Bijlage 1: Wettelijk kader (uitgebreid)
Omgevingswet
De Omgevingswet bevat regels voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Daaronder vallen onderwerpen als natuur en milieu, maar ook water, wonen, infrastructuur en de inrichting van de buitenruimte. Naast de wet zelf zijn ook een viertal Besluiten belangrijk, te weten het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). In de laatste twee besluiten staan regels voor bedrijven & burgers en staat beschreven hoe het zit met bijvoorbeeld vergunningen. Momenteel wordt binnen de gemeente gewerkt aan de Verordening fysieke leefomgeving (Vfl). Details met betrekking tot het groen zijn op het moment van schrijven van dit plan nog niet bekend.
De nieuwe Omgevingswet moet zorgen voor minder en duidelijkere regels en tegelijk voor meer samenhang in de benadering van de fysieke leefomgeving. Doordat er meerdere vergunningstelsels aan de omgevingsvergunning worden toegevoegd, kunnen initiatiefnemers voor alle relevante wetgeving terecht bij één loket. Lokaal gaat de wet voor meer afwegingsruimte en flexibiliteit zorgen. Zo mag een gemeente zelf ruimere of strengere regels stellen en dus individueel maatwerk bieden aan gebruikers van de leefomgeving. Als gemeente pas je deze regels zelf aan zodat ze aansluiten bij de lokale situatie.
De datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet is 1 januari 2024.
Omgevingsvisie
De Structuurvisie van de provincie Zuid-Holland is recent vervangen door de Omgevingsvisie (Omgevingsvisie Zuid-Holland (ruimtelijkeplannen.nl)). Hierin staat de visie op de ruimtelijke ordening met relevante trends & ontwikkelingen en de belangen van de provincie waaronder klimaatbestendigheid, ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ruimtegebruik.
Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV)
Voor de opzet en inhoud van de begroting en jaarrekening gelden wettelijke eisen die zijn vastgesteld in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Uitgangspunt van het BBV is dat de begroting en jaarstukken allereerst voldoen aan de informatiebehoefte van de gemeenteraad. Dit is ook van toepassing op het groenbeheer. Groen is namelijk een van de genoemde kapitaalgoederen in artikel 12 BBV.
Wet natuurbescherming
Volgens de Wet natuurbescherming mag er geen schade worden toegebracht aan vogels en andere beschermde dieren of planten bij werkzaamheden in de buitenruimte. Het bevoegd gezag voor de Wnb is de provincie waar het project of de handeling plaatsvindt; ontheffingsaanvragen voor Zuid-Holland lopen via Omgevingsdienst Haaglanden. Om te voorkomen dat voor alle groenwerkzaamheden apart ontheffingen moeten worden aangevraagd, kan gewerkt worden conform vastgestelde gedragscodes (Gedragscodes natuurbescherming (rvo.nl)).
Burgerlijk wetboek
Naast de algemene zorgplicht vanuit de Wnb geldt ook een zorgplicht voor eigenaren van bomen. De oorsprong van deze zorgplicht ligt in artikel 6.162 Burgerlijk wetboek (onrechtmatige daad). Deze zorgplicht betekent dat de boomeigenaar zijn boom regelmatig moet (laten) inspecteren en onderhouden ten behoeve van de veiligheid.
Europese verordening ‘Invasieve Uitheemse soorten’ en Europese Unielijst invasieve exoten
Een exoot is een plant, dier of ander organisme dat van nature niet in Nederland voorkomt. Als een soort schadelijk is voor de natuur noemen we ze invasieve exoten. Voorbeelden zijn Japanse duizendknoop en reuzenberenklauw. Per 2 augustus 2022 telt de Unielijst zo’n 90 soorten. De provincies zijn verantwoordelijk voor de aanpak van de invasieve exoten die op de Unielijst staan (bijlage 10 van de Regeling natuurbescherming). Uitgezonderd een aantal soorten waarvoor het ministerie van LNV verantwoordelijk is. Van belang voor gemeenten:
•Als een soort op de Unielijst staat, is het verboden deze te verhandelen, kweken, vervoeren of importeren;
•Verplicht om in de natuur aanwezige populaties op te sporen en te verwijderen. Als dat niet lukt, moet de populatie zodanig beheerd worden dat verspreiding en schade zoveel mogelijk wordt voorkomen.
Bijlage 3: Inspectie huidige kwaliteit groen Barendrecht
Voor het opstellen van dit groenbeheerplan heeft DG Groep in oktober 2022 een quickscan gedaan op diverse beeldmeetlatten van de CROW. Ook de gemeente zelf doet inspecties van de openbare ruimte via bureau Cyber. Voor de technische staat van het groen zijn in september 2022 door Cyber enkele beeldmeetlatten meegenomen in hun inspectie. In totaal bepaalden we op basis van 346 waarnemingen op 8 beeldmeetlatten het huidige kwaliteitsbeeld. De gewenste kwaliteit in Barendrecht is B-niveau (betekent dat de scores A+, A en B samen hoger zijn dan 90%).
Bron: Gecombineerde resultaten schouw Cyber en quickscan DG Groep (de beheergroepen met een * zijn alleen door DG Groep beoordeeld).
Het volgende valt op:
•Gemiddeld voldoet de technische staat van de geïnspecteerde Barendrechtse beplanting aan de gewenste ambitie (beeldkwaliteit B);
•Beplanting is weinig beschadigd (beeldkwaliteit A);
•De technische staat van heesters (kaal oppervlak) is lager dan de ambitie. 22% van de vakken is onder niveau waarvan circa 7% ernstig (beeldkwaliteit D);
•De beeldkwaliteit van de vaste planten is lager dan de gewenste kwaliteit. Oorzaak is de slechte staat van het Rosarium in het Riederpark (staat inmiddels op de vervangingsplanning).
Inboeten of renoveren zijn maatregelen om de betreffende vakken op het gewenste niveau te krijgen. Het is duidelijk dat voor een deel van de heestervakken renovatie onvermijdelijk is. Omdat in deze inspecties niet alle plantvakken zijn bekeken, is in de kostenraming het renovatie-areaal geschat (afgestemd met de groenbeheerder en toezichthouders).
Bijlage 4: Toelichting beheer- & onderhoudsactiviteiten en begrotingsposten
Beheer betreft alle onderhoudsactiviteiten die nodig zijn om het bestaande groen in stand te houden, inclusief vervanging aan het einde van de levensduur. We maken daarbij onderscheid in:
Regulier (dagelijks onderhoud/hoogfrequent)
Onderhoudsmaatregelen die één of meerdere keren per jaar worden uitgevoerd om het groen gedurende de levensduur in goede staat te houden. Dit omvat zowel verzorgend onderhoud als zwerfafval verwijderen en onkruid beheersen (schoffelen). Maar ook technisch onderhoud zoals het maaien van gras, scheren van hagen, verwijderen van overhangende takken of stam¬opschot. Ook het serviceonderhoud en afhandelen van klachten en meldingen is een onderdeel van regulier onderhoud.
Cyclisch (groot onderhoud/laagfrequent)
Periodiek onderhoud dat met een cyclus van meerdere jaren wordt uitgevoerd om het groen te begeleiden in de ontwikkeling en duurzaam & vitaal in stand te houden. Bijvoorbeeld snoeien van bomen, snoeien/terugzetten van heesters, dunnen van bosplantsoen, herstel gazons, inboet, bestrijden ziekten en plagen etc.
Vervanging
Vervanging is het één op één vervangen van het groen aan het eind van de technische levensduur. Daarnaast worden bomen vervangen als gevolg van boomveiligheidscontroles en ziekten.
In de begroting staan de volgende beheer- en onderhoudsbudgetten (fcl/ecl):
Openbaar groen dagelijks (regulier en cyclisch) – budget 656005/343160
Dagelijks onderhoud bomen (regulier en cyclisch) – budget 656002/343100 en 656002/343402
Openbaar groen beplanting (vervanging) – budget 656000/343160 en 656000/343402
Planmatig onderhoud bomen (vervanging) – budget 656001/343100
Bijlage 5: Streefbeelden
Door gebruik te maken van de streefbeelden, maken we zichtbaar hoe we de inrichting van de groene buitenruimte voor ons zien. Voor verschillende groentypen hebben we streefbeelden ontwikkeld (beschrijving van het groentype en de benodigde maatregelen om het gewenste (eind)beeld te realiseren).
Bomen
Een boom is een houtig gewas met enkele, stevige, houtige en zich secundair verdikkende, overblijvende stam die zich op zekere hoogte boven de grond vertakt met een of meerdere stammen. Geplant in een boomspiegel of boomkrans omringd door verharding (asfalt-, elementen- of halfverharding), in beplanting, gazon of ruw/kruidenrijk gras.
Eindbeeld
Boom met aanvaard boombeeld waarbij de omgeving voorwaarden stelt aan het eindbeeld en waarbij een takvrije zone of een takvrije stam wordt voorgeschreven.
Snoeiwijze
Begeleidingssnoei -> snoei in de tijdelijke kroon totdat beoogde opkroonhoogte is bereikt (tijdig opkronen en voorkomen van te dikke takken)
Onderhoudssnoei -> gericht op het duurzaam behoud van de blijvende kroon zonder probleemtakken
Toepassing
Als laanbeplanting aan een of beide zijden van de weg (herkenbare linten), in groepen of als solitair.
Functie
Dragen (groen)structuur, verbeteren woonkwaliteit, bevorderen biodiversiteit, vergroten sierwaarde en bijdragen klimaatadaptatie.
Boomspiegel
Bedekking onkruid per boomspiegel: <20% (A-kwaliteit) en <30% (B-kwaliteit)
Hoogte gazon rondom boom: <75 mm (A-kwaliteit) en <120 mm (B-kwaliteit)
Bosplantsoen
Bosplantsoen is hoog opgaande beplanting van inheemse houtige gewassen met struik- en boomvormers die extensief wordt beheerd. Soms in smalle stroken, maar bij voldoende ruimte opgebouwd uit een zoom-mantel-kern. De onderbegroeiing bestaat voornamelijk uit schaduwminnende beplanting.
Afhankelijk van de gekozen beheermethode kan bosplantsoen zicht ontwikkelen tot verschillende eindbeelden waaronder struweel, hakhout, bomensingel of bos.
Eindbeeld
Inheemse struiken zonder bomen (struweel), meerstammige bomen (hakhout), bomen met onderbeplanting (bomensingel) of hoog opgaande bomen (bos)
Snoeiwijze
Snoei is gericht op begeleiden van bosplantsoen naar volle wasdom in gevarieerde samenstelling (snoeien voor de veiligheid en dunnen/verwijderen boomvormers is afhankelijk van het gewenste eindbeeld).
Toepassing
Verkeersbegeleiding langs wegen en/of fietspaden; natuurlijke overgang tussen open landschap en bebouwing; robuuste groenelementen in parken en buitengebieden.
Functie
Dragen (groen)structuur, verbeteren woonkwaliteit, bevorderen biodiversiteit, versterken ecologische waarde en bijdragen klimaatadaptatie.
Beplantingen
Afzetbeplanting: voornamelijk monocultuur struikbeplanting en heesters met zowel een halfhoge en/of bodembedekkende groeiwijze (hoogte varieert van 25 – 125 cm.)
Sierplantsoen: sierheesters (monocultuur of gemengd) met zowel een halfhoge als opgaande groeiwijze (hoogte varieert van 50 – 250 cm.)
Heesterrozen: monocultuur van rozenbeplanting met zowel een kruipende als opgaande groeiwijze (hoogte varieert van 25 – 100 cm.)
Vaste planten: planten die langer dan twee jaar leven, in het voorjaar uitlopen, in de zomer bloeien, in de herfst afsterven terwijl wortels overblijven om weer in het voorjaar uit te lopen.
Snoeiwijze
De snoei is gericht op het verkrijgen van een gesloten en/ of bodembedekkende beplanting (afzetbeplanting), op het verkrijgen van een continu beeld, bloei en/ of vruchtdracht (verjongingssnoei sierplantsoen) of op het bevorderen van de bloei (heesterrozen). Vaste planten worden 1x per jaar afgeknipt of gemulcht om hergroei te bevorderen.
Toepassing
Verkeersbegeleiding langs wegen en/of fietspaden; natuurlijke overgang tussen open landschap en bebouwing; robuuste groenelementen in woonwijken, parken, bedrijventerreinen en buitengebieden.
Functie
Zorgen voor afscheiding, aankleden openbare ruimte, verbeteren woonkwaliteit, bevorderen biodiversiteit, versterken ecologische waarde en bijdragen klimaatadaptatie.
Beeldkwaliteit
Kaal oppervlak: <5% per 100 m² (A-kwaliteit) en <10% per 100 m² (B-kwaliteit)
Bedekking onkruid beplantingsvak: <20% (A-kwaliteit) en <30% (B-kwaliteit)
Hagen
Lijnvormige beplanting die aan de bovenkant en zijkant(en) wordt geknipt/geschoren in de diverse breedtes (haag tot 1,20 meter – blokhaag van 1,20 tot 2,50 meter) en hoogtes (tot 3,00 meter).
Eindbeeld
Een strakke lijn van beplanting.
Snoeiwijze
De snoei is gericht op het verkrijgen van een strakke en gesloten lijnvormige beplanting (knipfrequentie is afhankelijk van locatie en structuurgebied).
Toepassing
Verkeersbegeleiding langs wegen en/of fietspaden; harde overgang tussen open landschap en bebouwing; lijnvormige groenelementen in woonwijken en op bedrijventerreinen.
Functie
Zorgen voor afscheiding, bijdragen aan structuur in de openbare ruimte, bevorderen biodiversiteit, versterken ecologische waarde en bijdragen klimaatadaptatie.
Beeldkwaliteit
Gaten in de haag: weinig (A-kwaliteit) en beperkte mate (B-kwaliteit)
Bedekking onkruid haagvoet: <20% (A-kwaliteit) en <30% (B-kwaliteit)
Klimplanten
Wintergroene of bladverliezende planten die ondersteuning nodig hebben om omhoog te groeien. Zelfhechtende soorten klimmen door middel van hechtworteltjes aan de nieuwe uitlopers. Rankende klimplanten draaien ergens omheen en hebben ondersteuning nodig van een rek of voorgespannen staaldraden (wanneer ze niet worden ondersteund, nemen ze een kruipende groeivorm aan.
Eindbeeld
Afhankelijk van plantsoort, groeiplaats en ondersteuningsconstructie.
Snoeiwijze
Knippen/scheren/leiden/vlechten (afhankelijk van eindbeeld).
Toepassing
Meestal ingezet om gevels te vergroenen of elementen aan het zicht te onttrekken.
Functie
Zorgen voor afscherming, vergroenen van gevels, bevorderen biodiversiteit, versterken ecologische waarde en bijdragen klimaatadaptatie.
Gras
Een kruidachtige begroeiing op zowel vlak als talud die –afhankelijk van de functie– intensief of extensief wordt gemaaid.
Eindbeeld
Is afhankelijk van functie, maaiwijze en –frequentie. Gazon wordt intensief gemaaid, ruw gras 1x-5x per jaar geklepeld (maaisel blijft liggen) en kruidenrijk gras maximaal 2x per jaar gemaaid (maaisel wordt afgevoerd).
Toepassing
Ruimte en openheid in de woonwijken en het landschap, langs wegen/fietspaden en op bedrijventerreinen.
Functie
Mogelijkheden voor verblijven, recreëren en spelen, creëren van ruimte en openheid, bevorderen biodiversiteit, versterken ecologische waarde en bijdragen klimaatadaptatie.
Beeldkwaliteit
Maaifrequentie gazon: 30x per jaar (A-kwaliteit) en 22x per jaar (B-kwaliteit)
Kaal oppervlak gazon: <2% per 100 m² (A-kwaliteit) en <5% per 100 m² (B-kwaliteit)
Bijlage 6: Toelichting normkosten
Normkosten worden opgesteld om een indicatie te kunnen geven van de beheerkosten van het gemeentelijke groen. Bij het opstellen van normkosten gaat men uit van werkpakketten met de meest voorkomende werkzaamheden. Er worden IMAG-normen (Instituut voor Milieu en AGritechniek) gebruikt om tot een tijdsindicatie van de werkzaamheden te komen. Met marktconforme uurtarieven (GWW/Archidat) worden dan de normprijzen berekend.
Er wordt gewerkt met gemiddelden om een totaalbeeld van een beheergroep te geven.
Voorbeeld: de kosten van het snoeien van bomen zijn afhankelijk van de boomhoogte/boomsoort. Dit is terug te zien in de inschrijfstaten van de aannemer die per type boom en snoeiwerk een prijs afgeeft. Zo gedetailleerd zijn normprijzen meestal niet. Wel wordt vaak onderscheid gemaakt in de locatie van een boom. Een boom in verharding heeft een ander werkpakket dan een boom in gras.
Ter illustratie twee werkpakketten:
Boom in verharding – dagelijks onderhoud
Boom in gras – dagelijks onderhoud
Controles (algemeen, boomveiligheid e.d.)
NTO en trekproef
NEN Inspectie
Waterlot/opschot verwijderen
Snoeien (met hoogwerker)
Kanten boomspiegel steken
Boomspiegel onkruidvrij maken
Klachtafhandeling
Stormschade ruimen
Controles (algemeen, boomveiligheid e.d.)
NTO en trekproef
NEN Inspectie
Waterlot/opschot verwijderen
Snoeien (met hoogwerker)
Maaien gras rondom bomen
Klachtafhandeling
Stormschade ruimen
Met normprijzen wordt een beeld verkregen van de totale beheerkosten van het groenonderhoud. De normprijzen zijn niet zomaar vergelijkbaar met inschrijfprijzen van een aannemer. De normprijzen zijn immers theoretische prijzen gebaseerd op het daadwerkelijke werk. Een vergelijking van prijzen kan alleen plaatsvinden als de onderliggende werkpakketten per beheergroep in detail worden vergeleken. Het kan zijn dat de aannemer zijn tarieven op activiteiten aanpast om met een goede prijs te kunnen komen, dat kan een vertekend beeld geven.
Voor dit beheerplan is het normkostenmodel van DG Groep gebruikt om tot een aangepast ‘eigen’ kostenmodel te komen. De werkpakketten zijn op onderdelen aangepast voor de Barendrechtse situatie en in meer detail uitgewerkt om ze te laten aansluiten op het onderhoudsbestek.
Bijlage 7: Werkpakketten
Werkpakketten bomen
Boom in gazon – kwaliteitsniveau B
Maatregel
Bewerkingspercentage (%)
Frequentie (per jaar)
Boomveiligheidscontrole
40
1
Controle boomvoorzieningen
5
1
NEN inspectie
33
1
NTO en trekproef
0,1
1
Schoffelen boomspiegel
25
5
Opschot verwijderen
30
1
Kanten steken boomspiegel
100
2
Snoeien met hoogwerker
75
0,2
Waterlot verwijderen
50
1
Boom in ruw gras/kruidenrijk gras – kwaliteitsniveau B
Maatregel
Bewerkingspercentage (%)
Frequentie (per jaar)
Boomveiligheidscontrole
40
1
Controle boomvoorzieningen
5
1
NEN inspectie
33
1
NTO en trekproef
0,1
1
Maaien gras rondom boom
100
9
Opschot verwijderen
30
1
Snoeien met hoogwerker
75
0,2
Waterlot verwijderen
50
1
Boom in beplanting – kwaliteitsniveau B
Maatregel
Bewerkingspercentage (%)
Frequentie (per jaar)
Boomveiligheidscontrole
40
1
Controle boomvoorzieningen
5
1
NEN inspectie
33
1
NTO en trekproef
0,1
1
Opschot verwijderen
30
1
Snoeien met hoogwerker
75
0,2
Waterlot verwijderen
50
1
Boom in verharding – kwaliteitsniveau B
Maatregel
Bewerkingspercentage (%)
Frequentie (per jaar)
Boomveiligheidscontrole
40
1
Controle boomvoorzieningen
5
1
NEN inspectie
33
1
NTO en trekproef
0,1
1
Schoffelen boomspiegel
70
10
Opschot verwijderen
30
1
Snoeien met hoogwerker
75
0,2
Waterlot verwijderen
50
1
Werkpakketten heesters
Afzetbeplanting – kwaliteitsniveau B
Maatregel
Bewerkingspercentage (%)
Frequentie (per jaar)
NEN inspectie
33
1
Schoffelen beplantingsvak
60
10
Uitharken/verzamelen onkruidresten
60
3
Inboet opnemen
100
1
Inboeten beplanting
2
1
Zwerfvuil ruimen
15
1
Terugzetten beplanting
100
1
Verzamelen en afvoeren snoeihout
10
1
Sierheesters – kwaliteitsniveau B
Maatregel
Bewerkingspercentage (%)
Frequentie (per jaar)
NEN inspectie
33
1
Schoffelen beplantingsvak
60
10
Uitharken/verzamelen onkruidresten
60
3
Inboet opnemen
100
1
Inboeten beplanting
2
1
Zwerfvuil ruimen
15
1
Terugzetten beplanting handmatig
75
0,33
Terugzetten beplanting machinaal
25
0,33
Verzamelen en afvoeren snoeihout
10
0,33
Heesterrozen – kwaliteitsniveau B
Maatregel
Bewerkingspercentage (%)
Frequentie (per jaar)
NEN inspectie
33
1
Schoffelen beplantingsvak
60
10
Uitharken/verzamelen onkruidresten
60
3
Inboet opnemen
100
1
Inboeten beplanting
2
1
Zwerfvuil ruimen
15
1
Terugzetten beplanting machinaal
100
0,33
Verzamelen en afvoeren snoeihout
10
0,33
Werkpakketten gras
Gazon – kwaliteitsniveau B
Maatregel
Bewerkingspercentage (%)
Frequentie (per jaar)
NEN inspectie
33
1
Slepen
60
1
Maaien met gazonmaaier
100
22
Afzoeken
100
1
Bijmaaien obstakels
100
8
Zwerfvuil ruimen
5
22
Ruw gras – kwaliteitsniveau B
Maatregel
Bewerkingspercentage (%)
Frequentie (per jaar)
NEN inspectie
33
1
Schouw flora en fauna
50
1
Maaien met klepelmaaier
100
6
Bijmaaien obstakels
5
6
Zwerfvuil ruimen
15
6
Kruidenrijk gras – kwaliteitsniveau B
Maatregel
Bewerkingspercentage (%)
Frequentie (per jaar)
NEN inspectie
33
1
Schouw flora en fauna
50
1
Maaien met maaibalk
100
1
Bijmaaien obstakels
5
1
Zwerfvuil ruimen
15
1
Bloemrijk gras – kwaliteitsniveau B
Maatregel
Bewerkingspercentage (%)
Frequentie (per jaar)
NEN inspectie
33
1
Schouw flora en fauna
50
1
Maaien met maaibalk
100
2
Wiersen
100
2
Afruimen
65
2
Bijmaaien obstakels
1
2
Zwerfvuil ruimen
15
1
Bijlage 8: Proces areaalwijzigingen en begroting
In zijn algemeenheid gaat het om verandering in areaal van de zogenaamde kapitaalgoederen zoals wegen, civiele kunstwerken, groen, speelvoorzieningen, riolering, oppervlaktewater etc. Het beheerareaal wijzigt door onderhoudswerk, herinrichting, nieuwbouw, bestemmingsplanwijzigingen, verkoop ed. Verandering kan zijn in aantal/areaal, toegepaste materialen en/of constructie.
Deze veranderingen zijn direct van invloed op de beheer- en onderhoudsbudgetten van de openbare ruimte. Als deze areaalwijzigingen niet worden verwerkt in de begroting, komen de beheer- en onderhoudsbudgetten niet meer overeen met het te beheren areaal. Dit leidt op termijn tot achteruitgang in kwaliteit en/of kapitaalsvernietiging.
Met behulp van onderstaande routekaart zorgen we ervoor dat de areaalwijzigingen in de begroting en het beheersysteem worden verwerkt.
Stappen
Activiteit
Actienemer
Instructie
1
Vaststellen
Toezichthouder/ directievoerder/ projectleider
•Vaststellen areaalwijziging bij oplevering
•Onderhoud eerste jaar na oplevering
2
Verwerken
Groenbeheerder/ kredietbeheerder
•Overdragen nieuw areaal aan beheerder na oplevering en onderhoudsjaar
3
Doorrekenen
Groenbeheerder/ kredietbeheerder
•Doorrekenen areaalwijziging (februari)
•Bepalen gewenste indexering
•Actualiseren benodigde beheer- en onderhoudsbudgetten
•Aanleveren gegevens Kadernota/Voorjaarsnota
4
Wijzigen begroting
Beleidsadviseur
•Aanleveren begrotingswijziging via P&C-cyclus
5
Areaalwijziging beheer en onderhoud
Groenbeheerder/ kredietbeheerder
•Verwerken areaalwijziging in het beheersysteem en beheerplan