Aanhef
De gemeenteraad van Amsterdam
Gezien de voordracht van het presidium van de gemeenteraad van Amsterdam van 13 mei 2019 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1193);
Mede gezien de aangenomen motie van de leden Ceder, Simons, Taimounti, Nanninga, Roosma, Van Dantzig en De Heer (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1338);
Gelet op:
-het rechtspositiebesluit en de rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers;
-artikel 149 van de Gemeentewet,
Besluit:
I. Vast te stellen de volgende
Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2019
Hoofdstuk 1: Voorzieningen voor raadsleden
Artikel 1: Reis- en verblijfkosten voor reizen binnen en buiten de gemeente
1Voor reizen in de zin van artikel 3.1.7 van het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers ontvangt een raadslid een vaste vergoeding. Deze vaste vergoeding wordt berekend op grond van het handboek loonheffingen en wordt gebaseerd op drie dagen per week.
2Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente, gemaakt voor de uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur, worden aan een raadslid vergoed:
a.de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;
b.bij gebruik van een eigen vervoermiddel het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt en de parkeer-, veer-, stallings- en tolkosten;
c.de noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten.
3Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.
4Als een raadslid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld.
Artikel 2: Verzekering arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden
1Een raadslid ontvangt eenmaal per jaar een vergoeding ter hoogte van het bedrag van de vergoeding van zijn werkzaamheden voor één maand, waarmee hij een voorziening kan treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.
2De vergoeding wordt uitbetaald in de maand februari of maart en heeft betrekking op het daaraan voorafgaande jaar. Indien het lidmaatschap van de gemeenteraad gedurende het jaar eindigt of aanvangt, wordt de vergoeding alleen betaald over de volledige maanden waarin het raadslid lid was.
Artikel 3: Niet-partijpolitiek georiënteerde scholing
1Het presidium stelt het maximale bedrag vast dat een raadslid per jaar aan scholing zoals bedoeld in artikel 3.3.3 van het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers kan besteden.
2Een raadslid dat wil deelnemen aan scholing dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie. Ook wordt een kostenspecificatie meegestuurd, waaruit blijkt dat de prijs-kwaliteitverhouding van de betreffende scholing redelijk is.
3De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van belang is in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap. Het presidium kan hier voorwaarden aan verbinden.
4Het presidium neemt op de aanvraag een beslissing.
Artikel 4: Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie
1Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid van de Gemeentewet ontvangt voor de duur van de activiteiten van die commissie een toelage van € 360,- per maand.
2Het presidium is een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
3Een raadslid dat voorzitter is van het presidium ontvangt voor de duur van de activiteiten van het presidium een maandelijkse toelage gelijk aan het maximum bedrag als genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
4Een raadslid dat lid is van het presidium, niet zijnde de voorzitter van het presidium, ontvangt voor de duur van de activiteiten van het presidium een maandelijkse toelage ter hoogte van twee derde van het maximumbedrag als genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
5Een raadslid dat lid is van een andere bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers ontvangt voor de duur van de activiteiten van die commissie een maandelijkse toelage gelijk aan het maximumbedrag als genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
6Een raadslid dat voorzitter is van een raadscommissie ontvangt voor de duur van de activiteiten van die commissie een maandelijkse toelage gelijk aan het maximumbedrag als genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
Hoofdstuk 2: Voorzieningen voor commissieleden
Artikel 5: Reis- en verblijfkosten commissieleden die geen raadslid zijn
1Voor reizen in de zin van artikel 3.4.3 van het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers ontvangt een lid van de raadscommissie, niet zijnde een raadslid, een vaste vergoeding. Deze vaste vergoeding wordt berekend op grond van het handboek loonheffingen en wordt gebaseerd op twee dagen per week.
2Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente, gemaakt voor de uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur, worden aan een lid van de raadscommissie, niet zijnde een raadslid, vergoed:
a.de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;
b.bij gebruik van een eigen vervoermiddel het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt en de parkeer-, veer-, stallings- en tolkosten;
c.de noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten.
3Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.
4Als een lid van de raadscommissie, niet zijnde een raadslid, een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld.
Artikel 6: Niet-partijpolitiek georiënteerde scholing
1Het presidium stelt het maximale bedrag vast dat een lid van de raadscommissie, niet zijnde een raadslid, per jaar aan scholing zoals bedoeld in artikel 3.3.3 van het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers kan besteden.
2Een commissielid dat wil deelnemen aan scholing dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie.
3De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van belang is in verband met de vervulling van het commissielidmaatschap. Het presidium kan hier voorwaarden aan verbinden.
4Het presidium neemt op de aanvraag een beslissing.
Hoofdstuk 3: Betalen en declareren
Artikel 7: Betaling van kosten
1Betaling van kosten vindt zoveel mogelijk plaats door rechtstreekse toezending van een factuur aan de gemeente. Het raads- of commissielid zorgt er daarbij voor dat de factuur voldoet aan de vereisten voor de verwerking in het betaalsysteem.
2De vergoeding van de kosten die uit eigen middelen zijn betaald, vindt plaats met behulp van een declaratieformulier. Het volledig ingevulde en ondertekende declaratieformulier en de originele bewijsstukken worden binnen twee maanden bij de griffier ingediend.
Hoofdstuk 4: Slotbepalingen
Artikel 8: Intrekken oude verordening
De Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2010 en de Verordening voorziening arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden voor gemeenteraadsleden 2019 worden ingetrokken.
Artikel 9: Inwerkingtreding en overgangsbepaling
1Deze verordening wordt gepubliceerd in het Gemeenteblad, treedt op de dag na publicatie in werking en werkt terug tot en met 1 januari 2019. Dit met uitzondering van de bepalingen in hoofdstuk 2 en artikel 4, tweede lid voor zover het de voorzitter van het presidium betreft. De bepalingen uit hoofdstuk 2 treden op 1 augustus 2019 in werking en artikel 4, tweede lid inzake de voorzitter van het presidium treedt in werking na de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022.
2De Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2010 blijft van toepassing op kosten die zijn gemaakt voor de dag van inwerkingtreding van deze verordening.
Artikel 10: Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2019 Amsterdam.