Aanhef
De raad van de gemeente Asten;
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 september
2023 met zaaknummer 2023074374;
gehoord het advies van de commissie Ruimte van 10 oktober 2023;
besluit:
1het Grondstoffenbeleid 2023-2030 Asten vast te stellen.
2. Schets van het beleidsveld
Externe factoren
Circulaire economie in 2050
Op 11 maart 2020 presenteerde de Europese Commissie een nieuw actieplan voor een circulaire economie, één van de pijlers van The European Green Deal. Hierbij wil de EU de omslag maken van een “nemen-gebruiken-wegdoen” maatschappij naar een koolstofneutrale, ecologisch duurzame, gifvrije en volledig circulaire economie in 2050. Het ambitieuze doel is om het circulaire materiaalgebruik in de EU in het komende decennium te verdubbelen en tegelijkertijd de economische groei te stimuleren. De Europese Commissie concludeert daarbij dat de overgang naar de circulaire economie systemisch, diep en transformatief zal zijn, zowel in de EU als daarbuiten. Dit vereist een afstemming en samenwerking van alle belanghebbenden op alle niveaus - op EU-, nationaal, regionaal en lokaal niveau.
Het Nederlands afvalbeleid zet daarbij nadrukkelijker in op een hogere kwaliteit gescheiden huishoudelijke afvalstromen voor het behalen van de twee hoofdambities: circulaire economie (100% hergebruik van grondstoffen) in 2050 en halvering van het gebruik van primaire grondstoffen in 2030.
Hiervoor is een Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2019-2023 opgezet. Daarin is een R-ladder benoemd die de essentie en strategie geeft voor de benodigde omslag van afval naar grondstof, opgenomen in onderstaande afbeelding
Deze volgorde voor de productie, omgang en afvalfase van producten en stoffen is leidend voor industrie, overheid en alle overige partijen in de Europese Unie. Niet voor alle afvalstromen zijn alle treden van toepassing. Voor verpakkingen is het repareren of hergebruiken van onderdelen, trede 4 van de R-ladder, veelal geen optie. Producten van hout en ijzer hebben daarentegen met vrijwel alle treden te maken. Met maatregelen tegen voedselverspilling of het stimuleren van meervoudig bruikbare verpakkingen ligt trede 1, het afzien van producten of intensiever gebruiken, ook binnen de gemeentelijke invloedssfeer. Voorkomen is immers beter dan genezen.
Landelijk afvalbeleid
Ten aanzien van afval heeft er landelijk een verschuiving plaatsgevonden van het sturen op minder restafval naar het verhogen van de kwaliteit van de gescheiden stromen. Zo heeft er een herijking plaatsgevonden in het Uitvoeringsprogramma Van Afval Naar Grondstof waarin de doelstelling van 30 kg restafval per inwoner in 2025 is losgelaten. Doordat er namelijk teveel focus was op het terugdringen van restafval ontstond er meer vervuiling in de gescheiden stromen van enkele veel gebruikte inzamelmethoden.
Dit sluit aan bij het signaal van de VNG waarin de gemeenten het rijk oproepen om te stoppen met het sturen op de achterkant. Uit onderzoek van de VNG is gebleken dat om een toekomstbestendig afvalsysteem te bereiken er vooral gestuurd moet worden aan de voorkant middels:
-Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV) voor extra producten
Door wettelijke UPV in te voeren worden producenten verantwoordelijk voor de afvalfase van het product. Dan zijn er meer prikkels om ook aan het begin van de keten te sturen op minder afval. Bijvoorbeeld voor papier en karton, incontinentiemateriaal, verfproducten, meubels en bouwafval.
-Tariefdifferentiatie
Een brede invoering van tariefdifferentiatie voor producenten zorgt voor meer financiële prikkels voor ontwerpaanpassingen. Die moeten leiden tot minder afval, producten met een langere levensduur en producten die beter te repareren of makkelijker te recyclen zijn. Bijvoorbeeld voor textiel.
-Statiegeld op meer producten
Statiegeld kan bijdragen aan hoogwaardige inzameling en minder zwerfafval. Bijvoorbeeld voor drankkartons, waarvan met name kleine verpakkingen in het zwerfafval terechtkomen.
Uitvoering Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid
Invoering van een UPV zorgt ervoor dat producenten verantwoordelijk worden voor de afvalfase van hun product. Voor veel producten blijft de gemeentelijke rol in de inzameling echter noodzakelijk. Zo is onlangs een UPV voor matrassen ingevoerd waar door de producenten gebruik wordt gemaakt van de inzamelvoorziening, veelal de milieustraat, van de gemeente. Als gemeente worden we vergoed voor de containerhuur, transport- en verwerkingskosten.
Ook ten aanzien van plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons (PMD) spelen we een grote rol in zowel de inzameling evenals bij het opruimen van zwerfafval. Ook hier krijgen we als gemeente een vergoeding voor. Het inzamelen van PMD wordt een grotere uitdaging door enerzijds een geconstateerde toename van vervuiling daarvan en anderzijds de noodzaak van schoner PMD voor meer hoogwaardige recycling. Een voorbeeld van de invloed van andere partijen op onze resultaten is de invoering van statiegeld op kleine flesjes en blikjes. Deze stromen verdwijnen grotendeels uit onze PMD inzameling. De hoeveelheid, gewicht, vervuiling in ons PMD blijft echter gelijk. Hierdoor neemt het percentage vervuiling toe zonder dat we als gemeente iets verandert hebben aan onze inzameling.
Als gemeente worden we in toenemende mate geconfronteerd met UPV’s waarin de producenten meeliften op onze inzamelvoorzieningen.
Krapte op de arbeidsmarkt
Serviceverhoging is een belangrijk instrument om de afvalscheiding te verbeteren. Een voorbeeld hiervan is het wekelijks in kleine volumes ophalen van groente-, fruit-, tuinafval en etensresten (GFT+E) bij onze inwoners. De druk op de afvalinzameling neemt echter steeds verder toe door een tekort aan personeel in de sector. Dit is ook terug te zien bij de private afvalbedrijven die stoppen met de huis-aan-huisinzameling en zich volledig richten op de verwerking van afval.
Ook onze inzamelaar, Blink, wordt hiermee geconfronteerd. Als gemeente moeten we in ons beleid dan ook rekening houden met de (on)mogelijkheden van Blink.
Ontwijkgedrag
Waardevolle stromen eindigen niet allemaal bij de gemeente
Zodra een afvalstroom waarde begint te krijgen ontstaan er (bedrijfsmatige) initiatieven om deze in te zamelen. Als vanouds zien we dit in Asten bij oud ijzer, textiel en papier. Elektrische apparaten zijn tegenwoordig ook zeer geliefd. Hierdoor blijven voor de gemeente met name de stromen over die geld kosten.
Tot op heden coördineert de gemeente de inzameling van deze stromen. Maar het kan voorkomen dat partijen buiten de gemeente zich meer gaan bemoeien met de inzameling van profijtelijke stromen. Deze ontwikkeling wordt met grote aandacht gevolgd.
Gedrag inwoners en blinde vlek gemeente
Er bestaat geen ‘perfect’ inzamelsysteem en het is hoogst aannemelijk dat zoiets nooit zal komen. Zo levert een aantal beleidsmaatregelen enerzijds bijvoorbeeld meer grondstoffen en minder restafval, maar anderzijds ook ongewenste neveneffecten als vervuiling van grondstoffen en/of afvoer van restafval buitenom de gemeentelijke inzamelvoorzieningen.
Daarnaast is er sprake van een blinde vlek voor een deel van de afvalstromen. Zo komt in de statistieken terug dat er een grote afname is geweest van de hoeveelheid afval per inwoner na de verhoging van de milieustraattarieven. Onbekend is in welke mate onze inwoners hun aankoopgedrag hebben aangepast of andere afvoerkanalen zijn gaan gebruiken. Een lokaal containerverhuurbedrijf zag de vraag na de tariefsverhoging op de milieustraat toenemen. Het is als gemeente van belang oog te hebben voor deze blinde vlek.
Neveneffecten en kansen
Ons afvalbeleid staat niet op zichzelf en heeft ook invloed op andere beleidsvelden. Andersom maken andere beleidsvelden ook gebruik van onze afvalinzameling. Zo was het gebruikelijk dat in straten waar inwoners zelf de groenstroken onderhouden dit werd afgevoerd via de GFT+E container, deze was immers toch gratis. Hierdoor ontstaan er verborgen kosten in de inzameling van huishoudelijk afvalstoffen. Het afvoeren van afval afkomstig van groenstroken via GFT+E containers kan de beste oplossing zijn maar het is wel van belang dit inzichtelijk te maken om een goede afweging te maken.
Ook op andere beleidsvelden is dit van toepassing. Bij het inrichten van een nieuwe milieustraat kan rekening worden gehouden met de mogelijkheid om meer sociaal werk te creëren. Het verlagen van de inzamelfrequentie van restafval kan ook inwoners treffen die veel afval hebben door medische redenen. Het gunnen van waardevolle grondstoffen aan verenigingen is goed voor de gemeenschap maar nadelig voor de afvalbegroting.
3. Schets van de lokale situatie
Benchmark huishoudelijk afval
In het rapport “Benchmark Huishoudelijk Afval 2021” van de NVRD worden de prestaties van de afvalinzameling van gemeenten vergeleken. Op basis van deze vergelijking worden “Best Practises” geformuleerd. De kern van het rapport is dat de meest effectieve inzamelmethode bestaat uit de volgende onderdelen:
-Tariefdifferentiatie (DIFTAR): naast het vastrecht wordt ook een bedrag per lediging betaald. Door verschillende tarieven te hanteren kan worden gestuurd op het reduceren van restafval of het scheiden van afvalstromen.
-Servicedifferentiatie: het restafval wordt met een lagere frequentie ingezameld dan de gescheiden stromen zoals GFT+E en PMD om afvalscheiding te bevorderen.
-Individuele inzamelmiddelen: ieder huishouden beschikt over zijn eigen inzamelmiddelen, containers, in plaats van het gebruik van collectieve inzamelmiddelen zoals ondergrondse containers.
In onderstaande tabellen wordt ons huidige inzamelsysteem en onze tarieven weergegeven:
Huidige inzamelsysteem
Dienstverlening 2023
Inzamelwijze
Voorzieningen
Restafval
Huis-aan-huis, 13 keer per jaar, eens per 4 weken.
DIFTAR op basis van volume en frequentie
Minicontainers:
-40 liter
-140 liter
Brengvoorziening voor zakken op milieustraat.
GFT+E
Huis-aan-huis, 26 keer per jaar, eens per 2 weken.
Inzameling in het buitengebied op afroep.
DIFTAR op basis van volume en frequentie.
Minicontainers:
-25 liter
-140 liter
Brengvoorziening voor tuinafval op de milieustraat.
PMD
Huis-aan-huis, 26 keer per jaar, eens per 2 weken.
Geen DIFTAR
PMD-zakken. In wijken zijn kroonringen geplaatst.
Brengvoorziening op milieustraat.
Oud papier en karton
Wordt ingezameld door verenigingen met wisselende frequenties.
Geen DIFTAR
In dozen.
Brengvoorziening op de milieustraat en bij Jong Nederland.
Glas
Verzamelcontainers in de openbare ruimte.
Containers op gecentreerde locaties.
Brengvoorziening op de milieustraat.
Textiel
Wordt ingezameld door de ONA.
Containers in de wijken.
Brengvoorziening op de milieustraat.
Luiers en incontinentiematerialen
Verzamelcontainers in de openbare ruimte.
2containers in het centrum van Asten.
Overige stromen
Milieustraat Someren
Huidige tarieven
Vastrecht
€ 83,23
Restafval
-40 liter
-140 liter
-Per zak op milieustraat
€ 6,50
€ 12,00
€ 5,00
GFT+E
-25 liter
-140 liter
€ 2,00
€ 4,00
Milieustraat
-Blad, gras, snoeihout en grof tuinafval
-Grof huishoudelijk restafval, hout, puin en gipspuin
-Bouw en sloopafval, dakleer, vloerbedekking, grond
-Matrassen
€ 5,00/m3
€ 22,00 m3
€ 50,00 m3
Tot 90 cm € 5,00
breder dan 90 cm € 10,00
Evaluatie inzameling
We beschrijven hieronder voor de belangrijkste stromen kort de stand van zaken.
Restafval (aan huis)
Uit het rapport Evaluatie prestaties inzamelsysteem, gemeente Asten (2022) blijkt dat onze gemeente zich bevindt nabij de Top10 van Nederlandse gemeenten met het minste restafval. Maar op grondstoffen (onder andere GFT+E en PMD) kunnen we nog verbeteren. Gemiddeld hebben we 57 kg/inw restafval. Dat bevat nog altijd 24 kg GFT+E en 19 kg overige grondstoffen (samen 75%). Ten aanzien van de kosten zitten we bij de laagste 15 gemeenten.
GFT+E
In 2021 is voor GFT+E opnieuw DIFTAR ingevoerd vanwege de sterk stijgende hoeveelheid en een aanzienlijke verhoging van de verwerkingskosten. Dit heeft gezorgd voor een afname van het ingezamelde tonnage van 1.922 ton in 2020 naar 1.577 ton in 2021. Het jaar 2022 liet wederom een daling zien waar we uitkwamen op 1.333 ton. Deze laatste afname ligt echter in lijn met de andere Blink gemeenten en wordt waarschijnlijk veroorzaakt door het droge jaar. De invoering van DIFTAR heeft er ook voor gezorgd dat de containers efficiënter gebruikt worden. Het gemiddelde gewicht per container steeg van 26,4 kg in 2020 naar ongeveer 33 kg in 2021 en 2022. Deze toename in gewicht per container lijkt klein maar zorgt ervoor dat we in 2021 41.000 ledigingen nodig hadden om 1.333 ton in te zamelen in plaats van 50.000 wanneer met 26,4 kg per container wordt gerekend.
PMD
De hoeveelheid en kwaliteit van ons PMD is goed. Gemeenten met meer PMD hebben doorgaans ook een lagere kwaliteit door bijmenging met ander afval.
Kringloop
In de gemeente Asten bevinden zich twee ideële stichtingen die een kringloopbedrijf exploiteren, Eén Aarde en de ONA. De opbrengsten uit kringloop worden door Eén Aarde ingezet voor internationale ontwikkelingshulp en bij ONA doorgegeven aan de gemeenschap in Asten en Someren. De kringloopbedrijven mogen nog gebruik maken van de milieustraat, maar betalen dezelfde tarieven als onze inwoners.
Daarnaast krijgen ze de kosten vergoed voor het storten van 26 keer 2 kubieke meter grof afval. Als gemeente hebben we geen directe bemoeienis met het werk van de kringloopbedrijven. Onbekend is welke hoeveelheid wordt ingezameld, wat daarvan wordt verkocht en/of aan derden gegeven.
Textiel
De textielcontainers in de openbare ruimte worden beheerd door de ONA. Als gemeente hebben we geen zicht op de hoeveelheid ingezameld textiel, de wijze van verwerking en de daarmee gemoeid gaande inkomsten. Daarnaast zijn er meerdere partijen geïnteresseerd in het textiel afkomstig van onze inwoners. Het is van belang als gemeente hier zicht op te houden.
Papierinzameling
De samenstelling en hoeveelheid papier is sterk veranderd in de afgelopen jaren: meer karton, minder gedrukt papier. In totaliteit daalde de hoeveelheid in Asten sterker dan het landelijk gemiddelde. In de restafvalcontainer wordt ook minder papier aangetroffen. De oorzaak daarvan ligt allereerst in de digitalisering van onze samenleving. Asten bevindt zich in een relatief unieke situatie waarbij de papierinzameling in zijn geheel door verenigingen wordt georganiseerd (zonder bemoeienis van de gemeente). De verenigingen ontvangen ook de volledige vergoeding voor het ingezamelde papier.
Glas
In Asten wordt bovengemiddeld veel verpakkingsglas ingezameld en er zijn geen problemen met vervuiling. Ook het reduceren van het aantal locaties waar glascontainers staan heeft geen invloed gehad op de hoeveelheid ingezameld glas.
Luiers
Bij het verlagen van de inzamelfrequentie voor het restafval is besloten incontinentiemateriaal apart in te zamelen als service naar onze inwoners. De inzameling van incontinentiemateriaal en luiers ligt boven het landelijk gemiddelde. Er is in Nederland tot op heden echter nog te weinig capaciteit voor de recycling van luiers waardoor deze als restafval worden verband. Het gebruik van de luierzakken tegen betaling is een vrijblijvend systeem dat niet door iedereen wordt gebruikt.
Milieustraat
De milieustraat is een brengvoorziening uitsluitend voor onze inwoners. Het is onze taak ingeleverde spullen en afvalstromen zo hoog mogelijk op de R-ladder terug te brengen. Door de genomen maatregelen in de afgelopen jaren is de hoeveelheid bouwstromen en groen verschoven naar lokale recyclingbedrijven. Ook het (ongesorteerd) grof restafval is scherp gedaald, terwijl het tarief daarvan nog gunstiger is dan van recyclingbedrijven. Het aandeel overige stromen (metalen, kunststoffen, et cetera is ook gedaald). Uiteraard heeft de toegangscontrole (met betere registratie van ingeleverde hoeveelheden vanuit Asten en Someren) en veranderde tarieven hierop effect gehad. Maar er is geen verklaring voor de scherpe daling aan grof restafval.
Appartementen
Niet alle huishoudens in Asten maken gebruik van de inzamelvoorzieningen die we ter beschikking stellen. Zo bleef de 40 liter restafvalemmer bij 50% van de huishoudens ongebruikt in 2021. Een deel wordt veroorzaakt door appartementencomplexen die zelf een gezamenlijke restafvalcontainer huren bij een commerciële inzamelaar. De kosten daarvan liggen momenteel lager dan de gemeentelijke tarieven.
Hierdoor ontstaat daar meer restafval en blijft de afvalscheiding achter ten opzichte van huishoudens in de laagbouw. Tevens ontstaat hierdoor een blinde vlek voor de gemeente ten aanzien van de hoeveelheid restafval die vrijkomt.
Conclusie
Als naar onze gehele huis-aan-huis inzameling wordt gekeken kan worden geconcludeerd dat we binnen de mogelijkheden van Blink beschikken over een geoptimaliseerd inzamelsysteem met een goede balans tussen kosten, service en milieu. Optimalisatie beperkt zich tot efficiënter inzamelen en het beter informeren van onze inwoners over afvalscheiding. Om een echte omslag te maken bij de huis-aan-huis inzameling moet worden gekeken naar alternatieve inzamelmethodes die beter aansluiten bij het afdankgedrag van onze inwoners.
Ten aanzien van de milieustraat zijn nog wel veel mogelijkheden om te optimaliseren, zowel op de huidige milieustraat als bij het vernieuwen van de milieustraat.
De huidige afspraken met de lokale stichtingen en verenigingen die zich bezig houden met het inzamelen van afval en spullen zijn nog te vrijblijvend. De veranderende situatie vraagt om een betere samenwerking.
4. Rol gemeente nu en in de toekomst
Huidige rol
Als gemeente hebben we op basis van de Wet milieubeheer de zorgplicht dat onze inwoners hun afval gescheiden kunnen inleveren. Het is voor een gemeente echter niet verplicht om deze stromen zelf in te zamelen. Naast ons inzamelbedrijf Blink laten we onze verenigingen het papier inzamelen en verzorgt de ONA de textielinzameling. Batterijen en frituurvet kunnen worden ingeleverd bij supermarkten. Daarnaast ontvangen we vanuit het bedrijfsleven middels UPV’s ook vergoedingen voor onze afvalstoffen zoals PMD en matrassen. Ook maken we gebruik van de milieustraat in Someren.
We geven dus op meerdere manieren invulling aan onze zorgplicht om afvalstromen in te zamelen. Een optie waar we nog meer gebruik van kunnen maken is het aanwijzen van bedrijven als inleverpunt voor andere afvalstromen.
Toekomstige rol
Een groeiende wereldbevolking, toenemende welvaart en meer ambities op duurzaamheid leiden tot grotere schaarste aan ‘nieuwe’ grondstoffen wat de waarde van afval als ‘gebruikte grondstof’ verhoogt. Daardoor verschuift de aandacht van de grondstoffenmarkt deels naar de afvalmarkt. De papierindustrie beschrijft bijvoorbeeld de bebouwde omgeving als een Urban Forrest waar ze grondstoffen oogsten. Dat wordt ook van toepassing op andere industrieën. Als gemeente moeten we ervoor zorgen dat we waardevolle grondstoffen inzetten voor onze gemeenschap. Dit vraagt om een actievere inzet vanuit de gemeente.
Producten die circulair worden ontworpen gaan terug naar de producent. Vanuit de VNG wordt ook de oproep gedaan om meer UPV’s af te sluiten. Een deel van de UPV’s gaat de inzameling zelf verzorgen en een deel zal via een vergoeding via de gemeente verlopen. Hiermee verschuift voor een deel de financiering van de afvalinzameling.
Zoals geschetst in hoofdstuk 3 is onze basis ten aanzien van de inzameling op orde, doordat we gebruik maken van prijs- en servicedifferentiatie. In het vorige beleidsplan was het belangrijkste besluit om inzamelfrequentie van het restafval te verlagen van 26 naar 13 maal per jaar (servicedifferentiatie). Daarnaast zijn de tarieven voor de milieustraat meer in lijn gebracht met de werkelijke kosten (tariefdifferentiatie). Verdere optimalisering van ons inzamelsysteem is maar beperkt mogelijk zonder het systeem zelf te wijzigen. Een verdere verbetering van onze prestaties vraagt daarom om meer inzet. Hiervoor zoeken we de samenwerking binnen Blink, omdat de meeste gemeenten voor dezelfde uitdaging staan.
Om onze toekomstige rol vorm te geven gaan we de transitie maken van de afvaldriehoek naar het afvalvierkant. In onderstaande figuur is deze transitie weergegeven:
In de komende periode willen we in ons grondstoffenbeleid meer kijken naar het effect op en de kansen op andere beleidsterreinen. Vandaar de toevoeging van maatschappij waardoor een vierkant ontstaat. Tevens is het begrip milieu vervangen voor duurzaamheid. Dit omdat we verder gaan dan het beschermen van het milieu maar ook op het vlak van duurzaamheid een bijdrage willen leveren. Onderstaand worden alle begrippen uit het afvalvierkant toegelicht.
Kosten
Voor de inwoner
Voor onze dienstverlening op het gebied van afval passen we het beginsel van “de gebruiker betaalt” toe. Hiervan wijken we alleen gemotiveerd af. Een voorbeeld hiervan is het gratis inzamelen van asbest en klein chemisch afval op de milieustraat ter bescherming van het milieu. Andere voorbeelden zijn onze DIFTAR tarieven waarmee we sturen op afvalscheiding of het terugdringen van de hoeveelheid restafval. Ook het leveren van een bijdrage aan de doelstellingen van andere beleidsterreinen kan een reden zijn om af te wijken van het beginsel.
Voor de gemeente
De afgelopen jaren hebben we als gemeente sterk ingezet op het beperken van de kostenstijgingen bij de afvalinzameling en -verwerking. Dit zetten we in de komende periode voort door, in samenwerking met Blink, te kijken waar onze huis aan huisinzameling en onze milieustraat nog efficiënter kan worden uitgevoerd. De toevoeging van maatschappij en de omzetting van milieu naar duurzaamheid in het afvalvierkant biedt ons wel meer ruimte om in de toekomst extra inzet te plegen. Meer hierover onder duurzaamheid en maatschappij. Hierbij moeten de kosten altijd acceptabel zijn ten opzichte van het beoogde effect.
Met de verwachting dat de vraag naar grondstoffen toeneemt en daarmee ook de waarde, gunnen we afvalstromen alleen onder voorwaarden aan andere partijen. Hiermee borgen we dat opbrengsten zoveel mogelijk ten goede komen aan onze gemeenschap.
Service
Als gemeente dragen we de zorg dat onze inwoners hun afvalstromen gescheiden kunnen inleveren. Onze dienstverlening moet zoveel mogelijk aansluiten bij onze gebruikers. Dit houdt in dat we afvalstromen die vaak vrijkomen aan huis ophalen en we voor andere stromen accepteren dat inwoners deze zelf moeten wegbrengen.
Servicedifferentiatie is ook een belangrijk sturingsinstrument om de afvalscheiding te bevorderen. Dit passen we nu ook toe door bijvoorbeeld restafval eens in de vier weken en GFT+E en PMD eens in de twee weken in te zamelen. Ook op de milieustraat passen we dit systeem toe door op twee dagen alleen open te zijn voor gratis afvalstromen. Om de afvalscheiding verder te verbeteren ligt er ten aanzien van service vooral een uitdaging op de milieustraat.
Duurzaamheid
We maken de overstap van het begrip milieu naar duurzaamheid omdat duurzaamheid meeromvattend is. Bij milieu gaat het vooral om het voorkomen van vervuiling, ofwel het beschermen van het milieu. Het begrip duurzaamheid staat voor het zorgen voor een evenwicht tussen mens, milieu en economie om de aarde niet uit te putten. Hierdoor past duurzaamheid beter bij de R-ladder en de circulaire economie dan milieu en ontstaat er bij beleidskeuzes een breder afwegingskader.
Ons grondstoffenbeleid moet bijdragen aan het creëren van de randvoorwaarden waarbinnen een circulaire economie kan ontstaan. Dit doen we door te voorkomen dat grondstoffen in het restafval verdwijnen maar ook door grondstoffen op dusdanige wijze in te zamelen dat ze zo hoog mogelijk op de R-ladder toegepast kunnen worden. Hiervoor zoeken we bij voorkeur de samenwerking met lokale bedrijven.
Maatschappij
Door het toevoegen van maatschappij aan ons afwegingskader ontstaat er meer bewustzijn over de invloed van ons beleidsveld op andere beleidsterreinen. Ons grondstoffenbeleid biedt kansen voor andere beleidsterreinen. Het benutten van koppelkansen wordt doorgaans meervoudige waarde genoemd of waardecreatie. Hiervoor liggen de meeste kansen in de samenwerking met Blink en de Blink-gemeenten. Onderstaand enkele voorbeelden:
-Sociaal werk: Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kunnen goed functioneren in een kringloopwinkel, milieustraat of reparatieplaats. Met de inzet van extra mensen kan bijvoorbeeld de opbrengst van oud ijzer op de milieustraat worden verhoogd door het in meer stromen uit te sorteren.
-Onderwijs: op de milieustraat kunnen fietsen apart worden ingezameld en vervolgens ter beschikking worden gesteld aan het praktijkonderwijs.
-Lokale circulaire economie: onze milieustraat kan productonderdelen of materialen beschikbaar stellen voor lokale circulaire bedrijven.
Daarnaast kunnen de keuzes in ons grondstoffenbeleid ook gevolgen hebben voor andere beleidsterreinen. Zo heeft de wijze waarop we afval inzamelen ook invloed op de zelfredzaamheid van bijvoorbeeld ouderen die langer zelfstandig moeten wonen.
Beleid
De gemeente als stabiele factor
De afvalwereld is dynamisch waardoor grote veranderingen kunnen voorkomen in verwerkingstarieven of de vraag naar afvalstromen. Voor onze inzamelende verenigingen is het van belang dat prijsschommelingen door de gemeente worden gedempt om de continuïteit te bewaken. Ook onze inwoners zijn er bij gebaat dat er geen grote schommelingen voorkomen in onze DIFTAR tarieven of de poorttarieven aan de milieustraat. Als gemeente voeren we wijzigingen bij voorkeur geleidelijk door.
Blink is onze uitvoeringsorganisatie
Om Blink efficiënt te kunnen laten werken is het van belang dat er sprake is van uniformering van de afgenomen diensten. Daarom is het van belang dat we de samenwerking blijven aangaan met Blink en de overige Blink gemeenten om te komen tot uniforme werkwijzen waar mogelijk. We nemen ook de verantwoordelijkheid voor het efficiënt werken van Blink door welke diensten we afnemen. De diensten die we afnemen zijn bij voorkeur evenredig over het jaar verdeeld en houden rekening met arbeidsomstandigheden van de medewerkers van Blink.
Samenwerking met andere partijen
Dat we de zorg dragen voor de afvalinzameling wil niet zeggen dat we alles zelf moeten uitvoeren. Deze uitvoering ligt nu ook al deels bij verenigingen, kringlopen, supermarkten of onze gezamenlijke milieustraat in Someren. Als gemeente nemen we als uitgangspunt dat we wanneer mogelijk de inzameling over laten aan andere partijen. Wanneer er in Asten een bedrijf komt waar inwoners tuinafval kunnen storten maken we als gemeente de afweging of we zelf stoppen met het inzamelen van tuinafval. Deze afweging maken we echter wel binnen het afvalvierkant. Voorbeelden om de inzameling voort te zetten zijn: de openingstijden bij het bedrijf zijn te beperkt, het bedrijf accepteert geen kleine hoeveelheden of als gemeente kunnen we het tuinafval duurzamer verwerken. Hierbij bewaken we als gemeente ook altijd de continuïteit van de dienstverlening en kijken we naar het grotere geheel. Om zelf efficiënt te werken kan het noodzakelijk zijn een minimum aantal afvalstromen in eigen beheer te houden. Daarnaast is het voor onze inwoner van belang dat hij niet voor elke afvalstroom naar een andere inzamelaar moet.
5. Uitgangspunten Grondstoffenbeleid tot 2030
Kosten
1Het principe van de gebruiker betaalt wordt toegepast tenzij er redenen zijn om deze te subsidiëren. Redenen voor subsidiëren of extra beprijzen kunnen zijn:
a.Bescherming van het milieu;
b.Bevordering van afvalscheiding en reduceren restafval;
c.Realisatie van doelen op andere beleidsterreinen.
2We zijn bereid hogere kosten te accepteren wanneer hier secundaire doelen mee worden bereikt. Deze kosten moeten acceptabel zijn in relatie tot het beoogde effect.
3Waardevolle stromen worden alleen onderbouwd aan andere partijen gegund.
Service
1Onze inwoners kunnen met voldoende service hun grondstoffen inleveren. Hierbij wordt een koppeling gemaakt met de afstand tot inleverpunten, de inzamelfrequentie en hoeveelheid waarop grondstoffen bij inwoners vrijkomen.
2Onze inzameling stimuleert goed scheidingsgedrag bij onze inwoners.
Duurzaamheid
1We nemen de R-ladder als vertrekpunt.
2Ons grondstoffenbeleid creëert de randvoorwaarden waarbinnen een circulaire economie kan ontstaan.
3We zamelen grondstoffen op dusdanige wijze in dat ze optimaal benut kunnen worden.
4Onze inzameling stimuleert circulaire initiatieven op zo lokaal mogelijk niveau.
Maatschappij
1Waar mogelijk zetten we grondstoffen en onze inzameling in ter bevordering van onze gemeentelijke doelstellingen, zoals bijvoorbeeld leerwerktrajecten bieden aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt door circulaire initiatieven.
2We gunnen afvalstromen aan verenigingen en andere lokale maatschappelijke groeperingen wanneer ze hiermee een meerwaarde kunnen creëren.
Beleid
1De gemeente vervult haar wettelijke zorgplicht voor een milieuverantwoorde inzameling en verwerking van huishoudelijk afval.
2Waar mogelijk vergunnen we de inzameling van grondstoffen aan lokale bedrijven en organisaties. Waar noodzakelijk vervult de gemeente een uitvoerende rol.
3Als gemeente bewaken we de continuïteit en effectiviteit van onze afvalinzameling. Ongewenst gedrag van inwoners en/of onbedoelde toepassing van onze vergunde stromen blijven daarbij aandachtspunten.
4We houden rekening met de (on)mogelijkheden van Blink en zoeken actief de samenwerking met Blink en de Blink-gemeenten.