Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld;
gelet op de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder;
besluit:
vast te stellen de Beleidsregels Hogere Waarden Wet geluidhinder Barneveld 2009
3. BELEID VAN DE GEMEENTE BARNEVELD
Begrippen
Artikel 1
In aanvulling op de artikelen 1, 1a en 1b van de Wet geluidhinder en de artikelen 1.1 en 1.2 van het Besluit geluidhinder wordt in deze beleidsregels verstaan onder:
-Bronmaatregel: een maatregel aan de (geluids)bron die een geluidsreductie oplevert;
-Cumulatie: Het geluid van meerdere (geluids)bronnen beoordeeld op grond van artikel 1.5 van het Besluit geluidhinder;
-(Geluids)bron: Een (gezoneerde) weg, spoorweg of industrieterrein;
-Geluidsluwe zijde: De zijde van een gebouw met de laagste geluidsbelasting. Deze geluidsbelasting mag per bron niet hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde voor die bron;
-Geluidgevoelige bestemming: In aanvulling op het wettelijk bepaalde, de slaapvertrekken van een kinderdagverblijf;
-Buitenruimte: Een aan de buitenlucht grenzende open ruimte;
-HGW: Afkorting voor Hogere Grens Waarde;
-HGW procedure: De procedure die kan leiden tot de vaststelling van een hogere grenswaarde;
-Ontvanger: De positie (in plaats en hoogte) waarvoor de geluidbelasting wordt bepaald of beoordeeld;
-Voorkeurswaarde: De geluidsbelasting vanwege een gezoneerde weg van 48 dB, spoorweg van 55 dB of industrieterrein van 50 dB(A) zoals vastgelegd in de Wet geluidhinder;
-Woningen: gebouwen bestemd voor wonen, waaronder bejaarden-, verzorgings- en verpleeghuizen en daarnaast ook de slaapvertrekken van kinderdagverblijven.
Nieuwbouw woning en aanleg weg
Artikel 2
Een HGW procedure wordt gestart indien (zie ook artikel 110a, lid 5 Wet geluidhinder) op basis van akoestisch onderzoek is aangetoond dat de geluidsbelasting niet verlaagd kan worden tot de voorkeurswaarde door:
1Het treffen van bronmaatregelen, of;
2Het treffen van overdrachtsmaatregelen, of;
3Het vergroten van de afstand tussen bron en ontvanger.
Artikel 3
Een HGW procedure voor woningen kan alleen worden gestart indien ten minste aan één van de volgende criteria wordt voldaan:
1De woningen worden gesitueerd als vervanging van bestaande bebouwing.
2De gekozen bouwvorm of situering vervult een doelmatige functie als akoestische afscherming voor bestaande of nieuwe te bouwen geluidgevoelige bestemmingen.
3De woningen een open plaats opvullen tussen bestaande bebouwing.
4Het betreft een grond- of bedrijfsgebonden woning.
5Woningen zijn of worden in de omgeving van een station of halte gesitueerd.
6Woningen zijn in een uitbreidings-, stads- of dorpsvernieuwingsplan opgenomen.
Artikel 4
Een HGW procedure voor een woning kan alleen worden gestart indien deze woning ten minste één geluidsluwe zijde heeft.
Artikel 5
Een HGW procedure wordt alleen gestart indien een verklaring is toegevoegd dat de voorgenomen maatregelen om de geluidsbelasting te verlagen worden toegepast.
Artikel 6
Bij aanleg van een weg moet voldaan worden aan ten minste één van de volgende criteria:
1De weg moet een noodzakelijke verkeers- en vervoersfunctie vervullen.
2De weg moet een zodanig verkeersverzamelfunctie vervullen zodat de geluidsbelasting bij geluidgevoelige bestemmingen langs een andere (bestaande) weg zal dalen.
Artikel 7
Bij een geluidsbelasting groter dan 48 dB vanwege wegverkeer, 55 dB vanwege railverkeer of 50 dB(A)-etmaalwaarde vanwege industrielawaai, moet een woning ten minste één geluidsluwe zijde hebben. De buitenruimte(n) die als verblijfsruimte worden gebruikt moeten aan de geluidsluwe zijde zijn gesitueerd.
Artikel 8
Bij een geluidsbelasting groter dan 53 dB vanwege wegverkeer, 60 dB vanwege railverkeer of 55 dB(A)-etmaalwaarde vanwege industrielawaai, gelden de volgende woningindelingseisen:
1Verblijfsruimten moeten zoveel mogelijk aan de geluidsluwe zijde liggen.
2Ten minste één slaapkamer moet aan de geluidsluwe zijde liggen.
3Indien de woning beschikt over een buitenruimte, dan dient deze gelegen te zijn aan de geluidsluwe zijde. Het geluidsniveau in de buitenruimte mag niet meer dan 5 dB hoger zijn dan bij de geluidsluwe gevel. Deze eis geldt voor maximaal één buitenruimte per woning.
Artikel 9
Het gebruik van de zogenaamde "dove gevel" dient zoveel als mogelijk te worden vermeden. Daar waar dit niet anders kan, zal er voor de betreffende geluidsgevoelige bestemming tenminste altijd één geluidsluwe gevel aanwezig moeten zijn, terwijl ernaar gestreefd wordt het aantal "dove gevels" per woning tot maximaal één te beperken.
Artikel 10
Daar waar, in uitzonderlijke gevallen, niet voldaan kan worden aan het gestelde in de artikelen 4, 7, 8 en 11 kunnen burgemeester en wethouders besluiten om geen uitvoering te geven aan het gestelde in deze artikelen.
Cumulatie
Artikel 11
Er is geen sprake van een onaanvaardbare geluidhinder indien voldaan wordt aan de volgende drie punten:
1Per geluidbron moet voldaan worden aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting, zoals toelaatbaar volgens de Wet geluidhinder.
2Bij de realisatie van een geluidgevoelig gebouw, moet voldaan worden aan de eisen uit het Bouwbesluit ten aanzien van de karakteristieke geluidwering van de gevels, waarbij voor de geluidbelasting wordt uitgegaan van de gecumuleerde geluidbelasting overeenkomstig de methode van het "Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006".
3Er moet minimaal 1 geluidluwe gevel zijn ten gevolge van alle geluidbronnen.
Artikel 12
Bij cumulatie wordt de vereiste gevelisolatie (= karakteristieke geluidwering volgens Bouwbesluit) berekend met gecumuleerde geluidniveaus. Van deze vereiste gevelisolatie kan zo nodig gemotiveerd worden afgeweken.
Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 13
Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als: Beleidsregels Hogere Waarden Wet geluidhinder Barneveld 2009.
Artikel 14
Deze beleidsregels treden de dag na publicatie in werking en werken terug tot en met 10 juni 2010.