Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de heffing en de invordering van reinigingsrechten Arnhem 2026

Gemeente Arnhem · geldt sinds 29 november 2025

Aanhef

DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7 oktober 2025, Bedrijfsvoering, nummer 4724772;

Gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en de onderdelen a en b van de Gemeentewet

Besluit:

vast te stellen de

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN REINIGINGSRECHTEN ARNHEM 2026

Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

-bedrijfsafval: afvalstoffen, restafval dat gelijk is aan huishoudelijk restafval, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid worden ingezameld door middel van een aanbieding in een daarvoor bestemde ondergrondse container;

-aanbieding: het inwerpen van een afvalzak in de daarvoor bestemde trommel van een ondergrondse afvalcontainer.

Artikel 2. Belastbaar feit

1Onder de naam reinigingsrechten worden rechten geheven voor zowel het genot van de door of vanwege de gemeente verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.

2Het in het eerste lid bedoelde genot van diensten en het gebruik van gemeentebezittingen, werken en inrichtingen bestaat uit het aanbieden van met huishoudelijk afval gelijk te stellen bedrijfsafval van beperkte omvang en hoeveelheid in een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde verzamelcontainer.

Artikel 3. Belastingplicht

Belastingplichtig voor de reinigingsrechten is degene op wiens naam de aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 4. Maatstaf van heffing en tarief

1Voor het periodiek inzamelen van bedrijfsafvalstoffen bedraagt het recht, bij 1 tot en met 5 aanbiedingen per week € 718,08 per belastingjaar.

2Voor het periodiek inzamelen van bedrijfsafvalstoffen bedraagt het recht bij 6 tot en met 10 aanbiedingen per week € 1.211,40 per belastingjaar.

3De tarieven genoemd in lid 1 en lid 2 zijn exclusief omzetbelasting. Bedoelde btw wordt, indien deze verschuldigd is, echter wel in rekening gebracht.

Artikel 5. Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 6. Wijze van heffen

De rechten worden geheven bij wege van aanslag.

Artikel 7. Tijdstip van ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang

1Het recht als bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is het recht als bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

4Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen het ophaalgebied van de gemeente verhuist.

Artikel 8. Kwijtschelding

Bij de invordering van de reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9. Termijnen van betaling

1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen. worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op die waarin de dagtekening van het aanslagbiljet is gesteld.

2In afwijking van het eerste lid kunnen de aanslagen in acht gelijke termijnen worden betaald, indien aan het navolgende wordt voldaan:

a.het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen afvalstoffenheffing of andere belastingen/heffingen niet meer is dan € 5.000,00;

b.de verschuldigde bedragen moeten door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven.

De eerste termijn vervalt dan op de laatste dag van de maand volgend op die waarin de dagtekening van het aanslagbiljet is gesteld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 10. Inwerkingtreding en citeertitel

1De ‘Verordening reinigingsrechten 2025' van 13 november 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.

3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

4Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening reinigingsrechten 2026.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.