Aanhef
Burgemeester en wethouders van Baarn;
gelet op dat:
de gemeenteraad van Baarn de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp Baarn 2024 heeft vastgesteld;
in artikel 26 van deze verordening is gesteld dat het college in aanvulling op de verordening nadere regels kan stellen;
BESLUIT:
de Uitvoeringsregels Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Baarn 2025 vast te stellen.
Citeertitel
Deze uitvoeringsregels worden aangehaald als Uitvoeringsregels Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Baarn 2025.
Hoofdstuk 2 Een maatwerkvoorziening is de afrondende schakel voor optimale zorg
2.3 Gebruikelijke hulp
2.3.1 Soort gebruikelijke hulp
In een huishouden zijn alle huisgenoten samen verantwoordelijk voor al het werk dat gedaan moet worden. Als één persoon niet in staat is om diens taken te doen, wordt van de andere huisgenoten verwacht dat ze die taken overnemen als zij daar wel toe in staat zijn. Ook bij taken die als begeleiding kunnen worden gezien, wordt vanaf 23 jaar ervan uitgegaan dat huisgenoten doen wat ze kunnen als ze aanwezig zijn.
Bij kinderen onder de 23 jaar wordt dit verdeeld op basis van leeftijd:
•Kinderen van 0 tot 5 jaar: leveren geen bijdrage aan het huishouden.
•Kinderen van 5 t/m 12 jaar (naar eigen mogelijkheden): kunnen helpen met opruimen, kunnen helpen met tafel dekken en tafel afruimen, kunnen helpen met de vaatwasser in- en uitpakken of afwassen en afdrogen, kunnen een boodschap doen en kunnen hun eigen kleding in de wasmand gooien.
•Kinderen van 12 tot 23 jaar: kunnen, naast bovengenoemde taken hun eigen kamer op orde houden, d.w.z. rommel opruimen, stofzuigen, bed verschonen.
Vanaf 18 jaar wordt verwacht dat ze zelfstandig het huishouden van één persoon kunnen runnen. Vanaf 23 jaar gaat dit om een meerpersoonshuishouden. Dit geldt ook voor taken die typisch binnen een gezin horen, zelfs als de persoon met beperkingen er niet zou wonen. Bijvoorbeeld, de administratie moet worden bijgehouden en kinderen moeten naar school worden gebracht, net zoals ze samen naar de dokter of specialist moeten gaan.
2.3.2 Gebruikelijke hulp is niet optioneel
Gebruikelijke hulp is verplicht voor huisgenoten vanaf 18 jaar. Dit betekent dat het niet vrijblijvend is maar van hen mag worden verwacht. Er wordt geen onderscheid gemaakt op basis van geslacht, religie, cultuur, gezinssamenstelling, studie of werk. Zaken zoals hoe iemand zijn geld verdient, drukke werkschema’s, lange uren of persoonlijke opvattingen over het bieden van hulp zijn geen redenen om geen gebruikelijke hulp te bieden. Wel zijn er een aantal uitzonderingen:
•Voor kinderen tot en met 12 jaar geldt dat zij niet verplicht zijn om gebruikelijke hulp te bieden. Dit stelt hen in staat zich te richten op wat belangrijk is voor hun ontwikkeling, zoals naar school gaan, spelen en sociale contacten onderhouden, zonder belast te worden met zorgtaken die niet bij hun leeftijd passen.
•Als een huisgenoot minimaal een week fysiek afwezig is vanwege werk, wordt hiermee rekening gehouden in het onderzoek. De afwezigheid moet verplicht zijn vanwege het werk, zoals bij offshore werk, internationaal vrachtverkeer of werk in het buitenland.
•Als een partner, ouder, volwassen kind of andere volwassen huisgenoot beperkingen heeft en/of niet beschikt over de nodige kennis en vaardigheden om hulp te bieden, en deze vaardigheden niet kunnen worden aangeleerd, dan wordt er niet van hen verwacht dat ze gebruikelijke hulp bieden.
2.3.3 Niet-gebruikelijke hulp
Als de hulp die iemand nodig heeft meer is dan wat normaal is binnen een huishouden, noemen we dat ‘niet-gebruikelijke hulp’. Als huisgenoten toch deze extra hulp bieden, dan mogen we van hen verwachten dat ze dat blijven doen, ook al is het niet gebruikelijk. Dit is omdat het gaat om hulp voor hun familielid of huisgenoot, waar ze toe in staat zijn en het lijkt redelijk om dit van hen te verwachten, zelfs als het niet gebruikelijk is.
Zelfs als iemand minder is gaan werken en dus minder geld verdient om deze extra hulp te bieden, wordt dit gezien als ‘eigen kracht’, zolang dit financieel nog acceptabel is. Het doel van ondersteuning vanuit de Wmo of Jeugdwet is niet om het verlies aan inkomen te compenseren.
De gemeente beoordeelt of niet-gebruikelijke hulp mogelijk is aan de hand van de volgende vragen:
1Is de huisgenoot beschikbaar om gebruikelijke hulp te bieden?
2Zijn er medische redenen waarom de huisgenoot niet kan helpen?
3Is de huisgenoot te zwaar belast of dreigt deze overbelast te raken?
4Hoe gaat de inwoner met zijn netwerk de eigen kracht vergroten?
5Is er professionele hulp nodig of voldoet de hulp van de huisgenoot?
Ook bij het beoordelen van niet-gebruikelijke hulp kijkt de gemeente naar wat de inwoner precies nodig heeft en wat hij of zij of de ouders/verzorgers zelf nog kunnen doen, de eigen kracht. Verder wordt gekeken naar hoeveel hulp er nodig is en voor hoelang. De mogelijkheden en de draagkracht van de huisgenoten spelen hierbij een grote rol, net als hoe het huishouden is samengesteld en waar ze wonen.
2.3.4 Overbelasting
Overbelasting kan ontstaan door verschillende lichamelijke en psychische oorzaken en wordt beïnvloed door interne en externe factoren. Dit betekent dat mensen in dezelfde situatie verschillend kunnen reageren: waar de ene huisgenoot overbelast raakt, heeft de andere daar minder of geen last van. Daarom is het belangrijk om zorgvuldig te onderzoeken hoeveel iemand aankan (belastbaarheid) en hoeveel van hen gevraagd wordt (belasting).
Als dreigende overbelasting wordt veroorzaakt door een combinatie van werk, gebruikelijke hulp en andere activiteiten, krijgen werk en gebruikelijke hulp voorrang. In de meeste gevallen bepaalt de gemeente wat passend is, maar soms is aanvullend medisch advies nodig. Factoren zoals bekendheid bij de huisarts of langdurige uitval op het werk worden hierbij meegewogen. Samen met de inwoner zoeken we naar een haalbare balans.
Als een ouder aangeeft overbelast te zijn door de zorg of hulp aan hun eigen kind, is dit een reden om die ouder niet als betaalde zorgverlener in te zetten. In dat geval wordt gezocht naar een andere oplossing, bijvoorbeeld door de benodigde zorg door iemand anders te laten uitvoeren.
2.3.5 Mantelzorg en respijtzorg
Mantelzorg is de zorg en hulp die vrijwillig en zonder betaling door inwoners wordt gegeven aan naasten met een beperking, of andersom. Het gaat om intensieve hulp die meestal meer dan acht uur per week duurt en voor een lange tijd wordt gegeven. Mantelzorg gaat verder dan gebruikelijke- en niet-gebruikelijke hulp, zowel in hoeveelheid als in intensiteit. Mantelzorgers hoeven niet per se samen te wonen met degene die hulp nodig heeft.
Gebruikelijke hulp kan door gemeente van je worden verwacht, mantelzorg niet. Als een mantelzorger dreigt overbelast te raken of wegvalt, kan de gemeente hulp bieden, bijvoorbeeld door voor de zorgvrager tijdelijk verblijf ergens anders in te zetten. Dit wordt ook wel ‘respijtzorg’ genoemd.
Als dank en erkenning voor deze vrijwillige inzet is voor de Baarnse mantelzorger jaarlijks het ‘mantelzorgcompliment
1Zie ‘Regeling Mantelzorgwaardering Baarn’
’ beschikbaar. Ook kan een mantelzorgconsulent helpen bij het organiseren van de zorg. Mantelzorgers kunnen ook training krijgen, bijvoorbeeld over hoe ze het beste voor iemand kunnen zorgen. Dit is kosteloos.
Hoofdstuk 3 Richtlijnen voor een maatwerkvoorziening
3.1 Hulpmiddelen
3.1.1 Rolstoel
Een rolstoel is bedoeld voor inwoners die moeite hebben met lopen en die daardoor niet goed kunnen bewegen in en rond hun huis. Hoewel een rolstoel geen vervoersmiddel is zoals een auto, kan het wel helpen bij activiteiten buiten huis, zoals boodschappen doen of sociale activiteiten bijwonen in de buurt.
Incidenteel rolstoelgebruik
Een rolstoel voor incidenteel gebruik, ook wel een transportrolstoel genoemd, is niet bedoeld om dagelijks te gebruiken als zitplaats. Meestal wordt deze gebruikt wanneer iemand ergens anders naartoe moet waar lopen niet mogelijk is, zoals tijdens een uitstapje. Het hangt af van de aanleiding voor het gebruik van de rolstoel en de mate van medische noodzaak of een inwoner deze vanuit de Wmo of de Zorgverzekeringswet kan krijgen; de Wmo is er voor deelname aan de samenleving en de Zorgverzekeringswet voor medische zorg.
Selectie van een rolstoel
Naast het onderzoeken of een rolstoel vanuit de Wmo passend is voor de situatie van de inwoner, kijkt de consulent ook naar welk type rolstoel het beste past. Hierbij wordt rekening gehouden met de volgende punten:
•hoe de rolstoel gebruikt gaat worden;
•waar de rolstoel gebruikt gaat worden;
•hoe de rolstoel wordt aangedreven (door de gebruiker zelf met het eigen lichaam, door een mechanisme dat bedient wordt of door anderen geduwd worden);
•de zithouding en hoeveel ondersteuning nodig is;
•of de rolstoel gemakkelijk meegenomen moet kunnen worden;
•de lichaamsmaten van de persoon die de rolstoel gaat gebruiken (antropometrische gegevens).
Economische en technische afschrijvingstermijn
Hulpmiddelen worden meestal over een periode van vijf tot tien jaar afgeschreven. Dit betekent dat de kosten van het hulpmiddel over deze periode worden verdeeld en via een maandelijkse eigen bijdrage worden betaald. De gebruiker betaalt nooit meer dan de afgesproken prijs. Zodra dit bedrag is bereikt, stopt de eigen bijdrage. Na de afschrijvingstermijn kan het hulpmiddel soms worden vervangen of opgeknapt, afhankelijk van de behoeften van de gebruiker en of het hulpmiddel nog aan de veiligheidsvoorschriften voldoet.
Hulpmiddelen worden niet vervangen zolang het huidige hulpmiddel goed werkt. Vervanging gebeurt alleen als het hulpmiddel technisch niet meer goed functioneert. De ‘technische levensduur’ van het hulpmiddel staat beschreven in de contracten tussen de gemeente en de leveranciers. Als een inwoner vindt dat het hulpmiddel niet meer voldoet, wordt dit eerst gecontroleerd aan de hand van de afspraken in die contracten.
3.2 Woonvoorzieningen
3.2.1 Tilliften
Een tillift is een woonvoorziening dat helpt om inwoners met mobiliteitsproblemen op een veilige manier te verplaatsen, bijvoorbeeld van een bed naar een rolstoel of van een stoel naar het toilet. Er zijn zowel losse (verrijdbare) als vaste tilliften, waarbij de vaste tilliften aan de vloer, muur of wand worden vastgemaakt. Beide soorten tilliften kunnen op twee manieren worden gebruikt: passief (voor mensen die niet zelf kunnen staan) of actief (voor mensen die nog deels kunnen staan).
Bij het beoordelen of een tillift nodig is, kijkt een consulent naar:
•de verwachte verplaatsingen;
•de mogelijkheden van de inwoner;
•de indeling van de woning;
•de beschikbare ruimte.
3.2.2 Traplift
Een traplift is een woonvoorziening dat inwoners met mobiliteitsproblemen helpt om veilig van de ene verdieping naar de andere te gaan. Het bestaat uit een stoel of platform dat langs een rail over de trap beweegt. Onderhoud en het verwijderen van de traplift worden gedaan door de leverancier waarmee de gemeente een contract heeft.
Een traplift wordt niet geplaatst als:
•het gaat om een traplift naar de tweede verdieping;
•de trap te smal is, volgens de eisen in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving
5Inhoud Besluit bouwwerken leefomgeving | Informatiepunt Leefomgeving
;
•de inwoner niet in staat wordt geacht om de traplift veilig en zelfstandig te gebruiken, volgens medisch oordeel;
•het gaat om een wenteltrap, omdat hier aan geen veilige bevestiging mogelijk is.
3.2.3 Drempelhulp
De gemeente kan voor een drempelhulp zorgen als een inwoner problemen heeft om zelf het huis in of uit te gaan vanwege een drempel. Ook kunnen drempels in huis het moeilijk maken om zelfstandig te verplaatsen met een hulpmiddel, zoals een rolstoel.
Een drempelhulp wordt niet geplaatst als:
•een andere toegangsdeur tot de woning bruikbaar is. Bijvoorbeeld achterom of via een garage aan huis;
•verhuizen naar een gelijkvloerse woning een passendere oplossing is;
•drempels verwijderen of verlagen een passendere oplossing is.
3.2.4 Zorgunit
Bij grote woningaanpassingen, waarbij extra leefruimte nodig is die alleen met een aanbouw kan worden gemaakt, heeft een losse (herbruikbare) zorgunit de voorkeur. Dit komt door de lagere kosten en de mogelijkheid om de unit opnieuw te gebruiken. De zorgvrager moet naast de hulp van familieleden ook specialistische zorg nodig hebben. De zorgvrager woont in de unit, niet de zorgverlener.
Voorbeelden van zorgunits zijn een kamer voor een jeugdige met een verstandelijke beperking of gedragsproblemen, of een unit voor een ernstig demente ouder met de nodige voorzieningen zoals een slaapruimte, badkamer en toilet.
Een zorgunit heeft een vergunning nodig. Of iemand hiervoor in aanmerking komt, wordt beoordeeld bij het Omgevingsloket
6Omgevingswet | Gemeente Baarn
van de gemeente Baarn.
Het is belangrijk om het verschil tussen een zorgunit en een mantelzorgwoning te begrijpen. Bij een mantelzorgwoning woont de zorgverlener op het terrein van de zorgvrager, en hiervoor gelden andere regels. Raadpleeg hiervoor de huisvestingsverordening
7Huisvestingsverordening Baarn 2023 | Lokale wet- en regelgeving
van Baarn.
3.3 Vervoersvoorzieningen
3.3.1 Collectief vervoer lokaal/regionaal (Regiotaxi)
De Regiotaxi is een gedeelde taxi-dienst met busjes en taxi’s. Je kunt je loophulpmiddel, rolstoel of scootmobiel meenemen. De taxi rijdt binnen een gebied van 25 kilometer van je huis en haalt je op van deur tot deur. Je mag ook iemand meenemen, zoals een begeleider. Als je niet zelfstandig 800 meter kunt lopen, zelfs niet met een hulpmiddel, en het openbaar vervoer niet toegankelijk is voor jou, kun je mogelijk gebruikmaken van de Regiotaxi.
Inwoners van Baarn kunnen elk jaar tot 2400 kilometer met de Regiotaxi reizen. Met een Wmo-indicatie krijg je korting op de ritten. Het opstaptarief is dan €1,20 en je betaalt €0,30 per kilometer.
De Regiotaxi is bedoeld voor sociale en recreatieve ritten, zoals bezoekjes aan familie of uitstapjes. Het is niet bedoeld voor woon-werkverkeer of zakelijke ritten.
3.3.2 Valys
Valys is een taxidienst voor inwoners met een mobiliteitsbeperking die verder willen reizen dan 25 km binnen de eigen regio. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) beheert deze dienst. Als je een Wmo-indicatie hebt voor de Regiotaxi, kun je ook gebruikmaken van Valys voor ritten verder dan 25 kilometer vanaf je huis.
3.3.3 Vergoeding voor taxikosten
Als iemand geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer of geen eigen auto heeft, zijn er verschillende opties voor sociaal-recreatief vervoer, afhankelijk van de afstanden en de benodigde ondersteuning. De mogelijke opties zijn:
•individuele taxiritten.
•individueel rolstoeltaxivervoer;
•kilometervergoeding voor het gebruik van een eigen auto of een leenauto.
De tarieven hiervoor zijn te vinden in het financieel besluit van de gemeente Baarn
8Financieel Besluit Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Baarn 2024 | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl)
.
3.3.4 Aanpassingen aan je eigen auto
Voor aanpassingen aan de eigen auto van een inwoner is in Baarn een financiële tegemoetkoming mogelijk. Voorbeelden van aanpassingen zijn een handbediening voor gas en rem, een lift voor een rolstoel in de kofferbak, of oprijplaten. Alleen aanpassingen die speciaal voor mensen met een beperking zijn bedoeld, worden vergoed. De gemeente berekent de kosten voor aanpassingen aan een auto op basis van offertes die de aanvrager indient. Hoe dit precies werkt, staat beschreven in het Financieel Besluit van de gemeente Baarn.
3.3.5 Scootmobiel
Een scootmobiel is bedoeld voor korte en middellange afstanden en kan een handige aanvulling zijn op ander vervoer. Als je niet zelfstandig 800 meter kunt lopen, zelfs niet met een hulpmiddel, en het openbaar vervoer niet toegankelijk is voor jou, kun je mogelijk gebruikmaken van een scootmobiel. Om in aanmerking te komen voor een scootmobiel, moet er een goede plek zijn om hem te stallen, of er moet zo'n plek gemaakt kunnen worden. Deze plek moet schoon, droog en veilig zijn. Ook moet er een stopcontact zijn om de scootmobiel op te laden, omdat hij op elektriciteit werkt.
Omdat scootmobielen steeds vaker in gewone winkels te koop zijn, wordt verwacht dat ze in de toekomst als "normaal" worden gezien en als algemeen gebruikelijk.
3.3.6 Gesloten buitenwagen
Veel inwoners met mobiliteitsproblemen zien een gesloten buitenwagen als een goede oplossing, maar het is vaak niet de meest betaalbare optie. Alleen als medisch advies aangeeft dat andere opties niet geschikt zijn, wordt een gesloten buitenwagen overwogen.
3.3.7 Aangepaste fietsen
Er zijn speciale fietsen zoals de driewielfiets en de duofiets die ontworpen zijn voor mensen met een beperking en alleen verkrijgbaar zijn bij gespecialiseerde winkels.
Voor aangepaste fietsen gelden geen beperkingen van het gebruik als het gaat om sociaal recreatief of woon-werk vervoer.
3.4 Diensten
3.4.1 Hulp bij het huishouden
Hulp bij het huishouden is bedoeld om een schoon en leefbaar huis te behouden. Schoon betekent dat de basishygiëne op orde is, zodat het huis niet vies wordt en er geen gezondheidsrisico’s ontstaan. Leefbaar betekent dat het huis opgeruimd en functioneel is, zodat bijvoorbeeld valgevaar wordt voorkomen.
Hulp bij het huishouden wordt gegeven als een inwoner zelf, of met hulp van familie, het huis niet schoon en leefbaar kan houden. De veelgebruikte ruimtes, zoals de woonkamer, keuken, badkamer, slaapkamers en gangen, moeten regelmatig schoongemaakt worden, maar dat betekent niet dat alles elke week hoeft. Het gaat erom dat het huis netjes en hygiënisch blijft. Taken zoals ramen lappen of het verzorgen van huisdieren vallen niet onder deze hulp. Naast schoonmaken kan er ook geholpen worden bij het organiseren van het huishouden.
De gemeente bepaalt het aantal uren hulp die iemand krijgt op basis van wat nodig is om het huis schoon en leefbaar te houden. Dit wordt het ‘normenkader’ genoemd. Het normenkader dat de gemeente Baarn gebruikt is te vinden in bijlage 3.
Als iemand tijdelijk geen hulp nodig heeft, bijvoorbeeld door een ziekenhuisopname, kunnen de gemiste uren niet worden ingehaald, omdat het huis dan niet vervuild is.
Particuliere hulp bij het huishouden
Bij elke aanvraag voor hulp bij het huishouden wordt gekeken of iemand al een particuliere hulp heeft en hoeveel die hulp doet. (Extra) Hulp bij het huishouden via de Wmo kan alleen worden toegekend als:
•de particuliere hulp niet alle taken overneemt en ook niet mogelijk is;
•de particuliere hulp niet door kan gaan omdat de inwoner het niet meer kan betalen.
Overlijden van een partner
Als de inwoner op wiens naam hulp bij het huishouden voor een meerpersoonshuishouden staat komt te overlijden, mag de hulp nog maximaal 3 maanden doorgaan. Dit geeft de nabestaanden 3 maanden de tijd om de hulp op zijn of haar naam te zetten, als dat nodig is na onderzoek door de consulent. Het overlijden en andere veranderingen in de situatie moeten gemeld worden aan de gemeente. De zorgaanbieder helpt hierbij door de gemeente te informeren. Dit zorgt ervoor dat de naasten niet plotseling zonder hulp komen te zitten, en de gemeente het nodige onderzoek kan doen.
3.4.2 Begeleiding en daginvulling Wmo
Inwoners met een hulpvraag kunnen via de Wmo begeleiding krijgen bij dagelijkse taken. Dit kan bijvoorbeeld gaan om hulp bij administratie, afspraken, het leren van nieuwe vaardigheden, of deelname aan sociale activiteiten. Het doel is om inwoners zo zelfstandig mogelijk te laten functioneren en volwaardig mee te laten doen in de samenleving. Eerst wordt gekeken naar wat iemand zelf kan, eventueel met hulp van familie of vrienden. Pas daarna wordt professionele hulp ingezet, zodat de ondersteuning precies aansluit op wat nodig is.
Begeleiding speelt vaak een ondersteunende rol bij behandeling. Waar mogelijk wordt eerst onderzocht of behandeling een optie is. Begeleiding kan bijvoorbeeld helpen om tijdens de behandeling aangeleerde vaardigheden te oefenen. Daarom is een goede samenwerking en afstemming tussen behandelaar en begeleider van groot belang.
Individuele en groepsbegeleiding
Begeleiding en daginvulling kunnen zowel individueel als in groepsverband worden aangeboden. De voorkeur gaat uit naar de meest efficiënte oplossing. Groepsbegeleiding heeft daarom prioriteit als hiermee hetzelfde doel bereikt kan worden als met individuele begeleiding. In sommige situaties is een combinatie van beide nodig. Groepsbegeleiding kan thuis plaatsvinden (ambulant) of op een locatie voor dagactiviteiten. In Baarn wordt individuele begeleiding voornamelijk verzorgd door consulenten van het Lokaal Team, zowel thuis als op locatie.
Basis- en plusniveaus van begeleiding
Begeleiding en daginvulling worden onderscheiden in twee niveaus: basis en plus. Het basisniveau is het uitgangspunt en geschikt voor de meeste inwoners. Het plusniveau is bedoeld voor inwoners met complexe problemen of moeilijk gedrag, zoals een verstandelijke beperking, psychische problematiek of dementie. Dit niveau wordt alleen ingezet wanneer extra deskundigheid noodzakelijk is.
Voor begeleiding of daginvulling vanuit de Wmo geldt doorgaans een maximum van zes dagdelen per week. Extra dagdelen worden alleen toegekend als dit noodzakelijk is, bijvoorbeeld om mantelzorgers te ontlasten of om te voorkomen dat de zorgvraag toeneemt. Als blijkt dat er veel meer begeleiding nodig is, wordt onderzocht of ondersteuning vanuit de Wet Langdurige Zorg (WLZ) een passende oplossing is.
Vervoer naar groepsbegeleiding
Bij groepsbegeleiding wordt gekeken of de inwoner zelfstandig naar de locatie kan reizen, bijvoorbeeld met het openbaar vervoer, de fiets of een ander vervoermiddel. Hierbij kan oefening of begeleiding door mantelzorgers of vrijwilligers nodig zijn. Als zelfstandig reizen niet mogelijk is, wordt vervoer geregeld. Dit gebeurt in overleg met de aanbieder van daginvulling en houdt rekening met eventuele medische behoeften, zoals toezicht tijdens het vervoer. In specifieke gevallen kan de Zorgverzekeringswet (Zvw) worden ingeschakeld voor aanvullende ondersteuning.
Andere voorzieningen en ondersteuning
Thuiswonende inwoners met een WLZ-indicatie kunnen voor alle vormen van begeleiding een beroep doen op de WLZ. Daarnaast zijn er verschillende voorliggende voorzieningen beschikbaar die ondersteuning kunnen bieden. Dit kan bijvoorbeeld gaan om:
•arbeidsvoorzieningen, zoals ondersteuning via de ziektewet, WIA of Wajong;
•behandeling en zorg via de zorgverzekering;
•collectief aanbod van Pit Baarn;
•andere lokale initiatieven, zoals maatjesprojecten en bibliotheekactiviteiten, bieden laagdrempelige mogelijkheden voor sociale interactie en deelname aan activiteiten;
•algemeen gebruikelijke voorzieningen, zoals computercursussen of kinderopvang;
•gebruikelijke hulp van huisgenoten, zoals bij het regelen van thuisadministratie of het bieden van structuur in het dagelijks leven.
Met deze aanpak wordt voor iedere inwoner gezocht naar de beste oplossing, passend bij de persoonlijke situatie en behoeften.
3.4.3 Begeleiding en daginvulling Jeugd
In regio Amersfoort waar de gemeente Baarn onderdeel van is, wordt daginvulling voor jeugd tijdens schooltijd niet ingezet. Het uitgangspunt is om zorg rondom het kind te organiseren, zodat jeugdhulp wordt geboden binnen de school via Onderwijs-Zorgarrangementen (OZA). Slechts in uitzonderlijke situaties wordt hiervan afgeweken. Kinderen die naar dagbesteding gaan, keren vaak moeilijk terug naar onderwijs.
Onderwijs-Zorgarrangementen (OZA)
Een OZA is een samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp, gericht op kinderen met gecombineerde onderwijs- en zorgbehoeften. Hierin werken ouders, school, jeugdhulp en eventueel wijkverpleging samen. OZA’s worden afgestemd via multidisciplinair overleg (MDO) met onder andere het lokaal team van de gemeente, school, ouders, en andere relevante partijen. De nadruk ligt op een brede aanpak gericht op de jeugdige, de ouders en de school, wat meer effect heeft dan losse interventies.
Inclusiever Onderwijs
Inclusiever onderwijs, waarin leerlingen met en zonder ondersteuningsbehoeften samen onderwijs volgen, is het doel voor 2035. Samenwerkingsverbanden ondersteunen scholen met middelen, advies en expertise om een passend aanbod te realiseren. Scholen zijn verantwoordelijk voor de basisondersteuning; jeugdhulp en ondersteuningsspecialisten dragen bij vanuit hun expertise.
Zorgplicht en Vroege Ondersteuning
Scholen hebben een zorgplicht voor alle aangemelde leerlingen vanaf drie jaar. Voor jonge kinderen die nog niet instromen in regulier onderwijs, biedt het samenwerkingsverband expertise en opties zoals een Opstapklas. Brugfunctionarissen ontwikkelen samen met het samenwerkingsverband en het lokaal team al in de voorschoolse periode een ondersteuningsplan voor een goede start.
Maatwerk voor Thuiszitters
Voor leerlingen die tijdelijk geen volledig onderwijs kunnen volgen, wordt via de Variawet Passend Onderwijs deeltijdonderwijs geboden. Het uiteindelijke doel is volledige terugkeer naar school. Wanneer onderwijs niet haalbaar is, kan een leerling vrijstelling krijgen op medische gronden via het Team Ontwikkelingsmogelijkheden (TOM).
Regie en Samenwerking
Scholen hebben door hun zorgplicht de regierol in het organiseren van passend onderwijs. Zij schakelen ketenpartners zoals het lokaal team in wanneer nodig, maar blijven verantwoordelijk voor de voortgang. Goede samenwerking is essentieel voor succes.
Het bieden van jeugdhulp binnen de school bevordert inclusiviteit, voorkomt langdurige uitval, en draagt bij aan een optimale ontwikkeling van het kind. Professionals kunnen bij vragen terecht bij het Steunpunt Passend Onderwijs.
Voor begeleiding en dagactiviteiten voor jeugdigen zijn er diverse wettelijke en lokale voorzieningen beschikbaar die hier voorliggend aan zijn:
•Onderwijs: Passend onderwijs voor jeugdigen.
•Kinderopvang: Verantwoordelijkheid van ouders, werkgevers en overheid.
•Zorgverzekering: Zorg en behandeling via de Zorgverzekeringswet.
•Lokale initiatieven: Zoals PIT, maatjesprojecten, Joinus en de bibliotheek, gericht op sociale interactie en activiteiten.
3.4.4 Hulphond
Voor inwoners die beperkingen ervaren door bijvoorbeeld PTSS, een verstandelijke beperking of ASS kan een hulphond helpen bij gedragsregulatie, bijvoorbeeld door ondersteuning te bieden bij nachtmerries, herbelevingen of epileptische aanvallen. Dit wordt gezien als een therapeutisch doel en valt officieel niet onder de Wmo of Jeugdwet. Voor doelen gericht op participatie zijn de Wmo en Jeugdwet echter wél van toepassing, waarbij wetenschappelijk bewijs niet altijd noodzakelijk is, hoewel er inmiddels genoeg onderzoek is dat het nut van hulphonden aantoont.
Daarom heeft de gemeente Baarn ervoor gekozen om in sommige gevallen een hulphond wel te vergoeden, onder de volgende voorwaarden:
•de hulphond moet een specifieke taak of functie vervullen die aansluit bij de behoeften van de inwoner, zoals het bieden van ondersteuning bij een lichamelijke beperking of het helpen bij gedragsregulatie bij psychische aandoeningen;
•de inwoner moet in staat zijn om de hulphond op een goede manier te verzorgen en te trainen. Dit houdt in dat er voldoende tijd, ruimte en middelen moeten zijn om voor de hond te zorgen. De inwoner blijft altijd zelf verantwoordelijk voor de verzorging, voeding, medische en overige algemene kosten van de hond;
•de hulphond mag geen vervanging zijn voor professionele medische of therapeutische zorg. Deze zorg of ondersteuning is voorliggend. De rol van de hulphond moet aanvullend zijn en niet als enige vorm van ondersteuning dienen, tenzij de inwoner uitbehandeld is en uit het onderzoek blijkt dat een hulphond de enige vorm van ondersteuning is;
•de hulphond moet in een veilige en geschikte omgeving kunnen werken, en er mogen geen gezondheidsrisico's zijn voor de hond of de inwoner;
•de gemeente vergoedt de te maken kosten enkel na nauwkeurig onderzoek en een goedgekeurde offerte en niet met terugwerkende kracht.
Blindengeleidehonden (voor blinden en slechtzienden), signaalhonden (voor slechthorenden en doven) en de ADL-honden (voor inwoners met een lichamelijke beperking) vallen niet onder de Jeugdwet of Wmo. De inzet van deze honden kan mogelijk vergoed worden op grond van de Zorgverzekeringswet.
3.4.5 Beschermd wonen en maatschappelijke opvang
Het komt voor dat een inwoner door psychische of fysieke beperkingen tijdelijk of blijvend niet zelfstandig kan wonen. Voor hen is beschermd wonen een oplossing. Dit kan in een instelling met 24/7 ondersteuning, in een woongroep (gemengd wonen), of zelfstandig thuis met intensieve begeleiding. In de regio valt beschermd wonen onder de centrale toegang van de centrumgemeente Amersfoort. Er zijn afspraken gemaakt om inwoners zo veel mogelijk te helpen naar zelfstandiger wonen.
Hoofdstuk 4 Overwegingsfactoren voor een maatwerkvoorziening
4.1 Ondersteunende en belemmerende factoren
4.1.1 Anti-revaliderend effect van een maatwerkvoorziening
Een voorbeeld van zo’n belemmerende factor is het ‘anti-revaliderende effect’. Dit betekent dat een maatwerkvoorziening of situatie ervoor kan zorgen dat iemand niet goed herstelt, of langzamer herstelt.
Denk dan aan:
1Slechte omgeving: Als een inwoner zich in een stressvolle of gevaarlijke omgeving bevindt, kan dat het herstel belemmeren. Bijvoorbeeld: iemand met een verslaving die in een huis woont met andere verslaafden.
2Verkeerde behandeling: Als de behandeling niet goed past bij wat de inwoner nodig heeft, kan dat het herstelproces moeilijker maken. Bijvoorbeeld: wanneer iemand traumatherapie nodig heeft, maar gedragstherapie krijgt.
3Weinig motivatie: Als een inwoner niet gemotiveerd is om beter te worden, gaat het herstel langzamer. Bijvoorbeeld: in relaties waarbij je er allebei aan moet werken, niet geholpen willen worden.
4.1.2 Passendheid van een maatwerkvoorziening
Bij het toekennen van maatwerkvoorzieningen wordt eerst gekeken naar de meest urgente hulpvraag. De consulent bepaalt de volgorde van aanpak, bijvoorbeeld als een jeugdige hulp nodig heeft, maar het systeem (zoals het gezin) vastloopt, wordt eerst de gezinsdynamiek aangepakt.
Daarnaast wordt de veiligheid van de voorziening bekeken. Een maatwerkvoorziening wordt niet gegeven als deze onveilig is, bijvoorbeeld wanneer het deelname aan het verkeer gevaarlijk maakt door verslaving of balansproblemen. Ook als de voorziening te veel risico’s met zich meebrengt, zoals overbelasting van de persoon of zijn omgeving, kan besloten worden om de voorziening niet in te zetten. Een voorbeeld is intensieve therapie, zoals Multi Disciplinair Family Therapy, die te zwaar kan zijn voor een gezin, waardoor de effectiviteit afneemt.
Als er meerdere vormen van hulp elkaar overlappen, bijvoorbeeld verschillende methodieken voor ouderbegeleiding of verschillende behandelingen voor gezinsleden met dezelfde problematiek, wordt gekeken naar een praktische oplossing. In sommige gevallen kan de oplossing simpelweg liggen in het aanbrengen van structuur, bijvoorbeeld bij het avondeten, in plaats van specialistische hulp.
4.1.3 Stapeling van voorzieningen
Als er al voldoende en passende hulp of ondersteuning beschikbaar is voor de hulpvraag, wordt er geen nieuwe maatwerkvoorziening toegekend, tenzij er sprake is van een verandering in de situatie. Bijvoorbeeld, als de gezondheid van een inwoner verslechtert en hij of zij tijdelijk niet meer zelfstandig kan reizen of dagelijkse taken kan uitvoeren, kan er extra ondersteuning worden ingezet. Dit kan bijvoorbeeld uitbereiding van behandelingsuren of aangepast vervoer zijn. Deze extra ondersteuning wordt gegeven als duidelijk is dat de huidige ondersteuning niet meer genoeg is om in de nieuwe behoeften te voorzien.
4.1.4 Effectiviteit is niet bewezen of niet goed onderbouwd
Als er wordt besloten dat iets "niet bewezen goed onderbouwd" is volgens de Wmo of Jeugdwet, dan betekent dit dat er niet genoeg (wetenschappelijk) bewijs of goede redenen zijn om te laten zien dat een bepaalde hulp echt helpend is. Bijvoorbeeld, als iemand vraagt om speciale ondersteuning, maar er zijn geen medische rapporten of professionele adviezen die laten zien dat die hulp echt helpt, dan kan de aanvraag worden afgewezen. Het is dus belangrijk om tijdens het onderzoek informatie te hebben die aantoont waarom de hulp noodzakelijk is en hoe het kan helpen. De aanbieders waarmee de gemeente contracten heeft voor hulp en ondersteuning vanuit de Wmo en Jeugdwet, beschikken over deze kennis en kunnen adviseren. Daarnaast heeft het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) een databank met effectief bewezen jeugdinterventies
9Databank Effectieve jeugdinterventies | Nederlands Jeugdinstituut
.
Hoofdstuk 5 Afspraken over het Persoonsgebonden budget
5.1 Pgb-beheer
5.1.1 Pgb-vaardigheid
Pgb-vaardigheid betekent dat je weet hoe je goed met een Persoonsgebonden Budget (Pgb) moet omgaan. Het gaat erom dat je begrijpt hoe je het geld uit moet geven en dit controleert om de juiste zorg en ondersteuning te krijgen. Ook is het belangrijk dat je weet hoe je de administratie moet bijhouden en goede afspraken moet maken met de mensen die je helpen. Kort gezegd, het gaat erom dat je goed in staat bent om je eigen budget te beheren. Als je een Pgb toegewezen krijgt, ben je zelf verantwoordelijk voor het aangaan van een overeenkomst met de leverancier of aanbieder. Er kunnen templates (voorbeelden) opgevraagd worden bij Sociale Verzekeringsbank (SVB), maar het blijft je eigen verantwoordelijkheid om dit goed te regelen.
5.1.2 Vertegenwoordiging
Bij vertegenwoordiging bij een Pgb neemt iemand namens de inwoner die het Pgb ontvangt de verantwoordelijkheid op zich voor het beheren van het budget en alle administratieve en organisatorische taken die daarbij horen. Dit gebeurt meestal wanneer de inwoner die het Pgb ontvangt dit niet zelfstandig kan doen, bijvoorbeeld vanwege een beperking, ziekte of ouderdom.
Een vertegenwoordiger zoals een familielid, bewindvoerder/curator of vertrouwenspersoon, heeft verschillende taken. Ze beheren het budget, zoeken en contracteren zorgverleners, houden de administratie bij, en fungeren als contactpersoon tussen de budgethouder en de gemeente en andere betrokkenen. Ze zorgen er ook voor dat de ingekochte zorg van goede kwaliteit is en voldoet aan de behoeften van de budgethouder.
Een vertegenwoordiger zorgt ervoor dat de budgethouder de juiste zorg en ondersteuning ontvangt, zonder dat zij zelf de administratieve en organisatorische taken hoeven te doen. Hierdoor worden de rechten van de budgethouder gewaarborgd en wordt het budget efficiënt en correct besteed.
5.7 Hoogte Pgb-tarieven
5.7.1 Trekkingsrecht
In de Wmo 2015 staat dat gemeenten Pgb's moeten uitbetalen via trekkingsrecht. Dit betekent dat het geld voor hulp en ondersteuning niet direct op de bankrekening van de persoon met het Pgb wordt gestort, maar op een rekening van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De kosten die de SVB maakt voor deze uitvoering worden niet doorberekend aan de persoon met het Pgb. Daarnaast hoeft de inwoner het geld dat de gemeente betaalt aan de SVB om hen in te huren niet te betalen.
De inwoner met het Pgb laat aan de SVB weten hoeveel hulp er is gegeven via declaraties of facturen, en dan zorgt de SVB ervoor dat het geld naar de zorgverlener wordt overgemaakt. Geld dat niet is uitgegeven, wordt na de verantwoordingsperiode door de SVB terugbetaald aan de gemeente.
Een uitzondering hierop geldt voor eenmalige Pgb's, bijvoorbeeld voor een hulpmiddel. Het geld wordt dan rechtstreeks naar de inwoner met het Pgb overgemaakt op basis van een geaccepteerde offerte. Die persoon moet binnen 6 maanden het hulpmiddel kopen en dit verantwoorden met een factuur.
5.7.2 Instellingstarief
Een organisatie die zorg verleent, zoals een verpleeghuis, thuiszorgorganisatie of andere zorgaanbieder is een ‘zorginstelling’. Bewoners van een zorginstelling kunnen ook kiezen voor een Pgb. Het bedrag dat een zorginstelling betaald krijgt voor de zorg die ze leveren aan iemand met een Pgb heet het ‘instellingstarief’. Hierbij sluit de budgethouder een overeenkomst met de zorginstelling.
De zorginstelling kijkt naar de complexiteit van de zorg, hun kosten, en de afgesproken zorguren, en stelt een tarief voor dat binnen de door de overheid vastgestelde maximumtarieven valt. De zorginstelling declareert de kosten bij de budgethouder. De budgethouder betaalt de instelling vanuit het Pgb via de SVB zoals eerder in dit hoofdstuk uitgelegd.
5.7.3 Zzp-tarief
Een persoon die zorg verleent zonder een arbeidsovereenkomst, maar als zelfstandige werkt is een ‘Zelfstandig Zorgverlener’ (zzp’er). Het zzp-tarief bij een Pgb wordt bepaald door het soort en de complexiteit van de zorg, de kwalificaties en ervaring van de zorgverlener, marktprijzen, en de afspraken tussen de budgethouder en de zzp'er.
De zzp'er kijkt naar de complexiteit van de zorg, zijn of haar eigen kwalificaties en ervaring, en marktprijzen om een passend tarief voor te stellen. Minder complexe zorg heeft vaak een lager tarief. Zorgverleners met gespecialiseerde opleidingen of certificaten kunnen hogere tarieven vragen.
De budgethouder moet ervoor zorgen dat het tarief past binnen het beschikbare Pgb. De zorgverlener moet kwalitatieve zorg leveren die voldoet aan de afspraken en verwachtingen.
5.8 Kwaliteitseisen formele of informele zorgaanbieders
5.8.1 Arbeidstijdenwetgeving
De Arbeidstijdenwet
10Wat staat er in de Arbeidstijdenwet over mijn werktijden? | Rijksoverheid.nl
(ATW) regelt werktijden, rusttijden en pauzes om de gezondheid en veiligheid van werknemers te beschermen. Bij zorg via een Persoonsgebonden Budget (Pgb) kunnen de ATW-regels van toepassing zijn.
5.8.2 Arbeidsrecht
Bij zorg met een Pgb zijn er twee arbeidsrelaties:
•Formele arbeidsovereenkomst:
•de zorgverlener is werknemer van de budgethouder;
•de budgethouder betaalt loon, sociale premies en zorgt voor een veilige werkomgeving;
•de zorgverlener heeft recht op loon bij ziekte en vakantie.
Bij een formele arbeidsovereenkomst moeten er schriftelijke afspraken zijn over loon, werktijden, pauzes, vakantie en ziekteverlof.
•Zelfstandige zorgverlener (zzp'er):
•de zorgverlener werkt zonder formele overeenkomst;
•de zorgverlener regelt zelf belastingen en verzekeringen;
•de zorgverlener heeft geen recht op loon bij ziekte.
5.8.3 Integriteit aanbieder
Integriteit van de zorgaanbieder bij een Pgb is belangrijk om goede zorg te garanderen, inwoners te beschermen, vertrouwen op te bouwen en transparantie te bevorderen. Om de integriteit te waarborgen:
•heeft de aanbieder een goede reputatie en is gecertificeerd door relevante autoriteiten;
•zijn inwoners tevreden over de ontvangen zorg;
•zijn er geen klachten of meldingen van misstanden tegen de aanbieder.
Als de gemeente twijfelt aan de betrouwbaarheid van een zorgaanbieder, wordt er geen Pgb verstrekt voor ondersteuning door die aanbieder.
Hoofdstuk 6 Kwaliteitskader voor zorgaanbieders
6.2 Algemene eisen
6.2.1 Toezichthouder kwaliteit Jeugdwet
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)
11Toezicht en toetsingskaders jeugd | Jeugd | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (igj.nl)
houdt toezicht op de kwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid van de zorg die de gemeente levert vanuit de Jeugdwet. De inspectie voert haar taak onpartijdig en deskundig uit. Daarnaast bewaakt zij de rechten van patiënten en cliënten.
Aanvullend op de rol die de IGJ vervult, heeft Baarn via het Regionaal Inkoop- en Subsidie Bureau van de regio Amersfoort kwaliteitseisen vastgelegd in het contract met jeugdhulpaanbieder MetMaya.
6.2.2 Toezichthouder kwaliteit Wmo
De GGD Regio Utrecht (GGDrU)
12Kwaliteitseisen WMO - GGD Regio Utrecht | GGDrU
houdt toezicht op de naleving van de kwaliteitseisen die worden gesteld vanuit de Wmo en gemeenten, aan de Wmo-voorzieningen. Dit zijn zowel gecontracteerde maatwerkvoorzieningen, voorzieningen die vanuit Pgb worden bekostigd en algemene of voorliggende voorzieningen.
6.2.3 Toezichthouder rechtmatigheid Jeugdwet & Wmo
Om toe te zien op een rechtmatige toekenning en rechtmatig gebruik van voorzieningen op grond van de Wmo en de Jeugdwet stelt de gemeente een toezichthouder rechtmatigheid aan.
Hoofdstuk 7 Wat verder belangrijk is bij maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp
7.6 Overgang 18-/18+
7.6.1 Verlengde jeugdwet
Soms kan de jeugdhulp worden verlengd, zodat het blijft vallen onder de Jeugdwet. Dit kan maximaal 5 jaar duren, tot de jongere 23 jaar is. Dit is alleen mogelijk als:
•de jeugdhulp al is begonnen voordat de jongere 18 werd en nog niet is afgerond,
•vóór de 18e verjaardag is vastgesteld dat jeugdhulp nodig is,
•de jongere jeugdhulp had vóór de 18e verjaardag en binnen een half jaar nadat de hulp is gestopt, opnieuw hulp nodig heeft,
•er geen vergelijkbare hulp op basis van een andere wet kan worden verkregen, of
•de jeugdhulp onderdeel is van jeugdstrafrecht of jeugdreclassering.
De gemeente beslist of de jongere na zijn 18e verjaardag verlengde jeugdhulp kan krijgen.
Bijlage 1 Lijst algemeen gebruikelijke artikelen
Vervoer
•fiets [standaardfiets, fiets met verlaagde instap, fiets met trapondersteuning vanaf 16 jaar/hulpmotor2];
•tandem [standaardtandem, tandem met trapondersteuning/hulpmotor, tandem met verlaagde instap];
•bromfiets [ook bromfiets in speciale uitvoering zoals brommobiel bekend onder Canta] ;
•kosten rijbewijs;
•kosten rijlessen;
•rollator;
•APK
•verzekeringen;
•aanpassing achterbank t.b.v. kinderzitjes;
•aanhanger;
•een standaard buggy voor kinderen tot de leeftijd van 4 jaar;
•een standaard bakfiets met trapondersteuning (tenzij aangeschafte bakfiets niet in de reguliere markt te verkrijgen is of passend is / aanpassing niet regulier te verwezenlijken is.);
•fietskarretje voor kinderen (tenzij aangeschafte fietskar niet in de reguliere markt te verkrijgen is of passend is / aanpassing niet regulier te verwezenlijken is);
•aankoppelfiets voor kinderen;
•scooter;
•reparatie verlichting, vervangen banden of fietszadel;
•4-wielscootmobiel;
•Segway;
•Tété Trike;
•brommobiel 45 km;
•opvouwbare scootmobiel;
Woonvoorzieningen:
•toiletpot en verhoogd/hangend toilet;
•toiletgelegenheid op de eerste etage;
•renovatie (vervangen lavet door douche);
•aanleg centrale verwarming;
•douchecabine, douchecel, douchewand, seniorendouchebak;
•airconditioning woonruimte;
•kooktoestellen algemeen (zo ook keramische en inductie);
•alle vormen van zonwering en bediening daarvan (binnen en buiten);
•alle vormen van mechanische ventilatie;
•alle vormen van kranen (eenhendel-mengkranen, thermostaatkranen en glijstangset);
•intercom;
•afzuigkap boven kooktoestel;
•(teruggebogen) deurkrukken
•losse toiletverhoger;
•douchevoorzieningen (uitgesloten als het maatwerk betreft);
•beugels (wand/vloer), grepen (wand/vloer) en drempelhulpen
•toilet sta-op-hulp,
•looprek sta-op-hulp;
•renovatie/afschrijving (van bijvoorbeeld badkamer of keuken);
•waterbed;
•sta- en/of relaxstoel;
•vormen van domotica (om bijv. ramen op afstand te kunnen openen, rolgordijnen en lampen);
•alle soorten stofzuigers incl. alle type filters;
•mobiele (huis) telefoon;
•automatische deuropeners incl. voor garage, bij serviceflats voor senioren van 55 jaar en ouder/mensen met beperking (die de gemeenschappelijke zaak dient, zoals -gemeenschappelijke ruimten);
•overige, vergelijkbare algemeen gebruikelijke woonvoorzieningen, waaronder ook de glazenwasser en tuinman;
•oprijplaat voor rolstoel 90x90 cm;
•losse oprijplaten;
•Sanibroyeur (pomp om organisch afvalwater, fecaliën, en wc-papier af te kunnen voeren);
•(tweede) trapleuning;
•antisliptegels bij nieuwbouw of renovatie;
•vervanging keukenapparatuur;
•dakkapellen;
•luchtbevochtigers en –ontvochtiger;
•wasdroger;
•meterkast met meerdere groepen;
•ADL hulpmiddelen zelfzorg (ruggenkrabber, aangepast bestek, personenalarmering, etc.);
•bewegingstrainer (compact);
•bedbeugel.
Rolstoelen/scootmobielen:
•accessoires die niet medisch noodzakelijk zijn, maar als wel nuttige accessoires aangeboden worden;
•regenpakken, winterbekleding, been/voetenzak;
•schootkleed en windscherm;
•rolstoelhandschoenen;
•accessoires als asbak, bandenpomp, bagagetas, rolstoelovertrek en spaakbeschermers;
•stalling ten behoeve van (driewiel)fiets, scootmobiel of bakfiets
•fietsmand.
Autoaanpassingen:
•Uitneembare hoedenplank;
•Derde of vijfde deur;
•Geblindeerde ramen;
•Elektrisch bedienbare portierruiten;
•Verstelbare lendensteunen op de voorstoel;
•Neerklapbare of inklapbare achterbank;
•Rembekrachtiging;
•Automatische transmissie;
•De kosten van een APK;
•Stuurbekrachtiging;
•Airconditioning;
•Cruise control;
•Automatische deuropeners voor garagedeuren.
Overige:
•boodschappenservice;
•maaltijdvoorziening(en);
•strijkvrije kleding en beddengoed.
Bijlage 4 Budgetplan Persoonsgebonden budget
Budgetplan PGB Jeugdhulp en/of Wmo-diensten
(Onder Wmo diensten vallen: individuele begeleiding, kort verblijf / respijtzorg, dagbesteding/groepsbegeleiding met/zonder vervoer en huishoudelijke hulp)
U wilt bij de gemeente Baarn een persoonsgebonden budget (pgb) aanvragen waarmee u zelf Jeugdhulp en/of Wmo-diensten wilt inkopen. Als onderdeel van het onderzoek moet u een volledig ingevuld budgetplan opsturen.
Het budgetplan
U bent in gesprek geweest met iemand uit het Lokaal team of vanuit het Zorgloket en samen zijn jullie tot de conclusie gekomen dat hulp bij een niet ingekochte hulpverlener in uw situatie de meest passende hulp is. Deze hulp wordt betaald door middel van een Persoons Gebonden Budget (PGB).
Dit budgetplan is een hulpmiddel voor u om te laten zien hoe u het pgb wilt gaan besteden.
Let op! Met het indienen van dit formulier verklaart u akkoord te gaan met hetgeen in dit budgetplan wordt beschreven. Lees het daarom goed door.
Stappenplan:
1Vul het budgetplan in en maak hierbij gebruik van de uitleg onder de kopjes;
2Indien er sprake is van formele hulp, laat u de hulpverlener(s) bijlage 1 invullen en ondertekenen.
3Onderteken het budgetplan. De budgethouder, budgetbeheerder en zorgverlener zetten allemaal een handtekening. De budgethouder en budgetbeheerder kunnen dezelfde persoon zijn (zie uitleg onder punt 1);
4Maak een kopie van het ingevulde en ondertekende budgetplan voor uw eigen administratie;
5U stuurt het ingevulde en ondertekende budgetplan terug naar de gemeente Baarn of levert het formulier in bij het gemeentekantoor.
Gemeente Baarn
Postbus 1003
3740 BA Baarn
Let op: Ontvangt de gemeente het ondertekende budgetplan en/of het gespreksverslag/plan van aanpak later? Dan kan ook het besluit van de gemeente op uw aanvraag voor een voorziening middels een persoonsgebonden budget langer duren.
Vervolgstappen na het ontvangen van een getekend budgetplan:
6De medewerker van het Lokaal Team of Zorgloket checkt of het budgetplan volledig en goed is ingevuld.
7Wanneer de medewerker tevreden is, ontvangt u het besluit (de beschikking) per post. Daar staat onder andere de definitieve hoogte van het pgb in die u eerder al van de medewerker heeft ontvangen.
8Na ontvangst van de beschikking stelt u zelf een zorgovereenkomst op met de hulpverlener(s).
9De zorgadministratie van de gemeente Baarn zet uw budget door aan de SVB.
10Stuur zelf de ingevulde zorgovereenkomst naar de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Gebruik altijd de modelovereenkomst van de SVB.
11Lever de facturen van de hulpverlener(s) aan bij de SVB.
12De SVB betaalt de hulpverlener(s) uit, uit het toegekende pgb.
Verantwoordelijkheden en verplichtingen
Bij het beheren van een pgb horen verantwoordelijkheden en verplichtingen. Deze staan hieronder kort genoemd. Het is belangrijk dat u deze goed doorleest en uzelf in staat acht om deze uit te voeren.
-U overziet uw eigen situatie;
-U bent op de hoogte van de regels en verplichtingen die horen bij een pgb;
-U bent in staat om de pgb-administratie bij te houden;
-U bent in staat zelfverzekerd met de betrokken partijen te communiceren;
-U bent in staat om zelfstandig te handelen en voor een hulpverlener(s) te kiezen
-U bent in staat om afspraken te maken en deze vast te leggen;
-U kunt beoordelen of de geleverde hulp van goede kwaliteit is
-U bent in staat om als werk- of opdrachtgever de hulpverlener(s) aan te sturen;
-U heeft voldoende (juridische) kennis over het werk- of opdrachtgeverschap of weet deze kennis te vinden.
Als u het lastig vindt om zelf uw administratie bij te houden en goede afspraken te maken met een hulpverlener, dan is een pgb voor u waarschijnlijk niet de beste optie. U kunt dan beter kiezen voor zorg in natura (ZIN).
Bij dit Budgetplan dient u de volgende documenten toe te voegen:
-een offerte van de hulpverlener(s);
Let op, dit wordt alleen gevraagd wanneer er sprake is van formele hulp (niet bij informele hulp. In het geval er een PGB wordt aangevraagd voor formele hulp hanteert gemeente Baarn maximale tarieven en kan het dus voorkomen dat u nog eigen kosten heeft. Deze maximale tarieven kunt u terugvinden in het Financieel Besluit Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Baarn 2024:http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR717931
-een ingevulde en ondertekende verklaring van de formele hulpverlener(s), zoals is opgenomen in Bijlage 1.
1Gegevens budgethouder en de vertegenwoordiger
De budgethouder is de persoon voor wie het pgb bestemd is. Het is mogelijk dat de budgethouder een vertegenwoordiger of gemachtigde heeft. Deze persoon heet de budgetbeheerder. We beoordelen of de budgethouder of de budgetbeheerder een pgb kan beheren.
Gegevens budgethouder: voor wie is het pgb?
Voorletters en achternaam budgethouder:
Geboortedatum budgethouder:
Gaat u als budgethouder zelf het pgb beheren?
☐ Ja, ik beheer het pgb zelf. Ga verder met de vraag 3.
☐ Nee, een wettelijk vertegenwoordiger of gemachtigde beheert het pgb voor mij. Vul dan onderstaande gegevens in.
Gegevens budgetbeheerder (uw wettelijk vertegenwoordiger of gemachtigde)
Is er sprake van een wettelijk vertegenwoordiger?
☐ Ja, vul hiernaast de gegevens in
☐ Nee, vul onderstaande gegevens in
Om wat voor een wettelijk vertegenwoordiger gaat het?
☐ Mentor
☐ Bewindvoerder
☐ Curator
☐ Voogd
☐ Ouder
☐ anders, namelijk…
Let op: Bewijsstuk toevoegen (behalve bij ouder).
Naam vertegenwoordiger:
Geboortedatum:
Adres:
Postcode:
Woonplaats:
U gaat iemand anders dan een wettelijk vertegenwoordiger machtigen om namens u afspraken te maken → vul dan de gegevens hiernaast in
Naam gemachtigde:
Geboortedatum:
Adres:
Postcode:
Woonplaats:
Let op: Bewijsstuk toevoegen
2Type aanvraag
Om wat voor aanvraag gaat het? (vink aan wat van toepassing is)
☐ Eerste pgb aanvraag bij de gemeente Baarn voor dit doel
☐ Wijziging van een nog lopend pgb waarvan de duur nog niet verstreken is
☐ Verlenging van een eerder door de gemeente verstrekt pgb dat afloopt op:
☐ Verlenging van een eerder door een andere instantie verstrekt pgb dat afloopt op:
Welke hulp wilt u met uw PGB inkopen?
Motivatie voor een PGB
toelichting:
U bent geïnformeerd over het ingekochte (Zorg in natura) zorgaanbod binnen de gemeente Baarn en bent er van op de hoogte dat dit aanbod voorliggend is. U wenst echter toch gebruik te maken van niet-ingekocht zorgaanbod, gefinancierd middels een Pgb. Om te beoordelen of u in aanmerking komt voor een Pgb vragen wij u te motiveren waarom u kiest voor een Pgb en waarom u het ingekochte zorgaanbod van Baarn niet passend vind om uw doel(en) te bereiken?
Welke voorziening/dienst wilt u kopen met het PGB ? (indien van toepassing: bij meer ondersteuningsvormen, vink dan meer vakjes aan)
Wmo-diensten:
☐ Begeleiding individueel
☐ Begeleiding groep / dagbesteding met of zonder vervoer
☐ Logeren (Kort Verblijf / Respijtzorg)
☐ huishoudelijke hulp
☐ Overig, namelijk….
Jeugdhulp:
☐ Begeleiding individueel
☐ Persoonlijke verzorging
☐ Begeleiding groep / dagbesteding met of zonder vervoer
☐ Behandeling groep
☐ Behandeling individueel
☐ GGZ Behandeling
☐ Logeren / Kort Verblijf
☐ Overig, namelijk:
Gewenste omvang (in uren, dagdelen, etmalen) van bovenstaande zorg/ondersteuning:
Gewenste ingangsdatum:
Gewenste einddatum:
3Welke doelen wilt u behalen ten behoeve van uw ondersteuningsvragen?
U heeft een ondersteuningsvraag. Daarbij horen doelen die u wilt behalen. U beschrijft hieronder:
•welke doelen u wilt behalen;
•Hoe u dit doel wilt behalen (met welke activiteit/inzet)?
•Waar en wanneer deze activiteit zal plaatsvinden? (thuis/op locatie/elders en hoe vaak per week/maand etc.?)
•Op welke termijn u verwacht dit doel te behalen?
Let op: We beoordelen of een pgb doeltreffend is. Dit betekent dat de activiteiten die u uit het pgb betaalt bijdragen aan uw doel(en).
Doel
Hoe te behalen (met welke activiteit)?
Waar en wanneer (locatie en frequentie)
Op welke termijn behaald?
1.
2.
3.
4.
5.
6.
4Bij wie koopt u deze hulp/ondersteuning?
Geef hieronder aan welke zorgverlener(s) u wilt betalen met het pgb. Bent u van plan meerdere diensten van één hulpverlener af te nemen? Vul dan voor elke dienst een aparte tabel in.
Zorgverlener 1:
Naam organisatie (indien van toepassing):
Naam zorgverlener:
Telefoonnummer:
e-mailadres:
Mijn zorgverlener is (vink aan wat van toepassing is en vul aan)
☐ Professional in dienst van een instelling
-Deze zorgaanbieder voldoet aan de kwaliteitseisen: ja/nee
-Het KvK-nummer van deze zorgaanbieder is:
-Indien van toepassing – in het geval van Jeugdhulp, het SKJ en/of BIG nummer van de zorgverlener:
-Vervaldatum SKJ/BIG registratie:
☐ Zelfstandig ondernemer (vrijgevestigde zorgaanbieder) of freelancer (zzp’er)
-Deze zelfstandig ondernemer of freelancer voldoet aan de kwaliteitseisen: ja/nee
-Het KvK-nummer van deze zelfstandig ondernemer/freelancer is:
-Indien van toepassing – in het geval van Jeugdhulp, het SKJ en/of BIG nummer van deze zelfstandig ondernemer/freelancer is:
-Vervaldatum SKJ/BIG registratie:
☐ iemand uit mijn eigen omgeving / sociaal netwerk (niet-professional)
Het Burgerservicenummer (BSN) van deze persoon is:
Onze relatie:
De kosten van mijn zorg of ondersteuning
Let op: de maximale tarieven die de gemeente Baarn hanteert voor de zorg en/of ondersteuning kunt u terugvinden in het Financieel Besluit Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Baarn 2024 (http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR717931
Aantal uur / dagdelen / etmalen:
per week/maand/jaar
Kosten per uur/dagdeel/ etmaal
€ __________,__
Totale kosten:
Zorgverlener 2:
Naam organisatie (indien van toepassing):
Naam zorgverlener:
Telefoonnummer:
e-mailadres:
Mijn zorgverlener/contactpersoon is (vink aan wat van toepassing is en vul aan)
☐ Professional in dienst van een instelling
-Deze zorgaanbieder voldoet aan de kwaliteitseisen: ja/nee
-Het KvK-nummer van deze zorgaanbieder is:
-Indien van toepassing (in het geval van Jeugdhulp) - SKJ en/of BIG nummer van de zorgverlener:
-Vervaldatum SKJ/BIG registratie:
☐ Zelfstandig ondernemer (vrijgevestigde zorgaanbieder) of freelancer (zzp’er)
-Deze zelfstandig ondernemer of freelancer voldoet aan de kwaliteitseisen: ja/nee
-Het KvK-nummer van deze zelfstandig ondernemer/freelancer is:
-Indien van toepassing (in het geval van Jeugdhulp) - SKJ en/of BIG nummer van de zelfstandig ondernemer/freelancer is:
-Vervaldatum SKJ/BIG registratie:
☐ Iemand uit mijn eigen omgeving / sociaal netwerk (niet-professional)
Het Burgerservicenummer (BSN) van deze persoon is:
Onze relatie:
De kosten van mijn zorg of ondersteuning
Aantal uur / dagdelen / etmalen:
per week/maand/jaar
Kosten per uur/dagdeel/ etmaal
€ __________,__
Totale kosten:
5PGB – houderschap
Heeft u of uw gemachtigde gelezen over de 10 punten van pgb-vaardigheid en bezit u deze vaardigheden? En zijn de rechten en plichten die aan het pgb verbonden zijn bij u bekend?
☐ ja ☐ nee
Als pgb-houder bent u verantwoordelijk voor het kopen van uw hulp of ondersteuning. Dit houdt in dat u zelf de kwaliteit van de zorg en ondersteuning moet bewaken. U stuurt uw zorgverlener aan en zorgt ervoor dat u de nodige zorg ontvangt. En bij ziekte van uw ondersteuner regelt u zelf de vervangende ondersteuning.
Gaat u hiermee akkoord?
☐ ja ☐ nee
Heeft u nagedacht met uw zorgverlener over vervangende ondersteuning? Zo ja, vul hiernaast de naam en contactgegevens van deze persoon in
☐ ja
Naam:
Contactgegevens:
☐ nee, omdat….
U bent zich er van bewust dat u zelfstandig uw administratie dient bij te houden en zelfstandig omgaat met onjuistheden rondom uw PGB.
☐ ja ☐ nee
Indien van toepassing
Wanneer de kosten van deze zorg/ondersteuning in de vorm van een pgb hoger zijn dan in Zorg in natura, bent u zich er dan van bewust dat u eigen kosten heeft?
☐ ja ☐ nee
6Ondertekening
Door ondertekening van dit budgetplan verklaar ik/verklaren wij:
-Dit budgetplan is naar waarheid ingevuld
-Ik sluit alleen zorgovereenkomsten af die passen binnen de afspraken van dit persoonlijk budgetplan
-Ik laat het SVB budgetoverzicht met de besteding van mijn pgb zien, als de gemeente hierom vraagt
-Als mijn situatie verandert en dit aanleiding kan zijn voor het aanpassen of stoppen van dit pgb, laat ik dit tijdig weten aan de gemeente
-Het is mijn verantwoordelijkheid om tijdig (uiterlijk 8 weken voor de einddatum van dit budgetplan) een nieuwe melding in te dienen voor een verlenging van mijn zorg. Alleen dan kan, wanneer nodig, een pgb aansluitend op de einddatum verlengd worden en kan de zorg doorlopen
-Ik heb kennis genomen van de toelichting op dit budgetplan en de bijlagen en ga akkoord met de inhoud en de gevolgen daarvan.
Naam budgethouder:
Datum:
Handtekening:
Naam budgetbeheerder:
Datum:
Handtekening:
Naam hulpverlener:
Datum:
Handtekening:
Bijlage 1: Kwaliteitseisen formele hulpverlener
Uw formele hulpverlener moet aan de hieronder benoemde eisen voldoen. De hulpverlener moet daarom middels de ondertekening van dit formulier bevestigen dat hij/zij aan alle hieronder vermelde eisen voldoet.
o Jeugdhulpverlener voldoet aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in de Jeugdwet;
➢ De norm van verantwoorde zorg, inclusief de verplichting om geregistreerde professionals in te zetten
➢ Gebruik van een ondersteuningsplan
➢ Systematische kwaliteitsbewaking door de jeugdhulpverleners
➢ Verklaring omtrent het gedrag (VOG)
➢ De verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
➢ De meldplicht calamiteiten en geweld
➢ Verplichting om de vertrouwenspersoon in de gelegenheid te stellen zijn taak uit te oefenen
o Inschrijving bij de KvK (Wmo/Jeugd);
o Jeugdhulpverleners beschikken over een registratie in het SKJ-register of het BIG-register;
o Wmo-hulpverleners beschikken over een registratie in het BIG-register (de noodzakelijkheid hiervan is ter beoordeling aan de consulent);
o Eerste- en tweedegraads familieleden
14Eerstegraads familieleden: partner, ouders (ook adoptie- en stiefouders), schoonouders, kinderen (ook adoptie- en stiefkinderen), schoondochters- en zonen. Tweedegraads familieleden: broers en zussen (ook adoptie- en stiefbroers- en zussen),kleinkinderen, grootouders, schoonzussen en zwagers.
zijn uitgesloten van formele hulp.
De hulpverlener:
1biedt verantwoorde hulp;
2moet zich zo organiseren (en voorzien van kwalitatief en kwantitatief personeel), dat verantwoorde hulp kan worden geboden (norm van de verantwoorde werktoedeling);
3moet werken met een ondersteuningsplan of plan van aanpak;
4dient een kwaliteitssysteem te hebben;
5de hulpverlener en zijn eventuele medewerkers beschikken over een geldig VOG;
6dient een verplichte meldcode te hebben voor huiselijk geweld en kindermishandeling;
7heeft een meldplicht bij een calamiteit;
8heeft beschikking over een klachtencommissie, of in geval u een ZZP’er bent heeft u een duidelijke klachtenprocedure opgesteld voor uw cliënten en maakt deze kenbaar aan de cliënt;
9moet beschikken over een cliëntenraad; geldt niet voor ZZP’ers;
10heeft de verplichting om een vertrouwenspersoon in de gelegenheid te stellen zijn taak uit te oefenen;
11geeft de budgethouder/budgetbeheerder te allen tijde inzage in de bewijsstukken van bovenstaande kwaliteitseisen.
Naam: ………………………………………………………………………………
Datum ondertekening:…………………………………………………………….
Plaats……………………………………………………………………………….
Handtekening:……………………………………………………………………...