Gemeentelijke regelgeving

Nadere regels voor de warenmarkt in de gemeente Baarle-Nassau

Gemeente Baarle-Nassau · geldt sinds 12 juni 2010

Aanhef

Het college van de gemeente Baarle-Nassau;

gelet op artikel 160, eerste lid sub h, Gemeentewet , artikel 3 van de Marktverordening gemeente Baarle-Nassau 2009, de Algemene wet bestuursrecht ;

overwegende dat het wenselijk is nadere regels vast te stellen met betrekking tot uitvoering van de marktverordening en een ordelijk verloop van de markt(en);

BESLUIT:

vast te stellen de volgende “Nadere regels voor de warenmarkt in de gemeente Baarle-Nassau”.

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsomschrijving

De in artikel 1 van de Marktverordening gemeente Baarle-Nassau 2009 gegeven begripsomschrijvingen zijn van overeenkomstige van toepassing op deze nadere regels.

HOOFDSTUK 2. BEPALINGEN OVER VERGUNNINGEN

Artikel 2. Inhoud vaste standplaatsvergunning

1Een vaste standplaatsvergunning vermeldt in ieder geval:

a.de naam en voornamen, de geboortedatum en -plaats, het adres en de woonplaats van de vergunninghouder;

b.een duidelijke omschrijving van de toegewezen vaste standplaats met vermelding van het nummer en de afmetingen daarvan;

c.de kraam of andere verkoopmaterialen die de vergunninghouder bij het innemen van de standplaats mag gebruiken;

d.het soort artikelen dat de vergunninghouder mag verhandelen of de branche waartoe de vergunninghouder behoort;

e.de datum waarop aan de vergunninghouder voor het eerst vergunning is verleend en zijn volgnummer op de anciënniteitlijst;

f.dat de vergunninghouder zelf zorg draagt voor de inzameling en afvoer van zijn afval en dat hij zijn standplaats schoon oplevert;

g.de wijze waarop de vergunninghouder zijn elektriciteit betrekt;

h.welke geluidsapparatuur op de standplaats is toegestaan;

i.welke kook-, bak- en verwarmingsapparatuur zijn toegestaan.

2Aan de vergunning wordt een middel ter identificatie gehecht.

Artikel 3. Inschrijving op de anciënniteitlijst

Vergunninghouders van vaste standplaatsen worden ingeschreven op een doorlopend genummerde lijst met vermelding van en in volgorde van de datum waarop aan hen voor het eerst een vaste standplaats is toegewezen. Bij deze inschrijving wordt tevens vermeld de soort artikelen die de vergunninghouder mag verhandelen of de branche waartoe hij behoort.

Artikel 4. Inschrijving op de wachtlijst

1Het college schrijft de aanvrager op zijn verzoek in op de wachtlijst, indien hij voldoet aan de in artikel 6 van de Marktverordening van de gemeente Baarle-Nassau 2009 gestelde vereisten, maar aan hem geen vaste standplaats kan worden toegewezen.

2Het college vermeldt bij de inschrijving in ieder geval:

a.de naam en voornamen, de geboortedatum en -plaats, het adres en de woonplaats van de aanvrager;

b.de datum waarop de aanvraag door hem is ontvangen;

c.de soort artikelen die de aanvrager wil verhandelen of de branche waartoe hij behoort;

d.de kraam of andere verkoopmaterialen die de aanvrager wil gebruiken.

3Het college verstrekt de aanvrager een schriftelijk bewijs van inschrijving.

4De inschrijving op de wachtlijst blijft gehandhaafd, indien deze door de ingeschrevene jaarlijks voor 1 januari schriftelijk wordt verlengd.

Artikel 5. Doorhalen van inschrijving op wachtlijst

De inschrijving op de wachtlijst wordt doorgehaald:

a.indien de ingeschrevene zijn inschrijving niet jaarlijks voor 1 januari heeft verlengd en/of de verschuldigde inschrijfgelden niet uiterlijk binnen 14 dagen na de inschrijving zijn bijgeschreven op de gemeentelijke bankrekening;

b.op schriftelijk verzoek van de ingeschrevene;

c.bij overlijden van de ingeschrevene;

d.wanneer aan de ingeschrevene een vergunning voor een vaste standplaats is verleend, tenzij hij deze op grond van bijzondere omstandigheden niet aanvaardt;

e.indien niet meer aan de vereisten van artikel 6 van de Marktverordening van de gemeente Baarle-Nassau 2009 wordt voldaan.

Artikel 6. Volgorde toewijzing vaste standplaatsen

Indien voor de toewijzing van een beschikbare vaste standplaats meer aanvragers in aanmerking komen, wordt de standplaats achtereenvolgens toegewezen aan:

1de vergunninghouder van een vaste standplaats die aan het college schriftelijk de wens te kennen heeft gegeven van standplaats te willen veranderen, in volgorde van plaatsing op de anciënniteitlijst, mits de grootte van de plaats verplaatsing toelaat én er door de verplaatsing geen gaten ontstaan elders op de markt;

2degene die zich op de wachtlijst heeft laten inschrijven, in volgorde van inschrijving op deze lijst, met dien verstande dat de toewijzing geschiedt:

a.aan ingeschrevenen die een artikelgroep voeren dat nog niet op de markt aanwezig is;

b.vervolgens aan ingeschrevenen die hetzelfde artikel voeren als waarvoor de standplaats als vaste plaats is uitgegeven, tenzij daardoor strijdigheid ontstaat met het bepaalde onder d;

c.daarna aan ingeschrevenen die een artikelgroep voeren waarvoor op de markt reeds één standplaats aanwezig is;

d.tot het maximum aantal voor het voor de artikelgroep bepaalde aantal standplaatsen. Het college kan in bijzondere omstandigheden hiervan afwijken.

Artikel 7. Overschrijving vaste standplaatsvergunning

1In geval van overlijden, of blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder, of ingeval van bedrijfsbeeindiging kan de vaste standplaatsvergunning worden overgeschreven op de echtgenoot, de geregistreerde partner of een andere achterblijvende persoon met wie hij duurzaam samenwoonde.

2Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan een kind of een medewerk(st)er van de vergunninghouder de vergunning voor een vaste standplaats krijgen indien hij ten minste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd en zich heeft laten inschrijven op de wachtlijst.

3Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder of nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld.

4Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in dit artikel.

Artikel 8. Toewijzing dagplaats

1Toewijzing van een dagplaats geschiedt door afgifte van een vergunning door het college op het moment dat de standplaats niet als vaste standplaats wordt ingenomen.

2De dagplaats wordt toegewezen overeenkomstig de plaats op de wachtlijst van de gegadigden die zich daarvoor op de dag zelf vóór 08.30 uur aanmelden bij de marktmeester.

Artikel 9. Toewijzing standwerkerplaats

1Het college wijst een standwerkerplaats toe door middel van loting, welke loting plaatsvindt op de dag zelf om 08.30 uur.

2Het is een ingeschrevene op de wachtlijst niet toegestaan deel te nemen aan de loting voor een standwerkerplaats zolang deze inschrijving niet definitief is vervallen.

3Indien een standwerker zich wil doen bijstaan, meldt hij dit vooraf aan de marktmeester onder vermelding van de naam van degene die hem zal bijstaan. Degene die hem zal bijstaan, mag niet op eigen naam deelnemen aan de loting.

4Een standwerkerplaats wordt maximaal één maal per 4 weken aan eenzelfde persoon/branche vergeven. Is dit maximum bereikt dan wordt de standwerker uitgesloten van de loting.

HOOFDSTUK 3. BEPALINGEN OVER HET GEBRUIK VAN DE STANDPLAATS

Artikel 10. Persoonlijk innemen standplaats; bijstand

1De vergunninghouder neemt de standplaats die hem is toegewezen persoonlijk in. Hij mag de standplaats niet aan een ander afstaan of in gebruik geven.

2De vergunninghouder mag zich op de standplaats doen bijstaan door degene die hij overeenkomstig artikel 9, derde lid, bij de marktmeester heeft aangemeld.

Artikel 11. Afwezigheid wegens vakantie of bijzondere omstandigheden

1De vergunninghouder van een vaste standplaats die wegens vakantie of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn vaste standplaats in te nemen, deelt dit mondeling dan wel schriftelijk mee aan het college. Bij vakantie geeft de vergunninghouder aan hoe lang zijn afwezigheid duurt.

2De mondelinge dan wel schriftelijke mededeling wordt tijdig voor de desbetreffende marktdag gedaan. Plotselinge verhindering wordt mondeling of telefonisch aan de marktmeester gemeld.

Artikel 12. Ontheffing en vervanging

1In geval van vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college op aanvraag van de vergunninghouder van een vaste standplaats hem tijdelijk ontheffing verlenen van de verplichting om tenminste eenmaal per twee weken en tienmaal per dertien weken de standplaats op de markt in te nemen.

2Het college kan op aanvraag van de vergunninghouder hem vergunning verlenen zich tijdelijk op zijn standplaats te laten vervangen door een met name genoemde persoon.

Artikel 13. Legitimatie en identiteit vergunninghouder

1Degene die een standplaats op de markt inneemt of wenst in te nemen, dient op eerste aanvraag van de marktmeester aan te tonen dat hij de vergunninghouder is.

2De vergunninghouder dient bij zijn standplaats duidelijk zichtbaar zijn naam en eventuele bedrijfsnaam aan te geven.

Artikel 14. Tijdstip innemen standplaats/aan- en afvoer goederen

1Het is verboden voor vergunninghouders op het marktterrein meer dan 2 uur voor aanvang en meer dan 2 uur na afloop van de markt met een voertuig, goederen of anderszins ruimte in te nemen of goederen aan of af te voeren.

2De vergunninghouder is verplicht zijn standplaats tot de sluitingstijd van de markt te blijven innemen. Het college kan hiervan ontheffing verlenen.

3Indien de vergunninghouder zijn vaste standplaats niet uiterlijk om 08.30 uur heeft ingenomen, wordt de desbetreffende standplaats voor die dag als dagplaats aangemerkt, tenzij de marktmeester de standplaats op tijdig verzoek van de vergunninghouder voor hem beschikbaar houdt.

Artikel 15. Aantal keren innemen vaste standplaats

De vergunninghouder van een vaste standplaats neemt ten minste eenmaal per twee weken en tienmaal per dertien weken zijn standplaats op de markt in, dit met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 11 en 12.

Artikel 16. Afmetingen

1De standaardafmeting van een standplaats bedraagt 2 kramen, wat overeenkomt met 8 strekkende meter;

2Op verzoek van de aanvrager kan het college een standplaats ter grootte van 1 kraam toewijzen;

3Op verzoek van de aanvrager kan het college een standplaats ter grootte van 3 kramen toewijzen indien geen van de vergunninghouders van een vaste plaats ter grootte van 1 kraam te kennen heeft gegeven uit te willen breiden naar 2 kramen.

Artikel 17. Branchepatroon

1Het college gaat bij het verlenen van vergunningen voor vaste standplaatsen en dagplaatsen uit van het, als bijlage bij deze regeling gevoegde, branchepatroon;

2Het gewenste maximaal aantal standplaatsen per subcategorie bedraagt 2;

3Het college is bevoegd het gestelde onder 5 te wijzigen na een vertegenwoordiging van degenen die een vaste standplaats hebben te hebben gehoord;

Artikel 18. Opstelling en indeling van de markt

1Het college kan toestemming verlenen voor het gebruik maken van verkoopwagens op het marktterrein in de volgende gevallen:

a.indien enig wettelijk voorschrift vereist dat bepaalde productcategorieën gekoeld moeten worden vervoerd en uitgestald;

b.indien daartoe een medische indicatie aanwezig is blijkend uit een medische verklaring van een terzake deskundig (medisch) specialist;

c.indien andere wettelijke voorschriften zulks bepalen;

d.op schriftelijk verzoek van de aanvrager en uitsluitend indien de verkoopwagen inpasbaar is op de markt, volgens de vastgestelde indeling van het marktterrein. Het college kan daarbij nadere gegevens verlangen, zoals een duidelijke tekening met de maatvoering van de verkoopwagen en/of een afbeelding van de verkoopwagen.

2Het is verboden om rij- en voertuigen waarmee goederen of waren op de markt worden of zijn aangevoerd, op de markt aanwezig te hebben op een andere plaats dan die door de marktmeester is aangewezen.

HOOFDSTUK 4. SLOTBEPALINGEN

Artikel 19. Bijzondere omstandigheden

In bijzondere gevallen waarin het Marktreglement gemeente Baarle-Nassau 2009 niet voorziet besluit het college.

Artikel 20. Intrekken oude regeling

De ‘Beleidsregels inrichting warenmarkt’, vastgesteld op 24 februari 2004, worden ingetrokken.

Artikel 21. Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking de dag nadat de Marktverordening van de gemeente Baarle-Nassau 2009 in werking is getreden.

Artikel 22. Citeertitel

Dit reglement wordt aangehaald als: Marktreglement gemeente Baarle-Nassau 2009.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.