Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van Arnhem, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft;
Gelet op het bepaalde in de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht;
b e s l u i t e n:
De navolgende regels vast te stellen met betrekking tot mandaat, volmacht en machtiging aan functionarissen van de Nationale Politie, regionale eenheid Oost-Nederland.
Artikel 1
1De uitoefening van de in de bijlage van dit besluit omschreven bevoegdheden die het college
van burgemeester en wethouders en de burgemeester bij of krachtens wettelijk voorschrift of
krachtens delegatie toekomen, wordt opgedragen aan de in de bijlage genoemde
functionarissen van de Nationale Politie, regionale eenheid Oost-Nederland.
2Onder wettelijk voorschrift wordt verstaan: wettelijk voorschrift zoals dit luidt op de dag waarop
dit besluit in werking treedt of zoals dit wettelijk voorschrift na wijziging zal komen te luiden.
Artikel 2
De bevoegdheden, als bedoeld in artikel 1, worden uitgeoefend namens en onder
verantwoordelijkheid van het ter zake bevoegde bestuursorgaan. Zij worden uitgeoefend binnen de
grenzen van de wettelijk aan de politie opgedragen taken.
Artikel 3
1Bij de uitoefening van de bevoegdheden, als bedoeld in artikel 1, worden de specifieke bepalingen die daarbij in de bijlage zijn vermeld in acht genomen.
2Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, wordt bij uitoefening van bedoelde bevoegdheden het daaromtrent gestelde bij of krachtens wettelijke voorschrift, beleidsregel, circulaire, aanwijzing en richtlijn van rijks-, provinciale en gemeentelijke wetgevers of bestuursorganen in acht genomen.
Artikel 4
1De bevoegdheden als bedoeld in artikel 1 worden niet uitgeoefend indien het college van
burgemeester en wethouders, de betrokken portefeuillehouder, de burgemeester voor zover het een deze als zodanig toegekende bevoegdheid betreft, aan de politiechef van de Nationale Politie, regionale eenheid Oost-Nederland of de gemandateerde kenbaar heeft gemaakt dat de te nemen beslissing aan het bevoegde bestuursorgaan moet worden voorgelegd.
2De functionaris aan wie de bevoegdheid is opgedragen legt een besluit in ieder geval vooraf aan het bevoegde bestuursorgaan voor indien:
a.de functionaris van oordeel is dat de gevraagde vergunning, ontheffing of verklaring van geen bezwaar moet worden geweigerd;
b.de te nemen beslissing afwijkt van bestaand beleid, richtlijnen of voorschriften;
c.het voornemen bestaat tot aanvulling of wijziging van bestaand beleid, richtlijnen of
voorschriften;
d.uit de te nemen beslissing niet voorziene financiële of andere belangrijke consequenties kunnen voortvloeien;
e.tijdens de voorbereiding van het besluit naar voren komt dat daartegen hoogstwaarschijnlijk bezwaar of beroep zal worden ingesteld;
f.het een stuk betreft dat geen routinematig karakter heeft, gericht aan de Kroon, Ministers, Staatssecretarissen, de Raad van State, de Nationale Ombudsman, de Commissaris van de Koningin en Gedeputeerde Staten.
3In de situatie als genoemd in lid 2, onder a legt de betrokken functionaris het besluit samen met zijn advies aan het bevoegde bestuursorgaan voor. In de overige situaties vindt voorafgaand overleg tussen de betrokken functionaris en het bestuursorgaan plaats.
4Indien bij een te nemen beslissing een gemeentelijke dienst belang heeft of de betreffende zaak het taakgebied van een gemeentelijke dienst raakt, legt de mandataris de zaak vooraf aan het hoofd van de betrokken dienst of aan de door hem aangewezen functionaris van die dienst voor. Indien met deze geen overeenstemming wordt bereikt, legt de betrokken functionaris de zaak aan het bevoegde bestuursorgaan of de betrokken portefeuillehouder voor.
5De uitgaande stukken worden als volgt ondertekend:
Het college van burgemeester en wethouders van Arnhem,
namens deze,
gevolgd door de functie-aanduiding en de naam van de functionaris en zijn handtekening
of
De burgemeester van Arnhem,
namens deze,
gevolgd door de functie-aanduiding en de naam van de functionaris en zijn handtekening
Artikel 5
Ingeval van afwezigheid van functionarissen, aan wie bij of krachtens dit besluit bevoegdheden zijn
toegekend, worden deze bevoegdheden uitgeoefend door degenen die als hun plaatsvervangers zijn
aangewezen.
Artikel 6
Indien tegen een krachtens mandaat genomen of ondertekend besluit bezwaar en beroep open staat,
wordt hiervan in de betreffende stukken melding gemaakt.
Artikel 7
De mandataris is verplicht na afloop van een kalenderjaar verslag uit te brengen omtrent het aantal
verleende vergunningen, ontheffingen en verklaringen van geen bezwaar aan het college van
burgemeester en wethouders of de burgemeester, afhankelijk van wiens bevoegdheid het aangaat.
Het verslag dient uiterlijk voor 1 maart van het jaar volgend op het kalenderjaar waarop het verslag
betrekking heeft in het bezit van burgemeester en wethouders of van de burgemeester te zijn.
Artikel 8
De mandataris maakt van iedere afgegeven vergunning, ontheffing en verklaring van geen bezwaar
een kopie. Deze kopiën dienen conform de eisen die hieraan bij of krachtens de Archiefwet 1995
worden gesteld in een goede, geordende en toegankelijke staat te worden bewaard.
Artikel 9
1Indien en voor zover zulks in het bij dit besluit behorend schema niet is uitgesloten, zijn
mandatarissen bevoegd functionarissen binnen hun organisatie te mandateren tot het geheel of
gedeeltelijk uitoefenen van de aan hen in dit besluit opgedragen taken.
2De mandatarissen kunnen hiertoe richtlijnen vaststellen.
3De sub-mandatering vindt schriftelijk plaats en wordt ter kennis van burgemeester en wethouders
of de burgemeester gebracht, afhankelijk van wiens bevoegdheid het aangaat.
Artikel 10
1Dit besluit treedt in de plaats van eerdere besluiten van het college van burgemeester en
wethouders onderscheidenlijk de burgemeester met betrekking tot mandaat, volmacht en
machtiging aan functionarissen van de politie Gelderland-midden.
2Dit besluit treedt in werking op de dag volgende op die waarop het besluit bekend wordt
gemaakt. Indien de dag van inwerkingtreding van het onderhavige besluit is gelegen na 1 januari 2013, heeft het terugwerkende kracht ten aanzien van elke beslissing, die in de periode van 1 januari 2013 tot de dag van inwerkingtreding is genomen door de functionaris die aan dit besluit de bevoegdheid ontleent om die beslissing in mandaat te nemen. Een dergelijke beslissing is daarmee van rechtswege bekrachtigd.
3Dit besluit kan worden aangehaald als “Besluit mandaat, volmacht en machtiging Nationale Politie 2014”.
Registratienummer: Doc.nr. 2014.0.056.892
Bijlage (gemandateerde bevoegdheden)
1
2
3
4
Bevoegdheid
Mandaterend
bestuursorgaan
Mandataris
Clausulering / opmerkingen
1.1
Het verdagen van de beslistermijn voor
een vergunning / ontheffing met ten
hoogste 8 weken (art. 1.2, tweede lid
Algemeen plaatselijke verordening voor
Arnhem, hierna: APV)
Burgemeester (hierna:
BM) + B&W
Groepschef
bijzondere wetten
milieu
Enkel voor zover het de in deze bijlage
gemandateerde bevoegdheden betreft.
1.2
Het buiten behandeling laten van een
aanvraag in verband met een te late
indiening (art 1.3, eerste lid APV)
BM + B&W
Groepschef
bijzondere wetten,
milieu
Enkel voor zover het de in deze bijlage
gemandateerde bevoegdheden betreft.
1.3
Het verbinden van voorschriften en
beperkingen aan vergunningen krachtens
de APV (art. 1.4, eerste lid APV)
BM + B&W
Groepschef
bijzondere wetten,
milieu.
Enkel voor zover het de in deze bijlage
gemandateerde bevoegdheden betreft.
1.4
Het wijzigen van een vergunning of
ontheffing ex art. 1.6 APV
BM + B&W
Groepschef
bijzondere wetten,
milieu
Enkel voor zover het in deze bijlage
gemandateerde bevoegdheden betreft.
1.5
Het verlenen van een ontheffing om de
weg of een weggedeelte te gebruiken
anders dan overeenkomstig de
bestemming ervan. (art. 2.1.5.1 APV)
B&W
Groepschef
bijzondere wetten,
milieu
Enkel voor informatiekramen t.b.v. ideële
doeleinden op Het Land van de Markt.
1.6
Het voor een afzonder-lijke horeca-inrichting of voor een daartoe behorend terras een ander sluitingsuur of andere sluitingsuren vaststellen (art. 2.3.1.15 lid 5
APV).
BM
Groepschef
bijzondere wetten,
milieu
Enkel voor zover het een incidentele
verruiming van de openingstijden betreft.
En met uitzondering van nachtzaken en
de zgn. ‘ontnuchteringszaken’.
1.7
Het waarmerken van en ontvangen van
mededelingen omtrent verkoopregisters
(art. 2.5.2 en 2.5.3 APV)
BM
Groepschef
bijzondere wetten,
milieu
1.8
Het verlenen van een ontheffing van het
verbod om toestellen of geluidsapparaten
in werking te hebben of handelingen te
verrichten op een zodanige wijze dat voor
een omwonende of anderen geluidshinder
wordt veroorzaakt (art. 4.1.5 APV).
B&W
Groepschef
bijzondere wetten,
milieu
Enkel voor zover het betreft het rondrijden
met een geluidswagen door politieke
partijen ten behoeven van een
verkiezingscampagne en kleine
wijkgebonden activiteiten.
1.9
Het in ontvangst nemen van een melding van een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te
bieden, alsmede het verlenen van een vrijstelling voor inzamelingen
die gehouden worden door de daarbij aangewezen instellingen (art. 5.2.1 APV).
B&W
Groepschef
bijzondere wetten,
milieu
1.10
Het verlenen van een vergunning om in
de uitoefening van de handel op of aan de
weg of aan een openbaar water, aan een
huis, dan wel op een andere – al dan niet
met enige beperking – voor het publiek
toegankelijke en in openlucht gelegen
plaats, goederen te koop aan te bieden,
te verkopen of af te geven dan wel
diensten aan te bieden (art. 5.2.2. APV).
B&W
Groepschef
bijzondere wetten,
milieu
1.11
Het verlenen van een vergunning om in of
op een voor publiek toegankelijk gebouw
of plaats een markt of anderszins te
organiseren of toe te laten, waar ter
plaatse aanwezige goederen worden
verhandeld (art. 5.2.4 APV).
BM
Groepschef
bijzondere wetten,
milieu
Enkel voor zover het kleine wijkgebonden
activiteiten betreft.
1.12
Het verlenen van een vergunning voor het
organiseren van een evenement (art.
5.7.1 APV).
BM
Groepschef
bijzondere wetten,
milieu
Enkel voor zover het kleine wijkgebonden
festiviteiten betreft.
1.13
Het verlenen van een ontheffing van het
verbod voor het berijden van in de
bebouwde kom gelegen weggedeelten
ten behoeve van het openbaar vervoer,
almede het verbod tot het berijden van de
in de gemeente Arnhem gelegen
busbanen (art. 18 WVW jo. Artt. 81 en 87
RVV).
B&W
Groepschef
bijzondere wetten,
milieu
1.14
Het verlenen van een vergunning voor het
houden van kansspelen ex. art. 1, onder
a van de Wet op de Kansspelen.
(art. 3 WoK)
B&W
Groepschef
bijzondere wetten,
milieu
1.15
Het in ontvangst nemen van een mededeling omtrent het
organiseren van een klein kansspel
als bedoeld in artikel 7c WoK en het eventueel geven van een verbod op grond van artikel 7c lid 2 sub a en b WoK.
B&W
Groepschef
bijzondere wetten,
milieu
1.16
Het verlenen van een vergunning om één
of meer speelautomaten aanwezig te
hebben (art. 30 b WoK).
BM
Groepschef
bijzondere wetten,
milieu
1.17
Het verlenen van een verklaring van geen
bezwaar voor het houden van een
luchtvaartvertoning of luchtvaartwedstrijd
(art. 158 Regeling toezicht luchtvaart).
BM
Groepschef
bijzondere wetten,
milieu
1.18
Het verlenen van een verklaring van geen
bezwaar voor het oplaten van een vrije ballon (Artikel 18 lid 2 Regeling houdende wijziging van de Regeling Burgerluchthavens in verband met vrijstellingen voor vrije ballonnen, zeilvliegtuigen en schermzweeftoestellen)
BM
Groepschef
bijzonder wetten,
milieu
Enkel voor zover het betreft het oplaten
van een vrije ballon
vanuit: Park Presikhaaf of, indien buiten dit park, wanneer de eigenaar of zakelijk
gerechtigde van het terrein hiertegen
geen bezwaar heeft.
1.19
Het opvragen van gegevens bij de
justitiële documentatiedienst.
BM + B&W
Groepschef
bijzondere wetten,
milieu
Enkel ten behoeve van de beoordeling
van vergunningenaanvragen of verzoeken
om een ontheffing o.g.v. de DHW en de
APV (art. 2.3.1.6 en 2.3.1.9 en art 3.3.2
en 3.3.3. APV).
1.20
Het stellen van voorschriften voor een
samenkomst tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging of een vergadering of betoging waarvan vooraf
kennis is gegeven (art. 5 Wet Openbare
Manifestaties), alsmede het in ontvangst
nemen van de kennisgeving, het kunnen verlangen van opgave van gegevens als bedoeld in art. 2.1.2.3 APV en het kunnen afwijken van de termijn van 48 uur zoals
bedoeld in art. 2.1.2.2 APV.
BM
Groepschef
bijzondere wetten,
milieu
In situaties waarin door een samenkomst,
vergadering of betoging problemen met
de openbare orde worden verwacht of
wanneer een samenkomst, vergadering of
betoging op andere wijze uitzonderlijk van
karakter is zal na ontvangst van de
melding voorafgaand overleg met de
burgemeester plaatsvinden.
1.21
Het geven van aanwijzingen ten tijde van
een samenkomst ter belijding van een
godsdienst of levensovertuiging, een
vergadering of betoging (art. 6 WOM).
BM
Groepschef
bijzondere wetten,
milieu