Aanhef
De raad van de gemeente Asten;
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 26 maart 2024 met zaaknummer 07431001613;
gehoord het advies van de commissie Ruimte van 18 april 2024;
besluit:
1vaststellen Programma Groen gemeente Asten 2024-2033;
2intrekken groenstructuurplan op ecologische basis uit 1999, Nota bomenbeleid basismodule uit 2005 en nota bomenbeleid bomenstructuurplan uit 2010.
Samenvatting
Bomen en beplantingen vervullen een breed scala aan functies voor de fysieke leefomgeving. Daarmee zorgen ze er niet alleen voor dat Asten een aantrekkelijke gemeente blijft waarin het fijn wonen, verblijven en recreëren is, maar (in)direct zijn ze ook van groot economisch en maatschappelijk belang. De gemeente ambieert om een groene gemeente te zijn en te blijven, waarbij we zuinig zijn op onze huidige groenstructuren en waar mogelijk deze te versterken.
Om dit goed te borgen en hier doelmatig mee aan het werk te gaan, is het van belang dat het beleid up-to-date is, past bij Asten, juridisch klopt en de gemeente kan werken met een duidelijke visie en richtlijnen die zowel organisatie breed, als naar inwoners toe bekend zijn. Middels dit Programma Groen maken we daar een grote slag in. In dit Programma is het (voormalige) groenstructuurplan, de basismodule en het bomenstructuurplan samengevoegd en zijn de onderwerpen geactualiseerd. Daarbij zijn de regels voor het kappen van bomen herzien.
Dit heeft geleid tot 9 beleidsuitgangspunten, waarin de doelen en uitgangspunten voor het Programma Groen van de gemeente Asten, zijn samengevat. Deze uitgangspunten vormen de basis voor de werkzaamheden die we de komende jaren inzetten om het huidige groen te beschermen, weerbaar te maken, waar mogelijk extra groen aan te brengen en de biodiversiteit te vergroten.
Het bestaande groen is opgedeeld in drie groenstructuren. De hoofdgroenstructuur zijn de belangrijkste en grootste groenstructuren in de gemeente, zoals doorgaande wegen en parken. Dit groen heeft een wijk overstijgende functie. De secundaire structuur wordt gevormd door groen dat het beeld en sfeer in de wijk bepaalt. De tertiaire structuur wordt gevormd door groen dat vooral bepalend is voor het beeld van de straat waarin het zich bevindt. Per categorie staat beschreven hoe het groen beheerd wordt en hoe omgegaan wordt met initiatieven, vragen en meldingen. De beschermwaardige bomen zijn een aparte categorie. Voor deze categorie is reeds een aparte beleidsmodule in de gemeente Asten aanwezig en deze blijft behouden.
Om groen te beschermen zijn regels opgesteld in onder andere de Algemene Plaatselijke Verordening en het omgevingsplan. De bestaande APV-regels zijn in dit Programma Groen tegen het licht gehouden en worden na vaststelling van dit beleid aangepast bij de eerstvolgende wijzigingsronde van de APV. Daarbij is er veel aandacht om een zo goed mogelijke balans te vinden tussen het beschermen van bomen, praktische uitvoerbaarheid en het niet onnodig belasten van de ambtelijke organisatie en inwoners. Bij overtreding van regels wordt gehandhaafd.
Ten slotte zijn twee nieuwe instrumenten omschreven die zorgen dat bij ruimtelijke ontwikkelingen, waarbij de ruimte vaak krap is, voldoende groen overhouden en de biodiversiteit stimuleren. Dit betreft een verplichting tot natuurinclusief bouwen en een groennorm. Deze zijn zo vormgegeven dat ze op een laagdrempelige en betaalbare manier initiatiefnemers stimuleren hun steentje bij te dragen aan een mooi groen Asten, op een manier die past bij hun planontwikkeling.
4. Verordening, regels en handhaving
4.2 Illegale kap en handhaving
4.2.1 Beschadiging of illegale kap gemeentelijke bomen of groen
Wanneer er door bijvoorbeeld een ongeluk, vandalisme, illegale kap/snoei of (bouw)werkzaamheden schade aan één boom of meerdere bomen of groen van de gemeente ontstaat, wordt deze schade verhaald op de veroorzaker. Indien de gemeente eigenaar is van de betreffende boom of groen wordt in principe de privaatrechtelijke weg bewandeld. We pakken dit als volgt op:
1) Bij illegale kap of dusdanig grote schade dat een boom niet langer veilig te behouden is in zijn oorspronkelijke groeivorm wordt de boom op basis van de NVTB-methode getaxeerd. De veroorzaker wordt vervolgens aansprakelijke gesteld voor alle hieruit voortkomende kosten. Dit zijn onder andere de taxatiewaarde van de boom, taxatiekosten, kosten voor het kappen van de boom en het verwijderen van de stobbe. Van deze kosten kan de gemeente dan onder andere het planten van een nieuwe boom en de nazorg betalen.
2) Bij schade waarvan de gevolgen niet direct duidelijk zijn wordt extern een nader onderzoek uitgevoerd (door een gecertificeerd European Tree Technician). Als blijkt dat een boom alsnog gekapt moet worden, wordt bovenstaande lijn aangehouden, waarbij ook de kosten voor het nader onderzoek, in rekening worden gebracht bij de veroorzaker. Als uit het nader onderzoek blijkt dat de schade naar verwachting geen directe gevolgen heeft voor het veilig behouden van de boom dan kan de boom behouden blijven. In dat geval worden eventuele maatregelen ingezet om de veroorzaakte schade zo snel mogelijk te laten herstellen. Daarnaast zal mogelijk in de daaropvolgende jaren extra geïnvesteerd moeten worden in de boom door extra veiligheidscontroles, snoei en/of onderzoeken. Van deze toekomstige maatregelen wordt een inschatting gemaakt. De kosten voor onder andere het nader onderzoek, direct benodigde maatregelen en verwachten maatregelen in de toekomst worden in rekening gebracht bij de veroorzaker.
3) Bij schade aan bomen, waarbij de verwachting is dat de boom niet direct dood gaat of onveilig wordt, wordt ingezet op het verhalen van eventuele onderzoekkosten en extra beheer/herstelkosten. Naast eventuele maatregelen om de schade te beperken of te herstellen (bijvoorbeeld ploffen van de bodem of plastic rondom een verse wond draaien) heeft de gemeente vaak extra kosten in de daarop volgende jaren omdat extra veiligheidscontroles nodig zijn, herstel snoei wenselijk is of extra nader onderzoek wordt verwacht. Deze kosten worden l bij de veroorzaker verhaald. Wanneer de schade aan de boom door team groen redelijk kan worden ingeschat en/of de verwachting is dat het extern onderzoeken daarvan duurder zal zijn als de verwachten (extra) maatregelen wordt standaard een minimumbedrag van €350,- per boom per situatie in rekening gebracht. Van dit bedrag worden interne uren om de schade vast te stellen bekostigd en worden maatregelen uitgevoerd om de boom zo snel als mogelijk te laten herstellen. Mocht de veroorzaker niet akkoord gaan met dit bedrag dan wordt de exacte schade extern getaxeerd en eventueel benodigde maatregelen worden vastgesteld door een gecertificeerd European Tree Technician. Kosten voor het onderzoek en de hieruit volgende maatregelen zijn volledig voor de veroorzaker.
Bij schade aan beplanting door bijvoorbeeld bouwwerkzaamheden wordt de schade opgenomen inclusief verwachten kosten voor nazorg, inboet etc. en de initiatiefnemer/veroorzaker hiervoor aansprakelijk gesteld. Bij de aanleg van kabels en leiding wordt schade zoveel mogelijk voorkomen door eisen te stellen. Waar schade niet te voorkomen is wordt een vergoeding geëist of wordt de verplichting opgelegd om groen na de werkzaamheden te herstellen inclusief nazorg en inboet.
4.2.1 Beschadiging of illegale kap van vergunningplichtige bomen in particulier bezit
Indien een houtopstand in particulier bezit illegaal (dus zonder vergunning terwijl dit wel nodig was) wordt gekapt of beschadigd wordt middels de APV en ook via het omgevingsplan gehandhaafd.
Handhaving beschadiging kapvergunningplichtige particuliere boom
Indien een boom die kapvergunningplichtig is, om welke reden dan ook teniet dreigt te gaan of beschadigd is, kan het college de verplichting opleggen tot het uitvoeren van maatregelen tot instandhouding van de bedreigde houtopstand aan degene die eigenaar is of bevoegd is handelingen uit te voeren aan deze houtopstand. In dat geval wordt deze persoon hier schriftelijk van op de hoogte gebracht.
Handhaving illegale kap vergunningplichtige particuliere boom
Als een houtopstand om welke reden dan ook teniet is gegaan, waaronder in ieder geval wordt begrepen het vellen van een houtopstand zonder vergunning, kan het bevoegd gezag een verplichting opleggen tot financiële compensatie op basis van de boomwaarde (Methode NVTB) inclusief bijkomende kosten zoals taxatiekosten, dan wel een verplichting tot herbeplanten al dan niet aangevuld met een financiële compensatie op basis van de boomwaarde. Deze verplichting wordt opgelegd aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevond, dan wel aan degene die de houtopstand heeft geveld dan wel heeft laten vellen. Aan de verplichting tot herplant kan de gemeente tevens voorwaarden stellen ten aanzien van aantal, soort, maat, locatie, termijn en wijze van herbeplanten als ook de termijn en wijze waarop niet aangeslagen herbeplanting vervangen moet worden.
Bijlage 3: Omgang met overlast
Schaduw
Bomen kunnen door hun steeds groter wordende kruin meer schaduwvorming veroorzaken. Dat kan in bepaalde gevallen prettig zijn (bij hete, zonnige dagen in de zomer brengt dat verkoeling), maar kan ook als vervelend worden ervaren doordat er minder licht en zon in huis en tuin komt. Standpunt van de gemeente is dat we nooit een boom vanwege schaduwvorming kappen, toppen, kandelaberen, etc. We vinden deze vorm van last acceptabel voor het behoud van onze bomen en de lusten die zij eveneens geven. Verkoeling is in de toekomst steeds belangrijker, vanwege de stijgende temperaturen en toename van extreme weersomstandigheden. Het toppen of extreem hard snoeien van bomen zorgt voor een aantasting van het boombeeld en daarnaast zorgt dit voor snelle reactiegroei van takken in de boom. Deze takaanzet is vaak minder sterk, waardoor een boom met alleen intensief en dure snoei nog veilig te behouden is. We passen deze vormen van snoei daarom niet toe. De bomen worden wel meegenomen in de reguliere boomveiligheidscontroles en de daaruit voortkomende maatregelen worden uitgevoerd.
Blad-, bloesem- en vruchtval
Vrijwel alle soorten bomen dragen vruchten (in allerlei vormen), blad/naalden en ontwikkelen in het voorjaar bloesem. In het najaar laten de bomen hun bladeren en vruchten vallen. Dit zijn natuurlijke processen, maar kunnen door enkele omwonenden als lastig worden ervaren. Blad in hun tuin of dakgoot en gladheid op verharding zijn voorbeelden daarvan. Standpunt van de gemeente is dat blad- of bloesemval nooit een reden is om een boom te kappen of extra te snoeien. De last die hierbij kan worden ervaren is een korte periode, die op een redelijk eenvoudige manier weg te nemen is door het op te ruimen. Op verhardingen en gazons in de openbare ruimte veegt de gemeente blad om gevaarlijke situatie of verstikking van het gras te voorkomen. Op eigen terrein zijn inwoners zelf verantwoordelijk om blad op te ruimen. Binnen de kom zet de gemeente in het najaar bladkorven, zodat inwoners hierin het blad van gemeentelijk groen mogen storten. Vruchten kunnen ook voor overlast zorgen door bijvoorbeeld gladheid te veroorzaken of door ongewenste insecten aan te trekken. Inmiddels is van bepaalde soorten bomen bekend dat de vruchten erg veel overlast veroorzaken, dit zijn veelal bomen die zachte vruchten dragen (bijvoorbeeld grote bessen of appels). In nieuwe situaties worden deze niet meer toegepast op locaties waar deze boven de verharding staan. In uitzonderlijke gevallen kan de gemeente overwegen bestaande bomen met zachte vruchten te kappen. Dit kan bijvoorbeeld wanneer de vruchten enorme stankoverlast veroorzaken. Bomen en heesters met harde vruchten zullen om reden van de vruchten nooit worden gekapt of extra gesnoeid.
Zonnepanelen (willen) plaatsen
De gemeente Asten streeft naar en stimuleert de verduurzaming van Asten. Het opwekken van duurzame energie, zoals het toepassen van zonnepanelen, levert daar een belangrijke bijdrage aan. Toch vindt de gemeente dat dit niet ten koste mag gaan van het waardevolle groen en bomenbestand, omdat dit in een belangrijke mate bijdraagt aan meerdere duurzaamheidsdoelstellingen voor het algemeen maatschappelijk belang. Juist de bomen zijn belangrijk om te voorkomen dat we niet nog meer uitdagingen krijgen omtrent het klimaat, biodiversiteit, wateroverlast en hittestress. Een potentiële plaatser van zonnepanelen zal zich moeten realiseren dat de aanwezigheid van bomen in de openbare ruimte voor eventuele schaduw kan zorgen op het dakoppervlak en kan niet automatisch claimen dat bomen hiervoor extra gesnoeid of gekapt worden. Standpunt van de gemeente is dat het hebben of willen plaatsen van zonnepanelen nooit reden is om een boom te kappen, te snoeien of te toppen. Bij nieuwbouwlocaties/reconstructies zal bij nieuwe aanplant hier wel aandacht voor zijn, maar ook daar vinden we het niet wenselijk om geen of alleen kleine bomen te zetten. Conflicten in de toekomst zijn daarmee dus niet overal te voorkomen.
Allergieën
Er zijn een aantal boom- en struiksoorten waarvan bekend is, dat deze met hun stuifmeel bij mensen een allergische reactie op kunnen wekken. Om hier rekening mee te houden worden soorten als berk, els en hazelaar terughoudend geplant rondom scholen, huisartspraktijken en doorgaande fietsroutes. Op overige locaties worden deze soorten wel toegepast, omdat het immers ook soorten zijn die van nature in onze gemeente voorkomen en een grote waarde hebben voor de fauna die ervan leeft. De functies die deze soorten voor de natuur vervullen, kunnen niet door andere soorten worden vervangen. Daarnaast worden pollen/stuifmeel vaak over afstanden van vele kilometers verspreidt, waardoor het effect van het niet planten of kappen op locaties beperkt is en de gevolgen groot zijn voor de biodiversiteit en algehele bomen bestand binnen de gemeente Asten.
Boomwortels
Boomwortels zoeken altijd de makkelijkste weg naar water, lucht en voedsel. Dit kan ertoe leiden dat er wortels in tuinen zitten, onder verharding voor opdrukking zorgen en bij onvolkomenheden van de riolering daarin terecht kunnen komen. In de basis is het zo dat een eigenaar van een perceel, waar de wortels van de gemeenteboom zich bevinden, zelf het recht heeft om doorgeschoten wortels op eigen terrein te verwijderen (Burgerlijk Wetboek) en of te voorkomen dat wortels op zijn terrein kunnen groeien (door bijvoorbeeld een scherm te plaatsen). Tevens is hij/zij er zelf verantwoordelijk voor om deze wortels in de gaten te houden en eventuele schade tijdig te voorkomen. Indien boomwortels te laat (wanneer ze al te groot zijn geworden), op een onjuiste manier en/of teveel weggenomen worden, kan dit voor instabiliteit of grote schade van de boom zorgen. In het ergste geval kan de boom hieraan zelfs bezwijken en of omvallen. Wanneer dat gebeurt komt de veiligheid in het geding en tevens wordt dit beschouwd als een economisch delict. Het is dus aan te raden de gemeente altijd op de hoogte te stellen van de schade/overlast. Indien een aanwonende wortels wil verwijderen bieden wij als gemeente Asten aan om mee te kijken om een inschatting te maken of wortels veilig verwijderd kunnen worden en adviseren we hoe bewoners dit het best kunnen doen om een onveilige situatie met vervelende gevolgen te voorkomen. Indien werkzaamheden op gemeentegrond wenselijk zijn, zal de gemeente dit verzorgen. Bij wortels in de riolering bepaalt de aansluitput wie de verantwoordelijke is om de problemen op te lossen (locatie van onvolkomenheid waar de wortels in de riolering zijn gekomen). In veel gevallen zijn er praktische oplossingen om problemen met boomwortels op te lossen, zoals het gedeeltelijk verwijderen van boomwortels, het plaatsen van wortelschermen, opnieuw aanbrengen van bestrating of het vervangen van (een gedeelte van) een rioleringsbuis. Bij opdrukking van de verharding worden wortels alleen gekapt, wanneer er struikelgevaar is. Indien mogelijk worden trottoirs hoger gelegd zodat zoveel mogelijk wortels gespaard worden. In principe worden bomen dan ook nooit gekapt voor last door boomwortels. Alleen in uitzonderlijke gevallen bij (mogelijk) grote schade (die niet op een andere manier te voorkomen/oplossen is) kan hiervan worden afgeweken. Bij nieuwe aanplant proberen we boomspiegels zo groot mogelijk te maken en de ondergrondse ruimte goed in te richten. Dit voorkomt schade in de toekomst.
Overhangende takken
Bomen en struiken die nabij de erfgrens staan, kunnen voor overhangende takken zorgen. Men kan hier last van ondervinden door bijvoorbeeld vallende bladeren, schaduw, takjes, bloesem en/of vruchten op hun perceel of op het dak van een gebouw. Zolang de overhangende takken niet voor onveilige situaties zorgen of onredelijke last (bijvoorbeeld heel laag in een tuin hangen) veroorzaken, is er geen reden tot ingrijpen vanuit de gemeente. Wanneer overhangende takken wel zorgen voor een onveilige situatie (doordat hier bijvoorbeeld dik dood hout in zit) dan neemt de gemeente dit mee in het snoeiprogramma om de onveilige situatie weg te nemen. Ook kan dit een gewenste maatregelen zijn indien takken extreem laag hangen of slaan en of schuren tegen een bestaand gebouw of woning. Om last van laaghangende takken preventief te voorkomen worden jonge bomen in de eerste jaren na aanplant al structureel opgesnoeid indien zij staan in de buurt van een verkeersvoorziening of gebouw/woning. Daarmee wordt het gros van onze laan- en straatbomen van de 1e of 2e orde grootte minimaal 3 meter opgesnoeid vanaf maaiveld. Er zijn inwoners die conform artikel 5:44 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek zelf de takken van bomen willen snoeien. Dit artikel beschrijft het recht bij “overlast” en na aanmaning van de eigenaar van de boom om te snoeien. Echter is het snoeien van overhangende takken begrensd. Er gelden namelijk ook algemene rechtsregels zoals ‘misbruik van bevoegdheden’, ‘onrechtmatige daad’ en ‘redelijkheid en billijkheid’. Men mag zich op dat moment afvragen in hoeverre er sprake is van “overlast”. Een boom is een levend organisme met lusten en lasten. In die overweging vinden wij als gemeente dat overhangende takken (met uitzonderingen zoals hierboven beschreven) acceptabel zijn ten behoeve van het algemene belang dat we hebben bij het behoud van bomen in de openbare ruimte van de gemeente Asten. Mocht een inwoner toch zelf handelingen verrichten dan kan het zijn dat de gemeente genoodzaakt is de eventuele schade, maatregelen en nader onderzoek aan de boom te verhalen op de partij die dit veroorzaakt heeft en aangifte tegen deze persoon te doen. Wanneer takken van heesters of heggen door schuttingen, hekwerken, etc. groeien, is de eigenaar van de grond die daar hinder aan ondervindt, bevoegd om zelf deze takken weg te snoeien tot zijn eigen erfgrens.
Druipende bomen
Een bekende klacht is plakkende bomen. Echter zijn het niet de bomen zelf die het druipen/plakken veroorzaken, maar luizen die op de bladeren van de bomen leven. Zij scheiden een plakkerige substantie uit (honingdauw) die de druppels veroorzaken. Deze luizen komen op veel verschillende, voornamelijk inheemse boomsoorten, voor. Voornamelijk dicht nabij huizen of in de buurt van geparkeerde voertuigen kan dit vervelend zijn zeker in periode waarbij het lang niet regent. De last is echter periodiek en er zijn praktische oplossingen om dit te verminderen. Standpunt van de gemeente is dat we geen bomen kappen voor deze vorm van last. Om deze vorm van last te voorkomen planten we in de toekomst geen boomsoorten die hier heel gevoelig voor zijn in de buurt van parkeerplaatsen, terrassen en dicht nabij gebouwen/woningen. We geven bomen een goede groeiplaats waardoor ze ook weerbaarder zijn. In bestaande situaties waarbij de last extreem groot is en vaak voorkomend is zoeken we samen met bewoners naar oplossingen om dit te verminderen. Bijvoorbeeld door het ophangen van nestzakken met larven van lieveheersbeestjes (natuurlijke vijand van de luis) of het verbeteren van de groeiplaats.
Invasieve soorten
Een ander probleem dat heel vervelend kan zijn is de aanwezigheid van invasieve soorten. Dit zijn plantensoorten die ongewenst zijn in de leefomgeving, omdat ze bijvoorbeeld onze inheemse soorten verdringen, of ernstige overlast en/of schade veroorzaken. Per invasieve soort zal worden bekeken of en hoe deze soort onder controle/uitgeroeid kan worden. Een bekend voorbeeld van een invasieve soort is de Japanse Duizendknoop. Deze soort is in Asten geïnventariseerd en daarbij is een protocol opgesteld om verspreiding te voorkomen. Bij het beheer en ruimtelijke ontwikkelingen is het uitgangspunt dat de Japanse Duizendknoop niet verder verspreidt wordt (incl. grond waar plantaardige delen van de Japanse Duizendknoop in voorkomen). Kleine haarden proberen we langzaam uit te roeien/uit te putten of te verwijderen door afgraven. Particulieren die met deze soort te maken hebben, wordt verzocht hier actie op te ondernemen om te voorkomen dat de plant zich naar buren verplaatst. Voor particulieren geldt eigenlijk hetzelfde als voor gemeente: voorkom verspreiding. Als het een kleine haard is, probeer deze uit te graven of te bestrijden. Voor grote haarden, zoveel mogelijk met rust laten en in de gaten houden en indien mogelijk ook inzetten op de bestrijding ervan. Een andere veel voorkomende soort die erg vervelend kan zijn in de openbare ruimte is de reuzenberenklauw (die behoorlijk pijnlijke blaren veroorzaakt). Deze is gelukkig makkelijker te verwijderen, maar kan zich wel heel snel verspreiden via zaad. Belangrijk is dan ook om te voorkomen dat deze zaad kan vormen. Gemelde of bekende locaties worden doorgegeven aan de buitendienst. Zij verwijderen de plant met wortel en al in de openbare ruimte. Daarmee is deze soort goed onder controle te houden.
Uitwerpselen van vogels en zoogdieren
Vogels en zoogdieren die in de bomen en heesters verblijven, eten daar en scheiden dit voedsel weer uit. Dit is een natuurlijk proces wat tot de lusten en lasten van een boom behoort. Dit is voor de gemeente dan ook geen reden om bomen of groen te verwijderen/snoeien. De gemeente gaat hiervoor ook geen dieren verjagen.
Ziekten en plagen
Een ziekte of plaag in een boom of heester is voor de gemeente alleen reden om deze te verwijderen, wanneer deze een direct gevaar voor de gezondheid of veiligheid oplevert en deze met redelijke maatregelen niet op te lossen is. Wanneer een ziekte op een verantwoorde manier te bestrijden is en de boom of heester daarna nog jaren met een verantwoorde gezondheid kan blijven staan, zal hiervoor worden gekozen. Ook zijn er ziekte en plagen die voorkomen op bomen en heester, maar waarvan de boom of heester nauwelijks last heeft, en daardoor ook niet direct een gevaar zijn voor de levensduur van de betreffende boom of heester. Indien een ziekte bij bomen ervoor kan zorgen dat een boom snel in conditie achteruitgaat wordt de controlefrequentie verhoogd naar 1x per jaar. Veel ziektes en plagen zijn gelukkig (na verloop van tijd) goed te bestrijden of worden door de natuur zelf opgelost doordat het aantal predatoren toe neemt en daardoor de plaagdruk weer afneemt. Een goede stabiele biodiversiteit is daarvoor van groot belang.
Bijlage 4: Opsomming aanpassingen APV-regels
[vervallen]