Gemeentelijke regelgeving

Nota waarderings- en afschrijvingsbeleid 2023 gemeente Assen

Gemeente Assen · geldt sinds 1 januari 2024

Voor het bepalen van de waarde van het activum dienen onderstaande waarderingsgrondslagen te worden gehanteerd.

In dit hoofdstuk volgt een toelichting van uitzonderingen die van toepassing zijn op de gemeente Assen.

Bijlage 1 Definities

Vanuit de materie welke ten grondslag ligt aan deze richtlijn, o.a. het BBV en aanvullende financiële regelgeving, is vaktechnisch taalgebruik onvermijdelijk. Voor de gebruikers van deze richtlijn worden hieronder een aantal van de begrippen nader gedefinieerd;

Actief

Een actief is een, uit gebeurtenis in het verleden voortkomend, middel waarover de gemeente beschikkingsmacht heeft en de potentie heeft tot het leveren van een bijdrage aan het genereren van middelen.

Afschrijving

Een actief (middel) is onderhevig aan economische veroudering. Afschrijving is de periodiek duurzame waardevermindering (economische veroudering) van een actief. Deze waardevermindering zal periodiek ten laste van de exploitatie worden gebracht.

Boekwaarde

Het verschil tussen de oorspronkelijke geactiveerde investering en de cumulatieve afschrijvingen op een bepaald moment.

Kapitaallasten

De som van de periodieke afschrijving- en rentekosten.

Vrijvallende kapitaallasten

Hieronder wordt verstaan het verschil tussen de geraamde kapitaallasten en de werkelijke kapitaallasten waarbij de geraamde lasten hoger zijn dan de werkelijke lasten. Vrijvallende kapitaallasten ontstaan als het activum volledig is afgeschreven en nog in gebruik is en in de begroting kapitaallasten voor het betreffende actief zijn opgenomen.

Onderuitputting kapitaallasten

Onder onderuitputting kapitaallasten wordt verstaan het verschil tussen de geraamde en de werkelijke kapitaallasten voor ingebruikname van een actief. Bij onderuitputting wordt uitgegaan van een situatie dat de werkelijke kapitaallasten lager zijn dan de geraamde kapitaallasten en dat het verschil begrotingstechnisch ter beschikking van het betreffende beleidsproduct worden gesteld.

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen is de mogelijkheid van de gemeente om financiële tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat de normale bedrijfsvoering daardoor wordt aangetast. Deze beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden om niet begrote kosten, welke onverwachts optreden en substantieel zijn, te kunnen dekken. Onderdelen zijn:

•Algemene reserves;

•Onbenutte begrotingsruimte (stelposten, nieuw beleid);

•Onbenutte investeringsruimte:

•Onbenutte belastingcapaciteit:

•Stille reserves, in de vorm van activa, welke tegen een bepaalde waarde (of geheel niet meer) op de balans staan, echter in werkelijkheid op de markt een hogere actuele (markt)waarde vertegenwoordigen (bijvoorbeeld grond, gebouwen, voertuigen, e.d.).

Bijlage 2 Uitgangspunten

In deze nota zijn kaders opgenomen waarlangs kan worden bepaald, hoe binnen de gemeente Assen dient te worden omgegaan met, uit investeringen voortvloeiende, activa en afschrijvingen.

Hieronder wordt in korte bewoordingen de inhoud samengevat:

1Investeringen moeten worden onderscheiden in:

•Investeringen met een meerjarig economisch nut – deze moeten worden geactiveerd;

•Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut – bij investeringen vanaf begrotingsjaar 2017 is men verplicht om investeringen met een maatschappelijk nut te activeren.

2Activa dienen op basis van de bruto investering te worden geactiveerd. Hierop zijn uitzonderingen van toepassing. Alle activa dient zonder BTW te worden geactiveerd voor zover de BTW verrekenbaar of compensabel is.

3Waardering van de activa dient plaats te vinden tegen de verkrijging-, vervaardigingprijs of lagere marktwaarde.

4Investeringen met een verkrijging- of vervaardigingprijs onder het drempelbedrag worden niet geactiveerd maar direct ten laste van de exploitatie gebracht.

5Financiële vaste activa worden gewaardeerd tegen de nominale waarde of lagere marktwaarde. Hierop zijn uitzonderingen van toepassing.

6Bij gebouwen en voertuigen wordt aan het eind van de gebruikstermijn rekening gehouden met een restwaarde. Voor de aanwezige categorieën binnen deze activa zijn voor de bepaling van restwaarde specifieke rekenregels van toepassing.

7Activa dienen op het moment van ingebruikname te worden geactiveerd gedurende het jaar. Per jaareinde worden de nog niet afgeronde investeringen (voor eigen gebruik) gerubriceerd onder de materiele vaste activa.

8In de periode van verkrijging- of vervaardiging wordt geen afschrijving berekend. Met ingang van boekjaar 2018 wordt gestart met afschrijven met ingang van het boekjaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereedkomt/verworven wordt.

9Investeringen worden afgeschreven op basis van economische levensduur. Hierop zijn uitzonderingen van toepassing.

10Als de behoefte aan de beschikbaarheid van een activum, wanneer de levensduur ervan is verstreken, blijft voortbestaan, dient voor vervanging van het activum een vervangingsschema te worden opgesteld (going concern principe).

11Over in gebruik genomen activa wordt rentetoerekening toegepast. Bij alle investeringsbedragen wordt een “omslagrente” berekend.

12Aan activa in aanbouw (= onderhanden werk) wordt onder bepaalde voorwaarden (bouw)rente toegerekend. Deze rentetoerekening is onderdeel van het investeringsbedrag.

13Investeringskosten van riolering moeten worden geactiveerd, omdat zij worden aangemerkt als investeringen met een meerjarig economisch nut. Bijdragen van derden kunnen onder voorwaarden hierop in mindering worden gebracht.

14Investeringskosten van wegen, civieltechnische kunstwerken, (omvangrijke) groenvoorzieningen en waterpartijen in de openbare ruimte moeten worden geactiveerd. Bijdragen van derden moeten hierop in mindering worden gebracht.

1515} Kosten van onderhoud mogen niet worden geactiveerd.

Bijlage 3 Stellige uitspraken BBV (notitie Materiële Vaste Activa 2020)

De stellige uitspraken zijn:

•Software als afzonderlijk actief valt onder de materiële vaste activa, als bedoeld in artikel 35 lid 1a BBV (investeringen met een economisch nut).

•Licenties op software voor onbepaalde duur, die in één keer in rekening worden gebracht vallen onder de materiële vaste activa als bedoeld in artikel 35, lid 1a BBV (investeringen met een economisch nut).

•Voor vastgoed met een economische functie is – ingeval van een duurzame waardevermindering - afwaardering verplicht en wordt de toets met behulp van de directe opbrengstwaarde voorgeschreven.

•Een wijziging van een verwachte toekomstige gebruiksduur c.q. gebruiksintensiteit is een schattings-wijziging. De bestaande (rest)boekwaarde wordt niet herrekend, maar over de langere, dan wel kortere, dan wel gelijkblijvende verwachte toekomstige gebruiksduur afgeschreven.

•Een wijziging van de ‘vrij te kiezen’ waarderingsgrondslagen is een stelselwijziging. Bij een stelselwijziging worden bestaande (rest)boekwaarden niet herrekend, maar over de langere, dan wel kortere, dan wel gelijkblijvende verwachte gebruiksduur afgeschreven.

•Uit hoofde van rechtmatigheid kunnen besluiten tot een stelsel- of schattingswijziging met betrekking tot materiële vaste activa uiterlijk tot het eind (31 december) van het desbetreffende begrotingsjaar worden genomen door de raad.

•Klein- en groot-onderhoud houdt of brengt een object in goede, oorspronkelijke staat en is dus niet van invloed op de bepaalde gebruiksduur (afschrijvingstermijn) van het object en mag daarom niet worden geactiveerd.

•Voorzieningen die vooraf worden gevormd om lasten van groot onderhoud gelijkmatig te verdelen over meerdere begrotingsjaren, kunnen alleen met instemming van de raad ingesteld en gevoed worden op basis van een recent beheerplan.

•Onder recent beheerplan wordt een beheerplan verstaan van maximaal vijf jaar oud ten opzichte van het verslagleggingsjaar. Deze vijf jaar dient te worden gehanteerd als richttermijn waar gemotiveerd van kan worden afgeweken. Een gemotiveerde afwijking houdt in dat deze motivatie is geautoriseerd door de raad en verantwoord is in de paragraaf ‘onderhoud kapitaalgoederen’ van de begroting en de jaarstukken.

•Tussentijdse bijstelling van het beheerplan binnen de vijf jaar is verplicht, als een belangrijke afwijking is opgetreden in de staat van het onderhoud.

•In geval van achterstallig onderhoud, waarbij sprake is van kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties, wordt er op basis van artikel 44 lid 1a BBV een voorziening gevormd.

Bijlage 4 Relevante wet- en regelgeving

Gemeentewet

Artikel 212

1De raad stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan.

2De verordening bevat in ieder geval:

a.Regels voor waardering en afschrijving van activa;

b.Grondslagen voor de berekening van de door het gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en van tarieven voor rechten als bedoeld in artikel 229b, alsmede, voor zover deze wordt geheven, voor de heffing bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

c.Regels inzake de algemene doelstellingen en de te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie.

Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV)

Artikel 31

Op de balans worden de activa onderscheiden in vaste en vlottende activa, al naar gelang zij zijn bestemd om de uitoefening van de werkzaamheid van de provincie onderscheidenlijk gemeente al dan niet duurzaam te dienen.

Artikel 32

Op de balans worden de passiva onderscheiden in vaste en vlottende passiva.

Artikel 33

Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële, de materiële en de financiële vaste activa.

Artikel 34

In de balans worden onder de immateriële vaste activa afzonderlijk opgenomen:

a.Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio;

b.Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief;

c.Bijdragen aan activa in eigendom van derden.

Artikel 35

1In de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:

a.Investeringen met een economisch nut;

b.Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven;

c.Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.

1Van de materiële vaste activa wordt aangegeven welke in erfpacht zijn uitgegeven.

Artikel 36

In de balans worden onder de financiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:

a.Kapitaalverstrekkingen aan:

1Deelnemingen;

2Gemeenschappelijke regelingen;

3Overige verbonden partijen;

b.Leningen aan:

1Openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden;

2Woningbouwcorporaties;

3Deelnemingen;

4Overige verbonden partijen;

c.Overige langlopende leningen;

d.Uitzettingen in ’s Rijksschatkist met een rentetypische looptijd van één jaar of langer;

e.Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer;

f.Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.

Artikel 37

Onder de vlottende activa worden afzonderlijk opgenomen de voorraden, de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar, de liquide middelen en de overlopende activa.

Artikel 44

1Voorzieningen worden gevormd wegens:

a.Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten;

b.Op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten;

c.Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren;

d.De bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b.

2Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen, bedoeld in artikel 49, onderdeel b.

3Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume.

Artikel 51

In de toelichting op de balans wordt aangegeven volgens welke methoden de afschrijvingen worden berekend.

Artikel 52

1In de toelichting op de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:

a.Gronden en terreinen;

b.Woonruimten;

c.Bedrijfsgebouwen;

d.Grond-, weg- en waterbouwkundige werken;

e.Vervoermiddelen;

f.Machines, apparaten en installaties;

g.Overige materiële vaste activa.

2In de toelichting op de balans wordt het verloop van de activa, als bedoeld in het eerste lid, gedurende het begrotingsjaar, in een sluitend overzicht weergegeven. Daaruit blijken, voor zover van toepassing:

a.De boekwaarde aan het begin van het begrotingsjaar;

b.De investeringen of desinvesteringen;

c.De afschrijvingen;

d.Bijdragen van derden direct gerelateerd aan een actief;

e.Afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen;

f.De boekwaarde aan het einde van het begrotingsjaar.

Artikel 59

1Alle investeringen worden geactiveerd

2In afwijking van het eerste lid worden kunstvoorwerpen met een cultuurhistorische waarde niet geactiveerd.

Artikel 60

Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief kunnen worden geactiveerd indien:

a.Het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen;

b.De technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat;

c.Het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren en

d.De uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.

Artikel 61

Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd, indien:

a.Er sprake is van een investering door een derde;

b.De investering bijdraagt aan de publieke taak;

c.De derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en

d.De bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de provincie onderscheidenlijk gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.

Artikel 62

1Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd.

2In afwijking van het eerste lid mogen bijdragen van derden die in directe relatie staan met een actief op de waardering daarvan in mindering worden gebracht.

3In afwijking van het eerste lid moeten de voorzieningen, bedoeld in artikel 44, eerste lid, onder d, in mindering gebracht worden op de investeringen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b.

Artikel 63

1Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

2De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten.

3De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd.

4Voor in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde.

5Van activa waarvan de bestemming verandert, wordt de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans opgenomen.

6In afwijking van het eerste lid is waardering tegen actuele waarde toegestaan voor de activa van de Nazorgfondsen bedoeld in artikel 15.47 van de Wet milieubeheer.

7Passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd.

8Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de nominale waarde van leningen en vorderingen verrekend.

Artikel 64

1De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar.

2Slechts om gegronde redenen mogen de afschrijvingen geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorafgaande begrotingsjaar zijn toegepast. De reden van de verandering wordt in de toelichting op de balans uiteengezet. Tevens wordt inzicht gegeven in haar betekenis voor de financiële positie en voor de baten en de lasten aan de hand van aangepaste cijfers voor het begrotingsjaar of voor het voorafgaande begrotingsjaar.

3Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur.

4In afwijking van het eerste en het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder b, maximaal gelijk aan de looptijd van de lening.

5In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder b, ten hoogste vijf jaar.

6Voor bijdragen aan de activa in eigendom van derden, bedoeld in artikel 34, onderdeel c, is de afschrijvingsduur maximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt.

Artikel 65

1Naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.

2Voorraden en deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

3Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde.

Bijlage 5 Indicatieve afschrijvingstermijnen

Groep en omschrijving

Afschrijvingstermijn (indicatief)

1Gronden en Terreinen

Erfpachtgronden

-

Gronden en terreinen

-

Strategische gronden

-

2Woonruimten en bedrijfsgebouwen

Gebouw (gronden)

-

Gebouw (nieuwbouw casco steen)

40

Gebouw (theater casco)

50

Gebouw (nieuwbouw casco niet steen)

20

Gebouw (renovatie en verbouw)

25

Loods/opslagplaats/werkplaats

20

Noodlokaal (prefab)

15

Rijwielstalling (hout/prefab)

10

Rijwielstalling (steen/staal)

20

3Grond-weg-en waterbouwkundige werken

Economisch nut:

Riolering vrij verval

80

Riolering druk

25

Riolering pompgemalen

15

Rioolsysteem (afwatering)

25

Rioolgemalen (steen/staal)

25

Begraafplaatsen

40

Volkstuinen (grond)

-

Sportveld (eerste aanleg)

40

Sportveld terrein (onderlaag kunstgras)

30

Sportveld terrein (bijv. deklaag, verharding)

25

Sportveld terrein (toplaag kunstgras)

15

Kunstatletiekbaan

25

Hekwerk, afrastering, ballenvangers

25

Parkeermeter, parkeerautomaat

10

Maatschappelijk nut:

Bruggen (beton/staal)

40

Bruggen (hout)

15

Slagbomen bij bruggen

20

Duikers

25

Sluis (betonnen constructie)

50

Sluisdeuren

25

Sluiskelders

50

Kademuur

40

Oeverbescherming

30

Tunnels

40

Verhardingsconstructie met elementen en asfalt

25

Verhardingsconstructie met betonverharding

40

Straatmeubilair

10

Verkeersregelinstallatie

20

Lichtmast armatuur (openbare verlichting)

20

Lichtmast palen (openbare verlichting)

40

Openbaar groen (bijv.: parken)

25

Woonwagenterrein (inrichting terrein)

25

Speelvoorzieningen

10

4Vervoermiddelen

Aanhangwagen / houtversnipperaar

10

Schaftwagen

10

Fiets

5

Scooter

5

Vrachtwagen (bijv.: inzamelvoertuig, zuigwagen)

8

Veegmachine

8

Bedrijfswagen (pick-up, bestelwagen, handveeg)

8

Personenauto

8

Shovel

10

Tractor

8

Vorkheftruck

8

Mobiele kraan

8

5Machines, apparaten en installaties

Aggregaat

10

Beregeningsinstallatie

10

Bewegwijzeringsysteem

15

Bladblazer

10

Bosmaaier

10

Freesmachine

5

Graflift

10

Grasmaaier (cyclo/klepel)

5

Grondwals

15

Hogedrukreiniger

5

Lichtinstallatie (veldverlichting)

20

Maaimachine

5

Opzetstrooier

15

Overige elektrische installaties

10

Ploeg (land/sneeuw)

15

Stemmachines

10

Transportband

15

Verticuteermachine

8

Wegenschaaf

15

Automatisering – Hardware:

Actieve netwerkcomponenten

5

Beeldschermen

4

Computerapparatuur (PC)

4

Kabelgoten, contactdozen, contactdozen

5

Printer

5

Kopieerapparaat

5

Telefonie

3

Laptops/tablets

3

6Overige materiële activa

Archiefsysteem

5

Rijplaten

10

Inrichting school (primair)

15

Inventaris (divers)

10

Kantoorinventaris/bureaustoelen

15

Stroomkasten markt

5

Wijkcontainer

10

Ondergrondse afvalcontainer

15

Inzamelcontainers

15

Automatisering:

Software

3

Gebruiksrechten (licenties)

3

Financiële vaste activa

Bijdragen aan derden: Afschrijvingstermijn (maximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt (artikel 64 lid 6 BBV)

Immateriële vaste activa

Kosten en onderzoek en ontwikkeling Maximaal 5 jaar

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.