Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de burgeragendering Barendrecht 2024

Gemeente Barendrecht · geldt sinds 22 oktober 2024

Aanhef

De raad van de gemeente Barendrecht;

overwegende, dat de mogelijkheid voor burgers om onderwerpen ter bespreking op de agenda van de raad(scommissie) te plaatsen kan bijdragen tot een grotere betrokkenheid en invloed op het besluitvormingsproces door de gemeenteraad;

gelet op artikel 108, artikel 147 en artikel 149 Gemeentewet;

besluit:

tot vaststelling van de Verordening op de burgeragendering Barendrecht 2024.

Artikel 1 Definities

Deze verordening verstaat onder:

•burgemeester: de burgemeester van Barendrecht;

•burgeragendering: een verzoek van een initiatiefgerechtigde om een onderwerp ter bespreking op de agenda van de raadscommissie te plaatsen;

•college: het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht;

•griffier: de op grond van artikel 107 Gemeentewet door de raad benoemde functionaris of diens plaatsvervanger;

•initiatiefgerechtigde: iedereen die op grond van deze verordening een verzoek kan indienen;

•initiatiefnemer: een initiatiefgerechtigde(n) die een verzoek tot een burgeragendering indien(en)t;

•raad: de gemeenteraad van Barendrecht;

•raadscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet;

•verzoek: het verzoek tot een burgeragendering;

•voorzitter: de voorzitter van de raad.

Artikel 2 Indienen ontvankelijk verzoek

1De initiatiefnemer dient zijn verzoek via de griffie schriftelijk in bij de raad.

2De raad neemt een burgeragendering in behandeling, indien daartoe door een initiatiefgerechtigde een ontvankelijk verzoek is ingediend.

3Een verzoek is niet ontvankelijk indien het:

a.een onderwerp als bedoeld in artikel 4 lid 1 betreft, of

b.niet voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 3, artikel 4 lid 2, artikel 5.

Artikel 3 Wie kan een verzoek indienen?

1Een verzoek kan worden ingediend door:

a.Iedereen die kiesgerechtigd is voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Barendrecht;

b.Inwoners van de gemeente Barendrecht van 12 jaar en ouder die met uitzondering van hun leeftijd voldoen aan de vereisten voor het kiesrecht voor de leden van de gemeenteraad (Kieswet, artikel B3).

2Voor de beoordeling of iemand voldoet aan voornoemde voorwaarde, is de situatie op de dag van indiening van het verzoek als bedoeld in artikel 2 lid 1 bepalend.

Artikel 4 Waar kan een verzoek niet over gaan?

1Een burgeragendering kan geen betrekking hebben op:

a.een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van de raad;

b.gemeentelijke procedures of de gemeentelijke organisatie;

c.een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht;

d.een bezwaar of openstaande bezwaarprocedure in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het gemeentebestuur;

e.vaststelling en wijziging van de gemeentelijke begroting en onderliggende begrotingen;

f.gemeentelijke belastingen en tarieven;

g.individuele kwesties, zoals benoemingen, schorsingen, kwijtscheldingen of schenkingen, geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers dan wel hun nagelaten betrekkingen of hun rechthebbenden.

a.Een verzoek met een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van de raad, maar wel valt onder de bevoegdheid van het college of de burgemeester, wordt ter behandeling doorgezonden aan het college respectievelijk de burgemeester.

b.Het college of de burgemeester zal inhoudelijk schriftelijk reageren op het verzoek richting de initiatiefnemer en de raad hierover informeren.

Artikel 5 Hoe ziet een burgeragendering er uit?

1Het verzoek tot een burgeragendering bevat ten minste:

a.een nauwkeurige beschrijving van het onderwerp;

b.een aanleiding en een doel van bespreking en wat de bespreking volgens de initiatiefnemer zou moeten opleveren;

c.de achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum en de handtekening van de initiatiefnemer;

d.een lijst met de voornamen, achternamen, adressen, geboortedata en handtekeningen van de initiatiefgerechtigden die het verzoek ondersteunen.

2Een burgeragendering wordt ten minste ondersteund door 50 initiatiefgerechtigden.

3Met inachtneming van het bepaalde in artikel 5 lid 1 sub d kunnen initiatiefgerechtigden zowel via elektronische weg, zoals de website www.petities.nl, als schriftelijk de benodigde steunbetuigingen indienen. Beide wegen mogen naast elkaar benut worden.

Artikel 6 Procedure behandeling burgeragendering

1De raad beslist binnen 4 weken na ontvangst van het verzoek of het verzoek tot burgeragendering voldoet aan de ontvankelijkheidsvereisten als bedoeld in artikel 2 lid 2 en bericht de initiatiefnemer(s) hierover.

2Indien het verzoek tot burgeragendering ontvankelijk is, wordt het verzoek op de agenda van de eerstvolgende toepasselijke raadscommissie geplaatst, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds is verzonden. In dit laatste geval wordt het verzoek op de agenda van de daarop volgende toepasselijke raadscommissie geplaatst.

3Een burgeragendering wordt op de lijst van ingekomen stukken van de raad geplaatst. De raad heeft het recht om een niet-ontvankelijk verklaarde burgeragendering met opgaaf van argumenten via de griffier terug te sturen naar de initiatiefnemer(s).

4De initiatiefnemer(s) krijgt/krijgen in de raadscommissie de gelegenheid de burgeragendering ter verdere bespreking aan te bieden aan de raadscommissie en het gedurende 5 minuten toe te lichten.

5Vervolgens debatteert de raadscommissie over de burgeragendering en vormt een oordeel.

6Het college kan desgewenst voorafgaand aan de behandeling van de burgeragendering in de raadscommissie, zijn mening omtrent de burgeragendering aan de raad kenbaar maken.

7In een raadscommissie wordt de burgeragendering oriënterend besproken. De initiatiefnemer(s) wordt/worden uitgenodigd de commissievergadering bij te wonen. Aan het college kunnen aanvullende vragen worden gesteld, zowel schriftelijk vooraf als tijdens het debat, om de mening van het college, zoals bij artikel 6.6 beschreven nader toe te lichten.

8Na bespreking van de burgeragendering concludeert de raadscommissie wat de bespreking heeft opgeleverd en de eventuele opvolging.

9Mocht er een praktisch vervolg uit de beraadslaging komen dan wordt aan initiatiefnemer(s) een expliciete rol gegeven in het vormgeven van de verdere uitwerking van de burgeragendering.

10De griffier is contactpersoon voor de initiatiefnemer(s) en houdt hen op de hoogte van de ontwikkelingen betreffende de burgeragendering.

Artikel 7 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt op de dag na die van bekendmaking in werking.

Artikel 8 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening op de burgeragendering Barendrecht 2024”.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.