Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Barendrecht 2026

Gemeente Barendrecht · geldt sinds 1 januari 2026

Aanhef

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barendrecht;

overwegende dat:

-deze beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Barendrecht 2026 een nadere uitwerking vormen van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Barendrecht 2026 en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en zijn hiermee onlosmakelijk verbonden;

gelet op Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en Verordening maatschappelijke ondersteuning 2026;

besluit vast te stellen de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Barendrecht 2026.

Inleiding

Deze beleidsregels zijn een verdere uitwerking van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Barendrecht 2026 en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Ze horen bij deze wet- en regelgeving en kunnen niet los daarvan worden gezien.

In de Wmo 2015 staat dat de gemeente verantwoordelijk is voor maatschappelijke ondersteuning. Ook moet de gemeente zorgen voor goede kwaliteit en het blijven bestaan van de voorzieningen.

Als een inwoner met een beperking niet voldoende zelfredzaam of niet goed mee kan doen in de samenleving, moet de gemeente ondersteuning bieden. Eerst wordt gekeken of de inwoner het probleem zelf kan oplossen, bijvoorbeeld met hulp van familie, vrienden of algemene voorzieningen. Als dat niet genoeg is, kan de gemeente een maatwerkvoorziening bieden.

Om goed te bepalen wat de inwoner nodig heeft, wordt een zorgvuldige procedure gevolgd. In deze procedure wordt gekeken wat de inwoner zelf kan doen, eventueel met gebruikelijke hulp, mantelzorg of hulp uit het sociaal netwerk. Daarna wordt bekeken of er een algemene of andere voorliggende voorziening is die kan helpen. Pas als al deze mogelijkheden niet voldoende zijn, kan een maatwerkvoorziening worden ingezet.

Hoofdstuk 6 Hulp bij het huishouden

6.4 Bij de inzet van maatwerkvoorziening Hulp bij het huishouden, onderscheiden we de navolgende diensten/producten:

6.4.1 Hulp bij het huishouden (licht)

Omschrijving

Als de cliënt vanwege beperkingen niet meer zelfredzaam is en er geen mogelijkheid is ondersteuning te krijgen op eigen kracht, kan hulp bij het huishouden (licht) toegekend worden.

Resultaatgebieden (limitatief)

1Schoon en leefbaar huis

2Wasverzorging

6.4.2 Hulp bij het huishouden (zwaar)

Omschrijving

Hulp bij het huishouden (zwaar) wordt ingezet voor een schoon en leefbaar huis bij inwoners die dit niet op eigen kracht of met behulp van iemand in het sociale netwerk kunnen realiseren, en die geen gebruik kunnen maken van Hulp bij het huishouden (licht) om dit te bereiken.

Resultaatgebieden (limitatief)

1Schoon en leefbaar huis

2Wasverzorging

3Boodschappen

4Maaltijden

6.4.3 Persoonlijke Dienstverlening

Omschrijving

Persoonlijke dienstverlening is geen losse vorm van hulp en kan alleen als arrangement in combinatie met Hulp bij het huishouden (zwaar) worden ingezet. Persoonlijke dienstverlening heeft als doel het behouden van regie over het huishouden, het aanleren van activiteiten en het samen uitvoeren van de activiteiten gericht op een schoon en leefbaar huis, wasverzorging, het doen van boodschappen en maaltijdenverzorging. Daarnaast kan de voorziening worden ingezet voor de verzorging van minderjarige kinderen die onderdeel uitmaken van het huishouden. Persoonlijke dienstverlening bestaat uit planbare zorg.

Resultaatgebieden (limitatief)

1Regie/organisatie, advies, instructie en voorlichting

2Kindzorg

Hoofdstuk 12 Intramurale en semimurale ondersteuning (Beschermd Wonen) 3 Overgenomen uit “Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Rotterdam 2025”. Intramurale, semimurale ondersteuning en maatschappelijke opvang worden door Rotterdam als centrumgemeente uitgevoerd.

12.1 Semimurale ondersteuning

12.1.1 Subdoelstellingen

Semimurale ondersteuning is gericht op Sociaal en persoonlijk functioneren en ondersteuning bij zelfzorg en gezondheid. De subdoelstellingen die vermeld staan in de beschrijving van deze twee Resultaatgebieden zijn daarom ook van toepassing op Resultaatgebied Semimurale ondersteuning.

Ten aanzien van het Sociaal en persoonlijk functioneren kan het gaan om doelen als:

-Het bieden van praktische ondersteuning;

-Het geven van feedback en/of het coachen van gedrag in sociale en thuissituaties;

-Het trainen van en coachen in (praktische) vaardigheden;

-Het bieden van pro-actieve ondersteuning tussen 7:00 uur en 23:00 uur (waaronder ook wordt verstaan het voorkomen van ongewenste situaties);

-Het bieden van structuur en regievoering;

-Het krijgen en/of behouden van huisvesting.

Ten aanzien van de ondersteuning bij zelfzorg en gezondheid gaat het om de doelen:

De Cliënt:

-is in staat zichzelf te verzorgen en de mate van verzorging vormt geen Belemmering voor Participatie in brede zin (sociaal, arbeidsmatig, etc.);

-heeft inzicht gekregen in/is zich bewust van zijn fysieke en psychische conditie en doet wat nodig is om deze te verbeteren;

-is toegeleid naar (O)GGZ) behandeling (inclusief Ondersteuning bij wachtlijstbemiddeling) en komt afspraken na die voortkomen uit deze behandeling;

-voelt zich ondersteund bij zijn (O)GGZ-behandeling en in zijn psychisch welbevinden voor en na de gesprekken met zijn behandelaar(s);

-maakt de nodige afspraken met zorgprofessionals (zoals huisarts, tandarts, medisch specialist) en komt deze na;

-is in staat om zelf medicatie te beheren (op tijd en volgens voorschrift);

-heeft inzicht gekregen in/is zich bewust van het belang van veilige seksuele contacten en het gebruik van voorbehoedsmiddelen;

-zorgt zelf of wordt ondersteund bij de zorg voor minderjarige kinderen die tot het huishouden behoren;

-heeft zijn middelengebruik onder controle en is eerlijk over zijn middelengebruik. Dit blijkt uit zijn/haar gedrag;

-heeft kennis over wat een gezonde maaltijd is (conform richtlijnen Voedingscentrum), maakt deze indien mogelijk zelf klaar en gebruikt deze op regelmatige tijden.

Semimurale Ondersteuning kan in vijf treden worden geboden. Binnen al deze treden wordt de ondersteuning geboden op doelen ten aanzien van sociaal en persoonlijk functioneren en ondersteuning bij zelfzorg en gezondheid.

De vijf treden zijn gebaseerd op de vereiste ondersteuningsbehoefte van een cliënt.

Bij het maken van een keuze voor een specifieke trede wordt ervanuit gegaan dat cliënten in een semimurale setting altijd de mogelijkheid moeten hebben om meerdere malen per dag korte geplande en ongeplande contactmomenten met de zorgverlener te hebben. Bijvoorbeeld om de cliënt te ondersteunen in de dagstructuur zoals op tijd opstaan, naar werk/dagbesteding gaan, boodschappen doen, op tijd naar bed gaan. Meerdere van deze korte momenten per dag hebben daarom geen effect op de keuze van een trede.

Als er bij dit soort situaties wel langere tijd nodig is om de cliënt verder te helpen, heeft dit wel effect op de keuze van de trede. Bijvoorbeeld als er wel langere tijd nodig is om de cliënt te ondersteunen bij het uit z’n bed komen, te ontbijten en naar het werk te gaan.

Ook eventuele collectieve activiteiten zoals gezamenlijk de maaltijd voorbereiden en gebruiken heeft geen invloed op de keuze voor een intensiteit. In alle treden wordt rekening gehouden met deze inzet.

12.1.2 Treden semimurale ondersteuning

Voor alle Treden geldt dat de semimurale setting en de daarbij behorende grote mate van nabijheid van begeleiding, op maximaal 10 minuten loopafstand, noodzakelijk is voor cliënt en dus een gegeven en voorwaarde is voor een semimurale indicatie.

Trede 1: Cliënt kan binnen de semimurale setting voor een deel van de tijd op het gebied van sociaal persoonlijk functioneren en zelfzorg en gezondheid zelfstandig functioneren en heeft daarom op deze resultaatgebieden, dankzij de semimurale woonsituatie, beperkt ondersteuning nodig. De cliënt heeft daarnaast soms niet planbare en niet uitstelbare ondersteuning/bijsturing nodig, voor langere tijd dan de kortdurende dagelijkse contactmomenten, om te voorkomen dat er een onverantwoorde situatie ontstaat voor de cliënt en/of diens omgeving. De frequentie van de langer durende geplande en niet geplande ondersteuning samen beperkt zich tot enkele keren per week.

Trede 2: Cliënt heeft binnen de semimurale setting bijna dagelijks ondersteuning nodig bij het sociaal en persoonlijk functioneren en bij zelfzorg en gezondheid. Cliënt heeft daarom regelmatig afspraken voor planbare ondersteuningsmomenten en heeft daarnaast een behoefte aan niet planbare en niet uitstelbare ondersteuning/bijsturing, beide langer durend dan de kortdurende dagelijkse contactmomenten. De frequentie van deze twee vormen van langer durende ondersteuning kan variëren, maar is gemiddeld zo’n één keer per dag.

Trede 3: Cliënt heeft zeer regelmatig ondersteuning nodig bij het sociaal en persoonlijk functioneren en bij zelfzorg en gezondheid. Cliënt heeft dagelijks afspraken voor planbare ondersteuningsmomenten en heeft daarnaast een behoefte aan niet planbare en niet uitstelbare ondersteuning/bijsturing, beide langer durend dan de kortdurende dagelijkse contactmomenten. De frequentie van deze twee vormen van langer durende ondersteuning kan variëren, maar is gemiddeld zo’n twee keer per dag.

Trede 4: Cliënt heeft gedurende de dag vaak ondersteuning nodig bij het sociaal en persoonlijk functioneren en bij zelfzorg en gezondheid. Cliënt heeft daarom dagelijks meerdere afspraken voor planbare ondersteuningsmomenten en daarnaast een behoefte aan niet planbare en niet uitstelbare ondersteuning/bijsturing, beide langer durend dan de kortdurende dagelijkse contactmomenten. De frequentie van deze twee vormen van langer durende Ondersteuning kan variëren, maar is gemiddeld drie tot vier keer per dag.

Trede 5: Cliënt heeft gedurende de dag vrijwel continu ondersteuning nodig bij het sociaal en persoonlijk functioneren en bij zelfzorg en gezondheid. Cliënt heeft daarom dagelijks meerdere afspraken voor planbare ondersteuningsmomenten en een behoefte aan niet planbare en niet uitstelbare ondersteuning/bijsturing, beide langer durend dan de kortdurende dagelijks contactmomenten. De frequentie van deze twee vormen van langer durende ondersteuning kan variëren, maar is gemiddeld vaker dan vier keer per dag.

12.1.3 Samenloop

Het Resultaatgebied Semimurale Ondersteuning wordt niet tegelijkertijd geïndiceerd met de volgende Resultaatgebieden:

•Sociaal en persoonlijk functioneren

•Ondersteuning bij zelfzorg en gezondheid

•Intramurale ondersteuning

•Verblijf

12.2 Intramurale ondersteuning

12.2.1 Subdoelstellingen

Intramurale Ondersteuning is gericht op Ondersteuning bij sociaal en persoonlijk functioneren en Ondersteuning bij zelfzorg en gezondheid. De subdoelstellingen die vermeld staan in de beschrijving van deze twee resultaatgebieden zijn daarom ook van toepassing op het resultaatgebied intramurale ondersteuning.

Ten aanzien van het Sociaal en persoonlijk functioneren kan het gaan om doelen als:

-Het bieden van praktische Ondersteuning;

-Het geven van feedback en/of het coachen van gedrag in sociale en thuissituaties;

-Het trainen van en coachen in (praktische) vaardigheden;

-Het bieden van pro-actieve Ondersteuning tussen 7:00 uur en 23:00 uur (waaronder ook wordt verstaan het voorkomen van ongewenste situaties);

-Het bieden van structuur en regievoering;

-Het krijgen en/of behouden van huisvesting.

Ten aanzien van de Ondersteuning bij zelfzorg en gezondheid gaat het om de doelen als:

-in staat zichzelf te verzorgen en de mate van verzorging vormt geen belemmering waardoor hij zou kunnen participeren op bijvoorbeeld sociaal of arbeidsmatig gebied;

-inzicht krijgen in en zich bewust zijn van de fysieke en psychische conditie en doet wat nodig is om deze te verbeteren;

-toegeleid worden naar (O)GGZ-behandeling (inclusief ondersteuning bij wachtlijstbemiddeling) en afspraken nakomen die voortkomen uit deze behandeling;

-zich ondersteund voelen bij zijn (O)GGZ-behandeling en in zijn psychisch welbevinden voor en na de gesprekken met zijn behandelaar(s);

-de nodige afspraken maken met zorgprofessionals (zoals huisarts, tandarts, medisch specialist) en komt deze na;

-in staat zijn om zelf medicatie te beheren (op tijd en volgens voorschrift);

-inzicht krijgen in en zich bewust van het belang van veilige seksuele contacten en het gebruik van voorbehoedsmiddelen;

-zorgt zelf of wordt ondersteund bij de zorg voor minderjarige kinderen die tot het huishouden behoren;

-heeft zijn middelengebruik onder controle en is eerlijk over zijn middelengebruik, blijkend uit zijn/haar gedrag;

-kennis hebben over wat een gezonde maaltijd is (conform richtlijnen Voedingscentrum), maakt deze indien mogelijk zelf klaar en gebruikt deze op regelmatige tijden.

12.2.2 Treden intramurale ondersteuning

Intramurale ondersteuning kan in vijf treden worden geboden. Binnen al deze treden dient de beroepskracht ondersteuning te bieden op doelen ten aanzien van sociaal en persoonlijk functioneren en zelfzorg en gezondheid. De vijf treden zijn gebaseerd op de vereiste ondersteuningsbehoefte van cliënten.

Bij het maken van een keuze voor een specifieke trede wordt ervanuit gegaan dat cliënten in een intramurale setting altijd de mogelijkheid moeten hebben om meerdere malen per dag korte geplande en ongeplande contactmomenten met de beroepskracht te hebben. Bijvoorbeeld om de cliënt te ondersteunen in de dagstructuur zoals op tijd opstaan, naar werk of dagbesteding gaan, boodschappen doen, op tijd naar bed gaan. Meerdere van deze korte momenten per dag hebben daarom geen effect op de keuze van een trede.

Wanneer bij dit soort situaties wel langere tijd nodig is om de cliënt verder te helpen, heeft dit wel effect op de keuze van de trede. Denk hierbij bijvoorbeeld aan situatie waarbij de beroepskracht wel langere tijd nodig heeft om de cliënt te ondersteunen bij het uit z’n bed komen, te ontbijten en naar het werk of de dagbesteding te gaan.

Ook eventuele collectieve activiteiten zoals gezamenlijk de maaltijd voorbereiden en gebruiken heeft geen invloed op de keuze voor een intensiteit. In alle treden wordt rekening gehouden met deze inzet.

Voor alle treden geldt dat de intramurale setting en de daarbij behorende grote mate van nabijheid van begeleiding (maximaal 2 minuten loopafstand), zicht en toezicht noodzakelijk is voor cliënt en dus een gegeven is.

Trede 1

Cliënt kan binnen de intramurale setting voor een deel van de tijd op het gebied van sociaal persoonlijk functioneren en zelfzorg en gezondheid zelfstandig functioneren en heeft daarom op deze gebieden, dankzij de intramurale woonsituatie, beperkt ondersteuning nodig. De cliënt heeft daarnaast soms niet planbare en niet uitstelbare ondersteuning en bijsturing nodig, voor langere tijd dan de kortdurende dagelijkse contactmomenten, om te voorkomen dat er een onverantwoorde situatie ontstaat voor de cliënt en/of diens omgeving. De frequentie van de langer durende geplande en niet geplande ondersteuning samen beperkt zich tot enkele keren per week.

Trede 2

Cliënt heeft binnen de intramurale setting bijna dagelijks ondersteuning nodig bij het sociaal en persoonlijk functioneren en bij zelfzorg en gezondheid. Cliënt heeft daarom regelmatig afspraken voor planbare ondersteuningsmomenten en heeft daarnaast een behoefte aan niet planbare en niet uitstelbare ondersteuning en bijsturing, beide langer durend dan de kortdurende dagelijkse contactmomenten. De frequentie van deze twee vormen van langer durende ondersteuning kan variëren, maar is gemiddeld zo’n één keer per dag.

Trede 3

Cliënt heeft zeer regelmatig ondersteuning nodig bij het sociaal en persoonlijk functioneren en bij zelfzorg en gezondheid. Cliënt heeft dagelijks afspraken voor planbare ondersteuningsmomenten en heeft daarnaast een behoefte aan niet planbare en niet uitstelbare ondersteuning en bijsturing, beide langer durend dan de kortdurende dagelijkse contactmomenten. De frequentie van deze twee vormen van langer durende ondersteuning kan variëren, maar is gemiddeld zo’n twee keer per dag.

Trede 4

Cliënt heeft gedurende de dag vaak ondersteuning nodig bij het sociaal en persoonlijk functioneren en bij zelfzorg en gezondheid. Cliënt heeft daarom dagelijks meerdere afspraken voor planbare ondersteuningsmomenten en daarnaast een behoefte aan niet planbare en niet uitstelbare ondersteuning en bijsturing, beide langer durend dan de kortdurende dagelijkse contactmomenten. De frequentie van deze twee vormen van langer durende ondersteuning kan variëren, maar is gemiddeld drie tot vier keer per dag.

Trede 5

Cliënt heeft gedurende de dag vrijwel continu ondersteuning nodig bij het sociaal en persoonlijk functioneren en bij zelfzorg en gezondheid. Cliënt heeft daarom dagelijks meerdere afspraken voor planbare ondersteuningsmomenten en een behoefte aan niet planbare en niet uitstelbare ondersteuning en bijsturing, beide langer durend dan de kortdurende dagelijks contactmomenten. De frequentie van deze twee vormen van langer durende ondersteuning kan variëren, maar is gemiddeld vaker dan vier keer per dag.

12.2.3 Trede-indeling

Het resultaatgebied nachtelijke ondersteuning heeft drie treden:

Trede 1: Ambulante nachtelijke ondersteuning

Bij deze trede vindt de nachtelijke ondersteuning plaats door een ambulante beroepskracht die wakker en bereikbaar is en in de nacht in uitzonderlijke situaties naar de cliënt toe kan gaan. De ambulante beroepskracht is niet alleen oproepbaar maar anticipeert ook op de (verwachte) situatie van cliënt en neemt daarom zo nodig op eigen initiatief contact op met de cliënt en/of gaat naar de cliënt (of in de buurt van) toe. Cliënt is normaal gesproken in staat om in de nacht zelf de hulpvraag te stellen en deze vraag kan telefonisch en/of met behulp van beeldbellen worden afgehandeld. Het fysiek naar de cliënt toegaan is alleen in uitzonderlijke situaties noodzakelijk, gemiddeld niet meer dan maximaal éénmaal per maand. Deze vorm van nachtelijke ondersteuning moet zeven dagen per week tussen 23.00 uur en 7.00 uur beschikbaar zijn. De ondersteunende beroepskracht dient in uitzonderlijke gevallen uiterlijk binnen 30 minuten na een oproep ter plekke aanwezig te zijn. Een eerste telefonische dan wel digitale (beeldbellen) reactie dient binnen vijf minuten na een signaal te hebben plaatsgevonden. Ambulante nachtelijke ondersteuning kan niet worden geïndiceerd in combinatie met het resultaatgebied intramurale ondersteuning.

Trede 2: Slaapwacht

Een slaapwacht is een locatiegebonden beroepskracht, die een slaapdienst vervult voor een groep cliënten op dezelfde intramurale voorziening of in de semimurale voorziening. De slaapwacht is in de directe nabijheid beschikbaar gedurende zeven dagen per week, de gehele periode van 23.00 uur tot 7.00 uur. De slaapwacht is niet alleen aanwezig maar anticipeert ook op de (verwachte) situatie van cliënt. De slaapdienst is altijd onderdeel van adequate en toereikende ondersteuning die 24 uur per dag gegarandeerd is (conform de beschrijving van resultaatgebieden intramuraal ondersteuning en semimurale ondersteuning). Deze nachtelijke ondersteuning is nodig vanwege het gebrek aan regie bij cliënten. Zij kunnen zelf in de nacht de hulpvraag niet altijd stellen en/of er is dan geen uitstelbare hulpvraag. In sommige gevallen is er aandacht nodig voor de veiligheid op de locatie vanwege de beperkte regie van de cliënten in relatie tot de medebewoners en de buurt waarin zij wonen of verblijven en de afspraken die er met de buurt gemaakt zijn. De beroepskracht heeft de verantwoordelijkheid zo nodig een beroep te doen op externe partijen zoals de politie en de crisisdiensten.

Ambulante nachtelijke ondersteuning volstaat niet, omdat frequenter en sneller gehandeld moet worden, onder andere als directe reactie op waargenomen gedrag van de cliënt. De situatie is echter nog niet zo, dat wakende ondersteuning noodzakelijk is. Het onderscheid met de wakende ondersteuning wordt vooral bepaald door de mate waarin de inzet van de ondersteuning voor een individuele cliënt nodig is. Bij de slaapwacht is dit incidenteel (gemiddeld één keer per week of minder).

Trede 3: Wakende ondersteuning

Het gaat hierbij om locatiegebonden nachtelijke ondersteuning in de directe nabijheid van de cliënten, altijd in combinatie met het resultaatgebied intramurale ondersteuning. De nachtelijke ondersteuning door een wakende beroepskracht komt overeen met de ondersteuning zoals beschreven bij de slaapwacht. Echter zoals de naam al zegt is de beroepskracht wakend, dus wakker aanwezig en de frequentie waarmee de inzet van de nachtelijke ondersteuning nodig is voor een individuele cliënt ligt hoger dan gemiddeld één keer per week. Omdat er bij wakende ondersteuning wordt verwacht dat de beroepskracht zicht heeft op de Cliënt, is deze vorm van nachtelijke ondersteuning alleen mogelijk als onderdeel van een arrangement voor het resultaatgebied intramurale ondersteuning.

De locaties waar cliënten wonen waar wakende ondersteuning wordt geïndiceerd, beschikken over een gezamenlijke voordeur waardoor cliënten binnenkomen voordat ze naar de eigen woonruimte kunnen. De beroepskracht heeft zicht op deze voordeur en dus op de cliënt en z’n bezoek en kan regisseren wie er binnenkomt. Hierbij kunnen elektronische hulpmiddelen worden ingezet zodat op afstand kan worden bepaald wie er binnenkomt.

12.3 Resultaatgebied verblijf

12.3.1 Samenloop

Het resultaatgebied verblijf kan alleen worden geïndiceerd als er ook sprake is van een indicatie voor het resultaatgebied Intramurale ondersteuning. Een indicatie voor resultaatgebied verblijf kan niet samengaan met een indicatie voor resultaatgebieden huishoudelijke ondersteuning, sociaal en persoonlijk functioneren, ondersteuning bij zelfzorg en gezondheid en semimurale ondersteuning.

12.3.2 Tijdelijk verblijf

Het kan voorkomen dat een cliënt bewust tijdelijk in een instelling in een andere centrumgemeente verblijft. Tijdelijk verblijf is verblijf korter dan een jaar, waarbij vanaf het begin de intentie aanwezig is om de cliënt terug te laten keren naar een instelling in Rotterdam of om uitstroom te realiseren. In dit geval financiert Rotterdam de plek voor de cliënt in de andere centrumgemeente. Bij tijdelijk verblijf in Rotterdam blijft de andere centrumgemeente verantwoordelijk voor de financiering.

12.3.3 Overdracht van cliënten

Rotterdam draagt zorg voor een warme overdracht naar een andere gemeente, maar ook instellingen hebben een verantwoordelijkheid om aan een warme overdracht van cliënten mee te werken.

12.3.4 Tijdelijke afwezigheid

Het algemene uitgangspunt is dat een maatwerkvoorziening beëindigd kan worden als de cliënt hier geen gebruik meer van maakt. Voor een cliënt bij wie ook het ondersteuningselement verblijf deel uitmaakt van zijn Wmo-arrangement, is beëindiging niet gewenst als de cliënt tijdelijk afwezig is van de accommodatie waar hem verblijf wordt geboden. De maatwerkvoorziening kan bij tijdelijke afwezigheid worden gecontinueerd als sprake is van:

a.tijdelijke afwezigheid van cliënt met een maximum van 14 dagen per keer, met ingang van de eerste dag van afwezigheid van cliënt;

b.een periode van 90 dagen bij ziekenhuisopname of detentie van de cliënt, tenzij op voorhand duidelijk is dat de afwezigheid van cliënt langer dan 90 dagen gaat duren, waarbij periodiek wordt onderzocht of de verwachte verblijfsduur in ziekenhuis of detentie nog steeds klopt;

c.afwezigheid gedurende maximaal de wettelijke vakantieduur voor cliënten die als leerling voor dagonderwijs staan ingeschreven en dit onderwijs ook daadwerkelijk volgen.

12.3.5 Briefadressen

Indien nodig kan tijdelijk een briefadres worden aangevraagd waarmee, in combinatie met verblijf in een accommodatie of de maatschappelijke opvang, ten behoeve van de cliënt een uitkering kan worden aangevraagd, cliënten hun legitimatie kunnen verlengen en cliënten zich kunnen aanmelden bij zorgverzekeraars. Het briefadres dient ter overbrugging naar een reguliere inschrijving en wordt uitsluitend verstrekt om stabiliteit te brengen in de situatie van de cliënt en een basis te leggen van waaruit de hulpverlening op gang wordt gebracht.

12.3.6 Overbruggingszorg

Als cliënt op een wachtlijst moet worden geplaatst omdat er geen plaatsen beschikbaar zijn, dan moet beoordeeld worden of overbruggingsondersteuning noodzakelijk is. Totdat de geschikte plek beschikbaar is, levert de instelling waar de cliënt op dat moment verblijft de eventuele overbruggingszorg. Uitgangspunt is, dat de overbruggingszorg maximaal 3 maanden duurt.

De herkomstgemeente is verantwoordelijk voor de financiering hiervan. Als een cliënt in een behandelsetting; zorginstelling, forensische penitentiaire kliniek verblijft vindt overleg plaats over de datum van uitstroom. Als de aanvrager al gebruik maakt van een plek in een voorziening voor beschermd wonen, blijft de bestaande situatie gehandhaafd tot de geschikte plek in de wensgemeente beschikbaar is.

Hoofdstuk 13 Maatschappelijke opvang 4 Overgenomen uit “Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Rotterdam 2025”. Intramurale, semimurale ondersteuning en maatschappelijke opvang worden door Rotterdam als centrumgemeente uitgevoerd.

13.1.1 Maatschappelijke opvang

13.1.2 Begrippen

Voor de maatschappelijke opvang worden, in aanvulling op de algemene Wmo-begrippen, de volgende begrippen gebruikt:

-basale begeleiding: groepsbegeleiding die zich focust op het motiveren en aansporen van cliënten, waar nodig contact leggen met betrokken partijen en instanties om signalen door te geven, vaststellen wat er bij de cliënt speelt en observeren hoe hij zich gedraagt in de opvang;

-basis op orde begeleiding: individuele begeleiding die is gericht op het samen met de cliënt regelen van de randvoorwaarden voor het doorstromen naar een vervolgvoorziening of zelfstandige woning;

-dagopenstelling: openstelling van de nachtopvang, waaronder crisisopvang, gedurende de dag, waar alleen de slapers van die nachtopvang gebruik van kunnen maken;

-dagopvang: op zichzelf staande dagopvang-locatie als onderdeel van de maatschappelijke opvang voor de doelgroep buitenslapers;

-gezin: een of twee ouders (of verzorgers) van 23 jaar of ouder, met één of meerdere inwonende minderjarige kinderen;

-gezinsopvang: maatschappelijke opvang voor dakloze gezinnen van 23 jaar of ouder;

-jongeren: personen tussen 17,5 en 23 jaar oud;

-maatschappelijke opvang: door het college verstrekte opvang bestaande uit onderdak voor en begeleiding aan personen die dakloos zijn dan wel de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving;

-nachtopvang: maatschappelijke opvang voor dakloze jongeren of volwassenen, geopend gedurende de avond en nacht;

-opvanglocatie: gebouw waarin meerdere personen kunnen verblijven, al dan niet in meerdere kamers of slaapzalen, inclusief sanitair en keukenvoorzieningen;

-opvangregio Rotterdam: bestaande uit de gemeenten Barendrecht, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Ridderkerk en de centrumgemeente Rotterdam, en

-volwassenen: personen vanaf 23 jaar oud.

13.1.3 Melding en aanvraag

Een melding of aanvraag voor maatschappelijke opvang voor jongeren, volwassenen en gezinnen kan uitsluitend worden gedaan bij het loket van Centraal Onthaal. Indien de melding of aanvraag wordt gedaan bij andere organisatieonderdelen van de gemeente Rotterdam, wordt de cliënt doorverwezen naar Centraal Onthaal.

Centraal Onthaal neemt de melding of aanvraag van de cliënt voor maatschappelijke opvang in behandeling en verstrekt, op basis van het onderzoek zoals bedoeld in artikel 5.2.4, namens het college maatschappelijke opvang.

Een aanvraag voor maatschappelijke opvang wordt in beginsel in behandeling genomen door Centraal Onthaal indien de aanvrager diens laatste woonplaats had in één van de gemeenten in de opvangregio.

13.1.4 Acute opvang

Indien er sprake is van acute noodzaak wordt onverwijld na de aanvraag opvang aan de aanvrager verstrekt, in ieder geval tot het onderzoek zoals bedoeld in artikel 5.2.4 is afgerond. Er is sprake van acute noodzaak indien:

er geen veilige opvang mogelijk is in het eigen netwerk en;

er geen alternatieve veilige overnachtingsmogelijkheden aanwezig zijn, en de aanvrager onvoldoende in staat is zich op eigen kracht te handhaven.

Als Centraal Onthaal niet beschikbaar is voor het doen van een melding of aanvraag, bijvoorbeeld buiten kantooruren, kan de acute opvang rechtstreeks door een door het college gesubsidieerde zorgaanbieder van maatschappelijke opvang worden geboden aan de cliënt.

Op de website van de gemeente Rotterdam zijn de locaties en telefoonnummers te vinden (Externe link:www.rotterdam.nl/dak-of-thuisloos). Deze opvang is kortdurend en eindigt de eerstvolgende dag waarop Centraal Onthaal beschikbaar is. De eerste volgende werkdag dient een persoon die is opgevangen zich te melden bij Centraal Onthaal. Indien uit het onderzoek blijkt dat er geen aanspraak op opvang is, wordt de opvang feitelijk beëindigd en wordt er een weigeringsbeschikking aan de cliënt gegeven.

13.1.5 Onderzoek

Het recht op maatschappelijke opvang van een cliënt wordt door Centraal Onthaal vastgesteld door middel van een onderzoek zoals bedoeld in artikel 2.3.2 Wmo2015.

Het onderzoek naar het recht op maatschappelijke opvang bestaat in ieder geval uit een of meer gesprekken met de cliënt. Dit gesprek zal plaatsvinden in fysieke aanwezigheid van de cliënt, tenzij er gegronde redenen zijn waardoor dat niet mogelijk is.

Om het recht op opvang te kunnen vaststellen is onderdeel van het onderzoek:

-het vaststellen van de identiteit van de cliënt alsmede de rechtmatige verblijfstitel;

-het vaststellen van de laatste woonplaats van de cliënt, voorafgaand aan het ontstaan van dakloosheid teneinde te bepalen of Rotterdam de aangewezen gemeente is om het onderzoek te doen en opvang te verstrekken;

-de redenen van het ontstaan van de dakloosheid;

-of de cliënt in staat is zich op eigen kracht of met gebruikelijke hulp te handhaven in de samenleving;

-de mate van zelfredzaamheid (al dan niet in combinatie met de reden van dakloosheid) van de aanvrager, dat wil zeggen, conform de definitie in de Wmo2015, de mate waarin cliënt in staat is tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden;

-het sociaal netwerk van de aanvrager en de mate waarin dit netwerk helpend kan zijn;

-de aanwezigheid van voorliggende voorzieningen;

-de aanwezigheid van een (mogelijk voorliggende) indicatie op grond van de Wet Langdurige Zorg;

-de aanwezigheid van een (mogelijk voorliggende) titel op grond van de Wet Forensische Zorg;

-de aanwezigheid van een (mogelijk voorliggende) maatregel op grond van de Jeugdwet, zowel voor de aanvrager (als dit een jongere is) als voor de meekomende minderjarige kinderen van de aanvrager

-de ondersteuningsbehoefte en problematiek op meerdere leefgebieden;

-op welke wijze de cliënt in zijn bestaansmiddelen voorziet, zoals werk;

-indien de opvang wordt gevraagd door een gezin wordt tevens de situatie van de minderjarige kinderen van de aanvrager onderzocht, alsmede de vraag onder wiens ouderlijk gezag of voogdij de kinderen vallen en verantwoordelijkheid voor hen dragen.

13.1.6 Landelijke toegankelijkheid

Indien wordt vastgesteld dat de cliënt, voor het ontstaan van dakloosheid, woonachtig was in een gemeente in een andere opvangregio, kan de uitvoering van het onderzoek, na overeenstemming tussen de betrokken gemeenten, worden overgelaten aan deze andere gemeente of regio, waarbij eventuele nuttige informatie wordt overgedragen.

Wanneer de woonplaats van de cliënt voor het ontstaan van dakloosheid niet vastgesteld kan worden, voert Rotterdam het onderzoek uit. Dit geldt ook indien er geen overeenstemming is met de andere gemeente of regio.

Indien Rotterdam het onderzoek zelf uitvoert, kan zij de andere gemeente of regio verzoeken om informatie ten behoeve van het onderzoek aan te leveren.

Onderzocht wordt in welke gemeente of regio een traject in de maatschappelijke opvang de grootste kans van slagen heeft en het meeste kan bijdragen aan de zelfredzaamheid en participatie, en daarmee het duurzaam herstel van de cliënt.

Bij het onderzoek wordt in elk geval betrokken:

de voorkeur van de cliënt, de aanwezigheid van een positief sociaal netwerk (familie en vrienden), de aanwezigheid van bestaand werk en/of dagbesteding en/of onderwijs van de cliënt (of van diens meekomende minderjarige kinderen), lopende hulpverlenings- zorg- of ondersteuningstrajecten en de aanwezigheid van een sociaal netwerk met een negatieve invloed.

Indien, gedurende het onderzoek, blijkt dat een traject in de maatschappelijke opvang mogelijk of waarschijnlijk in een andere gemeente of regio de grootste kans van slagen heeft, dan wordt deze gemeente bij het onderzoek betrokken.

Het onderzoek wordt in beginsel binnen 2 weken afgerond en vastgelegd in een onderzoeksverslag. Het onderzoek kan in sommige gevallen meer tijd in beslag nemen. Bij de overdracht wordt alle noodzakelijke informatie over de cliënt, waaronder het onderzoeksverslag, overgedragen aan de andere gemeente of regio, in overleg met de cliënt. Met de andere gemeente of regio en de cliënt worden concrete afspraken gemaakt over de datum van overdracht en welke aanbieder de cliënt maatschappelijke opvang of andere ondersteuning zal bieden, alsmede hoe het vervoer van de cliënt en eventuele reisbegeleiding plaatsvindt.

Bij verschil van mening tussen het college en een andere gemeente of regio over de vraag welke gemeente of regio verantwoordelijk is voor het bieden van maatschappelijke opvang aan de cliënt wordt een maximale inspanning gepleegd om tot een oplossing te komen. Indien deze niet kan worden bereikt, kan het geschil worden voorgelegd aan de commissie geschillen landelijke toegankelijkheid.

Gedurende de periode dat de cliënt in afwachting is van overdracht naar een andere regio, of van het oordeel van de commissie geschillen landelijke toegankelijkheid zal het college alleen onderdak en de noodzakelijke ondersteuning bieden, zoals stabilisatie van de situatie, zonder dat daarbij gewerkt wordt aan resultaten. Voorkomen moet worden dat binding met de stad en de hier werkzame hulpverlening ontstaat. De tijdelijke opvang en noodzakelijke ondersteuning vormt dus geen reden of aanleiding om op grond daarvan een binding met de stad te veronderstellen.

13.1.7 Verstrekking maatschappelijke opvang

Maatschappelijke opvang kan worden verstrekt aan de cliënt wanneer er aan een aantal voorwaarden is voldaan. Uit het onderzoek dient te blijken dat de cliënt een ingezetene van Nederland is. Dat wil zeggen dat er sprake is van rechtmatig verblijf in Nederland, een vast te stellen identiteit, en de persoon is of was ingeschreven in de Basisregistratie personen (BRP), dan wel op een vast woonadres of een briefadres. Dit betreft een algemene voorwaarde om voor een Wmo-maatwerkvoorziening in aanmerking te komen.

Ook dient de cliënt dak- of thuisloos te zijn, geen feitelijke verblijfplaats te hebben, de thuissituatie te hebben verlaten en niet in staat te zijn zich op eigen kracht, met gebruikelijk hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit diens sociale netwerk te handhaven in de samenleving. Ook kan gelden dat er nog sprake is van een tijdelijke verblijfplaats, maar deze op zeer korte termijn verlaten moet worden of dat deze verblijfplaats onveilig is.

De opvang wordt tevens geboden aan minderjarige kinderen die onder het ouderlijk gezag van de cliënt staan en feitelijk bij de cliënt verblijven op het moment dat dakloosheid aantreedt. De ouder(s) en minderjarige kinderen worden daarbij niet van elkaar gescheiden. Wanneer er sprake is van gescheiden ouders worden de afspraken over de verdeling van het ouderschap door de ouders zoveel als mogelijk nageleefd en door de opvangaanbieder zoveel als mogelijk gefaciliteerd.

13.1.8 Weigering verstrekking maatschappelijke opvang

Centraal Onthaal kan besluiten geen maatschappelijke opvang aan de aanvrager te verstrekken wanneer er op basis van het onderzoek sprake is van een of meerdere van de volgende situaties:

-cliënt voldoet niet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor maatschappelijke opvang;

-uit het onderzoek is gebleken dat cliënt in voldoende mate redzaam is en zich op eigen kracht kan handhaven in de samenleving;

-de cliënt in onvoldoende mate meewerkt aan het onderzoek waardoor het niet mogelijk is het recht op opvang vast te stellen;

-de cliënt op financieel gebied zelfredzaam is, zoals door het hebben van voldoende middelen van bestaan om in adequate huisvesting te voorzien;

-er voorliggende voorzieningen of verstrekkingen zijn die de cliënt kan effectueren;

-uit het onderzoek en de regels rondom de landelijke toegankelijkheid is gebleken dat de cliënt zich tot een andere opvangregio moet wenden;

-de cliënt weigert mee te werken aan de dossieroverdracht aan de andere gemeente;

-de cliënt zich korter dan drie maanden - gedurende het wettelijk vrij of toeristisch verblijf in Nederland - bevindt, waarvan, afhankelijk van de situatie, van afgeweken kan worden wanneer er sprake is van een situatie van overmacht of nood.

13.1.9 Beschikking

De aanvraag voor maatschappelijke opvang wordt door Centraal Onthaal verstrekt dan wel geweigerd middels een beschikking. Voor de volwassenenketen wordt tevens een CO-pas verstrekt die toegang geeft tot de aangewezen volwassenenopvang locatie.

De beschikking vermeldt in ieder geval het besluit op de aanvraag, houdende een verstrekking of een weigering, de resultaten van het onderzoek zoals bedoeld in artikel 2, en de onderbouwing van het besluit. In de beschikking wordt tevens opgenomen: de voorwaarden en afspraken waaronder de opvang wordt verstrekt, de geldingsduur van de beschikking en de (contact)gegevens van de contactpersoon die toegewezen wordt aan cliënt vanuit de gemeente (of indien mogelijk de opvang).

De verblijfsduur in de maatschappelijke opvang is in beginsel maximaal 3 kalendermaanden. De geldingsduur van de beschikking kan door Centraal Onthaal voor volwassenen worden verlengd wanneer uitstroom nog niet mogelijk is, en de oorzaak daarvan niet aan de cliënt valt te verwijten.

Voor jongeren geldt dat de verblijfsduur in de opvang in beginsel maximaal 6 weken is, waarna er zo nodig kan worden verlengd. Voor gezinnen geldt dat verhuisbewegingen binnen de opvangketen zoveel mogelijk worden beperkt vanwege de aanwezigheid van de kinderen. Hier geldt dan ook dat verblijf in de gezinsopvang zoveel mogelijk op één plek plaatsvindt tot uitstroom naar een passende vervolgplek. Voor gezinnen zal de verblijfsduur in de opvang, gelet op de praktijk, doorgaans langer zijn dan voor alleenstaande volwassenen of jongeren.

Wanneer daar aanleiding toe bestaat, zoals bijvoorbeeld bij een gevraagde verlenging of bij gewijzigde omstandigheden, wordt de verstrekking van de maatschappelijke opvang opnieuw onderzocht.

De maatwerkvoorziening maatschappelijke opvang is gelet op de aard van de voorziening, zorg in natura. Een pgb is niet mogelijk.

13.1.10 Beëindiging of wijziging beschikking maatschappelijke opvang

De beschikking toelating opvang eindigt van rechtswege na het verlopen van de in de beschikking gestelde maximale opvangduur.

Een beschikking waarin maatschappelijke opvang wordt verstrekt kan door Centraal Onthaal voortijdig worden beëindigd of, wordt niet verlengd:

-als er sprake blijkt van een voorliggende voorziening of actuele en effectueerbare verstrekking, zoals rijksopvang, of een intramurale verstrekking op grond van de Wet Forensische Zorg of de Wlz, Jeugdwet, dan wel van een geldende rechterlijke titel;

-indien er een indicatie is gesteld voor een vervolgtraject in de vorm van een semi- of intramuraal Wmo-ondersteuningsarrangement, dan wel een andersoortige intramurale voorziening (Wlz/WFZ) aan de orde is en er een beschikbare plek is of is aangeboden;

-indien er een indicatie is gesteld voor een vervolgtraject in de vorm van een ambulant Wmo-ondersteuningsarrangement en er sprake is van een woonplek;

-indien er geen sprake (meer) is van een ondersteuningsbehoefte, bijvoorbeeld als er een goed verblijfsalternatief is, bijvoorbeeld via het netwerk of een aangeboden woonplek;

-indien is vastgesteld dat plaatsing en/of behandeling binnen een GGZ- of Zvw-instelling noodzakelijk is en er kan worden doorverwezen naar een vervolgplek;

-indien cliënt zich niet houdt aan de afspraken gemaakt in het onderzoeksverslag, er voldoende inspanningen door de zorgaanbieder zijn gedaan en de cliënt alsnog aantoonbaar niet meewerkt aan het behalen van de doelen, de basale begeleiding of de basis op orde begeleiding;

-bij een ernstige mate van bedreiging of intimidatie in of rond de opvanglocatie of bij Centraal Onthaal, door de cliënt of iemand uit zijn netwerk, waarvan aangifte bij de politie mogelijk is en waardoor een onwerkbare situatie ontstaat omdat de persoonlijke veiligheid of vrijheid van de medewerkers en/of andere cliënten in de opvang in gevaar is waarbij wordt nagestreefd dat cliënt wordt verwezen naar een toereikende en passende plek;

-indien er is sprake van een aantoonbare onherstelbaar verstoorde vertrouwensrelatie tussen de zorgaanbieder en de cliënt waarvan schriftelijk verslag is gedaan en meermaals gewaarschuwd;

-bij hygiënische omstandigheden van de cliënt die ernstige gezondheidsrisico’s opleveren voor de medewerkers en andere cliënten in de opvanglocatie;

-bij het niet nakomen van essentiële verplichtingen of regels, ook niet na herhaaldelijk (schriftelijk) aandringen of waarschuwen door de zorgaanbieder;

-indien uit (her)onderzoek blijkt dat er sprake is van aanvullende of gewijzigde informatie die leidt tot een ander besluit;

-indien blijkt dat er sprake is van een opzettelijke onjuiste weergave van de feiten die toegang gaven tot de opvang;

-wanneer cliënt feitelijk niet verblijft in de hem verstrekte opvang en naar aanleiding van een gesprek blijkt dat er daadwerkelijk geen sprake meer is van de noodzaak om op te vangen;

-als cliënt zonder opgaaf van reden geen structureel gebruik maakt van de opvang.

-de cliënt een aangeboden passende woning weigert;

-wanneer de cliënt zich aantoonbaar structureel niet houdt aan de verplichtingen genoemd in 5.2.11 (beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Rotterdam).

13.1.11 Basis op orde begeleiding in de maatschappelijke opvang

Het doel van de opvang is het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Van de cliënt wordt verwacht zich actief in te spannen en mee te werken aan het vergroten van zijn zelfredzaamheid.

Voor de volwassenen, jongeren en gezinnen in de maatschappelijke opvang betekent de basis op orde begeleiding dat wordt gewerkt aan het realiseren van het aanwezig zijn van een identiteitsbewijs, een briefadres, een email-adres, een bankrekening, een zorgverzekering, een DigiD, een IB-60 formulier, een inkomen of uitkering, de inschrijving bij woningzoeksites en het hebben van een huisarts.

Daarnaast betekent de basis op orde dat eventuele schulden worden geïnventariseerd en dat er wordt toegeleid naar het Geldplein, waaronder de Kredietbank Rotterdam (KBR), .

Basis op orde betekent ook het opbouwen van een dagstructuur en van activering naar activiteiten, trainingen, of arbeidsmatige dagbesteding, of werk.

De basis op orde begeleiding voor kinderen gaat daarnaast ook over het aanmelden bij het Centrum voor Jeugd en Gezin en de tandarts, het inschrijven bij een kinderopvang, Buiten Schoolse Opvang of peuterspeelzaal, erop toezien dat leerplichtige kinderen naar school gaan en dat kwalificatieplichtige jongeren onderwijs volgen. Ook wordt er geholpen bij het aanvragen van fondsen voor bijvoorbeeld de eigen bijdrage schoolgeld, sport of cultuur, noodzakelijke schoolspullen en indien van toepassing het realiseren van alimentatie.

Wanneer nodig zal vanuit de begeleiding gezinsondersteuning of jeugdzorg worden voorgesteld of ingezet. Wanneer de veiligheid van het kind niet is gewaarborgd, geldt de meldcode en kunnen instanties zoals de Jeugdbescherming of het Crisis Interventie Team worden ingeschakeld.

13.1.12 Verplichtingen in de maatschappelijke opvang

Eenmaal toegelaten tot de opvang is de cliënt verplicht:

-mee te werken aan de voor hem noodzakelijke basis op orde begeleiding en de begeleider door een open en actieve houding;

-mee te werken aan hetgeen nodig is om te kunnen uitstromen, al dan niet naar het eigen netwerk;

-mee te werken aan de oplossingen om te komen tot financiële zelfredzaamheid, zoals het zoeken naar werk of opleiding, het aanvragen van een uitkering en het aanmelden bij de juiste instanties voor schuldenproblematiek;

-wanneer moet worden toegewerkt naar uitstroom naar een zelfstandige woning, zich, gelet op de lange wachtduur voor een sociale huurwoning in Rotterdam en de algehele krapte op de woningmarkt, in te schrijven bij minimaal drie woningzoeksites, bij woningsites met lotingwoningen en bij meerdere woningzoeksites voor regio's buiten Rotterdam en zich aantoonbaar inspant minimaal wekelijks op al deze sites op woningen te reageren;

-de cliënt zorgdraagt voor een goed zoekprofiel, zoals benoemd in de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam, om te komen tot een passende woning, waarbij de cliënt rekening houdt met het zoekgebied in verband met aantoonbare veiligheidskwesties en met het duurzaam kunnen volgen van onderwijs door de kinderen;

-daarnaast tevens de inspanningsverplichting heeft minimaal wekelijks en aantoonbaar actief te zoeken naar ook andere woonopties en daarbij gebruik te maken van de Rotterdamse woningzoeker (Externe link:De Rotterdamse woningzoeker)

-een passende woning te accepteren, waarbij onder een passende woning in elke geval wordt verstaan dat er sprake is van een zelfstandige woonruimte, met een passende huurprijs voor de woning alsmede voor het huishoudinkomen en het slaapkameraantal overeenkomt met de grootte en samenstelling van het huishouder;

-de op de opvanglocatie van toepassing zijnde bijdrage algemeen gebruikelijke kosten te voldoen;

-zich te houden aan de huisregels van de opvanglocatie;

-in het belang van de meekomende kinderen, en als diens verantwoordelijkheid als ouder(s) mee te werken aan de tijdelijke gezinsondersteuning om kinderen veilig en gezond te laten opgroeien. Indien van toepassing werkt de cliënt mee aan het vinden van de meest passende jeugdhulp, jeugdzorg of preventieve zorg voor diens kinderen.

13.1.13 Door- en uitstroom uit de maatschappelijke opvang

Uiterlijk binnen 8 weken nadat de opvang is verstrekt, dient duidelijk te zijn wat het perspectief of plan van de cliënt is en op welke wijze doorstroom of uitstroom passend is.

Wanneer er een andere maatwerkvoorziening aan de orde is, zoals beschermd wonen, dan wordt daartoe tijdig melding, onderzoek en een aanvraag voor gedaan bij de juiste instantie.

Om te komen tot een passend plan kan de opvangaanbieder in de basis op orde begeleiding bepaalde onderzoeken voorstellen, zoals een SCIL-test (Screening voor intelligentie en licht verstandelijke beperking). Ook helpt de zorgaanbieder bij het vergroten van woonvaardigheden of het vergroten van sociale vaardigheden en sociaal functioneren.

Psychische en/of somatische problematiek wordt gesignaleerd en waar nodig wordt er toegeleid naar de juiste ondersteuning of behandeling.

13.1.14 Bijdrage in de kosten in de maatschappelijke opvang

Voor de opvang is de cliënt geen eigen bijdrage, zoals bedoeld in de Wmo2015, verschuldigd.

Voor het verblijf in de opvang worden door de aanbieder van de voorziening geen verblijfs- of andere kosten in rekening gebracht bij de cliënt, tenzij daarover tussen het college en de aanbieder schriftelijke afspraken per locatie zijn gemaakt die gelden ten aanzien van iedere cliënt in de betreffende voorziening en locatie.

Met de aanbieders van nachtopvang voor volwassenen is afgesproken dat zij maaltijden aan de cliënten aanbieden tegen een vastgestelde algemeen gebruikelijke bijdrage. Op basis van een medische indicatie of bij het (tijdelijk) ontbreken van een inkomen kan door de aanbieder besloten worden om een cliënt (tijdelijk) geen eigen bijdrage te vragen voor een maaltijd.

Voor de maatschappelijke opvang voor gezinnen kan na een verblijfsduur van drie maanden door de opvangaanbieder een bijdrage aan de woonkosten worden gevraagd.

De hoogte van deze woonbijdrage is door de opvangaanbieder vooraf afgestemd met het college, vastgesteld op basis van objectieve criteria, afgestemd op de inkomenssituatie van de cliënt en bedraagt niet meer dan de kostprijs voor de aanbieder van de voorziening. De gevraagde woonbijdrage wordt vooraf schriftelijk gecommuniceerd met de cliënt.

13.1.15 Algemene voorziening opvang

Er zijn in Rotterdam algemene voorzieningen die voor dak- en thuislozen laagdrempelig en zonder onderzoek en indicatie toegankelijk zijn, en veelal gebruikt worden door cliënten die om verschillende redenen niet in aanmerking komen voor de maatschappelijke opvang, of daar geen gebruik van willen maken.

Er is dagopvang voor dak- en thuislozen, al dan niet in het bezit van CO-pas, zonder verdere individuele ondersteuning.

Ook is er winteropvang. De winteropvang is voor iedereen toegankelijk die dakloos is maar niet in aanmerking komt voor maatschappelijke opvang. De winteropvang gaat open zodra de weersverwachting voor de volgende dag aangeeft dat de temperatuur lager is dan nul graden, dan wel wanneer de gevoelstemperatuur of weersomstandigheden zodanig zijn dat openstelling vanwege humanitaire redenen noodzakelijk is. Het besluit de winteropvang te openen en te sluiten wordt namens het college genomen. Voorafgaand aan het besluit vindt afstemming plaats binnen de G4-gemeenten.

Bijlage 1: Zelfredzaamheid-Matrix 2017 GGD Amsterdam

Instructie: beoordeel het huidig functioneren (hoe gaat het NU) op basis van wat u weet (informatie uit observatie, niet uit interpretatie) en ga uit van volledige zelfredzaamheid (scoor van rechts naar links).

Zie de Handleiding ZRM voor verdere toelichting: www.zrm.nl.

1Acute problematiek

2Niet zelfredzaam

3Beperkt zelfredzaam

4Voldoende zelfredzaam

5Volledig zelfredzaam

Financiën

•geen inkomsten

•groeiende complexe schulden

•te weinig inkomsten om te voorzien in basisbehoeften of spontaan/ ongepast uitgeven

•groeiende schulden

•inkomsten uit uitkering om te voorzien in basisbehoeften

•gepast uitgeven

•eventuele schulden zijn tenminste stabiel of inkomen/ schuld wordt beheerd door derden

•inkomsten uit werk/ (basis) pensioen/ vrijwillige inkomensvoorziening om te voorzien in basisbehoeften

•eventuele schulden zijn in eigen beheer

•eventuele schulden verminderen

•uitsluitend inkomsten uit werk/ (basis) pensioen/ vrijwillige inkomensvoorziening

•aan het eind van de maand is geld over

•geen schulden

Werk & opleiding

•geen werk(-traject)/ opleiding of werk zonder adequate toerusting/ verzekering

•geen werk-zoekactiviteiten

•geen werk(-traject) maar wel werk-zoekactiviteiten of ‘papieren’ opleiding (ingeschreven maar niet volgend) of dreigend ontslag/ drop-out

•werktraject gericht op participatie of werkt niet naar vermogen of volgt opleiding maar loopt achter of vrijwillig baanloos zonder sollicitatieplicht

•werktraject gericht op re-integratie of tijdelijk werk of volgt opleiding voor startkwalificatie of vrijgesteld van werk en opleiding

•vast werk of volgt opleiding hoger dan startkwalificatie

Tijdsbesteding

•afwezigheid van activiteiten die plezierig/ nuttig zijn of geen structuur in de dag - onregelmatig dag-nacht ritme

•nauwelijks activiteiten die plezierig/ nuttig zijn

•nauwelijks structuur in de dag

•afwijkend dag-nacht ritme

•onvoldoende activiteiten die plezierig/nuttig zijn maar voldoende structuur in de dag of enige afwijkingen in het dag-nacht ritme

•voldoende activiteiten die plezierig/nuttig zijn

•dag-nacht ritme heeft geen negatieve invloed op het dagelijks functioneren.

•alle tijd is plezierig/ nuttig besteed

•gezond dag-nacht ritme

Huisvesting

•dakloos of in nachtopvang

•voor wonen ongeschikte huisvesting of huur of hypotheek is niet betaalbaar of dreigende huisuitzetting

•veilige, stabiele huisvesting maar slechts marginaal toereikend of in onderhuur of niet-autonome huisvesting

•veilige, stabiele en toereikende huisvesting

•(huur)contract met bepalingen of gedeeltelijk autonome huisvesting of ingeschreven als inwonend

•veilige, stabiele en toereikende huisvesting

•regulier (huur)contract

•autonome huisvesting

Huiselijke relaties

•sprake van geweld in huiselijke kring/ kindermishandeling/ verwaarlozing

•aanhoudende relationele problemen met leden van het huishouden of dreigend geweld in huiselijke kring/ kindermishandeling/ verwaarlozing

•erkent relationele problemen met leden van het huishouden

•probeert negatief relationeel gedrag te veranderen

•relationele problemen met leden van het huishouden zijn niet (meer) aanwezig of woont alleen

•steunt en wordt gesteund binnen het huishouden

•communicatie met leden van het huishouden is consistent open

1Acute problematiek

2Niet zelfredzaam

3Beperkt zelfredzaam

4Voldoende zelfredzaam

5Volledig zelfredzaam

Geestelijke Gezondheid

•geestelijke noodsituatie

•een gevaar voor zichzelf/ anderen

•aanhoudende geestelijke aandoening maar geen gevaar voor zichzelf/ anderen

•functioneren is ernstig beperkt door geestelijk gezondheids-probleem

•geen behandeling

•geestelijke aandoening

•functioneren is beperkt door geestelijk gezondheidsprobleem

•behandeltrouw is minimaal of beperking bestaat ondanks goede behandeltrouw

•minimale tekenen van geestelijke onrust die voorspelbare reactie zijn op stressoren in het leven

•functioneren is marginaal beperkt door geestelijke onrust

•goede behandeltrouw of geen behandeling nodig

•geestelijk gezond

•niet meer dan de dagelijkse beslommeringen/ zorgen

Lichamelijke Gezondheid

•een noodgeval/ kritieke situatie

•direct medische aandacht nodig

•(chronische) lichamelijke aandoening die medische behandeling vereist

•functioneren is ernstig beperkt door lichamelijk gezondheids-probleem

•geen behandeling

•lichamelijke aandoening

•functioneren is beperkt door lichamelijk gezondheidsprobleem

•behandeltrouw is minimaal of beperking bestaat ondanks goede behandeltrouw

•minimaal lichamelijk ongemak dat samenhangt met dagelijkse activiteiten

•functioneren is marginaal beperkt door lichamelijk ongemak

•goede behandeltrouw of geen behandeling nodig

•lichamelijk gezond

•gezonde leefstijl ( gezonde voeding en voldoende bewegen)

Middelen

gebruik

•ernstige stoornis in het gebruik van middelen

•gebruik veroorzaakt lichamelijke/ geestelijke problemen die directe behandeling vereisen zoals overdosis/ drugspsychose/ hartproblemen/ ademhalings-problemen

•stoornis in het gebruik van middelen (verslaving)

•gebruik veroorzaakt/ verergert lichamelijke/ geestelijke problemen

•geen behandeling

•gebruik van middelen

•aan middelengebruik gerelateerde problemen thuis/ op school/ op het werk maar geen lichamelijke/ geestelijke problemen

•behandeltrouw is minimaal of beperking bestaat ondanks goede behandeltrouw

•gebruik van middelen of geen middelengebruik ondanks hunkering of behandeling met potentieel verslavende middelen zonder bijgebruik

•geen aan middelengebruik gerelateerde problemen

•geen middelengebruik anders dan alcohol

•eventueel alcoholgebruik binnen de normen voor verantwoord gebruik

•geen hunkering naar gebruik van middelen

Basale ADL

•een gebied van de basale ADL wordt niet uitgevoerd

•verhongering of uitdroging of bevuiling/ vervuiling

•meerdere gebieden van de basale ADL worden beperkt uitgevoerd

•alle gebieden van de basale ADL worden uitgevoerd maar een enkel gebied van de basale ADL wordt beperkt uitgevoerd

•geen beperkingen in de uitvoering van de basale ADL

•gebruikt hulp(middel) zoals wandelstok/ rollator/ incontinentiemateriaal/ hulp bij voeden

•geen beperkingen in de uitvoering van de basale ADL

•geen gebruik van hulp(middelen)

Instrumentele ADL

•meerdere gebieden van de instrumentele ADL wordt niet uitgevoerd

•woningvervuiling of onder-/ over-medicatie of geen administratie of voedselvergiftiging

•een enkel gebied van de instrumentele ADL wordt niet uitgevoerd of uitvoering op meerdere gebieden is beperkt

•alle gebieden van de instrumentele ADL worden uitgevoerd

•uitvoering van een enkel gebied van de instrumentele ADL is beperkt

•geen beperkingen in de uitvoering van de instrumentele ADL

•gebruikt hulp(middel) zoals begeleiding bij reizen met openbaar vervoer/ regelen bankzaken/ klein onderhoud huis/ grote schoonmaak

•geen beperkingen in de uitvoering van de instrumentele ADL

•geen gebruik van hulp(middelen)

1Acute problematiek

2Niet zelfredzaam

3Beperkt zelfredzaam

4Voldoende zelfredzaam

5Volledig zelfredzaam

Sociaal netwerk

•ernstig sociaal isolement

•geen contact met familie

•geen steunende contacten of alleen belemmerende contacten

•weinig contact met familie

•nauwelijks steunende contacten

•veel belemmerende contacten

•enig contact met familie

•enkele steunende contacten

•weinig belemmerende contacten

•voldoende contact met familie

•voldoende steunende contacten

•nauwelijks belemmerende contacten

•gezond sociaal netwerk

•veel steunende contacten

•geen belemmerende contacten

Maatschap

pelijke participatie

•niet van toepassing door crisissituatie of in ‘overlevingsmodus’ of veroorzaakt ernstige overlast

•maatschappelijk geïsoleerd of veroorzaakt overlast

•nauwelijks participerend in maatschappij (bijwonen) of uitsluitend zorgtaken

•enige maatschappelijke participatie (meedoen) maar er zijn hindernissen zoals vervoer/ zorgtaken/ kinderopvang

•actief participerend in de maatschappij (bijdragen)

Justitie

•zeer regelmatig (maandelijks) contact met politie of openstaande zaken bij justitie

•regelmatig (meerdere keren per jaar) contact met politie of lopende zaken bij justitie

•incidenteel (eens per jaar) contact met politie of voorwaardelijke straf/ voorwaardelijke invrijheidstelling

•zelden (minder dan eens per jaar) contact met politie of strafblad

•geen contact met politie

•geen strafblad

© GGD Amsterdam. Lauriks, Buster, De Wit, Van de Weerd, Van den Boom, Segeren, Klaufus, Kamann, Fassaert & Tigchelaar. 2016. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs. De gebruiker mag deze uitgave niet voor willekeurige commerciële doeleinden gebruiken, aanpassen, of overbrengen. Contact: zrm@ggd.amsterdam.nl

ZRM-supplement: Ouderschap 2017 GGD Amsterdam

Domein

1Acute problematiek

2Niet zelfredzaam

3Beperkt zelfredzaam

4Voldoende zelfredzaam

5Volledig zelfredzaam

Lichamelijke verzorging

•sprake van lichamelijke mishandeling/ verwaarlozing

•de lichamelijke veiligheid van kind(eren) is direct in gevaar of een gebied van de lichamelijke basiszorg wordt niet uitgevoerd

•vermoeden van lichamelijke mishandeling/ verwaarlozing maar de veiligheid van kind(eren) is niet direct in gevaar

•meerdere gebieden van de lichamelijke basiszorg worden beperkt uitgevoerd

•vermijdbare risico’s in de fysieke omgeving of alle gebieden van de lichamelijke basiszorg worden uitgevoerd maar een enkel gebied wordt beperkt uitgevoerd

•fysieke omgeving is veilig

•alle gebieden van de lichamelijke basiszorg worden uitgevoerd

•fysieke omgeving is veilig

•goede lichamelijke basiszorg

•ouder stimuleert een gezonde leefstijl van het kind (gezonde voeding en voldoende bewegen)

Sociaal-emotionele ondersteuning

•sprake van geestelijke mishandeling/ verwaarlozing

•het geestelijk welzijn van kind(eren) is direct in gevaar of de ouder isoleert kind(eren) of zet aan tot ongewenst/fout gedrag

•vermoeden van geestelijke mishandeling/ verwaarlozing

•ouder stelt geen grenzen/ stelt grenzen niet leeftijdsadequaat of beperkt relaties tussen kind(eren) en leeftijdgenoten of ouder ontmoedigt maatschappelijk wenselijk gedrag

•geen geestelijke mishandeling/ verwaarlozing

•ouder stelt grenzen leeftijdsadequaat maar is niet consequent of toont geen interesse in relaties tussen kind(eren) en leeftijdgenoten

•ouder stelt grenzen consequent en leeftijdsadequaat

•toont interesse in relaties tussen kind(eren) en leeftijdgenoten

•ouder stelt grenzen consequent, leeftijdsadequaat en redelijk

•bevordert relaties tussen kind(eren) en leeftijdgenoten

•vervult voorbeeldfunctie

Scholing

•leerplichtig(e) kind(eren) staat niet ingeschreven bij een school of gaat niet naar les

•frequent ongeoorloofd verzuim van leerplichtig(e) kind(eren) of geen mogelijkheden om huiswerk te maken

•ouder is niet betrokken bij school

•regelmatig ongeoorloofd verzuim van leerplichtig(e) kind(eren) of beperkte mogelijkheden om huiswerk te maken

•ouder is minimaal betrokken bij school

•er zijn geen leerplichtige kinderen of zelden ongeoorloofd verzuim van leerplichtig(e) kind(eren)

•voldoende mogelijkheden om huiswerk te maken

•ouder is voldoende betrokken bij school

•nooit ongeoorloofd verzuim van leerplichtig(e) kind(eren)

•goede mogelijkheden om huiswerk te maken

•ouder is zeer betrokken bij school

Opvang

•opvang van kind(eren) is noodzakelijk maar niet beschikbaar of opvang is ernstig beperkt op (bijna) alle gebieden van lichamelijke basiszorg en opvoedtaken

•noodzakelijke opvang van kind(eren) is amper beschikbaar of er is een belangrijk probleem op één/ meer gebieden van lichamelijke basiszorg

•meerdere opvoedtaken worden door opvang niet uitgevoerd

•noodzakelijke opvang is onbetrouwbaar beschikbaar of opvang voorziet in alle aspecten van lichamelijke basiszorg maar één/ meerdere opvoedtaken worden door opvang niet uitgevoerd

•opvang is niet noodzakelijk of opvang is betrouwbaar beschikbaar

•opvang voorziet in alle aspecten van lichamelijk basiszorg

•toereikende uitvoering opvoedtaken

•opvang is beschikbaar naar keuze

•opvang voorziet in goed ontwikkelde basiszorg en opvoedtaken

© GGD Amsterdam. Fassaert, Lauriks, Buster, De Wit, Van de Weerd en Schönenberger. 2016. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs. De gebruiker mag deze uitgave niet voor willekeurige commerciële doeleinden gebruiken, aanpassen, of overbrengen. Contact: zrm@ggd.amsterdam.nl

Bijlage 2 Doelstellingen voor ondersteuning met maatwerkvoorziening begeleiding

Het functioneren van de cliënt wordt in kaart gebracht middels de 11 resultaatgebieden van de gebruikershandleiding FAQT-V. Per resultaatgebied worden er doelen geformuleerd. Deze doelen worden opgenomen in het ondersteuningsplan van de cliënt. Onderstaande lijst geeft een overzicht van mogelijke doelen per resultaatgebied. Op basis van het onderzoek kunnen andere aanvullende doelen opgesteld worden.

Persoonlijk functioneren

•Client vergroot zijn/haar zelfvertrouwen

•Client heeft inzicht in eigen problematiek

•Cliënt kan omgaan met veranderingen

•Cliënt kan omgaan met eigen problematiek en/of psychische beperkingen

•Client weet wat hij/zij kan doen om terugval te voorkomen

•Client kan een gesprek voeren

•Client kan problemen oplossen en besluiten nemen

Sociaal functioneren

•Cliënt komt afspraken na

•Cliënt kan sociale contacten aangaan en onderhouden

•Cliënt heeft een gezond sociaal netwerk en vervult daarbinnen een passende sociale rol

•Client kan communiceren met huisgenoten

•Cliënt staat open voor opbouw van het sociaal netwerk

•Client heeft inzicht in het functioneren in het gedrag van huisgenoten

•Cliënt kan eigen problematiek in relatie tot het sociaal netwerk hanteren

•Cliënt herkent sociale contacten die schadelijk voor hem/haar zijn

Gezondheid en zelfzorg

•Cliënt weet wat goede zelfverzorging is en kent het belang hiervan

•Cliënt beheert zelf de medicatie en neemt deze op tijd eventueel met e-hulpmiddelen

•Client is toe geleid naar gespecialiseerde hulpverlening

•Cliënt komt afspraken met zorgprofessionals na (zoals huisarts, tandarts, medisch specialist)

Verplaatsen en vervoer

•Cliënt is in staat om zelfstandig het Openbaar Vervoer te gebruiken

•Cliënt is in staat om veilig aan het verkeer deel te nemen

Wonen

•Cliënt beschikt over woonvaardigheden om zelfstandig te kunnen wonen

•Client houdt rekening met zijn woonomgeving (buren)

Regie bij het huishouden

•Client ontvangt ondersteuning bij het organiseren /plannen van huishoudelijke werkzaamheden

•Client beschikt over huishoudelijke vaardigheden zoals: maaltijd voorbereiden, schoonmaken

•Cliënt draagt bij aan een schone leefomgeving

Dagbesteding

•Client heeft een zinvolle dagbesteding gericht op behoud en/of ontwikkeling van vaardigheden waaronder arbeidsvaardigheden

•Cliënt heeft een dagbesteding die past bij zijn behoefte

•Cliënt verricht onbetaald/betaald arbeidsmatige activiteiten

•Mantelzorg is ontlast

Toelichting: als een cliënt ook ondersteuning krijgt of kan krijgen vanuit de Participatiewet wordt hierover afstemming gezocht met de participatieconsulenten. Deze ondersteuning is voorliggend op een maatwerkvoorziening vanuit de Wmo.

Financiën/administratie

•Cliënt heeft overzicht over zijn administratie

•Cliënt heeft de thuisadministratie op orde

•Cliënt betaalt tijdig de rekeningen

•Cliënt kan formulieren invullen

•Cliënt weet naar welke instantie hij/zij met welke vraag moet

•De inkomsten en de uitgaven zijn op orde/in balans

•De schuldenproblematiek is beheersbaar en wordt verminderd

•Cliënt is toe geleid naar voorliggende voorzieningen voor overname of het aanleren van de administratie/financiën

Toelichting: bij ondersteuning bij de financiën/administratie kan, alvorens een maatwerkvoorziening in te zetten, ook gedacht worden aan inzet van een algemene of voorliggende voorziening bij het op orde brengen van de thuisadministratie. Te denken valt daarbij aan de formulierenbrigade, het invullen van belastingformulieren of de inzet van Schuldhulpmaatjes of een administratiekantoor. Bij zwaardere problematiek zoals het hebben van schulden kan een cliënt ook ondersteuning krijgen vanuit de Schuldhulpverlening of er kan bewindvoering worden ingeschakeld.

Justitie

•Cliënt veroorzaakt geen overlast

•Cliënt pleegt geen overtredingen of delicten

•Cliënt komt afspraken na met politie, justitie en reclassering

Verslaving

•Cliënt heeft zijn/haar verslaving onder controle

•Cliënt heeft geen problemen als gevolg van de verslaving

•Cliënt erkent zijn/haar verslaving

•Cliënt kan hulp vragen wanneer de verslaving niet (meer) onder controle is

Ouders/opvoeder

•Ouders inzicht geven bij problematiek van het kind

•Ouders/opvoerder handvatten aanreiken ten aanzien van het opvoeden en begeleiden van hun kind

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.