid bij de inrichting van deze belasting ten aanzien van het gebied waar wordt geheven, de tariefstelling en de tariefdifferentiatie.

3.3.11 Lijkbezorgingsrechten (grafrechten)

Korte omschrijving

Lijkbezorgingsrechten, ook wel grafrechten genoemd, worden geheven voor het gebruik van de begraafplaatsen en het gebruik van de diensten die daarbij worden verleend. De opbrengst van deze rechten mag niet hoger zijn dan de begrote kosten (100%).

Beleidslijn

•Jaarlijks wordt de Verordening lijkbezorgingsrechten vastgesteld. In 2018 is besloten voor een geleidelijke tariefontwikkeling om gefaseerd te groeien naar een kostendekkende situatie. Dit gedurende een periode van zes jaar (2019-2024) met een jaarlijkse verhoging van 7%.

Keuzemogelijkheid

•Vrijheid bij de inrichting van deze belasting voor wat betreft de maatstaf, de tariefstelling en de mate van kostendekkendheid.

Bij de invulling en vaststelling van de verordening is gebruik gemaakt van de keuzemogelijkheden die de gemeenteraad heeft.

3.3.12 Marktgelden

Korte omschrijving

Marktgelden worden geheven van degene die een standplaats inneemt. Het is een recht, geheven voor het gebruik van de openbare grond op het marktterrein, gedurende de tijd dat het markt is. De opbrengst van dit recht mag niet hoger zijn dan de begrote kosten (100%).

Beleidslijn

•Uitganspunt hierbij is eveneens kostendekkendheid van de tarieven.

Keuzemogelijkheid

•Vrijheid bij de inrichting van deze belasting voor wat betreft de maatstaf, de tariefstelling en de mate van kostendekkendheid.

3.4 Overige mogelijke gemeentelijke belastingen

3.4.1 Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten

Deze belasting kan worden geheven over roerende woon- en verblijfruimten die duurzaam aan een plaats gebonden zijn en dienen voor permanente bewoning of gebruik. Voorbeelden van objecten zijn woonboten of caravans. De tarieven die worden gehanteerd moeten gelijk zijn aan de OZB-tarieven. Er is maar een beperkt aantal gemeenten die deze belasting gebruiken.

Waarom niet ingevoerd in Barneveld?

Woonboten zijn binnen Barneveld niet van toepassing en dit geldt ook voor de overige roerende woon- en verblijfsruimten. Daarnaast leidt invoering van deze belasting tot een aanzienlijke toename van de werkzaamheden en levert slechts een geringe meeropbrengst op.

3.4.2 Baatbelasting

De gemeente kan een baatbelasting instellen voor het heffen van onroerende zaken die gebaat zijn bij bepaalde gemeentelijke voorzieningen zoals bijv. de aanleg van riolering. Voordat een baatbelasting kan worden geheven besluit de raad eerst in welke mate aan de voorzieningen verbonden lasten door middel van baatbelasting zullen worden verhaald (het bekostigingsbesluit).

Waarom niet ingevoerd in Barneveld?

In het verleden is deze belasting toegepast bij het verhaal van kosten van de aanleg van riolering in het buitengebied. Deze belasting is juridisch vrij complex en de kans op het onverbindend verklaren van de verordening is vrij groot. Gemeenten gebruiken daarom vaak een privaatrechtelijke overeenkomst om de kosten te verhalen in plaats van een baatbelasting.

3.4.3 Reinigingsrechten

Reinigingsrechten kunnen worden geheven voor het genot van door de gemeente verstrekte diensten door het inzamelen van niet huishoudelijke afvalstoffen. Belastingplichtig is degene die gebruik maakt van de door de gemeente verleende diensten.

Waarom niet ingevoerd in Barneveld?

Het inzamelen van de niet-huishoudelijke afvalstoffen is geen overheidstaak. Eind 2005 is besloten om de inzameling van de niet-huishoudelijke afvalstoffen geheel over te laten aan de particuliere inzamelaars.

3.4.4 Havengelden

Havengelden worden geheven voor het gebruik van water, havens, kaden, sluizen, bruggen, dokken die in beheer of in onderhoud zijn van de gemeente of het genot van door de gemeente verleende havendiensten. Aangezien deze rechten niet van toepassing zijn voor onze gemeente is vermelding van deze rechten voldoende.

3.4.5 Vermakelijkheidsrechten

Deze rechten kunnen worden geheven voor het geven van vermakelijkheden waarvoor de gemeente voorzieningen heeft getroffen. Een vermakelijkheid is een gebeuren waarbij (mede) wordt beoogd het publiek amusement, verstrooiing, ontspanning of vermaak te verschaffen.

Waarom niet ingevoerd in Barneveld?

Bij vele vermakelijkheden is er in de meeste gevallen geen sprake van gebruik van gemeentelijke voorzieningen. Deze rechten worden om deze reden in de gemeente Barneveld niet geheven.

3.4.6 Precariobelasting

De precariobelasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Voorbeelden zijn terrassen en uithangborden.

Waarom niet ingevoerd in Barneveld?

Voor het gebruik van gemeentegrond voor bijv. terrassen wordt een vergoeding voor het gebruik van gemeentegrond in rekening gebracht (op privaatrechtelijke wijze). In het verleden is onderzocht of deze belasting kon worden toegepast voor uithangborden in het centrum. Dit werd niet zinvol geacht aangezien deze voorwerpen niet aanwezig waren op openbare bestemde gemeentegrond maar op particulier terrein.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.