Gemeentelijke regelgeving

Nota Parkeernormen gemeente Asten 2026

Gemeente Asten · geldt sinds 19 februari 2026

Aanhef

De raad van de gemeente Asten;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 16 december 2025;

gehoord het advies van de commissie Ruimte van 13 januari 2026;

besluit:

vast te stellen de Nota Parkeernormen gemeente Asten 2026.

Dit besluit wordt aangehaald als: Nota Parkeernormen gemeente Asten 2026.

Begrippenlijst

Aanvrager:

Degene die een bouwaanvraag doet voor een ontwikkeling of functie.

Arbeidsextensief:

Arbeidsextensief betekent dat geproduceerd wordt op een manier waarbij er weinig arbeid nodig is. Oftewel, er is weinig handkracht nodig en veel wordt met machines geproduceerd. De oppervlakte per arbeidsplaats is hoog, vaak aanzienlijk hoger dan 35 m2. Denk bij arbeidsextensief aan bedrijven in de categorie loods, opslag, transportbedrijf.

Arbeidsintensief:

Arbeidsintensief betekent dat bij het produceren relatief veel arbeid wordt gebruikt. De productiefactor arbeid overheerst en er zijn veel werknemers nodig om het werk te verrichten. Uit bestudering van de kencijfers van het CROW en de toepassing hiervan bij diverse gemeenten blijkt dat er sprake is van een arbeidsintensief bedrijf indien de oppervlakte per arbeidsplaats rond de 25-35 m2 of minder is

1Bron: Parkeerkencijfers – basis voor parkeernormering, CROW, publicatie 744

. Denk bij arbeidsintensief aan bedrijven in de categorie industrie, laboratorium en werkplaatsen

Bruto Vloer Oppervlak:

De oppervlakte van een ruimte of een groep van ruimten, gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen. Dit is de som van alle verdiepingen. Dit is conform NEN2580.

CBS:

Het Centraal Bureau van de Statistiek. Het CBS heeft tot taak het publiceren van betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die inspeelt op de behoefte van de samenleving.

Centrum, rest bebouwde kom en buitengebied:

De gebieden zoals gedefinieerd in deze Nota Parkeernormen.

CROW:

Het kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte.

Parkeereis:

Het totaal aan parkeerplaatsen dat de aanvrager moet aanleggen, waarbij rekening is gehouden met de parkeernormen, meervoudig gebruik van parkeerplaatsen, de reductiefactoren voor parkeergelegenheid op eigen terrein en al aanwezige parkeerplaatsen die aan de ‘oude functie’ konden worden toegeschreven.

Parkeerkencijfers:

De parkeerkencijfers zijn niet ontwikkeld als norm, maar als hulpmiddel. Ontwerpers kunnen daarmee de orde van grootte bepalen voor het aantal aan te leggen parkeerplaatsen bij een bepaalde voorziening.

Parkeernorm:

Dit cijfer geeft aan hoeveel parkeerplaatsen de gemeente eist bij een ruimtelijke ontwikkeling.

Parkeerovereenkomst:

Een overeenkomst tussen de aanvrager en een private partij of de gemeente, waarin beschreven is hoeveel parkeerplaatsen beschikbaar zijn en op welke voorwaarden (waaronder in ieder geval op welke momenten de plaatsen toegankelijkheid zijn, hoe de parkeerplaatsen beschikbaar blijven gedurende de aanwezigheid van functie en hoe de overeenkomst overgaat op een nieuwe huurder/eigenaar van het betreffende pand). De koppeling tussen de ontwikkeling/functie en de parkeerplaatsen dient objectgericht te zijn en niet subjectgericht.

Reguleringsgebied:

Een gebied waarbinnen sprake is van gereguleerd parkeren, bijvoorbeeld een parkeerschijfzone of betaald parkeren.

Omgevingsadressendichtheid:

Het aantal adressen binnen een cirkel met een straal van één kilometer rondom een adres, gedeeld door de oppervlakte van de cirkel. De omgevingsadressendichtheid (o.a.d.) wordt uitgedrukt in adressen per km2.

Omgevingsvergunning:

Omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 van de Omgevingswet.

Ruimtelijke ontwikkeling:

Het bouwen, slopen of veranderen van de gebruiksfunctie van een perceel/pand.

Stedelijkheidsgraad:

Een maatstaf voor de concentratie van menselijke activiteiten gebaseerd op de gemiddelde omgevingsadressendichtheid. In relatie tot parkeernormen is dit van belang op het aanbod van vervoerswijzen binnen een gemeente.

Eigen terrein:

Parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen nog steeds openbaar toegankelijk zijn en hoeven daarom niet afgeschermd te zijn.

Bijlage 1 — Parkeernormen auto per gebiedsprofiel

Parkeernormen wonen

Woning (per woning)

Centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Koop, vrijstaand

1,6

2,05

2,3

Koop, twee-onder-een-kap

1,5

1,95

2,1

Koop, tussen/hoek

1,3

1,85

2,0

Koop, appartement, > 100 m2 bvo

1,4

1,85

2,0

Koop, appartement, 75 - 100 m2 bvo

1,2

1,45

1,6

Koop, appartement, < 75 m2 bvo

1,1

1,45

1,5

Huur, vrije sector

1,1

1,45

1,6

Huur, sociale huur

0,9

1,25

1,3

Huur, appartement, vrije sector, > 100 m2 bvo

1,1

1,45

1,5

Huur, appartement, vrije sector, 75 - 100 m2 bvo

0,8

1,15

1,2

Huur, appartement, vrije sector, < 75 m2 bvo

0,7

1,05

1,1

Huur, appartement, sociale huur, > 100 m2 bvo

0,8

1,15

1,2

Huur, appartement, sociale huur, 75-100 m2 bvo

0,7

1,05

1,1

Huur, appartement, sociale huur, < 75 m2 bvo

0,6

0,95

1

Huur, appartement, sociale huur of vrije sector,< 50 m2 bvo

0,4

0,65

0,7

Kamerverhuur, niet-zelfstandig, (bijvoorbeeld studenten, arbeidsmigranten, per kamer)

0,4

0,65

0,7

Aanleunwoning, serviceflat (zelfstandige woning met beperkte zorgvoorzieningen)

0,85

0,95

1,1

Kleine eenpersoonswoning (Tiny house, meestal grondgebonden)

0,35

0,55

0,6

Bezoekersaandeel (al verwerkt in parkeernorm)

0,1

0,15

0,2

Tabel 5: parkeernormen hoofdgroep ‘wonen’

Parkeernormen werken

Functie

2Tenzij anders aangegeven geldt de norm per 100 m2 bvo

Centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Aandeel bezoekers

Kantoor (zonder baliefunctie)

1,6

2,1

2,6

5%

Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie

2,1

2,9

3,6

20%

Bedrijf arbeidsintensief/ bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats)

1,6

2,4

2,4

5%

Bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)

0,7

1,1

1,1

5%

Bedrijfsverzamelgebouw

1,3

1,9

2,0

-

Opslagruimte (particulier)

(per vestiging)

n.v.t.

10,0

10,0

-

Tabel 6: parkeernormen hoofdgroep 'werken'

Parkeernormen winkelen en boodschappen

Functie

3Tenzij anders aangegeven geldt de norm per 100 m2 bvo

Centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Aandeel bezoekers

Buurtsupermarkt

1,9

3,5

n.v.t.

89%

Fullservice-supermarkt

3,4

5,2

n.v.t.

93%

Grote supermarkt

6,0

7,7

n.v.t.

84%

Groothandel specialist

n.v.t.

5,9

n.v.t.

80%

Groothandel algemeen

n.v.t.

6,4

n.v.t.

80%

Winkelgebied

2,0

n.v.t.

n.v.t.

85%

Buurt-/dorps-(winkel)centrum

n.v.t.

3,7

n.v.t.

72%

Kringloopwinkel

n.v.t.

1,9

2,3

89%

Bruin- en witgoedzaken

4,0

7,9

9,3

92%

Woonwarenhuis/ woonwinkel

1,3

1,9

2,0

91%

Meubelboulevard

n.v.t.

2,4

n.v.t.

93%

Winkelboulevard

n.v.t.

4,2

n.v.t.

94%

Outletcentrum

n.v.t.

10,1

10,4

94%

Bouwmarkt

n.v.t.

2,4

2,5

87%

Tuincentrum

n.v.t.

2,6

2,9

89%

Groencentrum

n.v.t.

2,6

2,9

89%

Tabel 7: parkeernormen hoofdgroep 'winkelen en boodschappen'

Parkeernormen sport, cultuur en ontspanning

Functie

4Tenzij anders aangegeven geldt de norm per 100 m2 bvo

Centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Aandeel bezoekers

Bibliotheek

0,5

1,2

1,4

97%

Museum

0,6

1,1

n.v.t.

95%

Bioscoop

3,2

11,2

13,7

94%

Filmtheater/

filmhuis

2,6

7,9

9,9

97%

Theater/

schouwburg

7,4

9,8

12

87%

Musicaltheater

2,9

4,0

5,1

86%

Casino

5,7

6,5

8,0

86%

Bowlingcentrum

(per bowlingbaan)

1,6

2,8

2,8

89%

Biljart-/ snookercentrum

(per tafel)

0,9

1,4

1,8

87%

Dansstudio

1,6

5,5

7,4

93%

Fitnessstudio/sportschool

1,4

4,8

6,5

87%

Fitnesscentrum

1,7

6,3

7,4

90%

Wellnesscentrum

n.v.t.

9,3

10,3

99%

Sauna, Hammam

2,5

6,7

7,3

99%

Sporthal

1,6

2,9

3,5

96%

Sportzaal

1,2

2,8

3,6

94%

Tennishal

0,3

0,5

0,5

87%

Padelhal

0,4

0,7

0,7

87%

Squashhal

1,6

2,7

3,2

84%

Zwembad overdekt

(per 100 m2 bassin)

n.v.t.

11,5

13,3

97%

Zwembad openlucht

(per 100 m2 bassin)

n.v.t.

12,9

15,8

99%

Zwemparadijs

(per 100 m2 bassin)

n.v.t.

4,0

4,0

99%

Sportveld

(per ha netto terrein)

20,0

20,0

20,0

95%

Kunstijsbaan

(<400 meter)

1,3

1,9

2,1

98%

Kunstijsbaan

(>400 meter)

n.v.t.

2,6

2,8

98%

Ski-

snowboardhal

(per 100 m2 sneeuw)

n.v.t.

2,6

n.v.t.

98%

Golfoefencentrum

(per centrum)

n.v.t.

51,1

56,2

93%

Golfbaan (18 holes)

(per 18 holes)

n.v.t.

96

118,3

98%

Indoorspeeltuin (gemiddeld en kleiner)

3,1

4,7

5,1

97%

Indoorspeeltuin (groot)

3,7

5,6

6,1

98%

Indoorspeeltuin (zeer groot)

3,9

5,8

6,4

98%

Kinderboerderij

(per boerderij)

3,1

4,7

5,1

97%

Manege

(per box)

n.v.t.

n.v.t.

0,4

90%

Dierenpark

(per ha netto terrein)

8,0

8,0

8,0

99%

Attractie- en pretpark

(per ha netto terrein)

n.v.t.

8,0

8,0

99%

Volkstuin

(per 10 tuinen)

n.v.t.

1,4

1,5

100%

Plantentuin

(per gemiddelde tuin)

n.v.t.

10,5

13,5

99%

Tabel 8: parkeernormen hoofdgroep 'sport, cultuur en ontspanning'

Parkeernormen horeca en (verblijfs)recreatie

Functie

5Tenzij anders aangegeven geldt de norm per 100 m2 bvo

Centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Aandeel bezoekers

Camping

(per standplaats)

n.v.t.

n.v.t.

1,2

90% (excl. 10% voor gasten van bezoekers)

Bungalowpark

(per bungalow)

n.v.t.

1,7

2,1

91%

1* Hotel

(per 10 kamers)

0,4

2,4

4,5

77%

2* Hotel

(per 10 kamers)

1,4

4,1

6,3

80%

3* Hotel

(per 10 kamers)

2,1

5,0

6,8

77%

4* Hotel

(per 10 kamers)

3,4

7,2

9,0

73%

5* Hotel

(per 10 kamers)

5,3

10,6

12,6

65%

Café/bar/cafetaria

5,0

6,5

n.v.t.

90%

Restaurant

5,0

6,0

8,0

80%

Discotheek

6,9

20,8

20,8

99%

Evenementenhal/

beursgebouw/ congresgebouw

5,5

8,5

n.v.t.

99%

Tabel 9: parkeernormen hoofdgroep 'horeca en (verblijfs)recreatie’

Parkeernormen gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen

Functie

6Tenzij anders aangegeven geldt de norm per behandelkamer

Centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Aandeel bezoekers

Huisartsenpraktijk

2,1

3,0

3,3

57%

Apotheek

(per apotheek)

2,3

3,2

n.v.t.

45%

Fysiotherapiepraktijk

1,3

1,5

2,0

57%

Consultatiebureau

1,4

1,9

2,2

50%

Consultatiebureau voor ouderen

1,3

1,9

2,2

38%

Tandartsenpraktijk

1,6

2,4

2,7

47%

Gezondheidscentrum

1,6

2,2

2,5

55%

Ziekenhuis

(per 100 m2 bvo)

1,4

1,7

2,0

29%

Crematorium

(per gelijktijdige plechtigheid)

n.v.t.

30,1

30,1

99%

Begraafplaats

(per gelijktijdige plechtigheid)

n.v.t.

31,6

31,6

97%

Penitentiaire inrichting

(per 10 cellen)

1,7

3,3

3,7

37%

Religiegebouw

(per zitplaats)

0,2

0,2

n.v.t.

100%

Verpleeg- en verzorgingstehuis

(per wooneenheid)

0,6

0,6

n.v.t.

60%

Tabel 10: parkeernormen hoofdgroep 'gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen'

Parkeernormen onderwijs

Functie

7Tenzij anders aangegeven geldt de norm per 100 leerlingen/studenten

Centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Aandeel bezoekers

Kinderdagverblijf (crèche)

(per 100 m2 bvo)

1,0

1,4

1,5

0%

Basisonderwijs

(per leslokaal)

0,8

0,8

0,8

48% (excl. kiss & ride)

Middelbare school

3,7

4,9

4,9

11%

ROC

4,7

5,8

5,9

7%

Hogeschool

9,3

10,7

10,9

72%

Universiteit

13,2

16,5

16,8

48%

Avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs

(per 10 studenten)

4,5

6,8

10,5

95%

Tabel 11: parkeernormen hoofdgroep 'onderwijs'

Bijlage 2 — Afmetingen parkeerplaatsen

Afmetingen parkeerplaatsen

Om parkeervoorzieningen goed te kunnen gebruiken dienen deze aan bepaalde maatvoeringen te voldoen. Parkeervoorzieningen zijn in beginsel opgebouwd uit twee elementen:

1De parkeerplaats(en)

2De parkeerweg(en)

Parkeerplaats

In Tabel 12 staat de minimale maatvoering voor personenauto’s op of lands de weg of een parkeerterrein, gebaseerd op het ASVV 2021

8Voor parkeergarages is de NEN 2443 van toepassing. Voor parkeergarages bedraagt de minimumbreedte 2,30 meter bij normaal gebruik en 2,50 meter bij intensief gebruik. De huidige aanbevolen parkeerbreedte is tenminste 2,40 meter.

.

Breedte

Lengte

Haaks- of gestoken parkeren (60°, 45° of 30°)

2,50 meter

5,00 meter

Langsparkeren

2,00 meter

6,00 meter

Tabel 12: minimale breedte en lengte parkeerplaatsen voor personenauto's

Er wordt geen verschil gemaakt tussen lang parkeren en kort parkeren, omdat parkeerplaatsen vaak gebruikt worden door beide doelgroepen. Uitgangspunt is een zodanige maatvoering (zie Tabel 12 en Tabel 13) dat te allen tijde parkeercomfort wordt geboden. Gehandicaptenparkeerplaatsen dienen zowel bij haaks-, als langsparkeren 3,5 meter breed te zijn of 3,0 meter als er een vrije uitstapstrook naast het parkeervak is.

Parkeerweg

De breedte van de parkeerweg moet zodanig zijn dat de parkeermanoeuvre in één keer kan worden uitgevoerd (zonder te steken). Naarmate de parkeerhoek kleiner is, is minder ruimte nodig. In veel gevallen noodzaken andere eisen (bijvoorbeeld van de brandweer) tot een grotere breedte van de parkeerweg. In Tabel 13 staat de breedte van de parkeerweg bij gestoken en haaks parkeren (bij een parkeervakbreedte van 2,5 meter), gebaseerd op het ASVV 2021.

Breedte parkeerweg

Haaks parkeren

6,0 meter

Gestoken parkeren (60o , 45o of 30o)

4,0 meter

Tabel 13: breedte van de parkeerweg bij gestoken en haaks parkeren voor personenauto's

De genoemde breedte van de parkeerweg geldt bij de minimale breedte van een parkeervak van 2,5 meter. Indien een parkeervak breder wordt gemaakt, kan de parkeerweg smaller worden.

Bijlage 3 — Halen en brengen bij scholen

Halen en brengen bij scholen (CROW publicatie 182 uit 2008)

Het met de auto brengen en halen van kinderen genereert een vraag naar parkeerruimte bij scholen, kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang. Deze parkeervraag doet zich voor op vaste momenten van de dag. De auto’s blijven slechts korte tijd bij de locatie staan, waardoor zij niet altijd even zorgvuldig worden geparkeerd. In sommige gevallen is dit aanleiding voor klachten van omwonenden. Deze klachten zijn dikwijls te voorkomen door goede communicatie tussen de school, de ouders, de gemeente en de omwonenden. Extra maatregelen zijn immers kostbaar, vaak moeilijk te realiseren en bijkomende regelgeving is moeilijk te handhaven. Daarom is het maar de vraag of met de aanleg van parkeervoorzieningen het probleem verholpen wordt.

Rekenmethode

Voor gemeenten die toch iets aan de kortstondig optredende problemen van het brengen en halen van kinderen met de auto willen doen, is een rekentool ontwikkeld door het CROW. In tabel 14 staat een rekenmethode beschreven om het benodigd aantal parkeervoorzieningen bij basisscholen en kinderdagverblijven te berekenen.

Locatiekeuze

Wanneer de gemeente besluit voor deze parkeerwens een voorziening aan te leggen, moet de locatie van deze parkeerplaatsen zorgvuldig worden gekozen. De plaatsen moeten zoveel mogelijk langs de doorgaande route liggen en een minimale loopafstand naar de school hebben. Er kan eventueel een speciale ingang komen. Parkeerplaatsen die te ver van de school of de ingang liggen, zullen niet worden gebruikt. Hiernaast moet erop worden toegezien dat het personeel deze parkeerplaatsen niet gebruikt. Voor een school met een regionale functie moet bij de dimensionering van de parkeervakken rekening worden gehouden met het feit dat ook personenbusjes gebruik maken van de parkeervoorziening.

Groepen 1 t/m 3

Aantal leerlingen x % leerlingen met de auto x 0,51 x 0,752

+

Groepen 4 t/m 8

Aantal leerlingen x % leerlingen met de auto x 0,251 x 0,752

+

Kinderdagverblijf

Aantal leerlingen x % leerlingen met de auto x 0,251 x 0,752

=

Totaal aantal parkeerplaatsen benodigd voor halen en brengen

1= reductiefactor parkeerduur

•Groepen 1 t/m 3 gemiddeld 10 minuten in periode van 20 minuten = 0,5

•Groepen 4 t/m 8 gemiddeld 2,5 minuten in periode van 10 minuten = 0,25

•Kinderdagverblijf gemiddeld 15 minuten in periode van 60 minuten = 0,25

2= reductiefactor aantal kinderen per auto

•Groepen 1 t/m 3 = 0,75

•Groepen 4 t/m 8 = 0,85

•Kinderdagverblijf = 0,75

Het percentage leerlingen dat wordt gebracht en gehaald met de auto ligt tussen de 1% en 60%. Dit is onder meer afhankelijk van:

•Stedelijkheidsgraad

•Stedelijke zone

•Gemiddelde afstand naar school

Gemiddeld ligt het percentage op:

•Groepen 1 t/m 3: 30-60%

•Groepen 4 t/m 8: 5-40%

•Kinderdagverblijf: 50-80%

Bij gescheiden aanvangs- en eindtijd van de groepen 1 t/m 3 en 4 t/m 8 mag het aantal parkeerplaatsen met maximaal 40% worden gereduceerd.

Tabel 14: voorbeeld rekenmethode voor het halen en brengen bij basisscholen en kinderdagverblijven (bron: CROW)

Rekenvoorbeeld

Hier volgt een voorbeeld voor de bepaling van het aantal parkeerplaatsen voor een school met 160 leerlingen. 60 Leerlinge zitten in de groepen 1 t/m 3. Hiervan wordt 30% met de auto gebracht en gehaald. De overige 100 leerlingen zitten in de groepen 4 t/m 8. Hiervan wordt 10% gebracht en gehaald. Ingevuld in de formules van tabel 14 levert dit het volgende:

Groepen 1 t/m 3

60x 0,3 x 0,5 x 0,75

+

Groepen 4 t/m 8

100x 0,1 x 0,25 x 0,85

=

6,75 + 2,125 = 8,875

Met andere woorden: er zijn voor deze school 9 parkeerplaatsen nodig voor het halen en brengen van leerlingen.

Bijlage 4 — Loopafstanden

Loopafstanden

Indien de parkeervraag niet (volledig) op eigen terrein kan worden opgelost, kan gekeken worden naar vervangende parkeergelegenheid. In Tabel 14 is aangegeven wat voor verschillende functies de acceptabele loopafstand tot deze alternatieve parkeergelegenheid is. De loopafstand wordt bepaald vanaf de eerste deur van een complex. Bij de woning is dat de voordeur, bij een kantoorpand de hoofdingang et cetera.

Functie

Acceptabele loopafstand (meters)

Vanaf geparkeerde auto naar woning

75– 100 (voor bezoekers 100 – 250)

Vanaf geparkeerde auto naar supermarkt

100– 250

Vanaf geparkeerde auto naar stadscentrum/winkelgebied

200– 600

Vanaf geparkeerde auto naar werklocatie

200– 800

Vanaf geparkeerde auto naar schoollocatie

100– 300

Vanaf geparkeerde auto naar horeca

100– 500

Vanaf geparkeerde auto naar huisarts/fysio/apotheek

100– 250

Vanaf geparkeerde auto naar ziekenhuis

100– 350

Vanaf geparkeerde auto naar bioscoop/theater

100– 600

Vanaf geparkeerde auto naar sportlocatie binnen

100– 300

Vanaf geparkeerde auto naar sportlocatie buiten

100- 300

Tabel 14: acceptabele loopafstanden (bron: CROW)

Bijlage 5 — Parkeerdruk berekenen

Parkeerdruk berekenen

In deze bijlage staat beschreven op welke manier de parkeerdruk wordt gemeten. De parkeerdruk is in dit geval het percentage parkeerplaatsen op de openbare weg waarop een auto staat geparkeerd. Daarbij wordt eerst het gebied bepaald waarin het onderzoek zal plaatsvinden. Vervolgens wordt het aantal legale parkeerplaatsen geteld, waarna op de genoemde tijdstippen het aantal geparkeerde auto’s wordt geteld.

Afbakening gebied

In bijlage 4 staat de loopafstand waarbinnen een oplossing voor het parkeren gevonden moet worden. De loopafstand wordt gemeten vanaf de eerste deur van een complex. Bij een woning is dat de voordeur, bij een kantorenpand de hoofdingang etc. In het gebied dat binnen de in bijlage 4 genoemde loopafstand valt, wordt de parkeerdruk gemeten. Dit gebied wordt op kaart aangegeven.

Aantal parkeerplaatsen

Vervolgens wordt van de legale en openbare parkeerplaatsen het aantal geparkeerde auto’s geteld. Een legale plek is: een parkeervak (uitgezonderd gehandicaptenparkeerplaatsen en gereserveerde plaatsen). Als er geen parkeervakken zijn, wordt de straatlengte in meters gedeeld door zes meter (lengte parkeervak volgens bijlage 2). De straatlengte wordt gemeten tussen kruispunten, onderbrekingen (een plaats in een parkeerstrook voor bijv. een boom, speelplek, afvalcontainer of een uitrit). Ook mag vijf meter vanaf een bocht niet worden geparkeerd. Dit moet worden afgetrokken van de straatlengte. Indien de deling leidt tot een getal achter de komma, dan wordt het aantal plaatsen naar beneden afgerond, tenzij het getal achter de komma groter of gelijk is aan acht.

Aantal geparkeerde auto’s

Bij deze berekening wordt uitgegaan van de openbare parkeerplaatsen en de auto’s die op deze openbare plaatsen zijn geparkeerd. Dit betekent dat parkeerplaatsen op eigen terrein niet meetellen in deze meting. Het gaat immers om de situatie die mensen tegenkomen als zij in een bepaalde straat willen parkeren. Ook auto’s op gehandicaptenparkeerplaatsen en nadere gereserveerde parkeerplaatsen op de openbare weg tellen niet mee.

Tijdstippen van meting

Doordeweekse avond/nacht

23.00 – 01.00 uur

Doordeweekse ochtend

10.00 – 12.00 uur

Doordeweekse middag

13.00 – 15.00 uur

Koopavond

18.00 – 20.00 uur

Zaterdagochtend

10.00 – 12.00 uur

Zaterdagmiddag

13.00 – 15.00 uur

De doordeweekse tellingen geven een beeld van de ‘normale parkeerdruk’ en worden bij voorkeur op een dinsdag of donderdag uitgevoerd; de tellingen op koopavond en zaterdagmiddag geven een beeld van de tellingen tijdens de wekelijkse piekdrukte. De tellingen worden uitgevoerd buiten de vakantieperioden.

Parkeerdruk

Parkeerdruk bestaand = (het aantal geparkeerde auto’s huidige situatie) / (het aantal legale parkeerplaatsen huidige situatie)

Parkeerdruk toekomst = (parkeerbehoefte nieuwe situatie)+(het aantal geparkeerde auto’s huidige situatie) / (het aantal legale parkeerplaatsen huidige situatie)

De verschillende tijdstippen kunnen een verschillende parkeerdruk opleveren. Immers ’s avonds kunnen de parkeerplaatsen anders gebruikt worden dan overdag. Per tijdstip wordt de bestaande en toekomstige parkeerdruk bepaald.

De hoogste parkeerdruk die wordt gemeten op de aangegeven tijdstippen is maatgevend voor het bepalen of de parkeerdruk boven de 85% uitkomt. Dit betekent dat als op één van de gemeten tijdstippen de parkeerdruk boven de 85% uitkomt, er geen gebruik kan worden gemaakt van de restcapaciteit van de openbare weg.

Bijlage 6 — Fietsparkeernormen

Fietsparkeernormen wonen

Woning

Centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Koop, vrijstaand

5,3

5,25

5,2

Koop, twee-onder-een-kap

5,3

5,25

5,2

Koop, tussen/hoek

5,3

5,25

5,2

Koop, appartement, > 100 m2 bvo

5,3

5,25

5,2

Koop, appartement, 75 - 100 m2 bvo

4,55

4,5

4,45

Koop, appartement, < 75 m2 bvo

3,55

3,5

3,45

Huur, vrije sector

5,3

5,25

5,2

Huur, sociale huur

5,3

5,25

5,2

Huur, appartement, vrije sector, > 100 m2 bvo

5,3

5,25

5,2

Huur, appartement, vrije sector, 75 - 100 m2 bvo

4,55

4,5

4,45

Huur, appartement, vrije sector, < 75 m2 bvo

3,55

3,5

3,45

Huur, appartement, sociale huur, > 100 m2 bvo

5,3

5,25

5,2

Huur, appartement, sociale huur, 75-100 m2 bvo

4,55

4,5

4,45

Huur, appartement, sociale huur, < 75 m2 bvo

3,55

3,5

3,45

Huur, appartement, sociale huur of vrije sector,< 30 m2 bvo

2,8

2,75

2,7

Kamerverhuur, studenten, niet-zelfstandig

1,65

1,6

1,55

Aanleunwoning, serviceflat (zelfstandige woning met beperkte zorgvoorzieningen)

0,85

1,0

0,95

Kleine eenpersoonswoning (Tiny house, meestal grondgebonden)

2,8

2,75

2,75

Bezoekersaandeel (al verwerkt in parkeernorm)

0,3

0,25

0,2

Tabel 15: fietsparkeernormen hoofgroep ‘wonen’

Fietsparkeernormen werken

Functie

9Tenzij anders aangegeven geldt de norm per 100 m2 bvo

Centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Kantoor (zonder baliefunctie)

1,5

1,1

0,8

Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie

2,0

1,4

1,1

Bedrijf arbeidsintensief/ bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats)

1,5

1,2

0,9

Bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)

0,7

0,4

0,4

Bedrijfsverzamelgebouw

1,2

0,8

0,7

Opslagruimte (particulier)

(per vestiging)

n.v.t.

6,0

6,0

Tabel 16: fietsparkeernormen hoofdgroep 'werken'

Fietsparkeernormen winkelen en boodschappen

Functie

10Tenzij anders aangegeven geldt de norm per 100 m2 bvo

Centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Buurtsupermarkt

3,1

1,7

n.v.t.

Fullservice-supermarkt

4,4

2,9

n.v.t.

Grote supermarkt

4,4

2,9

n.v.t.

Groothandel specialist

n.v.t.

1,3

n.v.t.

Groothandel algemeen

n.v.t.

1,3

n.v.t.

Buurt-/dorps-(winkel)centrum

2,7

2,5

n.v.t.

Wijkwinkel-centrum (klein)

n.v.t.

2,9

n.v.t.

Wijkwinkel-centrum (gemiddeld)

n.v.t.

3,5

n.v.t.

Kringloopwinkel

n.v.t.

1,3

1,1

Bruin- en witgoedzaken

0,3

0,3

0,3

Woonwarenhuis/ woonwinkel

0,3

0,3

0,3

Meubelboulevard

n.v.t.

0,3

n.v.t.

Winkelboulevard

n.v.t.

0,3

n.v.t.

Outletcentrum

n.v.t.

0,3

0,2

Bouwmarkt

n.v.t.

0,3

0,3

Tuincentrum

n.v.t.

0,3

0,3

Groencentrum

n.v.t.

0,3

0,3

Tabel 17: fietsparkeernormen hoofdgroep 'winkelen en boodschappen'

Fietsparkeernormen sport, cultuur en ontspanning

Functie

11Tenzij anders aangegeven geldt de norm per 100 m2 bvo

Centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Bibliotheek

3,5

3,1

2,4

Museum

1,4

0,7

n.v.t.

Bioscoop

7,5

2,8

1,7

Filmtheater/

filmhuis

7,5

2,8

1,7

Theater/

schouwburg

23

13

10

Musicaltheater

23

13

10

Casino

1,7

1,3

1,3

Bowlingcentrum

(per bowlingbaan)

4,5

2,6

2,4

Biljart-/ snookercentrum

(per tafel)

2,4

1,5

1,1

Dansstudio

5,7

2,9

2,0

Fitnessstudio/sportschool

5,7

2,9

2,0

Fitnesscentrum

5,7

2,9

2,0

Wellnesscentrum

n.v.t.

4,0

4,0

Sauna, hammam

4,0

4,0

4,0

Sporthal

5,3

2,9

2,4

Sportzaal

6,5

2,6

2,1

Tennishal

0,8

0,5

0,5

Padelhal

1,6

1,0

1,0

Squashhal

5,1

3,0

2,5

Zwembad overdekt

(per 100 m2 bassin)

n.v.t.

16,0

9,5

Zwembad openlucht

(per 100 m2 bassin)

n.v.t.

24

17,5

Zwemparadijs

(per 100 m2 bassin)

n.v.t.

9,5

9,5

Sportveld

(per ha netto terrein)

57,5

57,5

57,5

Kunstijsbaan

(<400 meter)

2,9

1,9

1,7

Kunstijsbaan

(>400 meter)

n.v.t.

3,3

2,9

Golfoefencentrum

(per centrum)

n.v.t.

17,5

17,5

Golfbaan (18 holes)

(per 18 holes)

n.v.t.

17,5

17,5

Indoorspeeltuin (gemiddeld en kleiner)

1,5

1,0

0,5

Indoorspeeltuin (groot)

1,5

1,0

0,5

Indoorspeeltuin (zeer groot)

1,5

1,0

0,5

Kinderboerderij

(per boerderij)

12,5

12,5

12,5

Manege

(per box)

n.v.t.

n.v.t.

0,6

Dierenpark

(per ha netto terrein)

10,8

10,8

10,8

Attractie- en pretpark

(per ha netto terrein)

n.v.t.

10,8

10,8

Volkstuin

(per 10 tuinen)

n.v.t.

1,8

1,6

Plantentuin

(per gemiddelde tuin)

n.v.t.

14,1

11,0

Tabel 18: fietsparkeernormen hoofdgroep 'sport, cultuur en ontspanning'

Fietsparkeernormen horeca en (verblijfs)recreatie

Functie

12Tenzij anders aangegeven geldt de norm per 100 m2 bvo

Centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Camping

(per standplaats)

n.v.t.

n.v.t.

0,2

Bungalowpark

(per bungalow)

n.v.t.

0,2

0,2

1* Hotel

(per 10 kamers)

2,0

2,0

2,0

2* Hotel

(per 10 kamers)

2,0

2,0

2,0

3* Hotel

(per 10 kamers)

2,0

2,0

2,0

4* Hotel

(per 10 kamers)

2,0

2,0

2,0

5* Hotel

(per 10 kamers)

2,0

2,0

2,0

Café/bar/cafetaria

11,5

11,5

n.v.t.

Restaurant

11,5

11,5

6,5

Discotheek

12,5

10,0

5,5

Evenementenhal/beursgebouw/ congresgebouw

1,0

1,0

n.v.t.

Tabel 19: fietsparkeernormen hoofdgroep ‘horeca en (verblijfs)recreatie’

Fietsparkeernormen gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen

Functie

13Tenzij anders aangegeven geldt de norm per behandelkamer

Centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Huisartsenpraktijk

1,2

0,9

0,5

Apotheek

(per apotheek)

7,0

7,0

n.v.t.

Fysiotherapiepraktijk

1,2

0,9

0,5

Consultatiebureau

1,2

0,9

0,5

Consultatiebureau voor ouderen

1,2

0,9

0,5

Tandartsenpraktijk

2,5

2,2

1,9

Gezondheidscentrum

1,2

0,9

0,5

Ziekenhuis

(per 100 m2 bvo)

1,1

1,0

0,7

Crematorium

(per gelijktijdige plechtigheid)

n.v.t.

6,5

6,5

Begraafplaats

(per gelijktijdige plechtigheid)

n.v.t.

6,5

6,5

Penitentiaire inrichting

(per 10 cellen)

0,5

0,5

0,5

Religiegebouw

(per zitplaats)

0,4

0,4

n.v.t.

Verpleeg- en verzorgingstehuis

(per wooneenheid)

0,6

0,8

0,8

Tabel 20: fietsparkeernormen hoofdgroep 'gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen

Fietsparkeernormen onderwijs

Functie

14Tenzij anders aangegeven geldt de norm per 100 leerlingen/studenten

Centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Kinderdagverblijf (crèche)

(per 100 m2 bvo)

1,0

0,8

0,8

Basisonderwijs

(per leslokaal)

13,0

13,0

13,0

Middelbare school

80,0

80,0

80,0

ROC

48,0

48,0

48,0

Hogeschool

64,0

64,0

64,0

Universiteit

64,0

64,0

64,0

Avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs

(per 10 studenten)

3,8

3,8

3,8

Tabel 21: fietsparkeernormen hoofdgroep 'onderwijs'

Bijlage — 7 Module 7.2: Nota parkeernormen 2026

Samenvatting en rekenvoorbeelden voor ontwikkelaars in Asten

De gemeente Asten heeft in 2026 een nieuwe Nota Parkeernormen vastgesteld. Daarin zijn parkeernormen opgenomen voor ruimtelijke ontwikkelingen, met ruimte voor de nodige flexibiliteit en maatwerk.

In de Nota Parkeernormen staat precies aangegeven welke uitgangspunten gehanteerd zijn en waar rekening mee gehouden moet worden bij het bepalen van de parkeereis voor een ontwikkeling in de gemeente Asten. Ook wordt uitgelegd onder welke voorwaarden van de parkeereis mag worden afgeweken, dus wanneer maatwerk mogelijk is. Daarin is onderscheid gemaakt tussen maatwerk voor de te hanteren norm en maatwerk voor de eis van parkeren op eigen terrein.

Samenvatting Nota Parkeernormen

In deze samenvatting worden voor u, als ontwikkelaar of initiatiefnemer, de spelregels van de Nota Parkeernormen toegelicht met rekenvoorbeelden voor het bepalen van de parkeereis. Dit document is een aanvulling op de Nota Parkeernormen van de gemeente Asten en verwijst regelmatig naar de inhoud van de nota. Het is daarom verstandig dat u, bij het lezen van deze samenvatting, ook de Nota Parkeernormen tot uw beschikking hebt.

Parkeereis bepalen

Aan de hand van de parkeernormen wordt de parkeereis voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen bepaald. Parkeernormen worden niet gebruikt om de bestaande parkeerdruk in beeld te brengen of te corrigeren. De parkeereis is het totaal aantal parkeerplaatsen waar u als ontwikkelaar in moet voorzien. De Nota Parkeernormen beschrijft de uitgangspunten voor de parkeernormen van de gemeente Asten de regels voor het gebruik.

Onderstaand stappenplan geeft de stappen aan om te komen tot de parkeereis van uw ruimtelijke ontwikkeling en hoe u deze kunt invullen.

Waar moet ik rekening mee houden?

Parkeernormen

Bijlage 1 van de Nota Parkeernormen bevat de parkeernormen per gebiedsprofiel. De belangrijkste en meest voorkomende functies zijn opgenomen. Wanneer bepaalde functies niet in de lijst voorkomen, wordt in dat geval door de gemeente een onderbouwde afweging gemaakt welke norm of combinatie van normen moet worden toegepast. Waar mogelijk wordt gebruikgemaakt van de CROW parkeerkencijfers.

Gebiedsprofielen

De parkeernormen maken onderscheid in drie gebiedsprofielen: centrum, rest bebouwde kom en buitengebied. Paragraaf 2.3 geeft kaartbeelden met de aanduiding van de gebieden.

Parkeereis

Met de parkeernormen in bijlage 1 van de Nota Parkeernormen kunt u de parkeereis berekenen. Daarbij moet u rekening houden met de omrekenwaardes voor parkeervoorzieningen bij woningen (paragraaf 2.5), dubbelgebruik (paragraaf 2.6) en enkele uitvoeringsregels (paragraaf 2.7).

In de uitvoeringsregels wordt uitgelegd hoe u om moet gaan met bezoekersparkeren, afronding, maatvoering parkeerplaatsen, salderen, functie onbekend, inzet parkeercapaciteit en schoolomgevingen.

Maatwerk

De gemeente Asten conformeert zich aan de Nota Parkeernormen. Echter, onder bepaalde omstandigheden is een aangepaste parkeereis wenselijk of kan worden afgeweken van de eis voor parkeren op eigen terrein. Hiervoor zijn regels voor maatwerk opgesteld. Deze regels geven aan in welke gevallen medewerking aan maatwerk kan worden verleend. Daarnaast kent de Nota Parkeernormen een afwijkingsbepaling. Dat geeft het college van burgemeester en wethouders de mogelijkheid om af te wijken van de Nota Parkeernormen voor ontwikkelingen die bijzonder waardevol zijn voor Asten en niet passen binnen de parkeernormen en/of maatwerkoplossingen.

Het is mogelijk om af te wijken van de parkeereis in de volgende gevallen:

Inzet deelauto’s

De inzet van deelauto’s met een vaste standplaats leidt tot een lagere parkeerbehoefte. De inzet van één deelauto leidt tot een korting van maximaal vijf parkeerplaatsen, omdat de deelauto zelf ook een gereserveerde parkeerplaats nodig heeft, mag de parkeereis met maximaal vier parkeerplaatsen per deelauto worden verminderd. De korting geldt voor maximaal 20% van de totale parkeerbehoefte van bewoners. Een deelauto heeft een eigen toegewezen parkeerplaats en is elektrisch aangedreven.

Ontwikkelingen met een geringe toename van de parkeerdruk (< 1,5 parkeerplaatsen)

Bij ontwikkelingen waar de parkeereis vóór afronding minder dan 1,5 parkeerplaats bedraagt, wordt vrijstelling verleend van de parkeereis. Deze vrijstelling geldt niet voor ontwikkelingen met de functie ‘wonen’, met uitzondering van woningsplitsingen en mantelzorgwoningen. Er wordt geen financiële vergoeding gevraagd en er is geen parkeerdrukonderzoek noodzakelijk.

Korting leegstand centrum

Bij ontwikkelingen die een oplossing bieden voor leegstand in het centrum van Asten geldt een korting van maximaal vijf parkeerplaatsen. Deze korting geldt voor situaties waarin een gebouw of een gedeelte daarvan, bestemd voor bewoning of gebruik, gedurende een bepaalde periode niet wordt bewoond of gebruikt. Ontwikkelingen in het centrum met een parkeereis van meer dan anderhalve parkeerplaats, mogen daarom een beroep doen op de beschikbare parkeergelegenheid in de openbare ruimte. Deze korting geldt voor alle ontwikkelingen.

Korting fietsparkeernormen

Ontwikkelingen die fietsgebruik actief stimuleren, bijvoorbeeld in het bedrijfsplan en/of de arbeidsvoorwaarden, en rekening houden met de fietsparkeernormen, zoals beschreven in bijlage 6 mogen een korting van 10% op de parkeereis doorrekenen. Deze korting geldt niet voor de functie ‘Wonen’.

Combinatie korting

Wanneer u voldoet aan een combinatie van bovenstaande maatwerkoplossingen is het stapelen van korting toegestaan.

Maatwerk voor verplichting parkeren op eigen terrein

Wanneer de berekende parkeereis niet volledig op eigen terrein kan worden gerealiseerd, is in sommige gevallen maatwerk mogelijk. Dit kan op drie verschillende manieren:

1u geeft een vervangende private parkeerruimte op

2u realiseert vervangende parkeerruimte in de openbare ruimte

3u koopt de parkeereis af

Om in aanmerking te komen hiervoor moet u voldoen aan de voorwaarden zoals beschreven in paragraaf 3.2 van de Nota Parkeernormen. Als er, na goedkeuring van de gemeente, wordt gekozen om de parkeereis af te kopen wordt er gebruik gemaakt van het mobiliteitsfonds zoals beschreven in hoofdstuk 4 van de Nota Parkeernormen.

Afwijkingsbepaling en overgangsregeling

Nadere informatie over de afwijkingsbepaling en overgangsregeling is te vinden in de paragrafen 3.4 en 3.5 van de Nota Parkeernormen.

Rekenvoorbeeld 1: ontwikkeling woningen en winkel

Een projectontwikkelaar heeft het voornemen om 10 twee-onder-één kapwoningen en een woonwinkel van 800 m2 te realiseren in het centrum van Asten, net buiten de blauwe zone. Om in de parkeervraag te voorzien realiseert de ontwikkelaar een parkeerterrein binnen de ontwikkeling. De woningen krijgen elk een enkele oprit zonder garage.

Functie

Norm

Aantal

Normatieve parkeerbehoefte

Koop, twee-onder-één kapwoning

1,5 per woning

10

15,0

Waarvan aandeel bezoekers

0,1 per woning

10

1,0

Woonwinkel

1,3 per 100 m2 bvo

800m2 bvo

10,4

Totale parkeerbehoefte (inclusief bewonersparkeerplaatsen)

25,4

Elke woning krijgt een enkele oprit zonder garage, hiervoor mag per woning in de praktijk 0,8 voor worden gerekend. De woningen zorgen gezamenlijk dat 8,0 parkeerplaatsen worden opgevangen op de opritten, bedoelt voor de bewoners van deze woningen. De parkeerbehoefte die nog gerealiseerd moet worden bedraagt daardoor:

25,4 (parkeerbehoefte) – 8,0 (opritten) = 17,4 parkeerplaatsen

Als het parkeerterrein voor zowel bewoners als bezoekers van de woningen en woonwinkel gebruikt kan worden, mag er worden gerekend met dubbelgebruik. Hiervoor moet eerst het maatgevende moment worden berekend.

Werkdagochtend

Werkdagmiddag

Werkdagavond

Werkdagnacht

Vrijdagmiddag

Vrijdagavond

Zaterdagmiddag

Zaterdagavond

Zondagmiddag

Woningen bewoners

60%

60%

90%

100%

70%

80%

75%

80%

75%

Woningen bezoekers

40%

50%

75%

0%

60%

100%

100%

100%

90%

Detailhandel

30%

60%

10%

0%

60%

75%

100%

0%

60%

Woningen bewoners

3,6

3,6

5,4

6,0

4,2

4,8

4,5

4,8

4,5

Woningen bezoekers

0,4

0,5

0,75

0

0,6

1,0

1,0

1,0

0,9

Detailhandel

3,1

6,2

1,0

0

6,2

7,8

10,4

0

6,2

Totaal

7,1

10,3

7,15

6,0

11,0

13,6

15,9

5,8

11,6

De hoogste parkeerbehoefte op basis van de aanwezigheidspercentages, is op zaterdagmiddag met 15,9 parkeerplaatsen. Bij het bepalen van de parkeereis moeten we afronden, dat betekent dat er 16 parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden.

Rekenvoorbeeld 2: Uitbreiding kantoor met tien appartementen

Een bestaand kantoorpand in het centrum van Asten wordt uitgebreid met 600 m2 bvo met daarboven tien appartementen van meer dan 100 m2 bvo voor de verkoop. Iedere woning krijgt één gereserveerde parkeerplaats. Het kantoor heeft een baliefunctie en bestaande parkeerplaatsen op eigen terrein. De berekening voor de parkeereis is alleen van toepassing op de uitbreiding en de extra parkeerbehoefte die deze uitbreiding genereert.

Functie

Norm

Aantal

Normatieve parkeerbehoefte

Koop, appartement, > 100 m2 bvo

1,4 per woning

10

14,0

Waarvan aandeel bezoekers

0,1 per woning

10

1,0

Commerciële dienstverlening

2,1 per 100 m2 bvo

600m2 bvo

12,6

Totale parkeerbehoefte (inclusief bewonersparkeerplaatsen)

26,6

Van de totale parkeerbehoefte zijn tien parkeerplaatsen gereserveerd voor bewoners van de appartementen. Voor de overige 16,6 parkeerplaatsen mag gerekend worden met dubbelgebruik als deze voor zowel bewoners, werknemers en bezoekers van de woningen en kantoorfunctie toegankelijk zijn. De gereserveerde parkeerplaatsen worden dus niet meegenomen.

Werkdagochtend

Werkdagmiddag

Werkdagavond

Werkdagnacht

Vrijdagmiddag

Vrijdagavond

Zaterdagmiddag

Zaterdagavond

Zondagmiddag

Woningen bewoners

60%

60%

90%

100%

70%

80%

75%

80%

75%

Woningen bezoekers

40%

50%

75%

0%

60%

100%

100%

100%

90%

Commerciële dienstverlening

100%

100%

5%

0%

100%

75%

0%

0%

0%

Woningen bewoners

1,8

1,8

2,7

3,0

2,1

2,4

2,3

2,4

2,3

Woningen bezoekers

0,4

0,5

0,75

0

0,6

1,0

1,0

1,0

0,9

Detailhandel

12,6

12,6

0,6

0

12,6

9,5

0

0

0

Totaal

14,8

14,9

4,05

3

15,3

12,9

3,3

3,4

3,2

De hoogste parkeerbehoefte op basis van de aanwezigheidspercentages, is op vrijdagmiddag met 15,3 parkeerplaatsen. De totale parkeereis bedraagt daarmee 15,3 openbare toegankelijke parkeerplaatsen + 10 gereserveerde parkeerplaatsen = 25,3 parkeerplaatsen. De parkeereis bedraagt daarmee afgerond 25 parkeerplaatsen.

Rekenvoorbeeld 3: transformatie vrijstaande woning naar sportschool

In de rest bebouwde kom van Heusden wordt een vrijstaande woning omgebouwd tot een kleinschalige sportschool met een bruto vloeroppervlakte van 180 m2. Op dit moment zijn er geen parkeervoorzieningen op eigen terrein aanwezig. De parkeerbehoefte voor de kleinschalige sportschool bedraagt:

Functie

Norm

Aantal

Normatieve parkeerbehoefte

Fitnessstudio/sportschool

4,8 per 100 m2 bvo

180m2 bvo

8,6

De parkeerbehoefte van de sportschool bedraagt 8,6 parkeerplaatsen. Echter, de parkeerbehoefte van de vrijstaande woning vervalt, ondanks dat er in de huidige situatie geen parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig waren. De parkeerbehoefte van de vrijstaande woning was 2,05 parkeerplaatsen (inclusief bezoekersparkeren). De parkeereis van deze ontwikkeling bedraagt daardoor: 8,6 parkeerplaatsen sportschool – 2,05 parkeerplaatsen vrijstaande woning = 6,55 parkeerplaatsen. De initiatiefnemer moet daardoor afgerond 7 parkeerplaatsen realiseren.

Rekenvoorbeeld 4: schoolomgeving

In een woonwijk in de rest bebouwde kom van Asten wordt een nieuwe basisschool gerealiseerd. De school biedt huisvesting voor 250 kinderen in acht lokalen. 100 leerlingen in de onderbouw en 150 leerlingen in de bovenbouw. De parkeervraag van de school bestaat uit de parkeervraag voor het personeel en voor halen en brengen van de kinderen. De parkeerbehoefte voor het personeel bedraagt:

Functie

Norm

Aantal

Normatieve parkeerbehoefte

Basisonderwijs

0,8 per leslokaal

8

6,4

Voor het halen en brengen van de kinderen wordt gebruikgemaakt van de rekenmethodiek uit bijlage 3 van de Nota Parkeernormen. Deze maakt onderscheidt tussen de onderbouw en de bovenbouw. Op basis van een onderzoek moet worden bepaald wat het autogebruik voor het halen en brengen is. Dit rekenvoorbeeld gaat uit van een gemiddeld autogebruik. Dat is voor de onderbouw 45% en voor de bovenbouw 22,5%.

Parkeerbehoefte onderbouw = 100 leerlingen x 45% met de auto x 0,5 x 0,75 = 16,9 parkeerplaatsen

Parkeerbehoefte bovenbouw = 150 leerlingen x 22,5% met de auto x 0,25 x 0,85 = 7,2 parkeerplaatsen

De totale parkeereis voor deze school bedraagt daarmee 6,4 + 16,9 + 7,2 = 30,5 parkeerplaatsen. Afgerond moeten er dus 31 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Eventueel kan een gedeelte van de vraag worden opgevangen door een Kiss & Ride strook, waardoor minder parkeerplaatsen nodig zijn. Deze wordt voornamelijk gebruikt door ouders van leerlingen van de bovenbouw. Ouders van leerlingen in de onderbouw lopen namelijk vaker mee naar binnen, waardoor de Kiss & Ride strook niet efficiënt gebruikt wordt. Uitgangspunt daarbij is dat de Kiss & Ride strook vrij gehouden wordt van parkeerders.

Rekenvoorbeeld 5: Ontwikkeling met inzet van een deelauto

In de rest bebouwde kom van Asten wordt een nieuwe woonwijk gerealiseerd. Binnen deze woonwijk worden tien vrijstaande woningen en twintig rijwoningen gerealiseerd. Er zijn geen woningen met een oprit of garage. De parkeerbehoefte voor dit planvoornemen bedraagt:

Functie

Norm

Aantal

Normatieve parkeerbehoefte

Koop, vrijstaand

2,05

10

20,5

Koop, tussen/hoek

1,85

20

37,0

Waarvan aandeel bezoekers

0,1 per woning

30

3,0

Totale parkeerbehoefte (inclusief bewonersparkeerplaatsen)

57,5

De parkeerbehoefte bedraagt 57,5 parkeerplaatsen. Er is geen sprake van dubbelgebruik of salderen. Vanwege de mobiliteitstransitie en het gebrek van ruimte voor parkeerplaatsen in de openbare ruimte wil de initiatiefnemer deelauto’s inzetten als maatwerkoplossing.

De initiatiefnemer kiest er daarom voor om twee deelauto’s in te zetten. Elke deelauto vervangt vijf normale auto’s maar heeft ook een eigen parkeerplek nodig. De parkeerbehoefte van de ontwikkeling wordt daarom verminderd met:

2deelauto’s x 5 normale auto’s – (2 deelauto’s x 1 benodigde parkeerplaats) = 8 parkeerplaatsen

De initiatiefnemer overweegt om drie deelauto’s in te zetten. De parkeerbehoefte van het planvoornemen wordt hierdoor minder. De korting vanwege de inzet van drie deelauto’s bedraagt nu namelijk:

3deelauto’s x 5 normale auto’s – (3 deelauto’s x 1 benodigde parkeerplaats) = 12 parkeerplaatsen

De korting voor de inzet van deelauto’s mag maximaal 20% zijn van de totale parkeerbehoefte. Dit houdt in dat de korting maximaal 20% x 57,5 parkeerbehoefte = 11,5 parkeerplaatsen mag zijn. In samenspraak met de gemeente maakt de initiatiefnemer de keuze om twee of drie deelauto’s in te zetten. De parkeereis bedraagt met de inzet van twee deelauto’s afgerond 50 parkeerplaatsen:

57,5 parkeerbehoefte – 8 parkeerplaatsen voor inzet deelauto = 49,5 parkeerplaatsen

De parkeereis bedraagt met de inzet van drie deelauto’s afgerond 46 parkeerplaatsen:

57,5 parkeerbehoefte – 11,5 parkeerplaatsen voor inzet deelauto = 46,0 parkeerplaatsen

Om deze korting te ontvangen dient de initiatiefnemer een mobiliteitsplan aan de gemeente aan te leveren waarin onderbouwd wordt hoe de mobiliteitsoplossingen tot stand is gekomen en duurzaam beschikbaar blijven. Hierbij wordt een intentieverklaring van een aanbieder van deelauto’s verlangd. Binnen drie maanden na oplevering van de ontwikkeling moeten de deelauto’s beschikbaar zijn. Als er sprake is van deelmobiliteit in de parkeeropgave dan moet dat publiekrechtelijk worden geregeld, in het omgevingsplan of de omgevingsvergunning.

Rekenvoorbeeld 6: Ontwikkeling met een geringe parkeerdruk (< 1,5 parkeerplaats)

In het centrum van Asten wil een bestaande fysiotherapiepraktijk uitbreiden. Het gaat om een kleinschalige verbouwing waarin één behandelkamer wordt toegevoegd. De parkeerbehoefte van dit planvoornemen bedraagt:

Functie

Norm

Aantal

Normatieve parkeerbehoefte

Fysiotherapiepraktijk

1,3 per behandelkamer

1

1,3

De parkeereis voor deze ontwikkeling bedraagt daarmee 1,3 parkeerplaats. Omdat de parkeereis kleiner is dan 1,5 parkeerplaats, wordt vrijstelling verleend aan de parkeereis.

Rekenvoorbeeld 7: Leegstand centrum Asten (ruimte op eigen terrein)

In het centrum van Asten is een leegstaand kantoor met baliefunctie van 500 m2 bvo gelegen. Een initiatiefnemer heeft het voornemen om dit kantoor te transformeren naar een witgoedzaak. In de huidige situatie zijn er drie parkeerplaatsen op eigen terrein beschikbaar. De parkeerbehoefte voor de witgoedzaak bedraagt:

Functie

Norm

Aantal

Normatieve parkeerbehoefte

Bruin- en witgoedzaken

4,0 per 100 m2 bvo

500m2 bvo

20,0

Het leegstaande kantoorpand vraagt ook om een aantal parkeerplaatsen. Voor het kantoorpand bedraagt dit:

Functie

Norm

Aantal

Normatieve parkeervraag

Commerciële dienstverlening

2,1 per 100 m2 bvo

500m2 bvo

10,5

De parkeerbehoefte van de ontwikkeling bedraagt 20,0 parkeerplaatsen. Het leegstaande kantoorpand heeft een parkeervraag van 10,5 parkeerplaatsen. Het planvoornemen leidt er toe dat er 20,0 – 10,5 = 9,5 parkeerplaatsen extra moeten worden gerealiseerd. Rekening houdend met de drie bestaande parkeerplaatsen wordt de parkeereis voor de witgoedzaak na het salderen 12,5 parkeerplaatsen.

Het is toegestaan om van de 12,5 parkeerplaatsen vijf parkeerplaatsen af te wentelen op het openbaar gebied, onder voorwaarde dat de parkeerdruk in de directe omgeving op relevante momenten niet hoger wordt dan 85%. Het maatgevend moment voor de witgoedzaak is de zaterdagmiddag. Op dat moment zijn er binnen de loopafstand 50 parkeerplaatsen beschikbaar, de gemiddelde parkeerdruk is op dat moment 70%. Gemiddeld zijn er 35 parkeerplaatsen bezet. Wanneer 5 parkeerplaatsen extra worden bezet bedraagt de parkeerdruk daarom:

40bezette parkeerplaatsen / 50 beschikbare parkeerplaatsen x 100% = 80%

De parkeerdruk blijft daarmee onder de maximale parkeerdruk van 85%. In dit geval is het toegestaan om een korting door te voeren van maximaal vijf parkeerplaatsen. De parkeereis van het planvoornemen wordt daarmee 12,5 – 5 = 7,5 parkeerplaats op eigen terrein. Aangezien er drie parkeerplaatsen al op eigen terrein aanwezig zijn, moeten er voor deze ontwikkeling afgerond vijf parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd worden. Vanwege de grootte van het perceel is dit geen probleem.

Rekenvoorbeeld 8: Leegstand centrum Asten (geen ruimte op eigen terrein)

De bibliotheek in het centrum van Asten is verhuisd naar een andere locatie. Het oude pand met een oppervlakte van 1.000 m2 bvo staat al even leeg. Er zijn op eigen terrein geen parkeerplaatsen aanwezig. Een ontwikkelaar wil het pand transformeren naar een appartementencomplex met vijftien koopappartementen, tien appartementen met een oppervlakte van 60 m2 en vijf appartementen van 80 m2. De parkeerbehoefte van het appartementencomplex bedraagt:

Functie

Norm

Aantal

Normatieve parkeerbehoefte

Koop, appartement, < 75 m2 bvo

1,1

10

11,0

Koop, appartement, 75 - 100 m2 bvo

1,2

5

6,0

Waarvan aandeel bezoekers

0,1 per woning

15

1,5

Totale parkeerbehoefte (inclusief bewonersparkeerplaatsen)

17,0

Het leegstaande pand van de bibliotheek vraagt ook om een aantal parkeerplaatsen. Het gaat om:

Functie

Norm

Aantal

Normatieve parkeervraag

Bibliotheek

0,5 per 100 m2 bvo

1.000 m2 bvo

5,0

De parkeerbehoefte van de ontwikkeling bedraagt 17,0 parkeerplaatsen. Het leegstaande pand heeft een parkeervraag van 5,0 parkeerplaatsen. Het planvoornemen leidt er toe dat er 17,0 – 5,0 = 12,0 parkeerplaatsen extra moeten worden gerealiseerd. Er zijn geen bestaande parkeerplaatsen om rekening mee te houden, de parkeereis bedraagt daarom 12,0 parkeerplaatsen.

Het is toegestaan om van de 12,0 parkeerplaatsen vijf af te wentelen op het openbaar gebied, onder voorwaarde dat de parkeerdruk in de directe omgeving op relevante momenten niet hoger wordt dan 85%. Het maatgevend moment voor wonen is een werkdagavond. Op dat moment zijn er binnen de loopafstand 30 parkeerplaatsen beschikbaar, de gemiddelde parkeerdruk is op dat moment 40%. Gemiddeld zijn er 12 parkeerplaatsen bezet. Wanneer vijf parkeerplaatsen extra worden bezet bedraagt de parkeerdruk daarom:

17bezette parkeerplaatsen / 30 beschikbare parkeerplaatsen x 100% = 56%

De parkeerdruk blijft daarmee onder de maximale parkeerdruk van 85%. In dit geval is het toegestaan om een korting door te voeren van maximaal vijf parkeerplaatsen. De parkeereis van het planvoornemen wordt daarmee 12,0 – 5 = 7,0 parkeerplaats op eigen terrein. Aangezien er op eigen terrein en in de directe omgeving geen ruimte beschikbaar is voor het realiseren van parkeerplaatsen, kan de ontwikkelaar een beroep doen op het mobiliteitsfonds om de parkeereis af te kopen. Zie paragraaf 3.2 van de Nota Parkeernormen ‘Maatwerk voor verplichting eigen terrein’.

Rekenvoorbeeld 9: Korting fietsnormen

In de rest bebouwde kom van Ommel wordt een bestaand kantoor zonder baliefunctie uitgebreid met 500 m2 bvo. De parkeerbehoefte van deze ontwikkeling bedraagt:

Functie

Norm

Aantal

Normatieve parkeerbehoefte

Kantoor (zonder baliefunctie)

2,1 per 100 m2 bvo

500m2 bvo

10,5

De ontwikkelaar stimuleert het gebruik van de fiets door een voor het personeel aantrekkelijke fietsregeling op te nemen in de arbeidsvoorwaarden. Bovendien voorziet het bouwplan in een oplaadpunt voor elektrische fietsen. Rekening houdend met de normen voor fietsparkeerplaatsen uit bijlage 6 van de Nota Parkeernormen geldt voor de ontwikkeling een fietsparkeerbehoefte van:

Functie

Norm

Aantal

Normatieve fietsparkeerbehoefte

Kantoor (zonder baliefunctie)

1,1 per 100 m2 bvo

500m2 bvo

5,5

De fietsparkeereis voor de uitbreiding van dit kantoor bedraagt 6 fietsplekken. De ruimte voor deze fietsparkeerplaatsen neemt de ontwikkelaar zichtbaar mee in het bouwplan. Als gevolg van het stimuleren van fietsgebruik en het rekening houden met de fietsparkeernormen mag een korting op de parkeereis voor auto’s worden doorgevoerd van 10%. De parkeereis wordt na aftrek van de korting afgerond 9 parkeerplaatsen:

10,5 parkeerplaatsen – (10,5 x 10% korting) = 9,45 parkeerplaatsen

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.