Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van Arnhem, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft;
gelet op het bepaaldein de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht;
besluit:
Artikel I
De uitoefening van de hierna omschreven bevoegdheden die het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester bij of krachtens wettelijk voorschrift toekomen, wordt opgedragen aan de rekenkamer van de gemeente Arnhem.
Het nemen van besluiten tot -dan wel het verrichten van- privaatrechtelijke rechtshandelingen, voorzover het betreft zakendie direct verbandhouden met de uitvoering van haar taken als bedoeld in artikel2, lid 3 en artikel10 van de Verordening op de rekenkamer Arnhem 2011 en het door de raad beschikbaar gesteldebudget niet wordt overschreden.
Artikel II
De rekenkamer kan de aan haar gemandateerde bevoegdheden opdragen aan de door haar aan te wijzen leden van de rekenkamer en aan de onder haar verantwoordelijkheid werkzame functionarissen. Zij kan de betreffende leden en de functionarissen daartoe instructies geven.
Artikel III
Dit besluit kan worden aangehaald als: Mandaatbesluit privaatrechtelijke rechtshandelingen rekenkamer .
Artikel IV
Dit besluit treedt in werking op de dag na de dag van bekendmaking.