Gemeentelijke regelgeving

Beleid voor Natuur Inclusief- en Klimaat Adaptief ontwikkelen en bouwen Gemeente Apeldoorn

Gemeente Apeldoorn · geldt sinds 26 juni 2024

Aanhef

Voorwaard

Wonen gaat over meer dan een dak boven ons hoofd; het is ook de basis voor een gezonde en groene leefomgeving voor de toekomst. NIKA staat voor deze visie: het maken van een gezonde leefomgeving met ruimte voor ontmoeting, natuur en het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering. We brengen natuur en leefomgeving samen in onze bouwprojecten. We kijken bij elk nieuw gebouw verder dan de basisconstructie. We zorgen ervoor dat elk ontwerp ruimte biedt aan zowel mensen als natuur. Groene ruimtes, vogels, vleermuizen en vlinders vinden hun thuis in onze projecten, wat zorgt voor levendige, natuurrijke buurten.

Elk NIKA-project is een stap richting een duurzamere toekomst. We zien dit als een kans om positieve veranderingen te brengen in onze manier van leven en omgaan met onze omgeving. De hittekaarten in mijn kantoor herinneren ons aan de urgentie van deze taak. Ze tonen de noodzaak om actie te ondernemen tegen stijgende temperaturen en de impact op onze leefomgeving en gezondheid.

NIKA is meer dan een bouwproject; het is een uitnodiging aan iedereen om bij te dragen aan een gezondere, groenere toekomst. Daarbij gaat het om het gebouw en de omgeving. Of je nu projectontwikkelaar, ondernemer of inwoner bent, iedereen heeft een rol. Ieders inzet en ideeën zijn essentieel om deze visie te realiseren.

We hebben al voorbeelden gezien van wat we samen kunnen bereiken: huizen met groene daken en tal van andere initiatieven die bijdragen aan biodiversiteit. Daarnaast is er ook ruimte voor ontmoetingsplaatsen voor buren en kinderen. Ook zijn er projecten waarin regenwater wordt opgeslagen en niet op het riool geloosd wordt. Deze voorbeelden laten zien dat we samen werken aan een duurzaam en leefbaar Apeldoorn.

Daarom nodig ik je uit om deel te nemen aan deze inspanning. De acties en betrokkenheid van onze ontwikkelaars en inwoners zijn onmisbaar om van NIKA een succes te maken. Samen maken we van deze visie een realiteit, een toekomst waar we zorg dragen voor onszelf én voor de planeet die ons huis is.

Danny Huizer

Wethouder gemeente Apeldoorn

Bijlage 1 Water

Beslisboom water

Bijlage 2 Soortenmanagementplan

Algemeen

De provincie Gelderland heeft op 9 juli 2019 aan de gemeente Apeldoorn een generieke ontheffing verleend op basis van een Soortmanagementplan (hierna SMP) voor de verboden in het kader van hoofdstuk 3 van de Wnb op grond van artikel 3.1 lid 2 voor het opzettelijk vernielen, beschadigen of wegnemen van nesten, rustplaatsen of eieren van de huismus en de gierzwaluw en op grond van artikel 3.5 lid 2 en lid 4 voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger en het opzettelijk verstoren van vleermuizen.

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient het SMP op de hieronder staande wijze toegepast te worden.

Bijlage 3 Biodiversgroen

Richtlijnen biodivers groen

•groen dat in verbinding staat met aanwezige groenstructuren;

•groen dat expliciet gericht is op de aanwezigheid van nectar- en waardplanten ten behoeve van insecten en bij voorkeur inheems is

•groen dat bestaat uit meerdere biotopen/onderdelen in verschillende lagen (bloemrijk gras - kruiden- struiken/struweel- bomen/bos - water/oevers);

•groen dat gericht is op overgangen/gradiënten tussen bovengenoemde onderdelen (natuurlijke oevers, mantel/zoomvegetaties);

•groen dat aansluit op eisen van doelsoorten (binnenstad) en daarmee aan de eisen t.a.v. voedsel/verblijf/voortplanting/verbinding, ofwel de 4 v’s;

•groen dat wordt beheerd ten behoeve van een duurzame instandhouding van biodivers assortiment en/of biotooponderdelen en hun overgangen.

Bijlage 5 Biodiversiteit

Te behalen punten per woning:

aantal woningen en aantal nestkasten/ omvang biotopen

punten

1

2-5

6-10

11-49

50+

Aantal nestkasten en/of

Nestvoorzieningen

1

1

2

3

4

10% van totaal aantal woningen

Omvang biotopen (in eenheden van 4 m2)

1

1

2

3

4

10% van totaal aantal woningen

Biodiversiteitsmaatregelen ten behoeve van nestplaatsen/kasten/stenen zijn:

○ zwarte roodstaart nestkasten

○ witte kwikstaart nestkasten

○ boerenzwaluw nestkasten

○ huiszwaluw nestkasten

○ spreeuw nestkasten

○ insectenhotel/bijenstenen

○ steenmarterkast

○ egelkast

○ uilenkast

○ mussentoren

Biodiversiteitsmaatregelen ten behoeve van biotopen zijn:

○ vijver/poeltje met natuurlijk inrichting

○ wildernismuur

○ kwetterplek/vogelbosje (struik/struweel)

○ groene omheiningen (hagen/heggen)

Toelichting op de tabel

Om 1 punt te halen voor nestkasten bij 7 woningen moeten minimaal 3 nestkasten worden aangebracht.

Om 1 punt te halen voor biotopen bij 20 woningen moet minimaal 4 x 4=16 m2 biotoop te worden gerealiseerd.

Bijlage 6 Gebouwgroen

Gevelgroen

Er is 1 punt te verdienen per 10% gevel dat wordt voorzien van gevelgroen. Er zijn diverse toepassingen van gevelgroen. Deze worden hieronder toegelicht.

Voor alle soorten groene gevels geldt:

-gebruik vogel- en vlindervriendelijke klimplanten om de lokale biodiversiteit te vergroten.

-De oriëntatie van de gevel (zon/schaduw) bepaalt welke soorten gevelbeplanting geschikt zijn. Overleg met uw ecoloog welke soort geschikt is.

De toe te passen constructie:

1Zelf hechtende klimplanten

-Klimplanten die zelfstandig tegen een muur groeien.

-Voorbeelden: klimop of driedelinge wingerd

-Toe te passen constructie:

2Klimplanten met steunconstructie

-Klimplanten die een steunconstructie nodig hebben om te groeien.

-Voorbeelden: blauwe regen, bosrank, kamperfoelie of wilde hop.

-Toe te passen constructie:

3Groene muren

-Planten groeien vanuit bakken aan de gevel of zijn op substraat aan de gevel bevestigd.

-Voorbeelden: bitterzoet, heggerank, varens, kruiden en viooltjes.

-Toe te passen constructie:

Dakgroen

Er zijn ook verschillende typen ‘Dakgroen’. Er kunnen in totaal 2 punten worden behaald in deze categorie. Voor de verschillende typen geldt de volgende verdeling:

-categorie 1 extensief/bruin: 1 punt per 10% dakoppervlakte dat wordt voorzien van een groen dak (extensief/bruin);

-categorie 2 intensief natuur: 2 punten per 10% dakoppervlakte dat wordt voorzien van een groen dak;

-categorie 3 multifunctioneel: 2 punten per 10% dakoppervlakte dat wordt voorzien van een groen dak.

Deze typen worden hierna toegelicht:

Categorie 1: Extensief dak

Met extensief groene daken worden daken bedoeld die een gering draagvermogen hebben (80-100 kg/m2) en vooral met sedum (vetplanten) worden beplant. Ook bruine daken vallen in deze categorie. Onder bruine daken wordt verstaan een dak bedekt met zand, steen of lokaal afgegraven grond o.a. ten behoeve van vogels zoals zwarte roodstaart en scholekster.

Criteria extensief dak

-Dak met een draagvermogen tussen 80 en 100 kg/m2

-een substraatlaag van maximaal 150 mm dik, exclusief begroeiing.

-Aanplant met gras en/of kruiden dan wel met zand, steen of lokaal afgegraven grond.

-Combinaties met zonnepanelen zijn mogelijk.

-Zie verder ook: handreiking natuurdaken

Categorie 2: Intensief/natuur dak

Onder een intensief groen dak wordt verstaan een dak met een draagvermogen vanaf 400 kg/m2. Deze daken zijn beplant met kruiden en grassen. Een intensief/natuurdak zijn bedekt met een substraat van minstens 25 cm. Een intensief dak is vergelijkbaar met een biodiverse tuin.

Criteria groen dak intensief

-Dak met een draagvermogen van minimaal 400 kg/m2.

-Een substraatlaag van minimaal 250 mm.

-Aanplant met grassen en/of kruiden. Struweel is ook mogelijk.

Categorie 3: Multifunctioneel dak

Met een multifunctioneel dak wordt verstaan een dak met een combinatie van doelen. Voorbeelden zijn o.a. een groen dak gecombineerd met zonnepanelen, met waterberging of met medegebruik zoals spelen, moestuin of gezamenlijke daktuin. De benodigde dikte van de substraatlaag varieert tussen 25 tot 40 cm.

Criteria multifunctioneel dak

-Dak met een draagvermogen van minimaal 600 kg/m2.

-Een substraatlaag van minimaal 250 mm.

-Groen in combinatie met waterberging, zonnepanelen of medegebruik.

-Minimaal de helft van het dakoppervlak bestaat uit groen.

Bijlage 7 Klimaatadaptatie

Hittestress

In de subcategorie ‘beperken van hittestress’ zijn er in totaal 2 punten te verdienen door toepassing van een van onderstaande (of een gelijkwaardige) passieve maatregelen, per woning/gebouw, om direct zonlicht in per woning/gebouw te kunnen weren tijdens zomerse en tropische dagen in de periode tussen 1 juni en 1 september:

-Overstekken die in de zomerperiode de zon inval beperken en in de winterperiode zonlicht toelaten.

-Flexibele zonwering.

-Leibomen op afstand van een woning.

-Groene voorzet elementen.

-Toepassen van luifels en ‘louvres’.

-Loggia’s.

Waterberging

In de subcategorie ‘extra waterberging’ zijn er in totaal 2 punten te verdienen door toepassing van een van de onderstaande (of een gelijkwaardige) maatregel per woning/gebouw:

-Polderdak

-Slimwaterdak

-Regenwater hergebruiksysteem voor de tuin dat een berging heeft van 0,7m3 per 10m2 tuin

-Grijswatersysteem per woning

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.