Aanhef
De raad van de gemeente Barneveld;
gelezen het voorstel van het presidium nr. 24-25;
gelet op de artikelen 15, derde lid, 41c, tweede lid en 69, tweede lid van de Gemeentewet;
b e s l u i t :
vast te stellen de Gedragscode politieke ambtsdragers gemeente Barneveld:
Bij integriteit van politieke ambtsdragers (te weten: leden van de Gemeenteraad en leden van het College van Burgemeester en Wethouders) en raadscommissieleden zijn de volgende kernbegrippen leidend:
Dienstbaarheid: het handelen van een politieke ambtsdrager is altijd en volledig gericht op het belang van de gemeente en op de organisaties en burgers die daar onderdeel van uit maken.
Functionaliteit: het handelen van een politieke ambtsdrager heeft een herkenbaar verband met de functie die hij vervult in het bestuur.
Onafhankelijkheid: het handelen van een politieke ambtsdrager wordt gekenmerkt door onpartijdigheid, dat wil zeggen dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden.
Openheid: het handelen van een politieke ambtsdrager is transparant, opdat optimale verantwoording mogelijk is en de controlerende organen volledig inzicht hebben in het handelen van de politieke ambtsdrager en zijn beweegredenen daarbij.
Betrouwbaarheid: op een politieke ambtsdrager moet men kunnen rekenen. Die houdt zich aan zijn afspraken. Kennis en informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt, wendt hij aan voor het doel waarvoor die zijn gegeven.
Zorgvuldigheid en respect: het handelen van een politieke ambtsdrager is zodanig dat alle organisaties en burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat belangen van partijen op correcte wijze worden afgewogen. Deze kernbegrippen zijn de toetssteen voor de volgende gedragsafspraken.
Verantwoordelijkheid: Politieke ambtsdragers zetten zich zowel als individu als collectief in om de integriteit te bewaken en te bevorderen