Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel uitvoering evenementenbeleid gemeente Apeldoorn 2025-2030

Gemeente Apeldoorn · geldt sinds 1 januari 2025

3 Het proces van het aanvragen van een vergunning

3.1 Aanvragen vergunning plichtige evenementen (A, B of C)

3.1.1 Aanvraag in zijn algemeenheid

Het aanvraagformulier dient tijdig ingediend te worden, zodat benodigde adviezen tijdig aangevraagd en verstrekt kunnen worden en er voldoende ruimte is om te voldoen aan wettelijk voorgeschreven publicatie-, bekendmakings- en bezwaartermijnen.

De organisator van een evenement dient, al dan niet na een gewenste dan wel verplichte (A/B/C-evenement) voorbespreking met de gemeentelijke vergunningverlener, een (digitale) aanvraag in voor de vergunningen, ontheffingen en meldingen, welke benodigd zijn voor het betreffende evenement.

Op grond van artikel 2:25 APV dienen vergunningen tijdig te worden aangevraagd via het door de burgemeester vastgestelde aanvraagformulier. Om zorg te dragen voor een deugdelijke beoordeling van de aanvraag dienen aanvragers zich te houden aan de hieronder gestelde indieningstermijnen. De termijnen zijn gecategoriseerd voor het indienen van aanvragen voor vergunningen voor A-, B- of C-evenementen:

Categorie evenement

Indieningstermijn voorafgaand aan het evenement

Melden bij gemeente voorafgaand aan kalenderjaar t.b.v. Evenementenkalender

A-evenement (regulier)

8weken

1november

B-evenement (aandacht)

12weken

1november

C-evenement (risico)

26weken

1november

Naast de indieningstermijn voor het aanvragen van een A-evenement (8 weken), een B-evenement (12 weken) en een C-evenement (26 weken) van een vergunning, gelden de volgende regels voor het indienen van een aanvraag:

▪︎ Organisatoren kunnen niet eerder dan 9 maanden

1Uitgezonderd zijn de C-evenementen.

van tevoren een vergunning voor een evenement aanvragen in verband met actuele regelgeving en omstandigheden op locatie;

3.1.2 Aanvraagproces vergunning

De aanvraag van de vergunning kan door het formulier in te vullen op de evenementenpagina van de gemeentesite: https://www.Apeldoorn.nl/. Organisatoren dienen dit formulier volledig, duidelijk, leesbaar, naar waarheid en tijdig in te vullen. Het aanvraagformulier dient voorzien te zijn van de vereiste bijlagen. Om te zorgen voor een werkbare behandelingstermijn van de betreffende vergunningen dienen vergunningen voor A-evenementen uiterlijk acht weken van te voren te worden ingediend. Voor de B-evenementen geldt een termijn van 12 weken en voor de C-evenementen is dit 26 weken. Indien organisatoren zich niet houden aan deze aanvraagtermijn bestaat het risico dat hun aanvraag op grond van artikel 1:8 lid 2 jo. lid 3 APV wordt geweigerd.

4 Een A-, B- of C-evenement?

4.2 Risico-classificatie met behulp van risicoscan

4.2.1 Vergunning-vrij evenementen

Evenementen met maximaal 100 bezoekers zijn minder belastend voor de omgeving dan evenementen met een groter aantal bezoekers en er is een kleinere kans op overlast en verstoring van de openbare orde. Of een evenement vergunning plichtig is, hangt af van de criteria omschreven in artikel 2:24 lid 3 APV. In dat artikel is bepaald dat er sprake is van een vergunning-vrij evenement indien aan alle van de onderstaande volgende criteria wordt voldaan:

•het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen;

•het evenement tussen 9.00 en 23.00 uur plaatsvindt;

•het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, bromfietspad, parkeerplaats, openbaar terrein of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;

•slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 15 m2 per object;

•er een organisator is;

4.2.2 A-evenementen: regulier

De activiteiten, omvang, locatie en tijdstippen van een A-evenement vormen weinig tot geen belasting voor de omgeving en hebben een laag risicogehalte. Deze categorie evenementen heeft veelal een herhalend karakter: ze worden jaarlijks georganiseerd. A-evenementen zijn wel vergunning plichtig op grond van artikel 2:25 lid 1 APV. Voorbeeld van een A-evenement is een rommelmarkt of buurtbarbecue.

4.2.3 B-evenementen: aandacht met beperkt risico

B-evenementen zijn vergunning plichtig op grond van het bepaalde in artikel 2:25 lid 1 APV. Zij hebben, naast het gestelde in de APV en andere regelgeving, een bijzonder kader nodig omdat deze een belasting (kunnen) vormen voor de leefomgeving rondom de locatie waar deze evenementen worden gehouden. Dit kader betreft de volgende onderdelen:

•Het evenemententerrein kan, indien nodig, nauwkeurig worden afgebakend waarbij er kan worden aangegeven hoe de locatie mag worden ingericht;

•Er zullen, indien van toepassing, veiligheids- en medische voorschriften aan de vergunning kunnen worden verbonden;

•Er zullen, indien van toepassing, algemeen geldende geluid richtwaarden en/of eindtijden voor evenementen aan de vergunning kunnen worden verbonden.

Bij B-evenementen wordt een advies aangevraagd bij de drie hulpdiensten (brandweer, geneeskundige hulp (GHOR) en politie). Dit advies wordt gebaseerd op de door de organisatie aangeleverde stukken. Bij deze aanvragen dient de organisator ook een veiligheidsplan (inclusief draaiboek, plattegrond en verkeersplan) in te dienen. Voorbeelden van B-evenementen zijn kermissen en (tent)feesten, zoals het Drakenboot festival.

4.2.4 C-evenementen: risico-evenementen (hoog risico)

C-evenementen vragen, net zoals B-evenementen, om een bijzonder kader. In principe is een C-evenement gelijk aan een B-evenement met als verschil dat er een integraal advies kan worden gevraagd aan de Veiligheidsregio. Daarnaast wordt voor een C-evenement één of meerdere veiligheid overleggen georganiseerd, alvorens de vergunning wordt verstrekt. Tevens vraagt een C-evenement een nog grotere inzet van de hulpverleningsdiensten om de openbare orde en veiligheid te handhaven. Het betreft hier voornamelijk grote tot zeer grote evenementen, met vaak landelijke uitstraling in omvang en aard. Een voorbeeld van een C-evenementen is Prinsennacht en Koningsdag.

5 Veiligheid

5.5 Geneeskundige veiligheid/Volksgezondheid

5.5.1 EHBO

Overeenkomstig de handreiking van GHOR Gelderland-Noordoost dienen aanvragers van een vergunning voor EHBO-voorzieningen te handelen in lijn met de standaardvoorwaarden uit deze handreiking. Voor kleine evenementen is het van belang dat de aanvrager zorgt voor de aanwezigheid van minimaal twee EHBO'ers, en voor elke extra 1000 gelijktijdig aanwezige bezoekers is ten minste één extra EHBO’er vereist.

Bij grotere evenementen, waarbij meer dan 1000 bezoekers tegelijkertijd aanwezig zijn, is het verplicht om het aantal EHBO'ers dienovereenkomstig te verhogen. Voor elke extra 500 bezoekers die tegelijk aanwezig zijn, moet een extra EHBO’er aanwezig zijn. Bijvoorbeeld, voor 1000 tot 1500 gelijktijdig aanwezige bezoekers zijn drie EHBO'ers vereist, voor 1500 tot 2000 bezoekers vier EHBO'ers, en zo verder.

Daarnaast wordt sterk aanbevolen om altijd een Automatische Externe Defibrillator (AED) en een gecertificeerde AED-bedienaar aanwezig te hebben gedurende het gehele evenement. Hoewel dit niet wettelijk verplicht is, draagt het bij aan de veiligheid en gezondheid van de bezoekers door snelle interventie mogelijk te maken in het geval van hartfalen.

2Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer

5.5.2 Calamiteitenstrook/route

De hulpverleningsdiensten dienen te allen tijde vrije doorgang te hebben op en naar de evenementenlocatie. Er kunnen dan ook voorwaarden gesteld worden met betrekking tot het vrijhouden van een bepaalde route of calamiteitenstrook. In de vergunning wordt dan opgenomen welke afmeting de vrije doorgang dient te hebben. Daarnaast kunnen, afhankelijk van de locatie, aanvullende maatregelen getroffen worden.

5.7 Alcohol en verboden middelen

5.7.1 Voorschriften voor evenementenorganisator

▪︎ Zorg voor toezicht op de naleving van de wet- en regelgeving over alcohol- en drugsgebruik;

▪︎ Controleer de leeftijd van jongeren onder de 18 jaar en voorkom dat deze groep alcohol aanschaft. Gebruik bijvoorbeeld verschillende kleuren polsbandjes;

▪︎ Voorkom dat bezoekers alcohol naar binnen smokkelen, laat geen flesjes of flacons toe;

▪︎ Schenk uitsluitend zwak-alcoholische dranken;

▪︎ Schenk geen alcohol aan dronken personen;

▪︎ Zorg voor een aantrekkelijk alcoholvrij aanbod;

▪︎ Zorg ervoor dat mensen wat kunnen eten;

▪︎ Zorg voor voldoende punten waar mensen kunnen uitrusten.

Denk aan informatievoorziening aan bezoekers en deelnemers, vooraf en tijdens het evenement:

▪︎ Vermeld het alcohol- en drugsbeleid in de huisregels (bijvoorbeeld op de website en toegangskaart);

▪︎ Zorg dat de huisregels goed en duidelijk zichtbaar zijn tijdens het evenement;

▪︎ Instrueer de medewerkers grondig over het alcohol- en drugsbeleid. Aanvullend is het raadzaam voor medewerkers om de online cursus Instructie Verantwoord Alcoholschenken (IVA) te volgen. Deze cursus biedt essentiële inzichten en handige tips voor een verantwoorde verkoop van alcohol tijdens evenementen, wat bijdraagt om de veiligheid op het evenement te vergroten.

Voor tips en hulp rondom het verstrekken van alcohol tijdens evenementen kan contact worden opgenomen met Tactus, de instelling voor verslavingszorg.

5.8 Tappunten en gebruik van glaswerk

5.8.1 Tappunten

Bij evenementen wordt regelmatig bier geschonken. Dit gebeurt door horecaondernemers middels een tappunt op hun eigen terras en/of door de organisatie van een evenement met een (mobiel) tappunt op het evenemententerrein.

5.8.1.1 Tappunt op eigen terras

Horecabedrijven die een Alcoholwetvergunning voor het terras hebben, mogen alcoholhoudende dranken verstrekken op hun terras. Wanneer dit terras niet op het evenemententerrein is gelegen, maar wel in de nabijheid ervan kan dit een negatieve invloed hebben op de organisatie van het evenement, bijv. wanneer een horecaondernemer tijdens het evenement ook een tappunt op zijn terras plaatst. Bekeken moet worden of dit tappunt gericht is op de directe bezoekers van het horecabedrijf. Is dit niet het geval dan is het verstandig dat de horecaondernemer aansluiting zoekt bij de organisatie van het evenement of het tappunt op een ander moment op zijn terras plaatst. Horecabedrijven die een tappunt op hun eigen terras hebben, dienen – ook gedurende een evenement – zich te houden aan de sluitingstijden zoals omschreven in artikel 2:29 lid 1 van de APV en/of zoals opgenomen in de aan het horecabedrijf verleende Alcoholwetvergunning.

5.8.1.2 Tappunt op straat

Voor het tappen elders dan in een horeca-inrichting inclusief terras (bijv. op de openbare weg) moet een ontheffing op grond van artikel 35 Alcoholwet worden aangevraagd. Een dergelijke ontheffing kan alleen afgegeven worden voor bijzondere gebeurtenissen van zeer tijdelijke aard. Met een bijzondere gebeurtenis van zeer tijdelijke aard wordt bedoeld: een regionale of plaatselijke (bijzondere) gebeurtenis van zeer tijdelijke aard die bestemd is voor de inwoners van de gemeente in het bijzonder. Als voorbeeld van een bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard wordt in de toelichting van de Alcoholwet genoemd: kermissen, braderieën, muziek- en sportfeesten, jaarmarken en andere manifestaties die éénmalig, dan wel in de regel niet meer dan tweemaal per jaar plaatsvinden.

Het aanvragen van een ontheffing op grond van artikel 35 Alcoholwet kan gelijktijdig met het aanvragen van een vergunning worden gedaan.

5.9 Duurzaamheid

5.9.1 Gebruik van drinkbekers

Conform de Europese richtlijn Single Use Plastics (SUP), die in werking is getreden in juli 2021, bestaat er een verbod op het gebruik van bepaalde soorten wegwerpplastic, waaronder drinkbekers, rietjes, bestek en borden. Vanaf januari 2024 zijn de regels voor het gebruik van wegwerpbekers en bakjes afhankelijk van het type evenement aangescherpt. Voor gesloten evenementen en dag attracties, zoals muziekfestivals of sportevenementen in stadions, waar de toegang gecontroleerd wordt, is het gebruik van plastic wegwerpbekers en -bakjes niet meer toegestaan. Een circulair systeem waarbij bekers en bakjes terugkomen voor hergebruik of hoogwaardige recycling is vereist.

Organisatoren van open evenementen, zoals braderieën en stadsevenementen zoals Koningsdag, waarbij er geen sprake is van een gecontroleerde toegang, moeten bezoekers voorzien van herbruikbare alternatieven met een retoursysteem, of de optie bieden om zelf bekers of bakjes mee te brengen. Daarnaast kunnen organisatoren kiezen voor door de Inspectie Leefomgeving Transport (ILT) goedgekeurde recyclebare wegwerpopties.

In alle gevallen worden organisatoren aangemoedigd over te schakelen op herbruikbare bekers en bakjes of gebruik te maken van de toegestane recyclebare alternatieven. Organisatoren die kiezen voor recyclebare wegwerpplastic opties moeten dit vooraf melden bij de Inspectie Leefomgeving en Transport en zorgen voor concrete afspraken met afvalinzamelaars en -verwerkers om de recycling te waarborgen. Om het gebruik van herbruikbare materialen te stimuleren, kunnen organisatoren ervoor kiezen een borg te vragen voor herbruikbare items om de retournering ervan te garanderen. Dit bevordert een circulair gebruik van materialen en helpt afval te verminderen. Daarnaast wordt organisatoren aangeraden om bezoekers de mogelijkheid te bieden hun eigen herbruikbare verpakkingen mee te nemen. De hygiëne en veiligheid van deze persoonlijke verpakkingen blijven de verantwoordelijkheid van de bezoekers.

5.9.2 Herstel en opruim werkzaamheden

De organisatie dient ervoor te zorgen dat er voldoende minicontainers/afvalbakken geplaatst worden. De kosten van afvalverwerking komen voor rekening van de organisatie. Daarnaast wordt in de vergunning de voorwaarde opgenomen dat de organisatie verplicht is het afval op en in de directe omgeving van de locatie van het evenement op te ruimen en het terrein schoon op te leveren. Dit dient te gebeuren vóór de in de vergunning vermelde eindtijd. Indien de vergunninghouder dit, naar het oordeel van de gemeente, niet naar genoegen heeft gedaan, wordt het afval door of vanwege de gemeente verwijderd op kosten van de organisatie.

Indien bij een evenement gebruik wordt gemaakt van openbaar groen of gemeentelijke eigendommen kan als voorschrift bij de vergunning worden opgenomen dat schade hieraan door de gemeente op kosten van de vergunninghouder wordt hersteld. Dit kan zowel privaatrechtelijk of via het bestuurlijke spoor. Om onenigheid over mogelijke schade te voorkomen kan door de gemeente en de vergunninghouder samen voor het evenement de toestand van het terrein worden geschouwd en vastgelegd.

8 Toezicht en handhaving

8.2 Toezicht

8.2.1 Multidisciplinaire schouw

Een van de uitgangspunten is het inzetten op preventie in de voorbereiding van evenementen. In dat kader wordt er bij B- en C–evenementen altijd een multidisciplinaire schouw gehouden voor het evenement. Het initiatief ligt hiervoor ligt bij de vergunningverlener. Bij de schouw sluiten, waar nodig, constructeurs, brandweer en politie aan. Hierbij wordt het Multi-advies van de veiligheidsdiensten, indien verstrekt, als uitgangspunt genomen.

8.2.1 Coördinatie tijdens evenement

Conform het ‘Regionaal beleid advisering evenementenveiligheid’ wordt er bij C-evenementen een coördinatieteam geformeerd van de organisator, officieren van diensten brandweer, politie en GHOR en een gemandateerde medewerker van openbare orde en veiligheid van de gemeente Apeldoorn. De gemeentelijke toezichthouders houden toezicht en stemmen zo nodig af. Hierbij worden via korte communicatielijnen scenario’s doorgenomen en aanvullende maatregelen genomen als dat nodig wordt geacht.

8.2.2 Inzet team openbare ruimte - afdeling PTH

Handhaving van de openbare orde rond evenementen(terreinen) is belegd bij de politie. De toezichtstaken op voorschriften bij evenementenvergunningen zijn belegd bij de afdeling PTH. Denk hierbij aan parkeren, naleving van de Alcoholwet, voorschriften met betrekking tot geluid en de eindtijd. Jaarlijks wordt bij veel evenementen toezicht en controle uitgevoerd. Alle B- en C-evenementen hebben hierbij de aandacht.

8.3 Handhaving

8.3.1 Uitgangspunten bij handhaving

Naar aanleiding van actief toezicht of toezicht naar aanleiding van meldingen, kan overtreding van vergunningvoorschriften worden geconstateerd. Hierop dient in beginsel te worden gehandhaafd. Met handhaving wordt bedoeld: het treffen van een bestuurlijke maatregel. Het is belangrijk dat de regels over bijvoorbeeld eindtijden en geluid worden nageleefd, mede gelet op het belang van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving bij evenementen.

Een bestuurlijke maatregel is primair gericht op het herstel van de situatie en niet gericht op het bestraffen. De bestuurlijke boete heeft daarentegen wel een bestraffend karakter. Daarnaast kan ook strafrechtelijk worden opgetreden. Het is mogelijk dat naar aanleiding van een constatering zowel op basis van bestuursrecht als op basis van strafrecht een maatregel of sanctie wordt getroffen.

Een maatregel voldoet aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. Dit houdt in dat de maatregel niet verder strekt dan strikt noodzakelijk. Bij de keuze uit verschillende bevoegdheden wordt geen zwaardere bevoegdheid gebruikt dan op basis van redelijkheid gewenst is.

8.3.2 Handhavingsbevoegdheden

De burgemeester is primair verantwoordelijk het toezicht op de evenementen en voor de openbare orde en veiligheid. Namens de burgemeester wordt de evenementenvergunning verleend. Hij beschikt voorts over een aantal bestuursrechtelijke instrumenten om de openbare orde en veiligheid te waarborgen. De burgemeester is het bevoegd gezag om op te treden tegen overtredingen van de vergunningvoorschriften. De evenementenvergunning omvat vaak ook ontheffingen die zijn verleend door het college van B&W. Denk bijvoorbeeld aan de ontheffing voor geluid. In dat geval vindt handhaving plaats namens het college van B&W. De burgemeester beschikt voorts op grond van de Gemeentewet over een aantal bevelsbevoegdheden in geval de openbare orde en veiligheid in het geding zijn.

8.3.2.1 Bestuurlijke waarschuwing

Bij het niet nakomen van de vergunningsvoorschriften, bepalingen uit de APV, het evenementenvergunningenbeleid of (schriftelijke) afspraken die zijn gemaakt met een toezichthouder kan worden besloten om een bestuurlijke waarschuwing te geven. De bestuurlijke waarschuwing kan inhouden dat bij een volgende overtreding zal worden overgegaan tot een bestuurlijke maatregel. De bestuurlijke waarschuwing is geen besluit op basis van de Awb. Tegen een bestuurlijke waarschuwing staat dan ook geen bezwaar open. Voor het overige kunnen (dreigende) overtredingen met een (preventieve) last onder dwangsom of bestuursdwang worden aangepakt via de afdeling PTH

Bij ernstige verstoringen van de openbare orde en veiligheid is de vakgroep veiligheid aan zet. De burgemeester kan zo nodig zijn bevelsbevoegdheden inzetten om de openbare orde en veiligheid te handhaven.

8.3.2.2 Last onder dwangsom en last onder bestuursdwang

Een last onder dwangsom houdt in dat een organisator wordt aangeschreven om de overtreding te beëindigen en voortzetting of herhaling van de overtreding te voorkomen op straffe van het verbeuren van één of meerdere dwangsommen. Zie hiervoor afdeling 5.3.2 van de Awb. Deze last houdt in dat de overtreder de illegale situatie in overeenstemming dient te brengen met de geldende regels of een overtreding achterwege dient te laten. De organisator verbeurt een dwangsom op het moment dat een overtreding opnieuw wordt geconstateerd. Er dient dan dus een van tevoren bepaald geldbedrag te worden betaald. Het is dus een financiële prikkel om geen overtredingen meer te begaan. De hoogte van de dwangsom wordt van geval tot geval beoordeeld afhankelijk van de aard en ernst van de overtreding. De last kan zo nodig met een zeer korte begunstigingstermijn worden opgelegd,. Dat betekent dat naar aanleiding van een overtreding aan het begin van een evenement een last wordt opgelegd die nog hetzelfde evenement in werking treedt. Als de last wordt overtreder, moet de overtreder een dwangsom betalen. Een last wordt in navolging van het handhavingskader drank- en horeca in beginsel opgelegd voor de duur van twee jaren.

In sommige gevallen is het meer passend om te kiezen voor een last onder bestuursdwang. Dit geldt met name indien het een situatie betreft die om bijvoorbeeld redenen van grote overlast of veiligheid niet mag worden voortgezet. Bij bestuursdwang gaat het betreffende bestuursorgaan zelfstandig over tot daadwerkelijk optreden door de overtreding te beëindigen indien de organisator dat niet doet binnen de gestelde termijn. Zie hiervoor afdeling 5.3.1 van de Awb. De bestaande illegale situatie kan dus door het optreden van het bestuursorgaan in overeenstemming worden gebracht met de wettelijk geldende normen. Hierbij moet worden gedacht aan het stilleggen van een evenement omdat geen vergunning is verleend. In (zeer) spoedeisende gevallen kan bestuursdwang worden toegepast zonder voorafgaande last. Zie hiervoor artikel 5:31 Awb.

De dwangsombevoegdheid en de bestuursdwangbevoegdheid kunnen niet gelijktijdig, maar wel achtereenvolgens worden toegepast. Dit betekent dat er steeds een keuze voor één van beide maatregelen zal worden gemaakt.

De dwangsombevoegdheid en de bestuursdwangbevoegdheid kunnen ook preventief worden ingezet, zie hiervoor artikel 5:7 Awb. Er moet in dat geval sprake zijn van gevaar van een overtreding die met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal plaatsvinden.

8.3.2.3 Bestuurlijke boete

In bepaalde gevallen bestaat de mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen. Zie hiervoor titel 5.4 van de Awb. Denk hierbij aan overtreding van de Alcoholwet. In het uitvoeringsplan drank en horeca 2023 is bepaald dat, wat de bestuurlijke boete betreft, dit middel slechts is in te zetten bij overtreding van de in de wet opgenomen leeftijdsgrenzen. Voor andere overtredingen bieden de voornoemde maatregelen voldoende handvatten. Voor evenementen wordt aangesloten bij dit beleid.

8.3.2.4 Intrekking of weigering evenementenvergunning of alcoholontheffing

De burgemeester behoudt te allen tijde de bevoegdheid om een (volgende) vergunning te weigeren op grond van de in artikel 1:8 APV genoemde belangen. De intrekkingsgronden uit artikel 1:6 APV blijven eveneens te allen tijden van toepassing op de vergunning.

Indien de burgemeester de vergunning weigert te verlenen of intrekt, betekent dit dat het verboden is om het evenement, waarvoor de vergunning aangevraagd is, te organiseren en/of te laten plaatsvinden.

Een (volgende) vergunning kan worden geweigerd/ingetrokken indien blijkt dat:

▪︎ de gemeente de klacht(en) van eerdere evenementen heeft beoordeeld en tot de conclusie is gekomen dat de overlast voor omwonenden onaanvaardbaar is. Wanneer overlast onaanvaardbaar wordt, is lastig te bepalen. Toch kunnen er in de voorkomende gevallen wel degelijk aanwijzingen zijn dat dit het geval is. Gedacht kan worden aan:

a.Een forse toename van het aantal klachten ten opzichte van voorgaande jaren;

b.Wanneer niet alleen direct aanwonenden klagen, maar ook inwonende die op enige afstand van het evenement wonen;

c.Wanneer uit geluidsmetingen blijkt dat de geluidsniveaus vergeleken met voorgaande jaren drastisch zijn gestegen;

▪︎ indien de politie of een gemeentelijke toezichthouder van de verantwoordelijke persoon heeft gevorderd dat het volume verlaagd wordt en hieraan geen of te laat gevolg is gegeven;

▪︎ wanneer er (grote) incidenten hebben plaatsgevonden;

▪︎ wanneer de vergunningsvoorwaarden niet worden nageleefd.

a.Indien de vergunningsaanvraag niet minimaal volgens de geldende termijn van te voren is ingediend kan de burgemeester de aanvraag weigeren op grond van artikel 1:8 lid 2 jo. lid 3 APV Apeldoorn 2014.

Toelichting

Begrippenlijst

Algemeen plaatselijke verordening

Gemeentelijke regeling omtrent openbare orde en veiligheid

Beslistermijn

De vastgestelde periode waarin de gemeente moet beslissen over de aanvraag

Evenement

Elk voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak – zie art. 2:24 APV

Kalender

Overzicht van alle aangemelde evenementen in de gemeente

Mandaat

De machtiging om een bevoegdheid uit te oefenen in naam van (en onder verantwoordelijkheid van) het bestuursorgaan.

Omgevingsplan

Opvolger bestemmingsplan, bevat alle gemeentelijke regels voor activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving

Omgevingsvergunning

Vergunning om bepaalde activiteiten te ondernemen in de fysieke leefomgeving

Schaarse vergunning

Voor een locatie is een beperkt aantal vergunningen beschikbaar en in potentie meer aanvragen mogelijk.

Vigerend

geldend

Afkortingenlijst

APV

Algemene Plaatselijke Verordening

Awb

Algemene wet bestuursrecht

Bbgbop

Besluit brandveilig gebruik en de basishulpverlening overige plaatsen

COBc

Constructieve veiligheid

Bkl

Besluit kwaliteit leefomgeving

Bal

Besluit activiteiten leefomgeving

dB

Decibel

jo.

juncto

Ow

Omgevingswet

Bijlage I Wet- en regelgeving

Besluit brandveilig gebruik en de basishulpverlening overige plaatsen (Bbgbop)

Per 1 januari 2018 is het BGBOP van kracht. Dit besluit geeft regels over het brandveilig gebruik van voor mensen toegankelijke plaatsen, voor zover dit niet in andere wetgeving is geregeld. Daarnaast bevat dit besluit regels over de zogenoemde basishulpverlening op die plaatsen.

In de BGBOP is de mogelijkheid opgenomen om de gebruiksmelding gelijk te stellen met een vergunningsaanvraag. Dit betekent dat als de vergunningsaanvraag voor de vergunning eveneens voldoet aan de indieningsvereisten voor de gebruiksmelding, de aanvraag ook beschouwd kan worden als de betreffende melding. Hierdoor hoeft niet een aparte melding te worden ingediend, waardoor de aanvrager niet twee keer dezelfde stukken hoeft in te dienen.

Meer informatie over de BGBOP te vinden op de evenementenpagina op de gemeentelijke website.

Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en de Omgevingswet

Als een evenement gehouden wordt in een gebouw (of deel van een gebouw dat is bestemd om afzonderlijk te worden gebruikt) of verblijfruimte (waaronder in sommige gevallen ook semi permanente tenten) moet er een relatie worden gelegd naar het Besluit bouwwerken leefomgeving dat onder de Omgevingswet het Bouwbesluit 2012 opvolgt en de Omgevingswet (Ow). Voor gebouwen dient vaak op basis van het Bbl een gebruikersmelding gedaan te worden. In een aantal andere gevallen (gebouwen/constructies) dient er een omgevingsvergunning op grond van de Ow te worden verleend.

Alcoholwet

Voor het mogen schenken van zwak-alcoholische dranken op de openbare weg (en op een andere locatie dan genoemd in de vergunning in zin van artikel 3 Alcoholwet) is een ontheffing noodzakelijk op grond van artikel 35 Alcoholwet. Deze ontheffing kan worden verstrekt bij een bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard (een aaneengesloten periode van maximaal twaalf dagen).

Wegenverkeerswet

Gelet op de bepalingen in de Wegenverkeerswet 1994 en het daarop gebaseerde Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW), is het mogelijk om (gedeelten van) wegen, straten en/of pleinen, die in het beheer en eigendom van de gemeente zijn af te sluiten ten behoeve van een evenement.

In sommige gevallen is voor een dergelijke verkeersmaatregel, een verkeersbesluit op basis van die wetgeving nodig. Voor evenementen is ook bepaald dat een ontheffing nodig is van het verbod voor het houden van wedstrijden met voertuigen op de openbare weg.

Wet op de kansspelen

Op grond van de Wet op de kansspelen is het verboden een bijeenkomst (waaronder een evenement) te organiseren, waar gelegenheid tot het deelnemen aan het klein kansspel wordt gegeven. Als klein kansspel worden aangemerkt het kienspel, vogelpiekspel, rad van avontuur en andere vergelijkbare spelen. Het college kan hiervoor een ontheffing of vergunning (afhankelijk van het soort kansspel) verlenen.

Wet Luchtvaart

Als er tijdens een evenement helikopters, heteluchtballonnen en/of andere vliegende toestellen starten of landen, is de veiligheid van het luchtverkeer in het geding. In zo’n geval is daarom veelal toestemming van Gedeputeerde Staten nodig om benodigde ontheffingen te krijgen van diverse luchtvaartwetten en -besluiten.

Regeling verkeersregelaars 2009

Om verkeersstromen bij tijdelijke wegafzettingen, zoals tijdens evenementen, in goede banen te leiden, kunnen beroeps- en/of evenementenverkeersregelaars ingezet worden. In de Regeling verkeersregelaars 2009 worden de eisen omschreven waaraan verkeersregelaars moeten voldoen.

Vuurwerkbesluit

De vuurwerkramp in Enschede in 2002 is aanleiding geweest voor het aanscherpen van wet- en regelgeving rondom het in- en uitvoeren, opslaan, bewerken, afleveren, het voorhanden hebben en het afsteken van vuurwerk. In het Vuurwerkbesluit staan alle geldende regels omtrent het afsteken en in bezit hebben van vuurwerk.

Zondagswet

Bij evenementen die op zondag plaatsvinden geldt de Zondagswet. In de Zondagswet is bepaald dat het algemeen verboden is om op zondag voor 13.00 uur openbare vermakelijkheden te houden, daartoe gelegenheid te geven of daaraan deel te nemen. Er kan ontheffing van het bepaalde van de Zondagswet worden verleend.

Bijlage II Aanvraag omgevingsvergunning

Voor alle gronden en gebouwen binnen onze gemeente zijn bestemmingen opgenomen in het (tijdelijk deel) omgevingsplan. Al deze bestemmingen kennen gebruiksvoorschriften.

Nu kan zich bij het organiseren van evenementen met betrekking tot het omgevingsplan het volgende voordoen:

1Het evenement (inclusief opbouwen en afbreken) is kortdurend en incidenteel:

▪︎ Dergelijke evenementen zijn, juist gelet op het incidentele karakter, niet in strijd met het omgevingsplan, ongeacht de bestemming en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften (tenzij de desbetreffende bestemming dit natuurlijk uitdrukkelijk verbiedt).

2Het evenement is kortdurend of langdurend (inclusief opbouwen en afbreken) en vindt jaarlijks of met enige regelmaat plaats:

▪︎ Deze evenementen moeten passen binnen de gebruiksregels van de bestemming van de gronden waarop het evenement plaatsvindt.

Past het binnen deze bestemming en gebruiksregels dan behoeft er planologisch gezien geen omgevingsvergunning te worden verleend.

Past het niet binnen deze bestemming en gebruiksregels dan zal een omgevingsvergunning handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening moeten worden aangevraagd.

NB:

Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking is getreden. Bestaande bestemmingsplannen zijn omgezet in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. De betreffende omgevingsvergunning zal met toepassing van artikel 5.18 Ow jo. 5.21 Ow moeten worden verleend. Duidelijk moet zijn dat het hier gaat om een bevoegdheid om de vergunning te verlenen. Het is niet in alle gevallen wenselijk/mogelijk om de vergunning te verstrekken. Vervolgens zal de mogelijkheid tot het organiseren van een evenement binnen de vigerende bestemming in het omgevingsplan moeten worden geregeld. Meer informatie over het aanvragen van een omgevingsvergunning kan via de website van de gemeente www.apeldoorn.nl

Bijlage lll Handhavingsmatrix

De APV kent verschillende voorschriften die relevant zijn voor evenementen. In beginsel wordt bij het constateren van een overtreding handhavend opgetreden. Afhankelijk van de ernst van de overtreding wordt een bepaalde maatregel toegepast.

Daarbij geldt dat in situaties waarbij de veiligheid in het geding is of er ernstige vrees bestaat hiervoor dat bestuursdwang wordt toegepast om de risico’s zo snel mogelijk weg te nemen. In geval van ernstige risico’s voor verstoringen van de openbare orde en veiligheid beschikt de burgemeester over diverse bevelsbevoegdheden om in te grijpen.

Het voorgaande laat onverlet dat in beginsel eerst zal worden geprobeerd contact te krijgen met de overtreder en dat in sommige gevallen een waarschuwing(sgesprek) voldoende zal zijn om de overtreding te laten beëindigen of herhaling te voorkomen.

Overtreding vergunningvoorschrift met betrekking tot geluid (artikel 2.25 lid 1 APV)

1eovertreding: (mondelinge) waarschuwing

2eovertreding: last onder dwangsom

Afhankelijk van de omvang van het evenement, wordt gekozen voor een dwangsom van €500,- of €1.000,- per geconstateerde overtreding, met een maximum van twee overtredingen.

4eovertreding en vaker: last onder een hogere dwangsom of last onder bestuursdwang

Overtreding vergunningvoorschrift met betrekking tot veiligheid (artikel 2.25 lid 1 APV)

Denk hierbij aan onveilige situaties door glaswerk, beveiliging, bereikbaarheid hulpdiensten, brandveiligheid, crowdmanagement, constructieve veiligheid of verkeer.

Aanzegging last onder bestuursdwang of dwangsom met zeer korte begunstigingstermijn zodat het voor meerdaags evenement zelf nog effectief is. In ernstige gevallen ligt hier bestuursdwang meer voor de hand, zo nodig spoedeisend.

Overtreding overige vergunningvoorschriften (artikel 2.25 lid 1 APV)

Aanzegging last onder bestuursdwang of dwangsom met korte begunstigingstermijn zodat het voor meerdaags evenement zelf nog effectief is. In ernstige gevallen ligt hier bestuursdwang meer voor de hand, zo nodig spoedeisend.

Overtreding alcoholontheffing

Zie uitvoeringsplan drank & horeca 2023.

Evenement zonder vergunning (artikel 2.25 lid 1 APV)

Evenement nog niet gestart: preventieve last onder dwangsom, indien sprake is van ernstige vrees voor realisatie.

Evenement gestart: beëindiging door toepassing bestuursdwang of, bij gecontroleerd laten begaan, waar mogelijk bestuurlijke of strafrechtelijke boete.

Toepassing van de bevoegdheden is mede afhankelijk van de risico’s voor de omgeving.

Ordeverstoring bij een evenement (artikel 2.26 APV)

Toepassing burgemeestersbevoegdheden openbare orde en veiligheid. Zie artikel 172 e.v. Gemeentewet.

Fout parkeren (hoofdstuk 5, afdeling 1 APV)

Zie wegenverkeerswet.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.