Gemeentelijke regelgeving

Verordening Rekenkamer gemeente Asten 2024

Gemeente Asten · geldt sinds 21 december 2024

Aanhef

De raad van de gemeente Asten;

gelezen het voorstel van het presidium van 30 september 2024;

gehoord het advies van de Commissie Samenleving en Bestuur van 17 oktober 2024;

gelezen de wensen en bedenkingen van het college van B&W;

gelet op de artikelen 81k en 149 van de Gemeentewet;

besluit: vast te stellen de Verordening Rekenkamer gemeente Asten 2024.

Artikel 1. Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Asten;

rekenkamer: de gemeentelijke rekenkamer als bedoeld in artikel 81a van de Gemeentewet;

voorzitter: voorzitter van de rekenkamer.

Artikel 2. Rekenkamer

1Er is een rekenkamer.

2De rekenkamer bestaat uit twee leden. Eén lid vervult de functie van voorzitter.

3De voorzitter en het lid worden benoemd voor een periode van zes jaar en kunnen éénmaal worden herbenoemd voor een periode van zes jaar.

4De gedragscode bestuurlijke integriteit in de gemeente Asten en het Protocol vermoeden van integriteitsschending door politieke ambtsdragers gemeente Asten zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3. Klankbordgroep Rekenkamer

1Er is een klankbordgroep voor de rekenkamer.

2De klankbordgroep bestaat uit twee raadsleden die worden ondersteund door de griffie.

3De klankbordgroep is de gesprekspartner van de rekenkamer bij inhoudelijk rekenkamerwerk, de werkwijze, de relatie en de wederzijdse ervaringen en verwachtingen tussen de raad en de rekenkamer.

4De klankbordgroep heeft als taak om toezicht te houden op de opvolging van aanbevelingen door de raad die uit onderzoeken zijn gebleken.

5De rekenkamer betrekt de klankbordgroep tenminste bij het opstellen van het onderzoeksprogramma, de jaarlijkse verantwoording en bij het bespreken van een onderzoeksopzet.

Artikel 4. Ambtelijke ondersteuning

1De rekenkamer heeft een ambtelijk secretaris.

2Op voordracht van de voorzitter of het enige lid van de rekenkamer besluit het college tot het aangaan van arbeidsovereenkomsten met zoveel ambtenaren van de rekenkamer als nodig zijn voor een goede uitoefening van haar werkzaamheden.

3Indien de voordracht een op de griffie werkzame ambtenaar betreft, besluit de raad tot het aangaan van de arbeidsovereenkomst.

Artikel 5. Budget

1De rekenkamer is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar werkzaamheden.

2Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten gebracht van:

a.de vergoedingen aan de voorzitter, het lid en de ambtelijk secretaris;

b.ingehuurde onderzoekers;

c.externe deskundigen die eventueel door de rekenkamer zijn ingeschakeld;

d.eventuele overige uitgaven die de rekenkamer nodig acht voor de uitoefening van haar taak.

3De rekenkamer is voor de besteding van het budget uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de raad in het verslag als bedoeld in art. 185 lid 4 Gemeentewet.

Artikel 6. Vergoeding

1De vergoeding voor de voorzitter bedraagt 25% van de vergoeding behorend bij inwonersklasse 1-4 als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

2De vergoeding voor het lid bedraagt 20% van de vergoeding behorend bij inwonersklasse 1-4 als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

3De vergoedingen, genoemd in het eerste en tweede lid, worden gelijkelijk geïndexeerd met de vergoeding voor raadsleden als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste en vijfde lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

Artikel 7. Onderzoeksprogramma en onderzoeksopzet

1De rekenkamer stelt voor 1 januari een onderzoeksprogramma voor het komende jaar vast.

2De rekenkamer inventariseert jaarlijks voor het opstellen van het onderzoeksprogramma welke suggesties er zijn voor onderzoeksonderwerpen bij de raad en de klankbordgroep.

3De rekenkamer zendt het in het eerste lid bedoelde onderzoeksprogramma (inclusief de bij het onderzoeksprogramma behorende kostenraming) ter kennisneming aan de raad en het college.

4De rekenkamer kan besluiten tot een verkennend onderzoek/vooronderzoek, alvorens definitief te besluiten tot een bepaald onderzoek. Van een voorgenomen verkennend onderzoek hoeft geen mededeling te worden gedaan.

Artikel 8. Verzoek

1De raad kan de rekenkamer een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een onderzoek.

2De rekenkamer informeert de raad binnen een maand of en in hoeverre aan dat verzoek zal worden voldaan. Indien de rekenkamer niet aan het verzoek van de raad voldoet, zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren.

3Indien de rekenkamer niet beschikt over (voldoende) budget om gehoor te geven aan een verzoek van de raad, treedt de rekenkamer met de raad in overleg over het verstrekken van budget.

Artikel 9. Intrekking oude verordening

De ‘Verordening voor de uitoefening van de Rekenkamerfunctie 2014’, vastgesteld op 16 december 2014, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 10 genoemde datum van inwerkingtreding van deze verordening.

Artikel 10. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie in het Gemeenteblad waarin deze verordening wordt geplaatst.

Artikel 11. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening Rekenkamer gemeente Asten 2024’.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.