Gemeentelijke regelgeving

Mandaatbesluit Noodopvang asielzoekers gemeente Arnhem

Gemeente Arnhem · geldt sinds 5 september 2013

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester,

gelet op het bepaalde in de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht;

b e s l u i t e n:

de navolgende regels vast te stellen.

Artikel 1

De bevoegdheid tot het toetsen van en beslissen op verzoeken tot opvang door Noodopvang Arnhem

te mandateren aan de voorzitter van de Toetsingscommissie Noodopvang Arnhem. Hieronder valt ook

de ondertekening van de beschikkingen.

Artikel 2

De bevoegdheden, als bedoeld in artikel 1, worden uitgeoefend namens en onder

verantwoordelijkheid van het ter zake bevoegde bestuursorgaan. Zij worden uitgeoefend binnen de

grenzen van de door de gemeente Arnhem aan de Toetsingscommissie Noodopvang Arnhem

opgedragen taken.

Artikel 3

1Bij uitoefening van bedoelde bevoegdheden wordt het daaromtrent gestelde bij of krachtens

wettelijke voorschrift, beleidsregel, circulaire, aanwijzing en richtlijn van rijks-, provinciale en

gemeentelijke wetgevers of bestuursorganen in acht genomen.

Artikel 4

1De bevoegdheden als bedoeld in artikel 1 worden niet uitgeoefend indien het college van

burgemeester en wethouders of de betrokken portefeuillehouder, aan de gemandateerde kenbaar

heeft gemaakt dat de te nemen beslissing aan het bevoegde bestuursorgaan moet worden

voorgelegd.

2De functionaris aan wie de bevoegdheid is opgedragen legt een besluit in ieder geval vooraf aan het bevoegde bestuursorgaan voor indien:

A. de te nemen beslissing afwijkt van bestaand beleid, richtlijnen of voorschriften.

B. het voornemen bestaat tot aanvulling of wijziging van bestaand beleid, richtlijnen of

voorschriften.

C. uit de te nemen beslissing ingrijpende financiële of andere belangrijke consequenties

kunnen voortvloeien.

D. het een besluit betreft dat buiten het reguliere toetsingskader valt.

3De uitgaande stukken worden als volgt ondertekend:

Hoogachtend,

Het college van burgemeester en wethouders van Arnhem,

namens het college,

gevolgd door de naam van de functionaris, de functieaanduiding en zijn handtekening

Artikel 5

Ingeval van afwezigheid van de functionaris, aan wie bij of krachtens dit besluit bevoegdheden zijn

toegekend, worden deze bevoegdheden uitgeoefend door degenen die als zijn plaatsvervangers zijn

aangewezen.

Artikel 6

Indien tegen een krachtens mandaat genomen of ondertekend besluit bezwaar en beroep open staat,

wordt hiervan in de betreffende stukken melding gemaakt.

Artikel 7

De mandataris maakt van iedere afgegeven beschikking een kopie. Deze kopieën dienen conform de

eisen die hieraan bij of krachtens de Archiefwet 1995 worden gesteld in een goede, geordende en

toegankelijke staat te worden bewaard.

Artikel 8

1De mandataris is bevoegd functionarissen binnen zijn commissie te mandateren tot het geheel of gedeeltelijk uitoefenen van de aan hem in dit besluit opgedragen taken.

2De mandataris kan hiertoe richtlijnen vaststellen.

3De sub-mandatering vindt schriftelijk plaats en wordt ter kennis van het college van burgemeester

en wethouders gebracht.

Artikel 10

A. Dit besluit treedt in de plaats van eerdere besluiten van het college van burgemeester en

wethouders betrekking hebbend op mandaat, voor zover de betreffende bevoegdheid in het

onderhavige besluit is geregeld.

B. Dit besluit treedt in werking op de dag volgende op die waarop het besluit openbaar wordt

gemaakt.

C. Dit besluit kan worden aangehaald als “Mandaatbesluit Noodopvang asielzoekers gemeente

Arnhem”.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.