Aanhef
De raad van de gemeente Barendrecht;
overwegende, dat met het vaststellen van de beleidsnota openbare verlichting de veiligheid en comfort bij duisternis in de openbare ruimte verbeterd wordt;
gezien de wens om op een structurele, effectieve en efficiënte wijze de openbare verlichting te beheren en te onderhouden;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 maart 2004;
gelet op het advies van de commissie Grondgebied van 6 april 2004;
besluit:
•in te stemmen met de beleidsnota openbare verlichting;
•in te stemmen met het beschikbaar stellen van € 1 18.800,00 ten laste van het fonds openbare verlichting
•akkoord te gaan met de herziening van het fonds openbare verlichting.
3 Inleiding
3.2 Bestaande situatie
3.2.1 Algemeen
Hieronder volgen een aantal -op het gebied van de openbare verlichting- belangrijke elementen van de gemeente Barendrecht:
•Barendrecht heeft circa 35.000 inwoners en is gelegen in Zuid-Holland onder de rook van Rotterdam.
•Het aantal inwoners is binnen 15 jaar met meer dan 15.000 toegenomen, met name Carnisselande als Vinex-locatie heeft hieraan bij gedragen.
•Het fietsverkeer en openbaar vervoer moeten bevorderd worden.
•De sociale- en verkeersveiligheid moeten gewaarborgd worden.
•Het autoverkeer wikkelt zich primair af via stroomwegen en gebiedsontsluitingswegen.
3.2.2 Openbare verlichting
De gemeente heeft inmiddels meer dan 9.000 lichtpunten, hiermee wordt bedoeld de totale bovengrondse installatie. Dit aantal groeit jaarlijks. Deze lichtpunten zijn eigendom en in beheer van de gemeente. De belangrijkste onderdelen van een lichtpunt zijn de mast en het armatuur. De mast is de drager van het armatuur. Het armatuur vormt de behuizing van de lamp en is normaal gesproken bevestigd aan de mast.
De levensduur van beide onderdelen verschillen van elkaar, daardoor laten onderstaande grafieken een verschillend beeld zien van de leeftijdsopbouw. In beide gevallen, zowel bij de lichtmasten als bij de armaturen blijkt dat een relatief groot deel van het bestand jonger is dan 25 jaar.
grafiek 3.1 leeftijdsopbouw lichtmasten
grafiek 3.2 leeftijdsopbouw armaturen
-Lichtmasten: 90% van het bestand jonger dan 25 jaar
-Armaturen: 85% van het bestand jonger dan 25 jaar
De oudste masten en armaturen dateren van rond 1960 en de nieuwste zijn onder andere geplaatst in de Vinex-locatie Carnisselande. Verderop in deze nota wordt hier nader op ingegaan (hoofdstuk 7).
3.3 Probleem- en doelstelling
3.3.1 Probleemstelling
Het overgrote deel van de lichtmasten en armaturen heeft een relatief jonge leeftijd, dit pleit voor extra aandacht betreffende beheer en onderhoud teneinde dit jonge areaal in goede staat te houden. Daarnaast is actie gewenst om de verouderde lichtmasten en armaturen te vervangen. Deze bevinden zich voornamelijk in de, historisch gezien, oudere delen van Barendrecht. Om het areaal beheersbaar te houden is het van groot belang dat er ruime aandacht geschonken wordt aan de keuze van de verlichtingsinstallatie.
3.3.2 Doelstelling
De huidige aanpak moet middels een goed onderbouwde en doortimmerde “Beleidsnota Openbare Verlichting” worden omgezet naar een structurele, effectieve en efficiënte aanpak. Hiermee wordt het beheer en onderhoud van de openbare verlichting voor nu en in de toekomst zeker gesteld.
5 Doel, functies en eisen openbare verlichting
5.2 Functies en eisen openbare verlichting
5.2.1 Sociale veiligheid
In een sociaal veilige omgeving voelen mensen zich niet bedreigd en ervaren ze geen angst voor geweld. De sociale veiligheid hangt nauw samen met de wijze waarop de omgeving is ingericht. Overigens bepaalt niet alleen de daadwerkelijke criminaliteit de sociale veiligheid. Ook de subjectieve gevoelens van mensen vormen een factor van betekenis. Verlichting van (semi-)openbare ruimten komt de sociale veiligheid sterk ten goede.
Bij duisternis neemt de kans op vandalisme, openlijke bedreiging en andere vormen van geweld toe. Daarom dient de openbare ruimte zo verlicht te zijn, dat passanten elkaar op redelijke afstand kunnen waarnemen en ook kleuren voldoende kunnen herkennen. Dat stelt specifieke eisen aan de verlichtingsinstallatie.
De Nota van Toelichting gaat uitgebreid in op de sociale veiligheid in relatie tot de openbare verlichting. In deze paragraaf worden de consequenties uiteengezet die gepaard gaan aan het voorkomen van onveilige locaties binnen de gemeente Barendrecht.
5.2.2 Verkeersveiligheid
Zonder straatverlichting is veilig verkeer bij nacht niet goed mogelijk. Uit oogpunt van verkeersveiligheid geldt als eis dat de weg in de rijrichting goed is te overzien. Ook dienen de verkeersdeelnemers het verloop van de weg en de aanwezigheid van zijwegen te kunnen waarnemen. Vooral bij kruispunten, verkeerspleinen, rotondes en andere complexe situaties is een goed overzicht van groot belang. De eigen verlichting van auto's of fietsen is hiervoor niet toereikend. Daarbij komt dat het 'groot licht' van auto's lang niet altijd kan worden gebruikt vanwege verblinding van tegenliggers.
Openbare verlichting heeft een bewezen gunstige invloed op de verkeersveiligheid. Uit nationaal en internationaal onderzoek blijkt dat het aantal nachtelijke ongevallen met zo'n 25 tot 35 procent daalt door het aanbrengen van openbare verlichting. Anderzijds kunnen lichtmasten bij verkeersongevallen een extra risico vormen. Bij de materiaalkeuze van de armaturen en masten dient hiermee rekening te worden gehouden. Uiteraard geldt dit ook voor de plaatsing van de masten op die locaties waar het mogelijk is dat het verkeer van de weg raakt (bijvoorbeeld bochten).
Een belangrijke doelstelling van de gemeente is de verkeersveiligheid te bevorderen waarbij de bereikbaarheid wordt gewaarborgd en de verkeershinder geminimaliseerd. Dit is vastgelegd in “Verkeersveiligheidplan gemeente Barendrecht” [1996].
Mede met behulp van de openbare verlichting zijn deze doelstellingen te verwezenlijken. Zo wordt er door verschil van toepassing, zoals hoogte, lichtsterkte, kleur en opstelling een duidelijk onderscheid gemaakt in de verkeersaders (stroomwegen en gebiedsontsluitingswegen) en verblijfsgebieden (erftoegangswegen en verblijfsgebieden, 30 km/u-zones).
De eisen aan de openbare verlichting zijn afhankelijk van het toepassingsgebied. Bij verkeersaders gaat het vooral om:
•De visuele geleiding van het verkeer (aangeven van het verloop van de weg).
•Het zichtbaar maken van de wegindeling.
•Het zichtbaar maken van de weggebruikers.
In verblijfsgebieden gaat het om:
•Het zichtbaar maken van de directe omgeving.
•Het zichtbaar maken van de verhardingen, trottoirbanden, oneffenheden en op straat liggende zaken.
•Het mogelijk maken dat mensen elkaar op redelijke afstand (4 m) herkennen.
•Het voorkomen van donkere plekken.
•Het leesbaar maken van straatnamen, huisnummers, e.d.
Winkelstraten, het oude stadscentrum en voetgangersgebieden vallen eveneens onder de verblijfsgebieden. Als de duisternis valt verandert de sfeer in dergelijke gebieden. Straten, pleinen en gebouwen zullen hierdoor een andere uitstraling krijgen. Comfort, welzijn, sfeer en veiligheid krijgen een andere betekenis; deze elementen kunnen door toepassing van goede verlichting gunstig worden beïnvloed. Verlichting bepaalt de stemming, draagt bij aan veiligheid en comfort, beschermt tegen misdaad en vandalisme. Het toepassen van een juist afgestemde verlichting verhoogt de aantrekkelijkheid van deze gebieden en de kwaliteit van het menselijk leefmilieu.
Fietspaden nemen een aparte plaats in. De fietspaden worden bij duisternis, maar vooral gedurende de stillere uren, alleen gebruikt als zij goed zijn verlicht en als de directe omgeving goed is te overzien. Slecht verlichte fietspaden en fietspaden met struikgewas erlangs geven een gevoel van onveiligheid en maken criminaliteit gemakkelijker. De keuze is daarom, of een goed ingericht fietspad met doelmatige verlichting of geen verlichting. In het laatste geval betreft het een toeristisch fietspad dat alleen gebruikt wordt bij daglicht. Fietspaden langs verkeersaders worden gezien als utilitair fietspad en behoren voldoende mee verlicht te zijn door de verlichting van de wegen zelf. Is dit plaatselijk niet het geval omdat het fietspad verder van de weg afligt of zelfs gescheiden is door bijvoorbeeld struiken, dan is er de keuze het fietspad dichter langs de weg te leggen, of het van eigen verlichting te voorzien. De gebruiksvriendelijkheid en de overzichtelijkheid zijn mede bepalend voor de te maken keuze.
Is de weg zelf niet verlicht en is er een goede reden om het fietspad te verlichten, dan zal de weg worden verlicht, waarmee een duidelijke situatie ontstaat en het fietspad vanzelf voldoende licht heeft. Goede redenen kunnen zijn het gebruik van het fietspad (intensiteit) of het aanwezig zijn van belangrijke bestemmingen gelegen aan het fietspad, en in het slechtste geval verhoogde criminaliteit.
5.2.3 Leefbaarheid en esthetica
Leefbaarheid heeft te maken met de herkenbaarheid en de sfeer van de openbare ruimte. Zo kunnen we de leefbaarheid bevorderen door het bijzondere karakter van de ruimte te benadrukken.
Openbare verlichting speelt een belangrijke rol bij het tot zijn recht te laten komen van de openbare ruimte. Het bijzondere karakter van een plek kan met behulp van de openbare verlichting tot uitdrukking worden gebracht. Hierbij kan gedacht worden aan een monumentaal bouwwerk, het plaatsen van klassieke lantaarns in een klassiek stadspark, in straten met historische gevels of de plaatsing van eigentijds vormgegeven lichtmasten op een stedelijk plein. Bij realisatie van een meer decoratief georiënteerde verlichtingsinstallatie zal de ter plaatse vereiste functionele verlichtingskwaliteit uitgangspunt blijven.
De sfeer wordt in belangrijke mate beïnvloed door de gekozen lichtsoort en de mate waarin de omgeving wordt ‘mee verlicht’. Bij lage verlichtingsniveaus wordt ‘warm-wit’ licht als aangenamer ervaren dan ‘koel-wit’ licht. Een goede vergelijking is de verlichting in een woonkamer of kantoor; ook daar wordt duidelijk onderscheid gemaakt naar lichtkleur en is het in de regel zo dat ‘koel-wit’ licht (zoals TL-verlichting) niet in woonkamers wordt toegepast. Zie ook de nota van toelichting.
Bij het verlichten van de weg wordt ernaar gestreefd de aanwezige bebouwing, eventuele groenvoorzieningen, straatnaamborden en huisnummers zoveel mogelijk mee te verlichten. Uiteraard dient zoveel mogelijk hinderlijke instraling in woningen en het verblinden van weggebruikers vermeden worden.
Foto 5.1: Avenue Carnisse: aandacht voor esthetica
6 Landelijke wet en regelgeving
6.2 Landelijke en Europese normen
6.2.1 Verlichtingskwaliteit
De verlichtingskwaliteit is niet via wettelijke of andere bindende bepalingen geregeld. Wel heeft de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) aanbevelingen opgesteld, de zogenaamde ‘Aanbevelingen voor Openbare Verlichting, deel 1 – Kwaliteitscriteria en aanbevolen waarden’. [uitgave 1990]
Medio 2002 zijn de volledig herziene aanbevelingen voor de openbare verlichting uitgekomen. De nieuwe Europese normen voor wegverlichting zijn hiervoor als uitgangspunt genomen. Daarvoor is samenwerking gezocht met het Nederlands Normalisatie-Instituut (NNI) en besloten de aanbevelingen uit te geven als Nederlandse Praktijk Richtlijn [NPR 13201 –1] Openbare verlichting – Deel 1:Kwaliteitscriteria.
In deze NPR is nog kritischer gekeken naar Waar, Wanneer, Hoe en Hoeveel licht er moet worden geïnstalleerd.
De NPR 13201 –1 werkt net als de ”oude” aanbevelingen met de differentiatie van de verschillende verlichtingsklassen voor verblijfsgebieden en voor wegen met
hoofdzakelijk een verkeersfunctie.
De Nota van Toelichting behorend bij deze beleidsnota geeft in hoofdstuk 1, paragraaf 1.10, nadere uitleg over deze nieuwe richtlijnen.
6.2.2 Verlichtingsmiddelen
Voor verlichtingsmiddelen worden binnen CEN (Comité Européen de Normalisation) en CENELEC (Comité Européen de Normalisation Electrotechnique) Europese normen opgesteld voor lichtmasten respectievelijk armaturen. Voor een aantal producten geldt dat deze aan één of meerdere Europese Richtlijnen moeten voldoen. Deze producten mogen alleen dan op de markt worden gebracht als ze voorzien zijn van een CE-keurmerkteken, welke aangeeft dat aan de relevante Europese Richtlijnen is voldaan.
Het beleid van de gemeente Barendrecht moet erop gericht zijn, dat alleen producten met dit CE-merkteken worden toegepast.
7 Inventarisatie
7.1 Inventarisatie
7.1.1 Lichtmasten
Er is sprake van verscheidene soorten en uitvoeringen van lichtmasten in de gemeente Barendrecht. De meest voorkomende zijn de uitvoeringen in aluminium en staal. De stalen masten zijn geschilderd en komen vooral voor in de oudere delen van Barendrecht. Naast nog een aantal muur armen is er nog een groep van masten die benut worden voor overdracht van informatie zoals informatieborden en ANWB wegwijzers; deze zijn gerubriceerd onder overig.
7.1.2 Armaturen
Het aantal armaturen bedraagt meer dan 9700. Er is sprake van 12 fabrikaten met meer dan 90 verschillende uitvoeringen. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven de armaturen naar lampsoort.
7.1.3 Lampen
Bijna alle in de openbare verlichting gebruikelijke lampsoorten komen voor. Het grootste aandeel wordt geleverd door de compact-fluorescentie lampen (PLL).
Het aandeel PLL lampen zal de komende jaren verder stijgen, terwijl het aandeel SOX en TL lampen zal afnemen.
7.1.4 Leeftijdsopbouw
Bij de leeftijdsopbouw is een onderverdeling gemaakt, waarbij uitgegaan wordt van perioden van 5 jaar.
7.2 Beoordeling
7.2.1 Barendrecht
Stroomwegen
De stroomwegen vormen de rondweg van Barendrecht. De rondweg is binnen gelegen binnen de bebouwde kom, met uitzondering van de Verenambachtweg en dan met het gedeelte Dierensteinweg – Verbindingsweg. De verlichtingsinstallatie voldoet aan de richtlijnen zoals deze gesteld zijn in de NPR 13201 – 1. Daar waar nodig zijn de fietspaden apart verlicht.
Gebiedsontsluitingswegen
Er is een onderscheid waarneembaar tussen de gebiedsontsluitingswegen in het ”oude” Barendrecht en in Carnisselande. De wegen in het oude gedeelte zijn voornamelijk voorzien van lagedruk-natrium lampen en de mastafstanden zijn relatief groot. Hierdoor ontstaat een vlekkerig beeld en door het ontbreken van kleurherkenning wordt de verlichting als minimaal of op z’n best als onvoldoende ervaren.
In Barendrecht-Carnisselande is er sprake van een geheel ander situatie. De toepaste lampsoort is hogedruk-natrium en mastafstanden zijn in orde. De installatie is voldoet aan de richtlijnen, zoals deze gesteld zijn in de
NPR 13201 – 1. Daar waar nodig zijn de fietspaden apart verlicht.
Foto 7.1: gebiedsontsluitingsweg Carnisselande
Foto 7.2: gebiedsontsluitingsweg “oud” Barendrecht
Erftoegangswegen / verblijfsgebieden
Door de hele gemeente Barendrecht is doormiddel van de keuze van materialen voor de openbare verlichting een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de functie van erftoegangswegen en de daaraan liggende verblijfsgebieden.
De erftoegangswegen zijn verlicht met armaturen geschikt voor diverse lampsoorten (SOX, PLL en TLS) en bevinden zich op een lichtpunthoogte van 6,0 meter.
In de verblijfsgebieden zijn paaltopmasten toegepast met een lichtpunthoogte tot 4,0 meter. De armaturen zijn geschikt voor “wit”-licht. De toegepaste lampsoorten in de verblijfsgebieden zijn PLL en TLE. In een aantal gevallen is het verlichtingsniveau nog redelijk, maar de gelijkmatigheid van de verlichting voldoet niet aan de gestelde richtlijnen.
Bij vervangingen is het derhalve noodzakelijk dat er kritisch gekeken wordt naar de toegepaste lichtpunthoogte. Daarnaast zijn er door de hele gemeente een aantal parkeervakken en parallelle paden die onvoldoende verlicht zijn.
Foto 7.3: erftoegangswegCarnisselande
Foto 7.4: erftoegangsweg “oud” Barendrecht
Fietspaden
De gemeente Barendrecht stimuleert het fietsgebruik en optimaliseert daar waar nodig het fietsroutenetwerk. Dit beleid komt ook duidelijk tot uiting bij de verlichting van de fietspaden. Fietspaden zijn daar waar nodig apart verlicht.
Foto 7.5: Middeldijk: fietsroute
Centrumgebied en winkelgebieden
De installatie is zeer divers wat betreft uitvoering en verlichtingsniveau. Op enkele locaties is decoratief materiaal toegepast, maar van enige eenheid is geen sprake.
Voorliggende beleidsnota kan goed dienen als instrument om een juiste keuze te maken voor het verlichtingsniveau en de materiaalkeuze. Hierdoor kan eveneens invulling worden gegeven aan de ambitie van de gemeente om het centrum tot één aansprekend geheel om te vormen.
Wegen op bedrijventerreinen
Er is een duidelijk onderscheid waarneembaar tussen de wat oudere en de nieuwere bedrijventerreinen. Op oudere terreinen, zoals Reijerwaard en Dierenstein, worden lagedruk-natrium lampen toegepast en zijn de onderlinge mastafstanden te groot. Het geheel doet donker aan.
Op nieuwere terreinen, onder andere Vaanpark 1, worden hogedruk-natrium lampen toegepast en zijn de mastafstanden in orde. Deze aspecten, in combinatie met goed verlichte particuliere terreinen, leveren een hoger kwaliteitsniveau op van zowel verlichting als bebouwing.
7.2.2 Wegen buiten de kom
De wegen buiten de kom zijn niet overal verlicht. Hier en daar is oriëntatie verlichting geplaatst. De verlichting is in veel gevallen afgestemd op situatie ter plaatse. Incidenteel is verlichting geplaatst bij onoverzichtelijke verkeerssituaties en nabij in- en uitritten van woningen. Deze zijn wegen voornamelijk in beheer bij het Waterschap IJsselmonde. Een uitgebreide beoordeling is derhalve achterwege gebleven.
7.3 Lichtsterkte metingen
7.3.1 Overzicht lichtsterkte metingen
Straat
Categorie
Gemeten
waarde
[lux]
Bijhorende parameters
Bijzonderheden
E min.
Uh
Buitenlandsebaan
GOW
9,34
6,60
0,20
Goed verlichtingsniveau
Binnenlandsebaan
GOW
4,43
0,71
0,05
Armaturen in bomen
Berlagedreef
ETW
4,03
2,10
0,52
Trottoir matig, rijbaan in orde
Rietvelddreef
ETW
2,75
0,90
0,33
Verlichtingsniveau in orde,
trottoir matig
Rietgors
ETW
1,43
0,60
0,42
Verlichtingsniveau te laag
De Kreek
Woon
2,68
1,00
0,37
Verlichtingsniveau in orde
Middenbaan
Winkel
7,33
3,90
0,53
Verlichtingsniveau in orde
Brugge
Bedrijven
8,50
5,50
0,65
Perfect niveau
GOW : gebiedsontsluitingsweg
ETW : erftoegangsweg
Woon : verblijfsgebied
Winkel : winkelgebied
Bedrijven : Bedrijventerrein
10 Beheer, Onderhoud en Ontwerp
10.1 Beheer
10.1.1 Standaardisatie
Om een installatie zo efficiënt mogelijk te beheren zal er een standaard materialen pakket moeten worden samengesteld. Hierdoor zullen de magazijnvoorraden en logistieke kosten zo laag mogelijk kunnen worden gehouden. Daarnaast kan erbij schadegevallen sneller gereageerd worden om deze schades te verhelpen. Bij de keuze van een standaard installatie zal er rekening worden gehouden met de eisen zoals gesteld in het beeld kwaliteitsplan.
De toegepaste materialen dienen verder zo te zijn uitgevoerd dat onder alle omstandigheden het onderhoud op eenvoudige wijze kan worden uitgevoerd.
Het kiezen voor een standaard pakket wil niet zeggen dat een decoratieve installatie niet tot de mogelijkheden behoort, een dergelijke installatie zal juist bijdragen aan het vergroten van de herkenbaarheid en aantrekkelijkheid van de gemeente Barendrecht.
Bij toepassing van een decoratieve installatie mogen de functionele aspecten echter niet uit het oog worden verloren. Hiervoor is het noodzakelijk dat nieuwe ontwerpen altijd door de beheerder beoordeeld worden.
Daarnaast is het zo dat er bij een decoratieve installatie rekening moet worden gehouden met hogere installatie- en onderhoudskosten. Een punt van aandacht hierbij zijn de langere levertijden van een dergelijke installatie.
Voor de keuze van een nieuwe verlichtingsinstallatie conformeert de gemeente Barendrecht zich aan de in deze beleidsnota omschreven uitgangspunten
10.1.2 Communicatie “Storingen openbare verlichting”
De veiligheid op straat is gebaat bij een goed functionerende openbare verlichting. Niet alleen de verkeersveiligheid, maar ook het gevoel ´s avonds veilig op straat te kunnen lopen. Maar de verlichting op straat is een technische installatie. En die kan defect raken, technische mankementen, aanrijdingen, vandalisme, einde levensduur etc. De gemeente en haar installateur zullen hun uiterste best om dergelijke defecten zo snel mogelijk te herstellen. Daarvoor is men echter voor een deel afhankelijk van meldingen vanuit het publiek, in de nota van toelichting [hoofdstuk 1, paragraaf 1.11] wordt daar nader op ingegaan.
10.2 Onderhoud
10.2.1 Preventief onderhoud
Een goed voorbeeld van preventief onderhoud is de groepsremplace. Dit houdt in: het groepsgewijs vervangen van lampen (lichtbronnen) na een vooraf bepaald aantal branduren. Deze branduren worden per lampsoort bepaald aan de hand van de technische gegevens en ervaringscijfers betreffende uitvalspercentages van lampen. Eigenlijk komt het erop neer dat lampen juist voor het einde van hun levensduur vervangen worden. De technische gegevens worden geleverd door de leverancier van de lampen, de ervaringscijfers dienen te worden aangeleverd door de instantie die de installatie onderhoud. Het beste is echter de ervaringscijfers te bepalen aan de hand van een daarop toegesneden beheerprogramma.
Groepsremplace zal echter gecombineerd moeten worden met het incidenteel verhelpen van storingen om te voorkomen dat lampen geruime tijd uit blijven staan.
Om inzicht te blijven houden in de kwalitatieve staat van de installatie dient gelijktijdig met zo’n groepsremplace de kwaliteit van de lichtobjecten te worden beoordeeld. Met behulp van een zogenaamde schadecatalogus kan de technische staat van een installatie worden aangegeven. De resultaten van deze methode kunnen verwerkt worden in een beheersysteem van waaruit onderhoudsprogramma’s kunnen worden opgesteld.
Naast het hiervoor genoemde, is het schilderen van stalen lichtmasten een vorm van preventief onderhoud waardoor de kwaliteit van de lichtmast langer gegarandeerd kan worden.
10.2.2 Correctief onderhoud
Onder correctief onderhoud wordt verstaan het op incidentele basis herstellen van schade als gevolg van storingen, vandalisme en aanrijdingen. Deze storingen kunnen op twee manieren worden geconstateerd; na melding van het publiek (de burger) of door een regelmatige inspectie van de installatie.
Deze inspectie op het functioneren van de lichtbronnen geschiedt een aantal malen per jaar, bijvoorbeeld aan het begin van de donkere periode, tijdens deze periode en aan het begin van het voorjaar. Geconstateerde defecten dienen hierna binnen 10 werkdagen te worden hersteld.
Controle van een installatie is met name van belang in het geval dat het een al wat oudere installatie betreft. De buitenzijde van een mast laat niet altijd zien wat de daadwerkelijke technische staat is. Door rondom de complete installatie stabiliteitsmetingen uit te voeren wordt een kwalitatief betrouwbaar beeld verkregen en komen de verborgen gebreken boven water. Door vooraf aan te geven welke masten er voor een meting in aanmerking komen, bijvoorbeeld masten ouder dan 25 jaar en lichtpunthoogte van 8 meter, kunnen de kosten voor zo’n meting beperkt worden. Bovendien biedt een dergelijke meting voordelen op het gebied van betrouwbaarheid, veiligheid, besparingen op het onderhoudsbudget en beperking van de aansprakelijkheid.
10.2.3 Vervangingsinvesteringen
Vervangingsinvesteringen (renovatie) vormen een belangrijk onderdeel in het onderhoudssysteem van de openbare verlichting in de gemeente Barendrecht. Het niet doen van vervangingsinvesteringen zal de kwaliteit van de installatie doen teruglopen. De financiële consequenties voor het doen van de noodzakelijke vervangingsinvesteringen worden aangegeven in hoofdstuk 12.
Vervangingen dienen een gunstig effect te hebben op de exploitatiekosten van de openbare verlichting, dit kan gerealiseerd worden door toepassing van energiezuinige lampen en onderhoudsarme verlichtingsmiddelen.
Bij renovatiewerken zal het uitgangspunt zijn dat bestaande mast locaties gehandhaafd blijven. Daar waar het verlichtingsniveau onvoldoende is zal de oplossing in eerste instantie gezocht worden in toepassing van armaturen met een hoger rendement en/of lampen met een hoger vermogen. De reden voor deze keuze zijn de hoge investeringen, in het geval van verplaatsing en bijplaatsing, als gevolg van werkzaamheden aan het kabelnet. Onvolkomenheden aan het verlichtingsniveau zullen uiteraard bij renovatiewerken worden weggewerkt.
11 Overige beleidsaspecten
11.4 Openbaar groen
11.4.1 Bestaande situaties
Een belangrijk aandachtspunt kwestie voor de gemeente Barendrecht is de positie van lantaarns ten opzichte van bomen. Is er sprake van enige afscherming van het licht door enkele takken, dan kan opkronen van bomen een oplossing bieden, mits de verwachting is dat dit jarenlang goed blijft.
In bepaalde gevallen moet een lagere lichtpunthoogte of een langere uithouder het armatuur buiten het bladerdak brengen (en houden). Bij zeer jonge aanplant kan worden bezien of het verplaatsen van boompjes mogelijk is.
In alle gevallen waar een blijvende goede oplossing slechts mogelijk is door de lantaarnpalen te verplaatsen, zal de keuze hierop moeten vallen.
De bestaande knelpunten moeten in het uitvoeringsplan nader worden uitgewerkt. De oplossingen zijn zeer arbeidsintensief en kostbaar, in het bijzonder als de werkzaamheden niet in combinatie met andere werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden. Voorgesteld wordt dan ook bestaande knelpunten in de afstemming tussen de openbare verlichting en het openbare groen zoveel mogelijk in samenhang met bestaande of te ontwikkelen renovatieplannen op te lossen. Hierdoor worden extra kosten zoveel mogelijk vermeden. Bij de uitvoering van de renovatiewerkzaamheden moeten de betrokkenen voor openbare verlichting en Openbaar Groen in een vroegtijdig stadium overleggen over de maatregelen die genomen moeten worden om het verlichtingsniveau weer op peil te brengen.
11.4.2 Nieuwe situaties
Voor nieuwe situaties en voor nieuwe omgevingen (bijvoorbeeld Carnisselande) geldt de nadrukkelijke eis dat een totaalontwerp, waarin masten en bomen zijn opgenomen, noodzakelijk is.
Er moeten richtlijnen worden ontwikkeld met het doel de groenvoorziening van het begin af aan zo goed mogelijk af te stemmen op de openbare verlichting.
Ook hier nogmaals de aandacht voor het Politiekeurmerk Veilig Wonen. Met name in nieuwe situaties is dit relatief eenvoudiger te realiseren.
Belangrijke aandachtspunten in dit verband bij het plaatsen van nieuwe installaties zijn:
•De lichtmast nooit achter een boom of bomenrij plaatsen t.o.v. het verkeer.
•Een minimale afstand van boom tot lichtmast aanhouden die gelijk is aan de lichtpunthoogte van de lichtmast.
(N.B.: het PolitieKeurmerk eist een afstand van 8,0 meter tussen mast en boom.)