Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn;
Gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening gemeente Apeldoorn;
BESLUIT:
Vast te stellen de volgende regeling:
Subsidieregeling Algemene Voorzieningen Vrijwilligersondersteuning en Mantelzorgondersteuning
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Begripsbepalingen en afkortingen
1Tenzij in deze regeling uitdrukkelijk anders wordt vermeld, gelden de voorwaarden en bepalingen van de Algemene subsidieverordening gemeente Apeldoorn.
2Voor toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
a.algemene voorzieningen: een aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de inwoner, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning;
b.Asv: de Algemene subsidieverordening gemeente Apeldoorn;
c.Awb: de Algemene wet bestuursrecht;
d.belangenbehartiging: opkomen voor de belangen van een individu of een groep, dan wel het uitoefenen van invloed op andere organisaties zodat deze op zullen komen voor de belangen van een individu of een groep;
e.ervaringsdeskundige: iemand die uit eigen ervaring en ondervinding met een ontwrichtende aandoening of stigmatisering en het te boven komen hiervan (herstel), anderen ondersteunt in hun persoonlijke herstelproces;
f.inclusieve gedachte: er voor zorgen dat elke persoon in onze samenleving maximaal in staat wordt gesteld om zich te ontwikkelen en daarmee voldoende zelfregie heeft om het leven te leiden;
g.inclusie: is de mogelijkheid om mee te kunnen doen aan de samenleving in al haar facetten en met alle mogelijkheden en capaciteiten die iemand heeft;
h.inwoner: persoon woonachtig in de gemeente Apeldoorn;
i.jeugdigen: inwoners in de leeftijd van 0 t/m 22 jaar;
j.lokaal: in de gemeente Apeldoorn;
k.mantelzorg: zorg die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep;
l.Samen055: Samen055 is de toegang tot het sociaal domein (uitvoering Wmo, Jeugdwet, Participatiewet en Wet gemeentelijke schuldhulpverlening). De diensten Inwonersondersteuning (collectief en individueel), Wmo begeleiding, Jeugdhulp, Activering en Schuldhulpverlening worden in vijf Samen055 locaties in de vijf stadsdelen georganiseerd. Het doel van de netwerkorganisatie Samen055 is om ondersteuning op maat, in onderlinge samenhang en dichtbij de inwoners van Apeldoorn aan te bieden;
m.structurele activiteiten: Activiteiten die voor langere tijd minimaal 2 maal per jaar planmatig en doorlopend aangeboden worden;
n.subsidieregeling: subsidieregeling Algemene voorzieningen Vrijwilligersondersteuning en Mantelzorgondersteuning;
o.volwassenen: inwoners in de leeftijd vanaf 18 jaar;
p.vrijwilligerswerk: Vrijwilligerswerk is niet-beroepsmatig werk in enig georganiseerd verband, onverplicht en onbetaald voor anderen of de samenleving;
q.Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
Artikel 1.2 Doelstelling en doelgroep van de regeling
1Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten in het kader van vrijwilligersondersteuning die gericht is op het coördineren, begeleiden, opleiden en coachen van vrijwilligers die:
a.inwoners in een kwetsbare situatie ondersteunen om zelfredzamer of samenredzamer te worden of blijven, beter te kunnen meedoen of zelfstandig te blijven wonen; of
b.mantelzorgers ondersteunen, zodat zij de zorg voor hun naaste(n) zo lang en goed mogelijk vol kunnen houden.
2De doelgroep die de regeling ondersteunt betreft:
a.inwoners van de gemeente Apeldoorn in een kwetsbare situatie;
b.personen die voor inwoners van de gemeente Apeldoorn mantelzorg verlenen.
Artikel 1.3 Eisen aan de aanvrager
1De aanvrager dient bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten te voldoen aan de volgende eisen:
a.geen winstoogmerk en beperkte eigen vermogensvorming conform de beleidsregels reserve en voorzieningen uit subsidiegelden;
b.in het bezit van rechtspersoonlijkheid;
c.ingebed zijn in de lokale sociale infrastructuur;
d.werken volgens de leidende kwaliteitsprincipes sociaal domein;
e.beschikken over een vrijwilligersbeleid, waarin onder andere aandacht is voor scholing, begeleiding en veiligheid;
f.geen eigen bijdrage heffen, met uitzondering van een toegankelijke bijdrage voor consumptieve en recreatieve goederen;
g.aanvrager kan aannemelijk maken dat zij beschikt over voldoende gekwalificeerd personeel of vrijwilligers om de beoogde inspanningen en resultaten genoemd in de aanvraag te realiseren.
2Naast de vereisten uit het eerste lid gelden voor aanvrager die beroepskrachten inzet aanvullend de volgende eisen:
a.beschikken over beroepskrachten die de Nederlandse taal in woord en geschrift op niveau B2 beheersen;
b.een regeling vastgesteld en bij cliënten bekendgemaakt voor de afhandeling van klachten c.q. medezeggenschap van cliënten;
3Naast bovenstaande vereisten gelden voor aanvragers die € 100.000,00 of meer per kalenderjaar op basis van deze regeling ontvangen, aanvullend de volgende eisen:
a.een vertrouwenspersoon hebben aangesteld;
b.bestuurders zijn in het bezit van een verklaring omtrent gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet Justitiële en strafvorderlijke gegevens.
Hoofdstuk 2 Subsidiabele activiteiten Vrijwilligersondersteuning en mantelzorgondersteuning, subsidievereisten en wijze van verdeling
Artikel 2.1 Subsidiabele activiteiten
Het college kan subsidie verlenen voor vrijwilligersondersteuning en mantelzorgondersteuning die is gericht op één van de volgende aandachtsgebieden:
a.Het verbinden van inwoners en het voorkomen en/of bestrijden van eenzaamheid, waarbij de verbinding het doel op zichzelf kan zijn en/of onderdeel van een ander doel, zoals het bieden van stabiliteit;
b.financiën, administratie en digitale- en taalvaardigheden;
c.praktische ondersteuning, voor of met de inwoner, waarbij de klussen kortdurend en afgebakend zijn;
d.het gezond opvoeden en opgroeien van jeugdigen;
e.het ondersteunen van mantelzorgers door het aanbieden van ‘vervangende mantelzorg door vrijwilligers’.
Artikel 2.2. Subsidievereisten
1De activiteiten voldoen aan de volgende eisen:
a.Passend binnen de doelstelling en gericht op de doelgroep van de subsidieregeling;
b.Toegankelijk en laagdrempelig, niet uitsluitend voor eigen leden;
c.Alleen activiteiten waarbij in elk geval 70 % van het uitvoerend werk in uren door de vrijwilligers gedaan wordt komen in aanmerking voor subsidie;
d.Niet gericht op het uitdragen van levensbeschouwelijke en/of politieke opvattingen;
e.Geen éénmalige activiteiten of evenementen. Alleen structurele activiteiten komen in aanmerking voor subsidie;
f.Ze voorkomen dat er een beroep wordt gedaan op maatwerk- en individuele voorzieningen (preventie) en/of te komen tot een optimale mix van maatwerk/individuele en algemene voorzieningen;
g.Geen locatiegebonden dienstverlening;
h.De vrijwilligersondersteuning is gericht op een aandachtsgebied zoals genoemd in artikel 2.1.
2De aanvrager moet minstens voldoende behalen op alle beoordelingscriteria met wegingsfactor 3 genoemd in artikel 2.3
3Op het bepaalde in artikel 2.2 lid 1 sub g kan een uitzondering gemaakt worden voor wat betreft de de aandachtsgebieden als genoemd in artikel 2.2 onder d en e indien het gebruik van een locatie naar oordeel van het college noodzakelijk is voor het verlenen van de activiteit.
Artikel 2.3 Wijze van verdeling
1Als toewijzing van alle volledige aanvragen die voldoen aan de eisen van deze regeling leidt tot een overschrijding van een deelplafond, rangschikt het college de aanvragen voor dit deelplafond aan de hand van de volgende criteria en wegingsfactoren:
a.Legitimiteit – de mate waarin het een activiteit bijdraagt aan de doelstellingen van de subsidieregeling en bijdraagt aan de ondersteuning van de doelgroep van de subsidieregeling.
i.de mate waarin de aanvraag bijdraagt aan de doelstellingen uit de regeling, namelijk; het ondersteunen van inwoners in een kwetsbare situatie om zelf of samenredzamer te worden of te blijven, beter te kunnen meedoen of zelfstandig te blijven wonen. En/of het ondersteunen van mantelzorgers, zodat zij de zorg voor hun naaste zo lang en goed mogelijk vol kunnen houden (wegingsfactor 3).
ii.de onderbouwing van de behoefte aan de activiteiten aan de hand van ervaringscijfers van het aantal hulpvragen, de ontwikkeling in de hulpvragen en/of door de beoordeling/evaluatie door vrijwilligers hulpvragers en/of professionals (wegingsfactor 2).
b.Effectiviteit – De mate waarin de activiteit doeltreffend en efficiënt te werk gaat, overlap met bestaand aanbod wordt voorkomen, en de activiteiten zich inzetten voor die doelgroepen/vraagstukken waar het effect het hoogst is.
i.Doeltreffendheid; de mate waarin uit de aanvraag blijkt dat de aanvrager een weloverwogen plan en strategie heeft voor de activiteit waarbij o.a. beargumenteerd wordt hoe de keuze voor de doelgroep en de insteek van de activiteit bijdragen aan de meest effectieve ondersteuning van de doelgroep (wegingsfactor 3).
ii.de mate waarin de activiteit is afgestemd op de wat er al is en de mate waarin er wordt samengewerkt en geleerd met andere vrijwilligersorganisaties, sociale partners en initiatieven in het sociaal domein en wat deze samenwerking en dit samen leren oplevert (wegingsfactor 1).
iii.de mate van kennis en betrokkenheid bij de hulpvragen en doelgroepen in de lokale omgeving, waarbij het voortzetten van en voortbouwen op bestaande activiteiten voorrang krijgt boven nieuwe aanvragen. Dit blijkt bijvoorbeeld uit aantoonbare ervaring met de uitvoering van deze activiteiten en de inbedding in de lokale sociale infrastructuur (wegingsfactor 1).
c.Rendabiliteit – de kosten van de activiteit/inzet in relatie tot de opbrengst voor de Apeldoornse inwoner.
i.de prijs/rendement-verhouding: hoe de omvang, aard en het bereik van de activiteiten zich verhouden tot de opgevoerde kosten. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de verhouding tussen vrijwillige inzet en betaalde inzet, de mate waarin de activiteiten ook uit andere bronnen gefinancierd worden; de noodzaak tot huisvesting- en activiteiten kosten. De aanvrager onderbouwt de hoogte van de subsidieaanvraag aan de hand van de variabelen als bedoeld in artikel 3.1 lid 2 (wegingsfactor 2).
2De rangschikking vindt als volgt plaats:
a.per criterium kunnen 0-4 punten worden gehaald, waarbij geldt: 0: onvoldoende, 1: matig, 2: voldoende, 3: goed, 4: uitstekend. De punten worden vermenigvuldigd met de wegingsfactor (1,2 of 3) die bij het criterium hoort.
b.De aanvragen worden gehonoreerd op basis van de rangschikking.
c.indien er een gelijke totaalscore ontstaat, wordt van deze subsidieaanvragen de subsidieaanvraag met het hoogst bij elkaar opgetelde aantal behaalde punten op de criteria met wegingsfactor 3 aangemerkt als de hoogste in rangorde;
d.Indien toepassing van het tweede lid onder c ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting. De eerst getrokken aanvraag wordt als hoogste gerangschikt.
e.Indien de rangorde in relatie tot het deelplafond uitwijst dat door toekenning van de subsidieaanvraag geen dekkende evenwichtige spreiding van activiteiten per aandachtsgebied gerealiseerd kan worden, kan worden besloten de subsidieaanvragen niet of deels te honoreren tot er sprake is van een dekkende en evenwichtige spreiding in het betreffende aandachtsgebied zoals bedoeld in artikel 2.1.
Hoofdstuk 3 Subsidiabele kosten
Artikel 3.1 Subsidiabele kosten
1De subsidiabele kosten zijn:
a.Loonkosten
i.Begeleiden, coördineren en matchen van vrijwilligers.
ii.Matchen en organisatiespecifiek- werven van vrijwilligers.
iii.Afstemming en samenwerking met partners voor zover dit de inwoner ten goede komt.
b.Algemene kosten/organisatiekosten
i.Organisatie-specifieke scholing en training.
ii.Waardering voor zover het gaat om kleine attenties en compensatie van gemaakte onkosten. Vrijwilligersvergoedingen alleen in uitzonderingsgevallen.
iii.Vrijwilligersvergoeding uitsluitend in de situatie waarin:
o Organisaties voor 100% door vrijwilligers worden bemensd; of,
o Vrijwilligers vervangend werken voor een professionele kracht en als zodanig nagenoeg volledig invulling geven aan een anders professionele positie.
iv.Activiteitenkosten voor zover deze noodzakelijk zijn voor het ondersteunen en begeleiden van de vrijwilligers.
c.Huisvestingskosten
i.Huisvestingskosten kunnen alleen worden aangevraagd voor zover de locatie noodzakelijk is voor het begeleiden en coördineren van vrijwilligers en de kosten niet reeds onderdeel uitmaken van de oplslag overhead in het normtarief.
2De hoogte van de subsidieaanvraag wordt door de aanvrager onderbouwd aan de hand van de volgende variabelen:
a.Loonkosten
i.Betrokkenheid van de beroepskracht.
ii.Intensiviteit van de ondersteuning van de primaire doelgroep dan wel mantelzorger.
iii.Omvang van de match.
iv.Noodzaak/ intensiteit van afstemming en samenwerken.
b.Algemene kosten/ organisatiekosten
i.Noodzaak van specifieke scholing.
ii.Noodzaak van activiteitenkosten.
c.Huisvestingskosten.
i.Noodzaak van huisvesting.
3Alleen voor de activiteit noodzakelijke kosten komen in aanmerking voor subsidie.
4Als de aanvraag hoger is dan de eerdere subsidieverlening, indien van toepassing, wordt de verhoging aannemelijk gemaakt met een onderbouwing aan de hand van aantoonbaar toegenomen behoefte en/of aantoonbaar toegenomen kosten.
5Voor de beoordeling van de loonkosten wordt het uurtarief voor professionele inzet vergleken met een normtarief ter hoogte van € 80,00. Indien het gebruikte uurtarief afwijkt van dit normtarief dient de afwijking te worden toegelicht.
Hoofdstuk 4 Verplichtingen, weigeringsgronden en begrotingsvoorbehoud
Artikel 4.1 Verplichtingen
1Het college legt, in aanvulling op de artikelen 11 en 12 van de Asv, aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen op:
a.de subsidieontvanger verleent alle medewerking aan de monitoring van gesubsidieerde activiteiten, o.a. op basis van de door het college vastgestelde verantwoordingsformats. Controles en/of steekproeven kunnen hier onderdeel van uitmaken;
b.de subsidieontvanger verleent alle medewerking aan de evaluatie van de doeltreffendheid en effecten van deze regeling door het college;
c.de subsidieontvanger informeert het college per direct als de continuïteit van de gesubsidieerde activiteiten dan wel nakoming van de aan de subsidie verbonden verplichtingen in het geding is;
d.de subsidieontvanger leeft de op hem rustende verplichtingen uit hoofde van de Wmo en de Jeugdwet en de daarop gebaseerde of daarmee verband houdende wet- en regelgeving na;
e.de subsidieontvanger blijft gedurende de looptijd van de subsidie voldoen aan de eisen en criteria zoals genoemd in deze subsidieregeling;
f.de subsidieontvanger stemt de activiteiten af met andere vrijwilligersorganisaties, het Knooppunt Vrijwilligers en Verenigingen, met de Kap, met het Netwerk Informele Zorg Apeldoorn, met Samen055 en met andere sociale partners en initiatieven in het sociaal domein en sluit zich aan bij het Netwerk Informele Zorg Apeldoorn;
g.de subsidieontvanger werkt conform de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling voor zover van toepassing;
h.de subsidieontvanger biedt kosteloos mogelijkheden aan scholieren en studenten om werkervaring op te doen of stage te lopen;
i.de subsidieontvanger registreert de activiteiten op de Buurtwijzer en draagt zorg dat het aanbod en de aciviteiten up to date gehouden worden;
j.de subsidieontvanger draagt er zorg voor dat een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) wordt overlegd voor de medewerkers en vrijwilligers die worden ingezet bij de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd. Voor ervaringsdeskundigen kan hier in overleg met de gemeente een uitzondering op worden gemaakt.
k.de subsidieontvanger draagt er zorg voor dat duidelijk is voor de inwoner dat de ontvanger ondersteuning mogelijk wordt gemaakt door een financiële ondersteuning van de gemeente.
2Het college legt, in aanvulling op de bovenstaande, aan de subsidieontvanger, die aanvrager die € 100.000,00 of meer per kalenderjaar op basis van deze regeling ontvangt de volgende verplichtingen op:
a.de subsidieontvanger draagt er zorg voor dat betaalde en onbetaalde uitvoerders en deelnemers van de activiteiten gezond en veilig kunnen werken en deelnemen;
b.de subsidieontvanger werkt conform een actuele beroepscode voor professionals in sociaal werk, die door het bestuur wordt onderschreven en kenbaar is gemaakt aan werknemers, vrijwilligers en deelnemers aan de activiteiten;
c.de subsidieontvanger werkt conform het voor de organisatie toepasselijke bestuursreglement, toezichtsreglement of een vergelijkbaar reglement waarin de verantwoordelijkheden van bestuur en toezicht zijn vastgelegd;
d.de subsidieontvanger werkt conform een actuele Governancecode Sociaal werk of Governancecode Zorg, die door het bestuur wordt onderschreven en kenbaar is gemaakt aan werknemers, vrijwilligers en deelnemers aan de activiteiten;
e.de subsidieontvanger voert eens in de vier jaar een medewerkertevredenheidsonderzoek uit en gebruikt de resultaten van het onderzoek om de werkomstandigheden en processen binnen de organisatie te verbeteren.
3Het college kan daarnaast bij subsidieverlening nog overige doelgebonden verplichtingen opleggen.
Artikel 4.2 Aanvullende weigeringsgronden
De subsidieverlening kan, naast de in artikelen 4:25, 4:35 Awb en artikel 9 van de Asv genoemde gevallen, geweigerd worden als een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:
a.de activiteiten onvoldoende bijdragen aan de doelstellingen van deze subsidieregeling, de Wmo of de Jeugdwet;
b.de aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet aansluiten op de door het college geconstateerde behoeften van de primaire doelgroep, mantelzorgers en vrijwilligers;
c.de activiteiten blijkens de ingediende begroting een onvoldoende betrouwbare financiële basis hebben;
d.de activiteiten geen aantoonbare bijdrage leveren aan het integrale aanbod;
e.de aanvrager niet voldoet aan de in deze subsidieregeling gestelde eisen;
f.de activiteiten gericht zijn op belangenbehartiging van patiënt-/cliënt specifieke doelgroepen;
g.het gaat om activiteiten die buiten deze regeling om reeds bij het Stedelijk Knooppunt Vrijwilligers, Netwerk Informele Zorg Apeldoor of of het Stedelijk Knooppunt Mantelzorgondersteuning belegd zijn.
h.de subsidie op een andere manier bekostigd kan worden;
i.de subsidie gericht is op de waardering van mantelzorgers;
j.de subsidie onvoldoende aantoont wat de preventieve waarde is van de aangevraagde activiteiten, of niet aannemelijk maakt hoe de inzet leid tot het voorkomen, vertragen of afschalen van de noodzaak tot professionele maatwerk-ondersteuing.
Hoofdstuk 5 Aanvraag, verantwoording en vaststelling
Artikel 5.1 De aanvraag
1Subsidieaanvragen worden ingediend binnen de tenderperiode van 3 maart 2026 tot en met 28 April 2026.
2Per aandachtsgebied als bedoeld in artikel 2.1 dient een aparte aanvraag in te worden gediend.
3De aanvraag kan uitsluitend digitaal via het daarvoor ter beschikking gestelde digitale aanvraagformulier worden ingediend voor de uiteindelijke sluitingsdatum (zie lid 1). Dit aanvraagformulier gaat vergezeld van een begroting met een overzicht van de geraamde kosten per activiteit voor het kalenderjaar 2027 en de overige vereiste bijlagen zoals vermeld op het aanvraagformulier.
4Aanvragen dienen voor de uiterlijke sluitingsdatum, compleet en zonder voorbehoud te zijn ingediend, rechtsgeldig ondertekend door de daartoe namens de organisatie bevoegde persoon. De subsidieaanvragen mogen na de uiterste indieningsdatum niet worden veranderd of inhoudelijk worden gewijzigd c.q. aangevuld.
5Indien de aanvraag niet of niet volledig is aangevuld met de benodigde informatie voor de beoordeling van de aanvraag kan dit leiden tot het niet in behandeling nemen van de aanvraag.
6Het college neemt binnen 11 weken na afloop van de aanvraagperiode een beslissing.
Artikel 5.2 Verantwoording en vaststelling
1De subsidieontvanger rapporteert een keer per jaar over de gemaakte prestatieafspraken volgens een het voorgeschreven format op het daarvoor door het college ter beschikking gestelde digitale aanvraagformulier, in die zin dat:
a.de subsidieontvanger gedurende de looptijd van de subsidieverlening ieder jaar voor 1 mei na het verstrijken van ieder kalenderjaar een aanvraag tot vaststelling van de subsidie met betrekking tot het vorige kalenderjaar indient.
2Vaststellingen vinden plaats op basis van de werkelijk gerealiseerde activiteiten zoals vastgesteld in de verleningsbeschikking. Voor de hoogte van de subsidievaststelling geldt:
a.een vaste component ter hoogte van 80 procent van de subsidieverlening;
b.een prestatiegebonden component ter hoogte van 20 procent van de subsidieverlening naar rato van het behalen van de prestatieafspraken.
3Het college kan besluiten de vaste component als bedoeld onder lid 2 sub a lager vast te stellen wanneer:
a.de activiteiten waarvoor subsidie is verleend voortijdig zijn beëindigd;
b.de daadwerkelijke kosten lager zijn dan het bedrag als bedoeld onder lid 2 sub a als gevolg van het niet of niet geheel nakomen van de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
4De artikelen 17, 18 en 19 van de Asv zijn van toepassing op de vaststelling van de subsidie.
5Het bepaalde in lid 1 t/m 3 van dit artikel is niet van toepassing op verleende subsidies onder deze subsidieregeling tot en met een totaal van € 35.000,00. Subsidies tot en met een totaal van € 35.000,00 worden verleend onder gelijktijdige vaststelling, waarbij de subsidieontvanger desgevraagd aantoont dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.
Hoofdstuk 6 Verlening, afwijkingsbevoegdheid en slotbepalingen
Artikel 6.1 Subsidietijdvak
1Het college kan een subsidie verlenen voor een tijdvak voor het kalenderjaar 2027.
2Het college kan daarna op grond van deze regeling totdat deze regeling vervalt telkens een subsidie verlenen voor een tijdvak van één tot maximaal twee kalenderjaren.
3Het college kan de subsidie jaarlijks vaststellen.
4Gedurende de looptijd van in het eerste lid genoemde subsidies kan er geen aanspraak op subsidie gemaakt worden door nieuwe aanvragers op basis van deze regeling.
Artikel 6.2 Subsidieplafonds en indexering
1Het college stelt subsidieplafonds voor de periode 2027-2029 vast op bedragen die vermeld zijn in deel III.
2Indien een subsidieplafond niet volledig wordt benut in het tijdvak waarvoor het is vastgesteld, kan het college het resterende bedrag beschikbaar stellen voor aanvragen vallend onder een of meerdere subsidieplafond(s) dat/die reeds voor het aflopen van het tijdvak volledig is/zijn uitgeput
3Het college stelt de in het eerste lid genoemde plafonds vast onder voorbehoud van het als zodanig jaarlijkse vaststellen van de Meerjarenprogrammabegroting (MPB) door de gemeenteraad.
4Het college kan de eerder vastgestelde subsidieplafonds verhogen of verlagen.
5De subsidieverleningen worden jaarlijks geïndexeerd met het percentage van de gewogen index die de gemeente hanteert in de Meerjarenprogrammabegroting.
Artikel 6.3 Bevoorschotting en betaling
1Aan de subsidieontvanger wordt in maandelijkse termijnen een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag uitbetaald, tenzij in het besluit tot subsidieverlening anders is bepaald.
2De voorschotten worden evenredig verdeeld over de periode waarop het recht op subsidie bestaat. Het eerste voorschot wordt binnen zes weken na de subsidieverlening in termijnen betaalbaar gesteld.
Artikel 6.4 Afwijkingsbevoegdheid
Het college kan in bijzondere gevallen, gelet op het belang van een toereikend aanbod voor de betrokken doelgroep, bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan gemotiveerd afwijken, voor zover toepassing naar het oordeel van het college, leidt tot onbillijke of onevenredige gevolgen.
Artikel 6.5 Inwerkingtreding en citeertitel
1Deze regeling treedt in werking op de dag na de bekendmaking en vervalt op 1 januari 2030.
2Deze regeling wordt aangehaald als subsidieregeling Algemene Voorzieningen Vrijwilligersondersteuning en Mantelzorgondersteuning,
Apeldoorn, 16 december 2025
Burgemeester en wethouders van Apeldoorn,
De secretaris,
S. de Bruin
de burgemeester,
A.J.M. Heerts