conditie
Voorrangsbepaling
1In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Asten, bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.
Hoofdstuk 1 Beëindigingsregelingen agrarische bedrijven
Artikel 1.1 Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf
1Binnen de locatie Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf is het verboden om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van het houden van landbouwhuisdieren.
2In aanvulling op het eerste lid is het verboden op een bouwperceel van 1,5 hectare of groter een bouwactiviteit te verrichten, zonder dat een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is verleend voor een passende hergebruiksfunctie.
Bijlage I Overzicht informatieobjecten
Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf
/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_3ff68d5c65bd4a91b3cfbb2efbfcf4eb/nld@2026-03-04;1
Toelichting
Artikelsgewijze Toelichting
Hoofdstuk 1 Beëindigingsregelingen agrarische bedrijven
Artikel 1.1 Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf
Op verzoek van gemeenten is nagedacht over een regeling die hen helpt bij de verplichte aanpassing van het omgevingsplan voor locaties die deelnemen aan een agrarische beëindigingsregeling. Gemeenten kunnen in twee rondes locaties aandragen die Gedeputeerde Staten dan met een kaartwijzigingsprocedure in de Omgevingsverordening verwerken. Voor die locaties wordt het, op grond van artikel 1.1 eerste lid, verboden om landbouwhuisdieren te houden. Op deze manier kunnen gemeenten middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit meewerken aan een hergebruiksfunctie op de deelnemende locatie. Via de voorbeschermingsregels is immers geborgd dat op de locatie geen landbouwhuisdieren meer gehouden kunnen worden. Hierdoor is een wijziging van het omgevingsplan niet direct nodig. Veel gemeenten staan binnen een veehouderijfunctie ook een (ondergeschikte) akkerbouwfunctie toe. Voor de akkerbouwtak zijn dan vaak rechtstreekse bouwmogelijkheden toegestaan. Om te voorkomen dat op een bouwperceel groter dan 1,5 hectare bebouwing voor de akkerbouwtak wordt gerealiseerd, zonder dat hiervoor een afweging over de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan heeft plaatsgevonden, is het tweede lid opgenomen. Dit verbod geldt totdat met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit een ruimtelijke afweging is gemaakt voor de aanvaardbaarheid van de akkerbouwfunctie, dan wel een andere passende hergebruiksfunctie.