Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
gelet op
-artikel 160, eerste lid, onder a, van de Gemeentewet
-afdeling 10.1.1, van de Algemene wet bestuursrecht;
-Titel 3, van boek 3, van het Burgerlijk Wetboek
besluit de volgende regeling vast te stellen:
[Verzamelmandaatbesluit 24 maart 2022 voor de samenwerkingsverbanden ten gevolge van de gemeentelijke herindeling Amsterdam Weesp.]
Artikel 1.
Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
a.college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente;
b.gemeente: de gemeente Amsterdam;
c.gemandateerde: het orgaan of de functionaris waar op basis van dit besluit mandaat aan wordt verleend door het college;
d.mandaat: de bevoegdheid om in naam van het college besluiten te nemen als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
e.machtiging: de bevoegdheid om handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, en
f.volmacht: de bevoegdheid om namens de gemeente privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten.
Artikel 2. Mandaat
1Aan de organen of functionarissen, bedoeld in Artikel 8 en Artikel 9 wordt, voor zover het bevoegdheden van het college betreft, overeenkomstig Artikel 8 en Artikel 9 mandaat verleend. Dit mandaat omvat eveneens de machtiging om namens het college alle feitelijke handelingen te verrichten en besluiten te nemen ter voorbereiding en uitvoering van de gemandateerde bevoegdheden.
2Voor de toepassing van dit besluit wordt mandaat gelijkgesteld met de verlening van volmacht en machtiging.
Artikel 3. Ondermandaat
1De gemandateerde kan de bevoegdheden, bedoeld in Artikel 8 en Artikel 9, schriftelijk in ondermandaat verlenen.
2De plaatsvervanger van de gemandateerde beschikt over alle gemandateerde bevoegdheden, tenzij bij de plaatsvervanging anders is bepaald.
3De gemandateerde zorgt ervoor dat de door hem ondergemandateerden tevens kunnen beschikken over de informatie, bedoeld in Artikel 4 lid 3.
4Een besluit tot verlening van ondermandaat wordt bekend gemaakt conform de daarvoor geldende regels.
Artikel 4. Kaders
1De uitoefening van bevoegdheden in mandaat geschiedt met in achtneming van de:
a.grenzen van het recht, waaronder, maar niet uitsluitend de Algemene verordening gegevensbescherming;
b.ter zake geldende uitvoeringsregels;
c.gestelde budgettaire kaders, en
d.relevante beleidsregels, vastgesteld door het college.
2De gemandateerde past de algemene dan wel specifieke instructies van het college, bedoeld in artikel 10:6, van de Algemene wet bestuursrecht, toe.
3Indien het college een voor een besluit relevante beleidsregel heeft vastgesteld, verwijst de gemandateerde ter motivering van een besluit naar die regel.
4Het college zorgt ervoor dat de gemandateerde over de informatie, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, kan beschikken die noodzakelijk is voor de uitvoering van de gemandateerde bevoegdheden.
5De bevoegdheid om beslissingen in mandaat bij of krachtens dit besluit te nemen bevat niet beslissingen:
a.die de belangen van de gemandateerde zelf raken;
b.waarbij de aard van de bevoegdheid zich tegen mandaat verzet;
c.die een afwijking inhouden van het gevoerde beleid;
d.die de uitoefening van een hardheidsclausule inhouden, en
e.op bezwaarschriften en beroepschriften.
Artikel 5. Toepassing
De bevoegdheden die middels dit besluit worden gemandateerd gelden alleen voor het gebied Weesp van het stadsgebied Weesp als bedoeld in de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022.
Artikel 6. Informatieplicht
1De gemandateerde verschaft het college gevraagd of ongevraagd informatie over de uitvoering van het bij dit besluit verleende mandaat.
2De gemandateerde informeert het college bij zwaarwegende omstandigheden en gebeurtenissen die betrekking hebben op de bevoegdheden van de gemandateerde, waaronder het nemen van beslissingen van principieel juridische aard, beleidsmatig principiële aard, of politiek- of bestuurlijk-gevoelige aard en tevens bij het nemen van beslissingen met risico’s van financiële aard.
3De gemandateerde houdt een register bij van bij krachtens dit besluit genomen ondermandaatbesluiten.
4Dit besluit wordt ter inzage gelegd bij het bestuurs- en directiesecretariaat van de gemeente Amsterdam.
Artikel 7. Ondertekening
1Indien een besluit krachtens (onder)mandaat wordt genomen als bedoeld in Artikel 2 respectievelijk Artikel 3 luidt de ondertekening:
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
namens deze,
gevolgd door:
-de functieaanduiding
-de handtekening
-de naam van de (onder)gemandateerde of (onder)gemachtigde
2Het in een document vastleggen van een besluit of handeling door de gemandateerde geschiedt indien aanwezig, op briefpapier van de gemandateerde.
Artikel 8. Mandaatverlening
Openbaar lichaam Regio Gooi en Vechtstreek
A. Nr.
B. Bevoegdheid
C. Gemandateerde
1Taken ten aanzien van huishoudelijk en grof huishoudelijk afval, als bedoeld in artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer en als uitgewerkt in artikel 4 lid 1 sub a, artikel 7 lid 2, artikel 8 lid 6, artikel 9 lid 2, artikel 11 lid 1 en 6 en artikel 15 lid 1 van de Afvalstoffenverordening Regio Gooi en Vechtstreek 2017 en voor zover voortvloeiend uit de DVO Weesp Amsterdam Regio GVS nr 21.0003526", tot 1 januari 2024.
•Het dagelijks bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek, bedoeld in artikel 1 lid 1 onder b van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek
•De manager GAD als ambtenaar van het openbaar lichaam Regio Gooi en Vechtstreek
2Taken ten aanzien van huishoudelijk en grof huishoudelijk afval, als bedoeld in artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer en als uitgewerkt in, artikel 3 lid 2, 3 en 4, artikel 5, artikel 7 lid 2, artikel 8 lid 1, 2 en 5 en artikel 16 lid 1 van de Afvalstoffenverordening 2009 van de gemeente Amsterdam en voor zover voortvloeiend uit de DVO Weesp Amsterdam Regio GVS nr 21.0003526", vanaf 1 januari 2024 tot 1 januari 2025.
•Het dagelijks bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek, bedoeld in artikel 1 lid 1 onder b van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek
•De manager GAD als ambtenaar van het openbaar lichaam Regio Gooi en Vechtstreek
3Toezicht en handhaving, op basis van artikel 21 en artikel 22 van de Afvalstoffenverordening Regio Gooi en Vechtstreek 2017 en de handhaving daarvan op basis van de Wet op de economische delicten en voor zover voortvloeiend uit de DVO Weesp Amsterdam Regio GVS nr 21.0003526", tot 1 januari 2024.
Het dagelijks bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek, bedoeld in artikel 1 lid 1 onder b van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek.
4Toezicht en handhaving, op basis van artikel 22 en artikel 23 van de Afvalstoffenverordening 2009 van de gemeente Amsterdam en de handhaving daarvan op basis van de Wet op de economische delicten en voor zover voortvloeiend uit de DVO Weesp Amsterdam Regio GVS nr 21.0003526", vanaf 1 januari 2024 tot 1 januari 2025.
Het dagelijks bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek, bedoeld in artikel 1 lid 1 onder b van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek.
5Opdracht verstrekken voor maatwerkvoorzieningen, als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, jeugdhulpvoorzieningen als bedoeld in de Jeugdwet en re-integratievoorzieningen als bedoeld in de Participatiewet aan aanbieders, het verrichten van het contractbeheer en contractmanagement en het controleren van de rechtmatigheid van declaraties, waarbij het mandaat voor voornoemde bevoegdheden alleen geldt voor cliënten die reeds een voorziening en/of indicatie hebben op 31 december 2021, tot 1 januari 2023.
Het dagelijks bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek, bedoeld in artikel 1 lid 1 onder b van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek.
6Uitvoeren van taken met betrekking tot het Advies en Meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling Gooi en Vechtstreek, als bedoeld in of krachtens Hoofdstuk 4. Advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, voor die cases die op 31 december 2021 reeds liepen bij het voornoemde advies- en meldpunt, tot 1 januari 2023.
Het dagelijks bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek, bedoeld in artikel 1 lid 1 onder b van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek.
7Afhandelen van klachten over gedragingen van Veilig Thuis en medewerkers van Veilig Thuis in het kader van de uitvoering van taken, als genoemd in Hoofdstuk 4 Advies- en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en als uitgewerkt in de Klachtenregeling Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek, voor die cases die op 31 december 2021 reeds liepen bij het voornoemde advies- en meldpunt, tot 1 januari 2023.
Het dagelijks bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek, bedoeld in artikel 1 lid 1 onder b van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek.
Openbaar lichaam Werkvoorzieningsschap Tomingroep
1Uitvoeren van de Wet sociale werkvoorzieningen als bedoeld in artikel 2 lid 2 en 3 van de Wet sociale werkvoorzieningen, tot de laatste persoon met een Wsw-(her)indicatiebeschikking niet meer in dienst is bij Werkvoorzieningsschap Tomingroep.
Bestuursorganen van het Schap, waaronder het algemeen bestuur, dagelijks bestuur en voorzitter, als bedoeld in artikel 6 van de Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorzieningsschap Tomingroep
Woningcorporatie Ymere
1Bijhouden van een uniform inschrijfsysteem van woningzoekenden als bedoeld in artikel 1.3 van de Huisvestingsverordening Weesp 2019, tot 1 januari 2023.
Directeur van woningcorporatie Ymere
2Bekendmaken van het aanbod van woonruimte als bedoeld in artikel 1.4 van de Huisvestingsverordening Weesp 2019, tot 1 januari 2023.
Directeur van woningcorporatie Ymere
3Verlenen van de vergunning tot het in gebruik nemen van vergunningplichtige woonruimte als bedoeld in artikel 2.1 van de Huisvestingsverordening Weesp 2019, tot 1 januari 2023.
Directeur van woningcorporatie Ymere
4Specifiek aanmerken van woonruimte specifiek als bedoeld in artikel 1.5 van de Huisvestingsverordening Weesp 2019, tot 1 januari 2023.
Directeur van woningcorporatie Ymere
5Bepalen van passendheid van de woning in het kader van de spoedzoekregeling als bedoeld in artikel 2.3. lid 3 van de Huisvestingsverordening Weesp 2019, tot 1 januari 2023.
Directeur van woningcorporatie Ymere
6Verbinden van bijzondere voorwaarden en voorschriften - mede op advies van betrokken zorgpartijen - aan een vergunning, als bedoeld in artikel 2.9 van de Huisvestingsverordening Weesp 2019, tot 1 januari 2023.
Directeur van woningcorporatie Ymere
7Uitsluiten van (potentieel) woningzoekenden - voor een maximale periode van één of drie jaar - van een vergunning als bedoeld in artikel 2.10 van de Huisvestingsverordening Weesp 2019, tot 1 januari 2023.
Directeur van woningcorporatie Ymere
8Intrekken van de huisvestingsvergunning als bedoeld in artikel 2.11 van de Huisvestingsverordening Weesp 2019, tot 1 januari 2023.
Directeur van woningcorporatie Ymere
Artikel 9. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van 24 maart 2022.
Artikel 10. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als” Verzamelmandaatbesluit ten gevolge van de gemeentelijke herindeling Amsterdam Weesp”.