Aanhef
Het College van Burgemeester en Wethouders stelt de volgende regeling vast.
2. Handhaving van openbare inrichtingen
1. Vergunningen
Het spreekt voor zich dat de vergunningen die noodzakelijk zijn bij openbare inrichtingen op orde en aanwezig moeten zijn. Hierop wordt gecontroleerd. Wanneer er geen vergunningen aanwezig zijn mag niet worden geëxploiteerd. Uitzondering zijn gevallen waarbij de exploitatie wordt beëindigd en wordt voortgezet door een nieuwe exploitant. Op basis van een tijdelijke vergunning mag de exploitatie worden voortgezet (zie de beleidsregel in paragraaf 4.5).
2. Wanneer, welke maatregel?
Indien door de exploitatie van een openbare inrichting de openbare orde of het woon- en leefklimaat wordt aangetast, kan de burgemeester een bestuurlijke maatregel treffen. Deze maatregel kan onder meer bestaan uit:
een sluiting voor een onbepaalde tijd of een sluiting voor een bepaalde tijd;
het intrekken van de exploitatievergunning;
het niet in gebruik nemen van bij een openbare inrichting behorende openbare plaats (terrassen).
Ongeacht de maatregel waarvoor gekozen is, gaat het er om op die wijze de openbare orde te laten herstellen, de vrees voor herhaling te laten afnemen en de exploitant in de gelegenheid te stellen maatregelen te nemen om herhaling van de incidenten te voorkomen. Ook het inzetten van instrumenten als bestuursdwang en het opleggen van een dwangsom zijn mogelijk.
Voor een adequate bestuurlijke reactie na incidenten in een openbare inrichting en het doorstaan van een eventueel juridisch natraject, is een goed dossier essentieel. De politie levert zo spoedig mogelijk na een incident aan de gemeente de relevante informatie aan op basis waarvan de burgemeester een passende bestuurlijke maatregel kan nemen. In hoofdstuk 4 van deze notitie is opgenomen welke maatregel wanneer passend is.
3. Samenwerking
Bij handhaving van openbare inrichtingen worden onder meer integrale handhavingsacties uitgevoerd. Tijdens deze acties worden openbare inrichtingen bezocht door een team bestaande uit medewerkers van diverse diensten. Betrokken partners/diensten kunnen zijn: de politie (horecataken, bijzondere wetten, vreemdelingen), de UWV, de Belastingdienst, de DCMR Milieudienst Rijnmond, de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond (VRR), Eneco of Youlz, bouw- en woningtoezicht, gemeentelijk opsporingsambtenaren BOA’s, Arbeidsinspectie, de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit en de Douane.
4. Dossieropbouw/informatie-uitwisseling
Er kunnen in relatie tot horeca verschillende klachten worden onderscheiden. Een deel van de klachten betreft geluidshinder. Het is van groot belang serieus om te gaan met dit soort klachten. De DCMR Milieudienst Rijnmond is verantwoordelijk voor het verrichten van metingen bij aanhoudende geluidsoverlast binnen inrichtingen (Wet Milieubeheer). De gemeentelijke organisatie is primair verantwoordelijk voor de coördinatie van horecaklachten. De DCMR, de VRR en de politie dienen de bij controle, naar aanleiding van klachten, gesignaleerde feiten te registreren en aan de gemeente toe te zenden.
5. Handhavingslast voor exploitanten van openbare inrichtingen
Integrale handhaving betekent voor de ondernemers minder tijdsbelasting. De handhavingsfrequentie hangt mede af van constateringen die zijn gedaan tijdens de acties. Door de gemeente wordt een Horecahandboek voor alle ondernemers ter beschikking gesteld. Dit handboek is een verzamelmap waarin alle vergunningen en ontheffingen kunnen worden opgeborgen. Het handboek moet in de inrichting aanwezig zijn, zodat toezichthouders bij controles in één oogopslag zien welke vergunningen er voor de openbare inrichting zijn verleend. Wanneer een ondernemer zijn bedrijfsvoering administratief op orde en direct beschikbaar heeft, duurt een integrale handhavingsactie wanneer alles in orde is, ongeveer 20 minuten.
3. Uitgangspunten handhaving openbare inrichtingen
3.1 Inleiding
6. Bevoegdheidverdeling
eenduidige mandatering
7. Toezicht
risicovolle bedrijven/gebouwen minimaal eenmaal per jaar controleren
preventief toezicht is noodzakelijk
prioriteitstelling toezicht door bevoegd orgaan
goede registratie klachten en signalen van burgers en andere diensten
bij kernvoorschriften (veiligheid, overlast, openbare orde) in beginsel tweesporenbeleid (bestuurs- en strafrecht)
8. Optreden tegen overtreding
goede afstemming vergunningverlening en handhaving
niet ongeclausuleerd gedogen in afwachting van bestemming/vergunning
bij de constatering van overtreding van niet-kernvoorschriften kan overleg plaatsvinden met de toezichthouders/vergunningenverleners om binnen een te stellen termijn, de overtreding op te heffen
bij oplegging sanctie rekening houden met uitvoerbaarheid
9. Uitvoeren sanctie
bij toepassing bestuursdwang kosten verhalen op overtreder
verbeurde dwangsommen worden ingevorderd
10. Handhavingsniveau
gewenst handhavingsniveau wordt per inrichting bepaald aan de hand van ervaringscijfers
11. Organisatorische aspecten handhaving
heldere scheiding vergunningverlening en handhaving
beleidskaders afstemmen tussen de diensten
handhaving afstemmen: informeren, signaaltoezicht vormgeven of inzetten gezamenlijke handhavingteams
voorlichting branchegericht organiseren
signalen vanuit de branche integraal oppakken
Hoofdstuk 4. Handhavingarrangement
4.3 Bestuurlijke maatregel
12. Stapelen maatregelen
Het achtereenvolgens plegen van verschillende in deze notitie genoemde overtredingen kan leiden tot het overslaan van bepaalde beschreven stappen in de overheidsreactie op afzonderlijke overtredingen.