Aanhef
DE RAAD VAN DE GEMEENTE BAARLE-NASSAU;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10 november 2025;
gelet op artikel 228 van de Gemeentewet;
b e s l u i t:
vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2026
(Verordening precariobelasting 2026)
Artikel 1 Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
1een maand: kalendermaand
2een jaar: kalenderjaar
Artikel 2 Waarvoor betaal je de belasting? Belastbaar feit
Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond.
Artikel 3 Wie betaalt de belasting? Belastingplicht
De precariobelasting wordt geheven van degenen die één of meer voorwerpen heeft onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, dan wel van degene ten behoeve van wie die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.
Artikel 4 Waarover betaal je belasting en hoeveel betaal je? Maatstaf van heffing en belastingtarief
Het tarief bedraagt voor een terras voor een horecagelegenheid:
1per m2 per maand € 3,75 of;
2per m2 per jaar € 37,49
Artikel 5 Berekening van de precariobelasting
1Voor de berekening van de precariobelasting wordt een gedeelte van een eenheid van tijd of afmeting als een volle eenheid aangemerkt.
2Indien voor het belastbare feit het tarief per maand of per jaar niet evenredig zijn opgebouwd, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze.
Artikel 6 Over welke periode betaal je belasting? Belastingtijdvak
De precariobelasting wordt per maand of per jaar geheven.
Artikel 7 Hoe brengen we de belasting in rekening? Wijze van heffing
De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 8 Wanneer begint de belastingplicht? Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1De precariobelasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2Indien de belastingplicht in de loop van het kalenderjaar aanvangt is de naar een tarief per jaar geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3Indien de belastingplicht in de loop van het kalenderjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de naar een tarief per jaar geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Artikel 9 Wanneer moet je betalen? Termijnen van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in één termijn. De termijn vervalt uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.
2Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingsweg 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag.
3In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer is dan € 50,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen mogen worden betaald in zes gelijke termijnen of zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het kalenderjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste 3 en ten hoogste 6 bedraagt. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
4De in het derde lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt geacht niet te zijn verleend indien twee van de zes termijnen niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen 56 dagen na afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan geldt een betaaltermijn van 14 dagen na de laatste stornering.
5De algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 10 Kwijtschelding
Bij de invordering van precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 11 Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel
1De ‘’Verordening precariobelasting 2025’’, vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 12 november 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing. Zij blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan.
2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
4Deze verordening wordt aangehaald als ‘’Verordening precariobelasting 2026’’.