Gemeentelijke regelgeving

Handhavingsbeleid aanpak illegale bewoning op recreatieparken

Gemeente Asten · geldt sinds 15 februari 2024

5. Wijze van handhaving

5.1 Gebruiker niet-zijnde recreant

De gebruiker niet-zijnde recreant is de overtreder die de verboden handeling fysiek verricht, namelijk het bewonen van de recreatiewoning of verblijf. Het huren van een recreatiewoning en/of verblijf is daar een voorbeeld van.

Stap 1: voornemen last onder dwangsom

Indien is vastgesteld dat er sprake is van illegale bewoning van een recreatiewoning en/of- verblijf door de gebruiker, wordt de handhavingsprocedure gestart met een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom. In dit voornemen wordt aangegeven dat het college voornemens is een last onder dwangsom op te leggen vanwege de illegale bewoning. De betreffende overtreder krijgt de gelegenheid binnen twee weken zijn zienswijze in te dienen. De ingediende zienswijze wordt meegenomen in de besluitvorming.

Stap 2: last onder dwangsom

Wanneer de zienswijze niet leidt tot het afzien van handhavend optreden en er uit het controlerapport blijkt dat er nog steeds sprake is van illegale bewoning op het recreatieadres, zal een besluit last onder dwangsom worden opgelegd. Dit zal zich voordoen in de vorm van een last onder dwangsom. Wat betreft deze last bedraagt de hoogte van de dwangsom € 1.500,- per maand dat de overtreding voortduurt of een gedeelte daarvan tot een maximumbedrag van € 15.000,-. De begunstigingstermijn bedraagt zes maanden. De hoogte van de dwangsom alsmede de begunstigingstermijn worden volgens vaste rechtspraak redelijk geacht. Indien de overtreder niet (tijdig) gevolg geeft aan het besluit last onder dwangsom, wordt overgegaan tot verbeuring van de dwangsom.

Wanneer de overtreding na het verbeuren van het maximumbedrag niet is beëindigd, zal er een nieuw handhavingsbesluit worden genomen. Het hierin opgenomen bedrag voor de dwangsom kan dan worden verhoogd. De specifieke inhoud van dit besluit hangt af van de feitelijke omstandigheden.

5.2 Eigenaar/verhuurder grond en/of opstallen

Volgens vaste rechtspraak kan in bepaalde gevallen degene die de overtreding niet zelf feitelijk begaat, maar aan wie de handeling is toe te rekenen, voor de overtreding verantwoordelijk worden gehouden en daarom als overtreder worden aangemerkt. Wanneer de eigenaar zijn grond en/of opstallen in strijd met het bestemmingsplan laat gebruiken, wordt hij als overtreder aangemerkt. Een voorbeeld hiervan is het laten verhuren van een recreatiewoning en/of verblijf. Ook een verhuurder, niet-zijnde eigenaar valt onder deze bepaling.

Stap 1: Voornemen last onder dwangsom

Wanneer blijkt dat de eigenaar zijn grond en/of opstallen in strijd met het bestemmingsplan laat gebruiken, krijgt hij allereerst een voornemen last onder dwangsom. Hierin krijgt de overtreder de gelegenheid binnen twee weken zijn zienswijze in te dienen. Indien het college beslist om de gebruiker niet aan te schrijven, zullen zij geïnformeerd worden over het voorgenomen handhavingsbesluit. Zij kunnen – indien zij dat wensen – hun zienswijze daarover kenbaar maken. De ingediende zienswijze worden meegenomen in de verdere beoordeling.

Stap 2: Last onder dwangsom

Indien de zienswijze(n) niet leidt tot het afzien van handhavend optreden, nemen wij een handhavingsbesluit. Dit zal zich voordoen in de vorm van een besluit last onder dwangsom, inhoudende het beëindigen van het niet- recreatieve gebruik op het betreffende kadastrale perceel. Wat betreft deze last bedraagt de hoogte van de dwangsom € 10.000,- per maand of een gedeelte daarvan tot een maximum van € 60.000,-.

De begunstigingstermijn bedraagt zes maanden.

De hoogte van de dwangsom alsmede de begunstigingstermijn worden volgens vaste rechtspraak redelijk geacht. Als uitgangspunt bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom geldt dat de hoogte van het bedrag kan worden afgestemd op het financiële voordeel dat een overtreder kan verwachten bij het niet naleven van deze regels. Bij dergelijke situaties is het aldus mogelijk om de hoogte van de dwangsom te baseren op de huuropbrengsten. Afhankelijk van de feiten en omstandigheden kan het dwangsombedrag worden verhoogd. Indien er niet binnen de gestelde begunstigingstermijn aan de lastgeving wordt voldaan, wordt overgegaan tot verbeuring van de dwangsom.

Wanneer de overtreding na het verbeuren van het maximumbedrag niet is beëindigd, zal er een nieuw handhavingsbesluit worden genomen. Het hierin opgenomen bedrag voor de dwangsom kan dan worden verhoogd. De specifieke inhoud van dit besluit hangt af van de feitelijke omstandigheden.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2024.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.