Gemeentelijke regelgeving

Subsidieregeling Algemene voorzieningen Basisontmoetingsplekken Wmo en Jeugd

Gemeente Apeldoorn · geldt sinds 6 februari 2026

Aanhef

Beleidsmatig kader:

Kadernota Maatschappelijke ontwikkelingen

Beleidsuitgangspunten Basisontmoetingsplekken

Inhoudsopgave

Deel I – Subsidieregeling Algemene voorzieningen Basisontmoetingsplekken Wmo en Jeugd

Deel II – Artikelsgewijze en beleidsmatige toelichting

Deel III – Subsidieplafonds 2027 – 2031 en planning aanvraagproces 2026

Deel I Subsidieregeling

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen en afkortingen

Artikel 1.2 Doelstelling en doelgroep subsidieregeling

Artikel 1.3 Eisen aan de aanvrager

Artikel 1.4 Subsidietijdvak

Artikel 1.5 Subsidieplafonds en indexering

Artikel 1.6 Bevoorschotting en betaling

Hoofdstuk 2 Subsidiabeleactiviteiten, vereisten en wijze van verdeling

Artikel 2.1 Subsidiabele activiteiten per stadsdeel

Artikel 2.1.1 Subsidievereisten

Artikel 2.1.2 Subsidievereisten dorpen

Artikel 2.1.3 Wijze van verdeling per stadsdeel en voor de dorpen

Hoofdstuk 3 Aanvraag tot subsidieverlening

Artikel 3.1 De aanvraag

Hoofdstuk 4 Subsidiabele kosten

Artikel 4.1 Subsidiabele kosten

Hoofdstuk 5 Verplichtingen en voorwaarden

Artikel 5.1 Verplichtingen

Artikel 5.2 Voorwaarden

Hoofdstuk 6 Weigeringsgronden

Artikel 6.1 Aanvullende weigeringsgronden

Hoofdstuk 7 Verantwoording en vaststelling

Artikel 7.1 De aanvraag tot vaststelling van de subsidie

Artikel 7.2 De vaststelling van de subsidie

Hoofdstuk 8 Afwijkingsbevoegdheid en slotbepalingen

Artikel 8.1 Afwijkingsbevoegdheid

Artikel 8.2 Inwerktreding en citeertitel

Deel II Artikelsgewijze en beleidsmatige toelichting

Algemeen beleidsmatig toetsingskader

Artikelsgewijze toelichting

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen en afkortingen

Artikel 1.2 Doelstelling en doelgroep subsidieregeling

Artikel 1.3 Eisen aan de aanvrager

Artikel 1.4 Subsidietijdvak

Artikel 1.5 Subsidieplafonds en indexering

Artikel 1.6 Bevoorschotting en betaling

Hoofdstuk 2 Subsidiabele functies, vereisten en wijze van verdeling

Algemene toelichting hoofdstuk 2

Artikel 2.1 Subsidiabele functies per stadsdeel

Artikel 2.1.1 Subsidiabele activiteiten

Artikel 2.1.2 Subsidiabele activiteiten dorpen

Artikel 2.1.3 Wijze van verdeling per stadsdeel en voor de dorpen

Hoofdstuk 3 Aanvraag tot subsidieverlening

Artikel 3.1 De aanvraag

Hoofdstuk 4 Subsidiabele kosten

Artikel 4.1 Subsidiabele kosten

Hoofdstuk 5 Verplichtingen en voorwaarden

Artikel 5.1 Verplichtingen

Hoofdstuk 6 Weigeringsgronden

Artikel 6.1 Aanvullende weigeringsgronden

Hoofdstuk 7 Verantwoording en vaststelling

Artikel 7.1 De aanvraag tot vaststelling van de subsidie

Artikel 7.2 De vaststelling van de subsidie

Hoofdstuk 8 Afwijkingsbevoegdheid en slotbepalingen

Artikel 8.1 Afwijkingsbevoegdheid

Artikel 8.2 Inwerktreding en citeertitel

Subsidieplafonds 2027 – 2031 en planning aanvraagproces 2026

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen en afkortingen

1Tenzij in deze regeling uitdrukkelijk anders wordt vermeld, gelden de voorwaarden en bepalingen van de Algemene subsidieverordening gemeente Apeldoorn.

2Voor subsidieverstrekking geldt naast het bepaalde in deze subsidieregeling onverkort het bepaalde in de artikelsgewijze- en beleidsmatige toelichting op de subsidieregeling Algemene voorzieningen Basisontmoetingsplekken Wmo en Jeugd alsmede het bepaalde in de aanvraag en verantwoordingsformulieren.

3Voor toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

a.Algemene voorzieningen: een aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de inwoner, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning. Onder de begripsomschrijving ‘Algemene voorzieningen’ wordt tevens verstaan de ‘Overige voorzieningen’ zoals bedoeld in de Jeugdwet;

b.Asv: de Algemene subsidieverordening gemeente Apeldoorn;

c.Awb: de Algemene wet bestuursrecht;

d.Basisontmoetingsplek Wmo: een laagdrempelige locatie in de wijk waar volwassen inwoners (18+) terecht kunnen voor sociale contacten, ondersteuning en deelname aan collectieve activiteiten. De plek is vrij toegankelijk, zonder indicatie, en draagt bij aan het versterken van zelfredzaamheid, samenredzaamheid en sociale participatie. Activiteiten richten zich op ontmoeting, voorlichting, gezondheid, recreatieve dagbesteding en informele ondersteuning;

e.Basisontmoetingsplek Wmo en Jeugd: een multifunctionele laagdrempelige locatie in de wijk die zowel gericht is op volwassenen (Wmo-doelgroep) als op jeugdigen (tot 18 jaar). De plek biedt een gevarieerd activiteitenpakket dat aansluit bij de behoeften van beide doelgroepen. Voor jeugdigen kunnen dit bijvoorbeeld activiteiten zijn gericht op sociale ontwikkeling, talentontplooiing, preventie en lichte ondersteuning. Voor volwassenen geldt hetzelfde als bij de Wmo-variant;

f.Gevarieerd activiteitenpakket: het samenhangend geheel van georganiseerde, laagdrempelige en collectieve activiteiten die op een Basisontmoetingsplek worden aangeboden en die gericht zijn op ontmoeting, ondersteuning, participatie, gezondheid en dagstructuur;

g.Hoofdaannemer: een rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie die een deel van de subsidiabele activiteiten, ter waarde van minimaal 15% van de begrote loonkosten, door één of meerdere onderaannemer(s) laat uitvoeren;

h.Huisvestingskosten: eigenaarskosten of huur én gebruikerskosten inclusief schoonmaak en klein onderhoud.

i.Onderaannemer: een rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie die op grond van een bindende overeenkomst met de hoofdaannemer gehouden kan worden om in opdracht en namens en voor rekening en risico van de subsidieontvanger op grond van deze regeling subsidiabele activiteiten in een stadsdeel te verrichten;

j.Samen055: Samen055 is de toegang tot het sociaal domein (uitvoering Wmo, Jeugdwet, Participatiewet en Wet gemeentelijke schuldhulpverlening). De diensten Inwonersondersteuning (collectief en individueel), Wmo begeleiding, Jeugdhulp, Activering en Schuldhulpverlening worden in vijfSamen055 locaties in de vijf stadsdelen georganiseerd. Het doel van de netwerkorganisatie Samen055 is om ondersteuning op maat, in onderlinge samenhang en dichtbij de inwoners van Apeldoorn aan te bieden;

k.Satellietlocatie: een aanvullende, kleinschalige locatie die in directe verbinding staat met een Basisontmoetingsplek en wordt ingezet om (delen van) het activiteitenpakket uit te voeren. Het doel van een satellietlocatie is het vergroten van de bereikbaarheid en toegankelijkheid van activiteiten voor doelgroepen in gebieden waar afstand, mobiliteit of spreiding een belemmering kan vormen. Een satellietlocatie is geen zelfstandige Basisontmoetingsplek, maar ondersteunt deze functioneel.

l.Organisatie: een rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie die werkzaam is op het gebied van zorg, ondersteuning en welzijn en zich ten doel stelt zonder winstoogmerk activiteiten te verrichten;

m.Sociale voorzieningen: diensten of activiteiten die openstaan voor iedereen, zonder individuele indicatie, gericht op welzijn, participatie en preventie. Denk aan Basisontmoetingsplekken, De Kap, Samen055, Apeldoorn pakt aan.

n.Subsidieregeling: subsidieregeling Algemene voorzieningen Basisontmoetingsplekken Wmo en jeugd;

o.Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

p.Jeugdigen: inwoners in de leeftijd van 0 tot 23 jaar;

q.Volwassenen: inwoners in de leeftijd vanaf 18 jaar.

Artikel 1.2 Doelstelling en doelgroep subsidieregeling

1Deze subsidieregeling heeft als doelstelling:

a.De zelfredzaamheid en (arbeids) participatie van inwoners te bevorderen met laagdrempelige, toegankelijke, herkenbare dienstverlening in de stadsdelen (incl. dorpen):

•Inwoners in staat te stellen zo lang mogelijk zelfstandig, op eigen kracht in hun eigen leefomgeving te wonen (zelfredzaamheid);

•Het bijdragen aan de transitie van zorg en ondersteuning naar gezondheid en zelfredzaamheid door het verminderen, vertragen of voorkomen van escalatie in de hulpvraag door het bieden van vroegtijdige, lichte, ondersteuning;

•Het ondersteunen van inwoners in het afbouwen van hun geïndiceerde ondersteuning en maken van de transitie naar lichte, collectieve of geen ondersteuning;

•Inwoners deel (weer)te laten nemen aan de maatschappij (participatie/arbeid), hun netwerk te vergroten en hun draagkracht, gezondheid en vaardigheden te versterken;

•Jeugdigen in staat te stellen om gezond, veilig en kansrijk op te groeien;

•Te voorkomen dat er een beroep wordt gedaan op maatwerk- en individuele voorzieningen (preventie) en/of te komen tot een optimale mix van maatwerk/individuele en algemene voorzieningen;

•Eenzaamheid verminderen.

b.De samenredzaamheid te bevorderen:

•De sociale samenhang, leefbaarheid en veiligheid in de stad(sdelen) te bevorderen (o.a. door het voorkomen van overlast) en inwoners te verbinden;

•De draagkracht in wijken en buurten te versterken door sociale netwerken te faciliteren en promoten;

•Vrijwilligerswerk en mantelzorg te bevorderen en te ondersteunen.

2De activiteiten waarvoor op grond van deze subsidieregeling subsidie verstrekt kan worden, dragen bij aan de doelstellingen als bedoeld in lid 1, en kenmerken zich door preventief en/of kortdurend ondersteunend karakter, dat gericht is op:

•het verbinden van zelfredzame en minder zelfredzame inwoners;

•werken vanuit de inclusieve gedachte;

•collectief werken waar mogelijk en individueel waar nodig;

•ondersteuning die gericht is op het stimuleren van het inzetten of opbouwen van een netwerk van informele ondersteuning (b.v. vrijwilligers) rond de inwoner zodat de ondersteuning, op den duur, vandaaruit kan plaatsvinden;

•Het voorkomen, vertragen of afbouwen van de noodzaak aan intensieve/maatwerkondersteuning voor de inwoner;

•een herkenbaar en toegankelijk/laagdrempelig aanbod (b.v. op locatie en outreachend).

3De primaire doelgroep voor de algemene voorzieningen in het kader van deze subsidieregeling zijn inwoners van de gemeente Apeldoorn met een beperking en/of chronische en/of psychosociale problemen en die (potentieel) ondersteuning nodig hebben bij het participeren in de samenleving en/of bij het zelf en/of samenredzaam blijven of worden en voor wie een algemene voorziening (voldoende) passend is.

Artikel 1.3 Eisen aan de aanvrager

1Voor subsidiëring op grond van deze regeling komen uitsluitend in aanmerking hoofdaannemers.

2Aan de onderaannemers wordt geen rechtstreekse subsidie verleend op basis van deze regeling.

3Zowel de hoofdaannemers als de door de hoofdaannemer gecontracteerde onderaannemers dienen bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten te voldoen aan de volgende kwaliteitseisen:

a.aantoonbare kennis en ervaring in het betreffende vakgebied/de betreffende werksoort;

b.ingebed zijn in de lokale sociale infrastructuur;

c.waarborgen dat zorg- en ondersteuning wordt uitgevoerd door deskundige medewerkers met minimaal een afgeronde mbo opleiding, die continu bijgeschoold worden op basis van relevante ontwikkelingen met betrekking tot de dienstverlening;

d.beschikken over beroepskrachten die de Nederlandse taal in woord en geschrift op niveau B2 beheersen;

e.een regeling vastgesteld en bij cliënten bekend gemaakt hebben voor de afhandeling van klachten c.q. medezeggenschap van cliënten;

f.beschikken over een vrijwilligersbeleid, waarin onder andere aandacht is voor scholing, begeleiding en veiligheid;

g.geen eigen bijdrage heffen, met uitzondering van een toegankelijke bijdrage voor consumptieve en recreatieve goederen en een kostendekkende bijdrage voor de inzet van vakdocenten bij recreatieve activiteiten op Basisontmoetingsplekken;

h.medewerkers en vrijwilligers inzetten die in het bezit zijn van een verklaring omtrent gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet Justitiële en strafvorderlijke gegevens. Voor vrijwilligers en ervaringsdeskundigen kan hier door de aanbieder, in overleg met de gemeente, een uitzondering op worden gemaakt;

i.een vertrouwenspersoon hebben aangesteld;

j.bestuurders zijn in het bezit van een verklaring omtrent gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet Justitiële en strafvorderlijke gegevens;

k.een rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie zijn die werkzaam is op het gebied van zorg, ondersteuning en welzijn en zich ten doel stelt zonder winstoogmerk activiteiten te verrichten

4Voor de Basisontmoetingsplekken in de dorpen, zoals bedoeld in artikel 2.1.2, zijn de eisen onder sub a van lid 3 van dit artikel niet van toepassing.

Artikel 1.4 Subsidietijdvak

1Het college kan een subsidie verlenen voor een tijdvak van het kalenderjaar 2027 .

2Het college kan daarna op grond van deze regeling totdat deze regeling vervalt telkens een subsidie verlenen voor een tijdvak van één tot maximaal vier kalenderjaren.

3Het college kan de subsidie jaarlijks vaststellen.

4Gedurende de looptijd van de subsidieverleningen kan er geen aanspraak op subsidie gemaakt worden door nieuwe aanvragers voor de in de subsidieregeling subsidiabel gestelde activiteiten.

Artikel 1.5 Subsidieplafonds en indexering

1Het college stelt subsidieplafonds voor de periode 2027-2031 vast op bedragen die vermeld zijn in deel III .

2Indien een subsidieplafond niet volledig wordt benut in het tijdvak waarvoor het is vastgesteld, kan het college het resterende bedrag beschikbaar stellen voor aanvragen vallend onder een of meerdere subsidieplafond(s) dat/die reeds voor het aflopen van het tijdvak volledig is/zijn uitgeput.

3Het college stelt de in het lid 1 van dit artikel genoemde plafonds vast onder voorbehoud van het als zodanig jaarlijkse vaststellen van de Meerjarenprogrammabegroting (MPB) door de gemeenteraad.

4Het college kan eerder vastgestelde subsidieplafonds verhogen of verlagen.

5De subsidieverleningen worden jaarlijks geïndexeerd met het percentage van de gewogen index die de gemeente hanteert in de Meerjarenprogrammabegroting.

Artikel 1.6 Bevoorschotting en betaling

1Aan de subsidieontvanger wordt in maandelijkse termijnen een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag uitbetaald, tenzij in het besluit tot subsidieverlening anders is bepaald.

2De voorschotten worden evenredig verdeeld over de periode waarop het recht op subsidie bestaat. Het eerste voorschot wordt binnen zes weken na de subsidieverlening in termijnen betaalbaar gesteld.

Hoofdstuk 2 Subsidiabeleactiviteiten, vereisten en wijze van verdeling

Artikel 2.1 Subsidiabele activiteiten per stadsdeel

1Het college kan subsidie verlenen voor het uitvoeren van een gevarieerd activiteitenpakket via Basisontmoetingsplekken, verdeeld over de volgende locaties en doelgroepen:

a.Basisontmoetingsplekken Wmo (exclusief aangewezen locaties uit sub d):

1Maximaal 2 locaties in stadsdeel Noordoost;

2Maximaal 2 locatie in stadsdeel Zuidwest;

3Maximaal 1 locaties in stadsdeel Zuidoost;

4Maximaal 3 locaties in stadsdeel Noordwest/Centrum;

5Maximaal 4 locaties in de dorpen;

b.Basisontmoetingsplekken Wmo en Jeugd:

1Maximaal 1 locatie in stadsdeel Zuidwest

c.Aangewezen basisontmoetingsplek Wmo en Jeugd:

1Orca” in stadsdeel Noordwest/Centrum

d.Aangewezen basisontmoetingsplekken Wmo:

1“Zilverschoon” in stadsdeel Noordoost

2“De Groene Hoven” in stadsdeel Noordwest/Centrum

3“De Stolp” in stadsdeel Zuidoost

4“De Hoge Weije” in de dorpen

2Naast de genoemde hoofdlocaties mogen activiteiten ook plaatsvinden op satellietlocaties als:

a.dit nodig is om het activiteitenpakket beter bereikbaar en toegankelijk te maken voor doelgroepen en

b.zowel de hoofdlocaties als satellietlocaties in stadsdeel Zuidoost of in de dorpen liggen.

3Het college verleent subsidie aan één hoofdaannemer per één basisontmoetingsplek.

Artikel 2.1.1 Subsidievereisten

1Om in aanmerking te komen voor subsidie voor activiteiten genoemd in art 2.1, lid 1 sub a (met uitzondering van sub 5: “dorpen”), b, c en d, moet worden voldaan aan de volgende vereisten:

a.Het totaal aantal uren per Basisontmoetingsplek is gebaseerd op de aantoonbare behoefte en bedraagt maximaal 140 uur per week per Basisontmoetingsplek;

b.Er wordt een openstelling gerealiseerd van 49-52 weken per jaar, 40 uur per week, verspreid over 5-7 dagen per week;

c.Activiteiten zijn onderverdeeld in alle onderstaande productgroepen:

1Collectieve activiteiten & Ontmoeting;

2Voorlichting & Ondersteuning;

3Gezondheid & Bewegen;

4Recreatieve Dagbesteding of buurtcirkel;

5Jongeren en Jeugdigen (deze productgroep is alleen voor basisontmoetingsplekken Wmo en Jeugd);

d.Er wordt minimaal 12 uur Recreatieve dagbesteding aangeboden per week onder productgroep 4, waarbij geldt dat:

i.een inwoner in aanmerking komt wanneer hij niet of beperkt zelfredzaam is om dag invulling vorm te geven. Ook hulp van de eigen leefomgeving of vanuit een andere algemene voorziening kan hierin niet (volledig) voorzien;

ii.de dagbesteding gericht is op niveau trede 2 van de participatieladder: sociale contacten, gericht op ontmoeten;

iii.het uitgangspunt gemiddeld 1 op 10 is, als het gaat om het aantal professionals in verhouding tot het aantal bezoekers;

e.Er wordt minimaal 1 keer per week een formulieren/sociaal juridisch spreekuur aangeboden onder productgroep 2. Hierbij is geborgd dat er sociaal juridische kennis aanwezig is;

f.Er wordt minimaal 3 maal per week de gelegenheid aangeboden om gezamenlijk warm te eten;

g.Er is een gespreid aanbod voor alle doelgroepen;

h.maximale uren voor volgende werkzaamheden bedragen:

i.het hoofdaannemerschap voor maximaal 8 uur per week

ii.het aansturen van vrijwilligers voor maximaal 4 uur per week;

2Om in aanmerking te komen voor subsidie voor activiteiten genoemd in artikel 2.1.1, lid 1, sub c onder 5 (productgroep Jongeren & Jeugdigen), moet daarnaast worden voldaan aan de volgende vereisten:

a.Het totaal aantal uren jongerenwerk per Basisontmoetingsplek is gebaseerd op de aantoonbare behoefte en bedraagt voor:

i.stadsdeel Noordwest: minimaal 13, maximaal 20 uur per week;

ii.stadsdeel Zuidwest: minimaal 13, maximaal 20 uur per week.

b.Er wordt een openstelling gerealiseerd van minimaal 40 weken per jaar waarvan minimaal 1 dagdeel in het weekend;

c.Een deel van de activiteiten valt in productgroep 5: Jongeren & Jeugdigen en bestaat uit:

i.Collectieve ondersteuning aan Jeugdigen;

ii.Ontmoetingsactiviteiten gericht op samenzijn van Jeugdigen, waarbij geldt dat 1 uur professionele inzet leidt tot 4 uur aan activiteiten.

d.Er is een aparte ruimte voor jeugdigen die aansluit op hun behoeften

e.Maximale uren voor volgende werkzaamheden bedragen:

i.het hoofdaannemerschap voor maximaal 12 uur per week;

ii.het aansturen van vrijwilligers voor maximaal 6 uur per week.

Artikel 2.1.2 Subsidievereisten Dorpen

1Om voor subsidie voor activiteiten genoemd onder onder a sub 5 en onder d sub 4 eerste lid van artikel 2.1 (dorpen & Hoge Weije), in aanmerking te komen moet worden voldaan aan de volgende vereisten:

a.Het totaal aantal uren per Basisontmoetingsplek is gebaseerd op de aantoonbare behoefte;

b.Er wordt een openstelling gerealiseerd van 32 uur per week, verspreid over 4 dagen per week;

c.activiteiten zijn onderverdeeld in alle onderstaande productgroepen:

1Collectieve activiteiten & Ontmoeting;

2Voorlichting & Ondersteuning;

3Gezondheid & Bewegen;

4Recreatieve Dagbesteding of buurtcirkel;

d.Er wordt minimaal 10 uur Recreatieve dagbesteding aangeboden per week onder productgroep 4, waarbij geldt dat:

i.een inwoner in aanmerking komt wanneer hij niet of beperkt zelfredzaam is om dag invulling vorm te geven. Ook hulp van de eigen leefomgeving of vanuit een andere algemene voorziening kan hierin niet (volledig) voorzien;

ii.de dagbesteding gericht is op niveau trede 2 van de participatieladder: sociale contacten, gericht op ontmoeten;

iii.het uitgangspunt gemiddeld 1 op 10 is, als het gaat om het aantal professionals in verhouding tot het aantal bezoekers.

e.Er wordt minimaal 2 maal per week de gelegenheid aangeboden om gezamenlijk warm te eten;

f.Er is een gespreid aanbod voor alle doelgroepen;

g.Alle doelgroepen zijn welkom en een goede doorverwijzing naar specialistische kennis is geborgd, indien die op locatie niet aanwezig is;

h.Maximale uren voor volgende werkzaamheden bedragen:

i.het hoofdaannemerschap voor maximaal 8 uur per week

ii.het aansturen van vrijwilligers voor maximaal 4 uur per week;

2Indien in de aanvraag naar het oordeel van college aannemelijk is gemaakt dat bovenstaande eisen onevenredig zwaar zijn in een specifiek dorp, kunnen de genoemde eisen onder sub a t/m e van eerste lid van dit artikel (deels) buiten toepassing gelaten worden

Artikel 2.1.3 Wijze van verdeling per stadsdeel en voor de dorpen

1Als meer dan één volledige aanvraag die voldoet aan de eisen van deze regeling, per aangewezen basisontmoetingsplek genoemd onder sub c en d eerste lid van artikel 2.1 wordt ingediend, rangschikt het college de aanvragen voor de Basisontmoetingsplek aan de hand van criteria, wegingsfactoren en verdelingsregels die opgenomen zijn in dit artikel;

2Als toewijzing van alle volledige aanvragen die voldoen aan de eisen van deze regeling leidt tot een overschrijding van een deelplafond of het maximaal aantal basisontmoetingsplekken genoemd onder a en b eerste lid van artikel 2.1, rangschikt het college de aanvragen voor dit deelplafond of voor dit stadsdeel of de dorpen aan de hand van criteria, wegingsfactoren en verdelingsregels die opgenomen zijn in dit artikel;

3De rangschikking vindt plaats aan de hand van de volgende criteria en wegingsfactoren:

a.De mate waarin in de aanvraag aannemelijk is gemaakt dat het gevarieerd activiteitenpakket aansluit op de behoeften van diverse doelgroepen, en leidt tot een afname, uitstel of afbouw van maatwerkondersteuning (wegingsfactor 3);

b.De mate waarin sprake is van het gevarieerd activiteitenpakket dat aantoonbaar bijdraagt aan het ontwikkelen en vergroten van vaardigheden gericht op zelfredzaamheid en samenredzaamheid (wegingsfactor 3);

c.De mate waarin sprake is van een herkenbare, laagdrempelige en toegankelijke Basisontmoetingsplek (wegingsfactor 2);

d.De mate waarin de aanvraag is afgestemd met andere sociale voorzieningen in het stadsdeel/dorp met als doel overlap te voorkomen en een gespreid, evenwichtig aanbod te realiseren (wegingsfactor 2);

e.De mate waarin er sprake is van een kostenefficiënte aanvraag waarin aangegeven wordt hoe de omvang, aard en het bereik van de activiteiten zich verhouden tot de opgevoerde kosten (wegingsfactor 2).

4Per criterium kunnen 0-4 punten worden gehaald, waarbij geldt: 0: onvoldoende, 1: matig, 2: voldoende, 3: goed, 4: uitstekend. De punten worden vermenigvuldigd met de wegingsfactor die bij het criterium hoort.

5Aanvragen die een onvoldoende of slechter scoren op criteria met een wegingsfactor 3 kunnen worden geweigerd.

6De aanvragen worden gehonoreerd op basis van de rangschikking.

7Indien er een gelijke totaalscore ontstaat, wordt van deze subsidieaanvragen de subsidieaanvraag met het hoogst bij elkaar opgetelde aantal behaalde punten op de criteria met wegingsfactor 3 aangemerkt als de hoogste in rangorde.

8Indien toepassing van het zevende lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting. De eerst getrokken aanvraag wordt als hoogste gerangschikt

9Indien de rangorde in relatie tot het subsidieplafond uitwijst dat door toekenning van de subsidieaanvragen geen dekkende en evenwichtige spreiding van de basis-ontmoetingsplekken per stadsdeel gerealiseerd kan worden, kan worden besloten de subsidieaanvragen niet of deels te honoreren tot er sprake is van een dekkende en evenwichtige spreiding van de betreffende functie.

10Als door het toewijzen van aanvragen een minimale afstand van 500 meter op basis van Google Maps tussen de (gecombineerde) Basisontmoetingsplekken wordt overschreden, dan kan het college de aanvraag met een lager puntenaantal weigeren.

Hoofdstuk 3 Aanvraag tot subsidieverlening

Artikel 3.1 De aanvraag

1Subsidieaanvragen worden ingediend binnen de tenderperiode van 3 maart 2026 tot en met 28 april 2026.

2Per Basisontmoetingsplek als bedoeld in artikel 2.1 dient een aparte aanvraag in te worden gediend.

3De aanvraag kan uitsluitend digitaal via het daarvoor ter beschikking gestelde digitale aanvraagformulier worden ingediend voor de uiteindelijke sluitingsdatum (zie lid 1). Dit aanvraagformulier gaat vergezeld van een begroting met een overzicht van de geraamde kosten per activiteit voor het kalenderjaar 2027 en de overige vereiste bijlagen zoals vermeld op het aanvraagformulier.

4Aanvragen dienen voor de uiterlijke sluitingsdatum, compleet en zonder voorbehoud te zijn ingediend, rechtsgeldig ondertekend door de daartoe namens de organisatie bevoegde persoon. De subsidieaanvragen mogen na de uiterste indieningsdatum niet worden veranderd of inhoudelijk worden gewijzigd c.q. aangevuld.

5Indien de aanvraag niet of niet volledig is aangevuld met de benodigde informatie voor de beoordeling van de aanvraag kan dit leiden tot het niet in behandeling nemen van de aanvraag.

6Het college neemt binnen 11 weken na afloop van de aanvraagperiode een beslissing.

7Tijdens de looptijd van deze subsidieregeling kan het college een nieuwe tenderperiode openen wanneer een subsidieontvanger zijn activiteiten beëindigt of wanneer het (deel)subsidieplafond niet volledig wordt benut.

Hoofdstuk 4 Subsidiabele kosten

Artikel 4.1 Subsidiabele kosten

1De subsidiabele kosten zijn:

a.Loonkosten

b.huisvestingskosten

c.materiaalkosten

2De hoofdaannemer berekent de subsidiabele kosten met gebruikmaking van de in de toelichting op dit artikel omschreven declarabele ureninzet, de maximale uurtarieven en bijbehorende normbedragen, huisvestingskosten en maximale bedragen voor materiaalkosten.

3Voor aangewezen locaties zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1, sub c en d zijn specifieke maximum aan te vragen budgetten vastgesteld per locatie (zie deel III in de toelichting onderaan de regeling).

Hoofdstuk 5 Verplichtingen en voorwaarden

Artikel 5.1 Verplichtingen

1Het college legt, in aanvulling op de artikelen 11 en 12 van de Asv, aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen op:

a.de subsidieontvanger verleent alle medewerking aan de monitoring van gesubsidieerde activiteiten, o.a. op basis van de vastgestelde verantwoordingsformats. Materiele controles en/of steekproeven kunnen hier onderdeel vanuit maken;

b.de subsidieontvanger verleent alle medewerking aan de evaluatie van de doeltreffendheid en effecten van deze regeling door het college;

c.de subsidieontvanger verleent alle medewerking aan onderzoek naar een optimale mix van inzet van mbo en hbo professionals;

d.de subsidieontvanger informeert het college per direct indien de continuïteit van de gesubsidieerde activiteiten dan wel nakoming van de aan de subsidie verbonden verplichtingen in het geding is;

e.de subsidieontvanger meldt direct aan het college wanneer er sprake is van ontbinding van de overeenkomst van een of meerdere onderaannemer(s) dan wel toetreding van een of meerdere nieuwe onderaannemer(s);

f.de subsidieontvanger leeft de op hem rustende verplichtingen uit hoofde van de Wmo en de Jeugdwet en de daarop gebaseerde of daarmee verband houdende wet- en regelgeving na;

g.de subsidieontvanger blijft gedurende de looptijd van de subsidie voldoen aan de eisen en criteria zoals genoemd in deze subsidieregeling;

h.de subsidieontvanger neemt, indien nodig, deel aan relevante netwerken voor informatie-uitwisseling en deskundigheidsbevordering en gebruikt stedelijke knooppunten/expertisecentra bij het uitvoeren van haar dienstverlening;

i.de subsidieontvanger werkt conform de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling;

j.de subsidieontvanger is op de hoogte van en sluit aan bij stadsdeelgerichte en gebiedsgerichte ontwikkelingen op het gebied van welzijn, ondersteuning en zorg;

k.de subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de beroepskrachten continu worden opgeleid en bijgeschoold op basis van relevante ontwikkelingen;

l.de subsidieontvanger neemt, op verzoek van de gemeente, deel aan activiteiten gericht op deskundigheidsbevordering en het verbeteren van de samenwerking vanuit Samen055 met als doel een betere afstemming van het aanbod op de vraag;

m.de subsidieontvanger biedt kosteloos mogelijkheden aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, scholieren en studenten om werkervaring op te doen of stage te lopen.

n.de subsidieontvanger maakt afspraken met de huidige aanbieder (subsidieontvanger kalenderjaar 2026) om een zorgvuldige overgang, in het belang van de inwoner, naar de nieuwe Basisontmoetingsplek te waarborgen (indien van toepassing).

o.de subsidieontvanger draagt er zorg voor dat betaalde en onbetaalde uitvoerders en deelnemers van de activiteiten gezond en veilig kunnen werken en deelnemen.

p.de subsidieontvanger werkt conform een actuele beroepscode voor professionals in sociaal werk, die door het bestuur wordt onderschreven en kenbaar is gemaakt aan werknemers, vrijwilligers en deelnemers aan de activiteiten.

q.de subsidieontvanger werkt conform het voor de organisatie toepasselijke bestuursreglement, toezichtsreglement of een vergelijkbaar reglement waarin de verantwoordelijkheden van bestuur en toezicht zijn vastgelegd.

r.de subsidieontvanger werkt conform een actuele Governancecode Sociaal werk of Governancecode Zorg, die door het bestuur wordt onderschreven en kenbaar is gemaakt aan werknemers, vrijwilligers en deelnemers aan de activiteiten.

s.de subsidieontvanger voert eens in de vier jaar een medewerkertevredenheidsonderzoek uit en gebruikt de resultaten van het onderzoek om de werkomstandigheden en processen binnen de organisatie te verbeteren.

2De subsidieontvanger van een Basisontmoetingsplek draagt zorg voor het voortdurend actueel houden van het activiteitenprogramma op de daarvoor door de gemeente aangewezen website (de buurtwijzer);

a.de subsidieontvanger die recreatieve dagbesteding biedt op een Basisontmoetingsplek registreert de NAW-gegevens van de deelnemers en neemt actief contact op met een deelnemer wanneer deze niet komt;

b.de subsidieontvanger van een Basisontmoetingsplek streeft een efficiënt en multifunctioneel gebruik van ruimten na, zoals omschreven in de toelichting op dit artikel;

c.de subsidieontvanger draagt er zorg voor dat locaties van de Basisontmoetingsplekken veilig zijn;

d.de subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de locatie van de Basisontmoetingsplekken toegankelijk is voor minder valide personen;

e.de subsidieontvanger beschikt over de vereiste vergunningen; toestemmingen en/ of gebruikseisen die nodig zijn voor het gebruik van de locatie als Basisontmoetingsplek (bijvoorbeeld drank- en horecawetgeving, APV, Wabo etc.);

f.de subsidieontvanger werkt conform de actuele handleiding voor basisontmoetingsplekken die door het bestuur wordt onderschreven en kenbaar is gemaakt aan werknemers, vrijwilligers en deelnemers aan de activiteiten.

3Het college kan daarnaast bij subsidieverlening nog overige doelgebonden verplichtingen opleggen.

Artikel 5.2 Voorwaarden

1Een subsidie ten laste van de begroting, die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen in de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.

Hoofdstuk 6 Weigeringsgronden

Artikel 6.1 Aanvullende weigeringsgronden

De subsidieverlening kan, naast de in artikelen 4:25, 4:35 Awb en artikel 9 van de Asv genoemde gevallen, geweigerd worden indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:

a.de aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet aansluiten op de door het college geconstateerde behoeften van de doelgroep;

b.de activiteiten blijkens de ingediende begroting een onvoldoende betrouwbare financiële basis hebben;

c.de activiteiten geen aantoonbare bijdrage leveren aan het integrale aanbod;

d.de activiteiten onvoldoende bijdragen aan de doelstellingen van deze subsidieregeling, de Wmo, de Jeugdwet;

e.de subsidieaanvrager niet voldoet aan de in deze regeling gestelde eisen;

f.de activiteiten gericht zijn op ondersteuning en/of belangenbehartiging van patiënt-/cliënt specifieke doelgroepen.

g.het aanbod aan activiteiten niet bijdraagt aan het collectieve aanbod per stadsdeel.

h.de activiteit een religieus karakter of een specifieke levensbeschouwelijke signatuur heeft en daardoor in strijd is met de principes van staats-kerk-scheiding, neutraliteit, of inclusiviteit.

Hoofdstuk 7 Verantwoording en vaststelling

Artikel 7.1 De aanvraag tot vaststelling van de subsidie

1Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie dient gedurende de looptijd van de subsidieverlening, uiterlijk voor 1 mei na het verstrijken van ieder kalenderjaar met betrekking tot het vorige kalenderjaar bij het college te worden ingediend.

2De aanvraag wordt ingediend op het daarvoor door het college ter beschikking gestelde digitale aanvraagformulier.

3De artikelen 17 en 18 van de Asv zijn van toepassing op de vaststelling van de subsidie. Waarbij als uitgangspunt geldt dat deze informatie wordt ingediend op basis van de voorgeschreven formats.

4De informatie als bedoeld in artikel 17, lid 2 van de Asv, alsmede het verslag als bedoeld in artikel 18, lid 3 van de Asv bevat naast ‘tellen’ (kwantiteit) ook elementen van ‘vertellen’ (klanttevredenheid/beleving).

Artikel 7.2 De vaststelling van de subsidie

De subsidie wordt vastgesteld op basis van de werkelijk gerealiseerde activiteiten en prestatieafspraken zoals vastgesteld in de verleningsbeschikking.

Hoofdstuk 8 Afwijkingsbevoegdheid en slotbepalingen

Artikel 8.1 Afwijkingsbevoegdheid

Het college kan in bijzondere gevallen, gelet op het belang van een toereikend aanbod voor de betrokken doelgroep, bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan gemotiveerd afwijken, voor zover toepassing naar het oordeel van het college, leidt tot onbillijke of onevenredige gevolgen.

Artikel 8.2 Inwerkingtreding en citeertitel

1Deze regeling treedt in werking op de dag na die van bekendmaking en vervalt op 1 januari 2032.

2Deze regeling kan worden aangehaald als subsidieregeling Algemene Voorzieningen Basisontmoetingsplekken Wmo en Jeugd

Apeldoorn, 16 december 2025.

Burgemeester en wethouders van Apeldoorn,

De secretaris,

S. de Bruin

de burgemeester,

A.J.M. Heerts

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.