Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Asten;
gelet op de Nota grondbeleid 2023;
overwegende dat het wenselijk is om transparant beleid vast te stellen voor de uitgifte van groen- en reststroken;
besluit:
vast te stellen de Beleidsregel reststroken gemeente Asten 2025
2. Uitgangspunten voor gronduitgifte
2.2. Geen uitgifte
2.2.1. Belangen van derden
De uitgifte van reststroken mag het belang van bewoners en/of andere partijen niet onredelijk nadelig treffen. De gemeente maakt daarin een belangenafweging. Indien de gemeente tot het oordeel komt dat door de uitgifte de belangen van derden worden geschaad, wordt de reststrook niet uitgegeven.
2.2.2. Ligging
De reststrook dient aan te sluiten op het perceel waarvan de koper/huurder/gebruiker eigenaar is. Indien dat niet het geval is, zal niet tot uitgifte van de reststrook worden overgegaan.
2.2.3. Energietransitie
In alle bestaande wijken moeten de komende jaren extra voorzieningen worden geplaatst ter versterking van het elektriciteitsnetwerk. Denk hierbij bijvoorbeeld aan grond die wenselijk is voor het aanleggen van (aanvullende) kabels en leidingen, dan wel voor het plaatsen van transformatorstations. Hiervoor moet ruimte worden gevonden in de openbare ruimte. Alleen reststroken die ongeschikt zijn voor het plaatsen van deze voorzieningen door vorm of afmeting of reststroken waarvan al bekend is dat ze niet nodig zullen zijn voor die voorzieningen komen in aanmerking voor uitgifte.
2.2.4. Kabels en leidingen
Door middel van een zogenaamde KLIC-melding wordt per situatie onderzocht of kabels en leidingen in de reststrook aanwezig zijn. Indien een kabel of leiding aanwezig is, wordt beoordeeld of dit een belemmering vormt voor de uitgifte. Om dit te beoordelen wordt aan de eigenaren van kabels en leidingen gevraagd of de reststrook voor uitgifte in aanmerking komt en welke voorwaarden daarbij horen. Belangrijke voorwaarde bij uitgifte is dat de eigenaren van de kabels en leidingen akkoord zijn met de uitgifte en altijd toegang blijven houden tot de kabels en leidingen voor onderhoud of werkzaamheden. Uitgifte van de reststrook mag dit niet belemmeren.
De toegang tot deze kabels en leidingen kan worden geregeld door het vestigen van een recht van opstal. Deze beoordeling ligt bij de gemeente en bij de eigenaren van de kabels en leidingen (o.a. de gemeente, nuts- en telecombedrijven). De kosten voor het vestigen van een recht van opstal zijn voor rekening van de koper/huurder of gebruiker.
2.2.5. Riolering
Reststroken komen niet in aanmerking voor uitgifte wanneer er (hoofd)riolering in de reststrook ligt. De te verkopen reststrook dient minimaal 3,5 meter verwijderd te zijn van de (hoofd)riolering, gemeten vanaf het hart van de betreffende leiding. In uitzonderlijke gevallen kunnen deze reststroken wel verkocht worden met een recht van opstal.
2.2.6. Groenstructuur
De gemeente bezit een waardevol bomenbestand en een waardevolle groenstructuur. Alleen reststroken die geen of nauwelijks waarde hebben voor de groenstructuur komen in aanmerking vooruitgifte. Dit kunnen losse stukken zijn, die bijvoorbeeld geen deel zijn van een groter geheel, die ingeklemd zijn tussen gebouwen of bestrating of die niet zichtbaar zijn of toegankelijk vanaf de openbare weg.
2.2.7. Verkeersveiligheid
Een reststrook kan niet worden uitgegeven indien dat uit verkeerskundig oogpunt onwenselijk en/of gevaarlijk is. Bij uitgifte van een reststrook gelegen aan een openbare weg dient bijvoorbeeld een berm of trottoir te blijven bestaan ten behoeve van de noodzakelijke schrikruimte voor weggebruikers. Door de uitgifte van een reststrook mag geen onoverzichtelijke en/of onveilige verkeerssituatie ontstaan. De uitgifte mag niet leiden tot ontoegankelijkheid van de aangrenzende openbare ruimte voor bijvoorbeeld de beheerders, politie en andere hulpdiensten.
2.2.8. De structuur van de wijk
Indien de uitgifte van een reststrook een negatieve invloed heeft op de stedenbouwkundige structuur, dan wel landschapskundige- en/of planologische opzet, komt de reststrook niet voor uitgifte in aanmerking. Uitgifte van een reststrook is te overwegen in geval:
▶ uitgifte geen afbreuk doet aan de stedenbouwkundige structuur/opzet van de wijk;
▶ inrichting van de reststrook volgens de planologische mogelijkheden niet leidt tot aantasting van het straatbeeld of zichtlijnen; en
▶ de reststrook geen cultuurhistorische waarde heeft.
2.2.9. Logische en rechte kadastrale grenzen
De uitgifte van reststroken mag niet leiden tot onlogische kadastrale grenzen of ingesloten eigendommen.
Het ontstaan van hoeken en verspringende erfgrenzen (‘kantelenpatroon’) kan daarom een reden zijn om de reststrook niet te willen verkopen. De gemeente kan, om onlogische kadastrale grenzen te voorkomen, aan de eventuele uitgifte van de reststrook de voorwaarde stellen dat de reststrook alleen wordt uitgegeven als ook de buren bereid zijn om de reststrook grenzend aan hun perceel te kopen.
2.2.10. Beheer en onderhoud
Reststroken worden niet aangeboden als uitgifte van de reststrook tot gevolg heeft dat het beheer en onderhoud van de overige grond, zoals een groenstrook of onderhoudspad bij sloten, niet zonder belemmeringen kan worden uitgevoerd. Dit geldt voor alle soorten onderhoud, ook machinaal, waarbij er ook geen beperkingen voor het (machinaal) onderhoud mogen ontstaan. Bijvoorbeeld omdat er na uitgifte sprake is van het ontstaan van ingesloten eigendom van de gemeente en de grond niet meer toegankelijk wordt of dat de onderhoudspaden te smal worden.
2.2.11. Klimaat, hemelwaterberging en watergangen
Als de bijdrage van een reststrook van belang is of kansrijk kan zijn om de omgeving klimaatbestendig en waterrobuust te maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van waterberging, komt de reststrook niet voor uitgifte in aanmerking. Daarnaast kan de uitgifte van de reststrook bijvoorbeeld ongewenst zijn indien dit verdere ‘verstening’ van de omgeving tot gevolg heeft, bijvoorbeeld in het geval van het aanbrengen van parkeerplaatsen. Ook komen (delen) van watergangen, inclusief onderhoudsstroken niet voor uitgifte in aanmerking als de waterhuishoudkundige functie hierdoor wordt aangetast en/of onderhoud hierdoor wordt belemmerd.
2.2.12. Nieuwe wijken
Er worden geen reststroken uitgegeven, die aansluiten op een nieuwbouwlocatie, die minder dan vijf jaar geleden is opgeleverd. Achter een nieuwbouwplan zit een goed doordachte ontwerpvisie, die we graag willen behouden. Bovendien willen we als gemeente versnippering voorkomen (rommelig straatbeeld, ongelijkmatige vergroting van kavels) en ook ruimte houden voor beheer en eventuele noodzakelijke aanpassingen/verbeteringen in de openbare ruimte.
2.3. Vormen van uitgifte
2.3.1. Verkoop
Primair wordt verkoop van de reststrook nagestreefd. De koper van de reststrook neemt alle kosten op zich, die samenhangen met de eigendomsoverdracht. Dit betreft onder meer de koopsom, de overdrachtsbelasting, notariële splitsingskosten, kadasterkosten en kosten voor een eventueel op te stellen recht van opstal. Indien de koper in de toekomst het hoofdperceel verkoopt dient de bijbehorende reststrook mee verkocht te worden. Dit wordt vastgelegd in de koopovereenkomst voor de reststrook middels een kettingbeding.
2.3.2. Verhuur
Het verhuren van reststroken brengt jaarlijks administratieve werkzaamheden met zich mee, zoals het innen van de huur en het bijhouden van mutaties in de eigendomssituatie. Daarom wordt enkel wanneer met gegronde redenen niet verkocht kan worden, onderzocht of een reststrook verhuurd kan worden. Verhuur kan een oplossing zijn als het gaat om tijdelijk gebruik van grond voor een bepaald doel of activiteit of indien er sprake is van toekomstige ontwikkelingen waarbij de gemeente de grond in de toekomst nodig heeft. Een huurovereenkomst is persoonsgebonden, wat betekent dat bij verhuizing van de huurder van de reststrook, de huurovereenkomst niet overgaat naar de nieuwe gebruiker. De situatie van de nieuwe gebruiker wordt op zichzelf beoordeeld naar het dan geldende beleid, waarbij weer als uitgangpunt geldt dat verkoop van de reststrook de voorkeur heeft. De huurder betaalt naast de huur eenmalig administratiekosten ter hoogte van € 100,-- (prijspeil 2025). Deze kosten worden jaarlijks geïndexeerd met 2%.
2.3.3. Gebruik om niet
Enkel in uitzonderingsgevallen, naar inzicht van de gemeente, wordt een betreffende reststrook kosteloos (om niet) in gebruik gegeven. Hiervoor wordt een bruikleenovereenkomst aangeboden. Aan een bruikleenovereenkomst kunnen geen huurrechten worden ontleend. De gebruiker krijgt het tijdelijk genot van de reststrook onder de voorwaarden die zijn opgenomen in de bruikleenovereenkomst. Redenen voor het aanbieden kunnen zijn: illegale ingebruikname of vandalisme tegen gaan, verjaring voorkomen, etc.