Nadere regels voor het verrichten van archeologisch onderzoek 2017
Artikel 1. Begripsbepalingen
archeologisch onderzoek: werkzaamheden met betrekking tot het bodemarchief die ten behoeve van de archeologische monumentenzorg worden uitgevoerd volgens de eisen zoals gesteld door burgemeester en wethouders en de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).
archeologisch veldonderzoek: inventariserend veldonderzoek en archeologische opgraving conform de eisen van burgemeester en wethouders en de KNA.
Kwaliteitsnorm NederlandseArcheologie: de eisen waaraan archeologische werkzaamheden minimaal moeten voldoen.
plan van aanpak: plan dat weergeeft hoe de archeologische uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen denkt te gaan beantwoorden.
programma van eisen: programma waarmee kaders worden gesteld voor het ontwerp en de uitvoering van archeologisch onderzoek conform de eisen van burgemeester en wethouders en de KNA.
selectiebesluit: een gemotiveerd besluit van burgemeester en wethouders tot het al dan niet behouden van een archeologische vindplaats. Het besluit leidt tot het al dan niet, of onder voorwaarden, vrijgeven van een terrein of het nemen van archeologische maatregelen.
Artikel 2. Onderzoek
1Archeologisch onderzoek dient tenminste conform de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie te worden uitgevoerd.
2Voordat archeologisch veldonderzoek wordt uitgevoerd dient de initiatiefnemer van dat onderzoek een programma van eisen en plan van aanpak ter goedkeuring voor te leggen aan burgemeester en wethouders.
3Er mag pas worden gestart met het archeologische veldonderzoek nadat burgemeester en wethouders het programma van eisen en het plan van aanpak hebben goedgekeurd.
4Burgemeester en wethouders kunnen aan het besluit tot goedkeuring van het programma van eisen voorschriften verbinden over:
a.de kwaliteit van het archeologische onderzoek
b.het toezicht op de feitelijke uitvoering van het archeologisch onderzoek
5Tijdens de uitvoering van het archeologische veldonderzoek en daaruit volgende archeologische handelingen ter afronding van dit onderzoek dienen de aanwijzingen van burgemeester en wethouders in acht te worden genomen.
7Resultaten van archeologisch onderzoek dienen aan burgemeester en wethouders ter beoordeling te worden voorgelegd. Burgemeester en wethouders nemen op basis daarvan een selectiebesluit.
Artikel 3. Slotbepalingen
1Deze nadere regels treden in werking op de dag dat de Erfgoedverordening gemeente Arnhem 2017 in werking treedt.
2Deze nadere regels worden aangehaald als: Nadere regels archeologisch onderzoek Arnhem 2017.
Het college van burgemeester en wethouders van Arnhem,
De secretaris, De burgemeester,