Gemeentelijke regelgeving

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent de gemeentelijke begraafplaatsen en cremetoria (Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen en crematoria Amsterdam)

Gemeente Amsterdam · geldt sinds 24 maart 2024

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening en de daarop berustende regels wordt verstaan onder:

a.aanvrager: degene die - al dan niet door tussenkomst van een uitvaart­ondernemer - opdracht geeft voor een begrafenis, crematie, bijzetting, herdenkingsplechtigheid of asverstrooiing, degene die de uitgifte van een graf of urnenplaats verzoekt en degene die het plaatsen van een naamplaatje op een gedenkmuur of gedenkzuil verzoekt;

b.algemeen graf: een graf, dat in beheer is bij de gemeente, waarin gelegenheid wordt gegeven tot het doen begraven van lijken;

c.algemene nis: een niet voor publiek toeganke­lij­ke ruimte in een crematorium, die bestemd is voor de tijdelijke bijzetting van asbus­sen;

d.asbus: een bus ter berging van de as van een overledene;

e.begraafplaats:

* De Nieuwe Ooster, Kruislaan 126, stadsdeel Oost;

* De Nieuwe Noorder, Buikslotermeerdijk 83, stadsdeel Noord;

* Ransdorp, Dorpsweg 85, stadsdeel Noord;

* Zunderdorp, Achterlaan 12, stadsdeel Noord;

* Holysloot, Dorpsstraat 30, stadsdeel Noord;

* Durgerdam, Durgerdammerdijk 76, stadsdeel Noord;

* Nieuwendam, Brede Kerkepad 8, stadsdeel Noord;

* Schellingwoude, Wijkergouw 6, stadsdeel Noord;

* Buiksloot, Buiksloterkerkpad 10, stadsdeel Noord;

* Driemond, Provincialeweg 2, stadsdeel ZuidOost;

* de gesloten begraafplaats Huis te Vraag, Rijnsburgstraat 51, stadsdeel Zuid;

* Gemeentelijke begraafplaats Carspelhof, Utrechtseweg 110, stadsgebied Weesp;

* Begraafplaats Landscroon, Korte Muiderweg 10, stadsgebied Weesp.

f college: college van burgemeester en wethouders;

g.crematorium:

* het crematorium "De Nieuwe Ooster", gelegen op de begraafplaats De Nieuwe Ooster;

* het crematorium "De Nieuwe Noorder", gelegen op de begraafplaats De Nieuwe Noorder;

h.beheerder: de functionaris, die door het college is belast met het (dagelijkse) beheer van een begraaf­plaats en crematorium;

i.dorpskerkhoven Noord

de begraafplaatsen Ransdorp, Zunderdorp, Holysloot, Durgerdam, Nieuwendam, Schellingwoude en Buiksloot in stadsdeel Noord;

j.eigen graf: een particulier graf dat tot 1 januari 2010 is uitgegeven onder de benaming 'eigen graf';

k.gebruiker: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf, urnenplaats of op een gedenkmuur of gedenkzuil is verleend;

l.gedenkmuur: een muur, dat in beheer is bij de gemeente, waarop ter herinnering aan overledenen naamplaatjes kunnen worden aangebracht;

m.gedenkteken: een grafsteen, liggende of staande zerk, sierurn, sluitplaat of ander monument ter nagedachtenis aan één of meer overledenen;

n gedenkzuil: een zuilvorming gedenkteken, dat in beheer is bij de gemeente, waarop ter herinnering aan overledenen naamplaatjes kunnen worden aangebracht;

o.graf: een ruimte waar een lijk of de restanten daarvan wordt begraven;

p.grafakte: de beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waarin overeenkomstig de bepalingen van deze verordening door het college het grafrecht wordt verleend;

q.grafbedekking: gedenktekens of beplanting die op een graf of urnenplaats zijn geplaatst;

r.grafrecht:

-het recht van gebruik van een ruimte in een algemeen graf of een urnenplaats, het doen plaatsen van een naamplaatje, hetzij

-het uitsluitend recht op een particulier graf;

s.keldergraf: een betonnen of gemetselde constructie waarin één of meerdere lijken kunnen worden begraven en -indien toegestaan- asbussen kunnen worden bijgezet. Keldergraven kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand;

t.onderhoudsbijdrage: een verplichte bijdrage in het onderhoud van de begraafplaats voor gebruikers en rechthebbenden;

u.particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend;

v.particulier kindergraf: een particulier graf, waarvoor aan een natuurlijke of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden van lijken en het bijzetten van asbussen of urnen van kinderen tot en met 11 jaar;

w.rechthebbende: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf;

x.strooiweide: terrein op de begraafplaats dat bestemd is om permanent as op te verstrooien;

y.uitsluitend recht

Het uitsluitend recht omvat het recht om in een particulier graf

-het doen begraven en begraven houden van lijken;

-het doen bijzetten van asbussen of urnen en

-het doen verstrooien van as in het graf;

z.urn: een voorwerp ter berging van de as uit één of meer asbussen;

aa.urnengraf: een graf, dat in beheer is bij de gemeente, waarin gelegen­heid wordt gegeven tot het doen begraven van asbussen of urnen;

ab.urnennis: een nis in de urnenmuur of kelder in het urnenplateau, die bij de gemeente in beheer zijn, waarin gelegen­heid wordt gegeven tot het doen bijzetten van asbussen of urnen;

ac.urnenplaats: een urnengraf, een urnenkelder, een nis in de urnenmuur of een kelder in het urnenplateau, een sierurn in de vijver, of een andere ruimte, die bij de gemeente in beheer zijn, waarin gelegenheid wordt gegeven tot het doen begraven of bijzetten van asbussen of urnen;

ad.wet: de Wet op de lijkbezorging en de daaruit voortvloeiende regelgeving;

ae.zandgraf: een graf in de grond.

Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 2 Beheer en administratie en gedragsregels

Artikel 2 Beheer van de begraafplaatsen en crematoria

1Het beheer van de begraafplaatsen en crematoria berust bij het college.

2Het beheer omvat het exploiteren van de begraafplaats en crematorium, het onderhouden van de gebouwen, het bieden van faciliteiten voor lijkbezorging, het herdenken van overledenen en het voeren van de bijbehorende administratie.

3Onder toezicht van het college wordt een beheerder belast met het (dagelijkse) beheer van een begraafplaats en crematorium.

Artikel 3 Administratie

1De administratie bevat een register van alle rechthebbenden en gebrui­kers van de graven en urnenplaatsen, met hun namen en adressen en aantekening van hun relatie tot de overledene. Dit register is niet open­baar, doch de gegevens van rechthebbenden en gebrui­kers kunnen worden verstrekt aan derden, indien deze schade leiden door of als gevolg van de grafbedekking op de graven of urnenplaatsen van die rechthebbenden en gebruikers.

2De rechthebbenden en gebruikers zijn verplicht de wijziging van hun adres aan de beheerder door te geven.

Artikel 4 Openstelling en gedragsregels

1De begraafplaats is gedurende door het college vast te stellen tijden openbaar toegankelijk.

2In voorko­mende gevallen kan de beheerder een ruimere openstelling dan door het college is vastgesteld toestaan.

3De beheerder kan bezoekers de toegang tot (een deel van) de begraafplaats en/of de gebouwen tijdelijk ontzeg­gen.

4Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen, die werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn in het belang van de orde, rust en netheid verplicht zich ordente­lijk te gedragen en de door de beheerder gegeven aanwijzin­gen op te volgen.

5De beheerder kan personen die zich niet aan de in lid 4 bedoelde aanwijzingen houden van de begraafplaats (laten) verwijderen. Bij herhaalde overtredingen kan gedurende een door het college te bepalen periode deze personen de toegang worden ontzegd.

6Het is verboden:

a.met motorrijtuigen op de begraafplaats te rijden anders dan voor een begrafenis of crematie;

b.met bromfietsen of andere motorrijwielen op de begraafplaats te rijden of deze met zich mee te voeren;

c.te fietsen op de begraafplaatsen; dit verbod geldt niet voor de begraafplaats De Nieuwe Ooster;

d.buiten de hoofdpaden van de begraafplaatsen te rijden;

e.met voertuigen harder te rijden dan 10 km per uur;

f.honden of andere dieren niet aangelijnd mee te nemen;

g.op de graven en urnenplaatsen te lopen of te zitten en gereedschappen of andere niet tot de graven behorende voorwerpen neer te leggen;

h.de begraafplaats te verontreinigen;

i.op het gedenkpark te filmen;

j.zonder toestemming of opdracht van de aanvrager van een uitvaart te fotograferen, te filmen of anderszins te registreren;

k.zonder voorafgaande toestemming van de beheerder werkzaamheden op de begraafplaats of crematorium te verrichten;

l.bloemen of andere waren te koop aan te bieden of hiervoor reclame te maken;

m.as te verstrooien of andere vormen van lijkbezorging te bezigen;

n.gedurende de tijd dat de begraafplaats niet voor publiek geopend is zich

daarop te bevinden;

o.georganiseerde rondleidingen op de begraafplaats te verzorgen.

7Het college kan ontheffing verlenen voor de het verbod zoals bedoeld in de leden 6a, 6i, 6n en 6o.

Artikel 5 Plechtigheden

Herdenkingsbijeenkomsten, onthulling van gedenktekens en dergelijke plechtigheden kunnen slechts plaatsvinden nadat deze ten minste zes werkdagen van tevoren bij de beheerder zijn gemeld. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal geschie­den worden in het belang van de rust en de orde op de begraafplaats in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld.

Hoofdstuk 3 Indeling van de begraafplaats

Artikel 6 Algemene uitgangspunten

1Het college stelt, met uitzondering van het bepaalde in het volgende lid, de indeling van de begraafplaats, de bestem­ming van de grafvakken, het onder­scheid in soorten graven en urnenplaatsen vast.

2De begraafplaatsen Huis te Vraag en Landscroon bevinden zich geen urnenplaatsen en strooiweide of strooiweiden

3Per grafvak kan het college nadere regels voor gebruik en beheer van de graven en urnenplaatsen vaststellen.

4Graven en urnenplaatsen worden aansluitend op de reeds uitgegeven graven en urnenplaatsen uitgegeven.

5Indien dit naar het oordeel van het college niet bezwaarlijk is, kunnen ook op andere plaatsen dan bedoeld in lid 4 graven en urnenplaatsen worden uitgegeven.

6Er is geen recht op uitgifte van graven en urnenplaatsen of op levering van diensten.

Paragraaf 1 Graven

Artikel 7 Algemene graven

1Algemene graven worden uitgegeven voor een termijn van tien jaar.

2De termijn van algemene graven wordt niet verlengd.

3In of op algemene graven worden geen asbussen bijgezet of as verstrooid.

4Algemene graven op begraafplaats De Nieuwe Ooster zijn:

a.algemene zandgraven, die zijn bestemd voor het begraven van drie lijken;

b.algemene zandgraven ‘speciaal', die zijn bestemd voor het begraven van twee lijken;

c.algemene keldergraven, die zijn bestemd voor het begraven van vijf lijken;

d.algemene kindergraven, die zijn bestemd voor het begraven van vier lijken van een kind tot en met 11 jaar.

5Algemene graven op begraafplaats De Nieuwe Noorder zijn

a.algemene zandgraven, die zijn bestemd voor het begraven van drie lijken;.

b.algemene kindergraven, die zijn bestemd voor het begraven van één lijk.

6Algemene graven op de Dorpskerkhoven Noord

a.algemene zandgraven, die zijn bestemd voor het begraven van twee lijken.

7Algemene graven op begraafplaats Driemond

a.Algemene zandgraven, die zijn bestemd voor het begraven van twee lijken.

8Algemene graven op begraafplaats Carspelhof

a.Algemene zandgraven, die zijn bestemd voor het begraven van drie lijken.

Artikel 8 Particuliere graven

1Op De Nieuwe Ooster zijn particuliere graven, -afhankelijk van het soort graf- bestemd voor het begraven van maximaal één, twee of drie lijken, het bijzetten van maximaal één, twee of drie asbussen en in het graf doen verstrooien van as.

2Op De Nieuwe Noorder zijn particuliere graven bestemd voor het begraven van maximaal drie lijken, het doen bijzetten van maximaal drie asbussen en in het graf doen verstrooien van as.

3Op Dorpskerkhoven Noord zijn particuliere graven bestemd voor het begraven van maximaal twee lijken, het doen bijzetten van maximaal twee asbussen en in het graf doen verstrooien van as.

4Op begraafplaats Driemond zijn particuliere graven bestemd voor het begraven van maximaal twee lijken, het doen bijzetten van maximaal twee asbussen en in het graf doen verstrooien van as.

5Op de begraafplaats Carspelhof zijn particuliere graven bestemd voor het begraven van maximaal drie lijken, het doen bijzetten van maximaal drie asbussen en in het graf doen verstrooien van as.

6Op de begraafplaats Landscroon kunnen uitsluitend bijzettingen in en asverstrooiingen op particuliere graven plaatsvinden.

7Particuliere kindergraven zijn bestemd voor het begraven van één lijk van een kind tot en met 11 jaar en het bijzetten van één asbus met de as van een kind tot en met 11 jaar en in het graf doen verstrooien van as.

8Particuliere graven worden uitgegeven voor een termijn van ten minste twintig en ten hoogste vijftig jaar of voor onbepaalde tijd, met uitzondering van het bepaalde in het volgende twee leden.

9Particuliere kindergraven worden uitgegeven voor een termijn van ten minste tien en ten hoogste vijftig jaar of voor onbepaalde tijd.

10Het college kan grafvakken of delen van grafvakken aanwijzen waarop de particuliere graven voor een termijn van ten minste tien en ten hoogste vijftig jaar of voor onbepaalde tijd kunnen worden uitgegeven.

11Na afloop van de uitgiftetermijn wordt het grafrecht op particuliere graven op verzoek van de rechthebbende telkens met minimaal één jaar en maximaal twintig jaar ver­lengd.

12Graven die zijn uitgegeven voor onbepaalde tijd, blijven bestaan tot het moment dat de begraaf­plaats wordt opgeheven, mits de rechthebbende eens in de tien jaar aan de beheerder te kennen geeft dat op een verdere instandhouding van het graf prijs wordt gesteld.

13Het college kan aan een rechthebbende op een particulier graf vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder.

14Een vergunning voor een grafkelder kan worden gewijzigd, ingetrokken of geweigerd indien:

a.de duurzaamheid van de gebruikte materialen onvoldoende of de fundering en con­structie onvol­doende stevig en veilig wordt geacht;

b.de aan de vergunning verbonden voorschriften niet zijn of worden nagekomen of de op de vergunning van toepassing zijnde regelgeving niet is of wordt nagekomen;

c.van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebrek aan een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn.

Paragraaf 2 Asbestemming

Artikel 9 Algemene nis

1Na de crematie verblijft een asbus minimaal één maand en maximaal zes maanden in de algemene nis van het crematorium. De termijn kan één keer verlengd worden met maximaal zes maanden.

2Indien de aanvrager van een crematie binnen de in het eerste lid van dit artikel genoemde (verlengde) termijn geen bestem­ming van de as kenbaar maakt of een bestemming van de as niet binnen twaalf maanden realiseert, wordt de opdracht tot cremeren tevens een opdracht tot verstrooiing van de as op een door de beheerder te bepalen locatie en tijdstip.

Artikel 10 Grafrecht urnenplaatsen

1Een asbus kan worden bijgezet in of op een urnenplaats.

2In een urnenplaats kunnen niet meer (delen van) asbussen worden bewaard dan waarvoor de urnenplaats is bedoeld.

3Urnenplaatsen worden uitgegeven voor een termijn van minimaal vijf en maximaal twintig jaar.

4Na afloop van de uitgiftetermijn van een urnenplaats kan deze termijn minimaal één en maximaal twintig jaar worden verlengd tenzij het college dit uit oogpunt van beheer van het gedenkpark bezwaarlijk acht.

5Wanneer de gebruiker het grafrecht op de urnenplaats niet verlengt impliceert de bijzetting van de asbus in of op een urnenplaats dat de gebruiker opdracht geeft tot verstrooiing van de as op een door de beheerder te bepalen locatie en tijdstip, wanneer de gebruiker:

-niet tijdig een andere asbestemming kenbaar maakt;

-een tijdig gegeven andere asbestemming niet binnen twaalf maanden realiseert.

Artikel 11 Bestemming urnenplaatsen

1Urnengraven zijn bestemd voor het bijzetten van ten hoogste twee asbussen: dat kan in een zandgraf, in een ondergrondse kelder dan wel in een bovengronds gedenkteken.

2In afwijking van het eerste lid bevinden zich op begraafplaats Carspelhof urnengraven bestemd voor drie asbussen.

3In urnennissen kunnen, afhankelijk van het formaat en de wijze van bijzetten, één, twee of vier asbussen worden bijgezet.

Artikel 12 Asverstrooiing

As kan worden verstrooid op een strooiveld van de begraafplaats.

Paragraaf 3 Gedenken

Artikel 13 Gedenkmuren en gedenkzuilen

1Ter nagedachtenis aan een overledene kan op verzoek een naamplaatje op een gedenkmuur of gedenkzuil worden geplaatst voor een periode van minimaal vijf en maximaal twintig tien jaar.

2Deze periode kan telkens met een periode van minimaal vijf en maximaal twintig jaar worden verlengd.

3De beheerder stelt van de naamplaatjes de afmetingen, het materiaal, de te gebruiken lettertypes en het maximaal aantal beschikbare letters vast.

4Als de gebruiker de rechten die zijn verschuldigd op grond van de Heffingsverordening Begraafplaatsen en Crematoria gemeente Amsterdam niet volledig heeft voldaan kan de beheerder het naamplaatje, na een eerste herinnering, verwijderen

5Na de verwijdering van het naamplaatje, zoals bedoeld in het vierde lid blijft het naamplaatje gedurende een periode van minimaal één jaar ter beschikking van de gebruiker.

Hoofdstuk 4 Vereisten voor begraving, crematie of asbestemming

Artikel 14 Kennisgeving uitvaart en asbezorging

1Degene die een lijk wil doen begraven of cremeren, dan wel as een bestemming wil geven, maakt daarvoor gebruik van een door het college vast te stellen formulier. Dit formulier wordt uiterlijk op een door de beheerder te bepalen tijdstip op de werkdag voorafgaande aan de dag waarop de begraving, crematie of bijzetting dan wel verstrooiing plaats zal vinden, bij de beheerder ingeleverd. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag.

2Indien de burgemeester verlof heeft verleend om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven of te cremeren moet het verzoek daartoe aan de beheerder­ zo tijdig mogelijk worden gedaan.

3Bij het in het eerste lid bedoelde verzoek tot begraven en cremeren wordt het verlof tot begra­ving of cremeren van de ambtenaar van de burgerlijke stand of een ander wettelijk daarmee gelijkgesteld document overgelegd.

4Indien het lijk binnen 36 uur na het overlijden wordt begraven of gecremeerd wordt behalve het in het derde lid bedoelde verlof of document ook het in het tweede lid bedoelde verlof van de burgemeester overgelegd.

5Indien de begraving of de bijzetting in een particulier graf zal plaatsvinden, wordt een machtiging van de rechthebbende aan de beheerder overge­legd.

6Een begrafenis vindt niet plaats indien in een kist of ander lijkomhulsel voor­werpen zijn bijgesloten, die niet tot de kist of het lijk behoren.

7Het zesde lid is niet van toepassing als er kleine verteerbare voorwerpen in een kist of ander lijkomhulsel zijn bijgesloten.

8Een lijk mag uitsluitend worden begraven of gecremeerd in een kist of ander omhulsel, die voldoet aan de technische eisen zoals die in de uitvaartbranche worden gehanteerd.

Artikel 15 Uitvoering uitvaart

1Het tijdstip van begraven, cremeren, bijzetten of verstrooien wordt telkens en voor elk geval afzonderlijk door de beheerder, in overleg met de betrokken aanvrager vastgesteld.

2De aanwijzing van de plaats van het graf of de urnenplaats geschiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 6, in overleg met de aanvrager.

3Tot de begraving, crematie of bijzetting wordt niet overgegaan dan nadat de beheerder heeft geconstateerd dat aan de in de artikelen 14, 18, en 19 derde lid en aan de vereisten van de wet is voldaan.

4Het openen en sluiten van graven, evenals het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend onder toezicht van de beheerder door het personeel van de begraafplaats worden uitgevoerd.

5Het sluiten van graven kan geheel of gedeeltelijk op aanwijzing en onder toezicht van de beheerder door of namens de aanvrager worden uitgevoerd, indien de aanvrager de wens daartoe uiterlijk op een door de beheerder te bepalen tijdstip van de voorgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder kenbaar heeft gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag.

Hoofdstuk 5 Tarieven

Artikel 16 Vaststellen tarieven

De kosten van begraven of cremeren, van het vestigen of overdragen of verlengen van de grafrechten, voor het delven of openen en sluiten van een graf, voor het toelaten van een grafkelder, voor de bijdrage in het algemeen onderhoud van het gedenkpark, van opgraving van een lijk, van ruiming van een particulier graf of een asbus, van asbestemmingen, gebruik van de aula of koffie­kamer, evenals de eventuele andere kosten die verband houden met het gebruik van de begraafplaats, het crematori­um of uitvaart­plech­tigheden, worden door de gemeenteraad in een Heffingsverordening vastgesteld.

Hoofdstuk 6 Vestigen, verlenging en overgang van grafrecht

Artikel 17 Vestigen grafrecht

1Het in de artikelen 7, 8, 10 en 13 bedoelde grafrecht wordt schriftelijk gevestigd door middel van een grafakte.

2Rechthebbenden en gebruikers kunnen een duplicaatakte verkrij­gen.

Artikel 18 Verlengen grafrecht in verband met grafrusttermijn

1Begraving in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn zodat de resterende periode minimaal de wettelijke minimum grafrusttermijn na deze begraving omvat.

2De verlenging wordt aangevraagd door de rechtheb­bende.

3Een eventuele volgende verlenging geschiedt overeenkomstig het bepaalde in artikel 8, zesde lid.

Artikel 19 Overdracht grafrecht

1Het grafrecht kan worden overgedragen door overlegging aan het college van een door de rechthebbende of gebruiker en de betrok­ken rechts­opvolger getekend bewijs van over­dracht.

2Overdracht is slechts mogelijk op naam van één (rechts)persoon.

3Indien de rechthebbende of gebruiker op een graf is overleden en in het betreffen­de graf begra­ven of bijgezet moet worden, wordt het grafrecht vóórdat de begraving of bijzetting plaats vindt, overgeschreven.

4In geval van overlijden van de rechthebbende of gebruiker en er niet in het betreffende graf begraven of bijgezet moet worden kan het grafrecht worden overgeschreven op naam van een (rechts)persoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen één jaar na het overlij­den van de rechthebbende of gebruiker.

5Aan het grafrecht is de verplichting tot het betalen van onderhoudsbijdrage verbonden.

6Een rechthebbende kan afstand doen van het grafrecht, zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding en onverminderd zijn verplichting tot het betalen van kosten voor de lopende termijn.

Hoofdstuk 7 Opgraving en ruiming

Artikel 20 Opgraven

1Bij de opgraving van lijken zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast.

2Het opgegraven lijk wordt bewaard in een kist, die door de beheerder beschikbaar is gesteld.

3De kist met het opgegraven lijk wordt op de dag van opgraving in opdracht van de opdrachtgever opgehaald.

Artikel 21 Ruimen

1Bij de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast.

2Het voornemen van de beheerder om een algemeen graf of graven te ruimen wordt gedurende ten minste zes maanden voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafruimte(s) zal/zullen worden geruimd, door middel van het plaatsen van een bordje bij het te ruimen graf of graven ter kennis van de belanghebbende(n) gebracht.

3Gebruikers van een algemeen graf kunnen tot een maand voor het moment van ruimen bij het college een aanvraag indienen om bij ruiming de stoffelijke resten, indien mogelijk, bijeen te brengen voor herbegraven of crematie.

Hoofdstuk 8 Grafbedekking

Artikel 22 Vergunning voor gedenkteken

1Het college kan per grafvak of groepen van grafvakken nadere regels voor de grafbedekking op graven en urnenplaatsen vaststellen.

2Het is verboden zonder vergunning van het college gedenktekens op graven of urnenplaatsen te plaatsen of te herplaatsen. Voor het aanvragen van de vergunning worden op verzoek door de beheerder ­ formulieren verstrekt.

3De rechthebbende of gebruiker vraagt de vergunning zoals bedoeld in het tweede lid voor het plaatsen van een gedenkteken aan.

4Het college kan aan de vergunning als bedoeld in het tweede lid voorschriften verbinden.

5Een vergunning voor een gedenkteken kan worden gewijzigd, ingetrokken of geweigerd indien:

a.de duurzaamheid van de gebruikte materialen onvoldoende of de fundering en con­structie onvol­doende stevig en veilig wordt geacht;

b.het gedenkteken naar het oordeel van het college afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;

c.niet voldaan wordt aan de in lid 4 bedoelde nadere voorschriften;

d.de tekst of afbeelding op het gedenkteken naar het oordeel van het college aanstootgevend of kwet­send kan zijn;

e.de aan de vergunning verbonden voorschriften niet zijn of worden nagekomen of de op de vergunning van toepassing zijnde regelgeving niet is of wordt nagekomen;

f.van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel bij gebrek van een dergelijke termijn binnen een redelijke termijn.

6Het college kan een zonder vergunning geplaatst gedenkteken van het graf of de urnenplaats (laten) verwijderen.

7De rechthebbende of gebruiker wordt van de in het zesde lid genoemde verwijdering op de hoogte gesteld en gedurende drie maanden in de gelegenheid gesteld het verwijderde gedenkteken op te komen ophalen.

8Op een gedenkteken moet het grafnummer duurzaam op een door de beheerder aan te geven plaats kunnen worden aange­bracht.

9Het (doen) plaatsen of aanbrengen van grafbedekking op graven of urnenplaatsen geschiedt door of namens de rechthebbende of gebruiker.

10Alle kosten voor het plaatsen of aanbrengen, herstellen of vernieuwen van grafbedekking komen voor rekening van de rechthebbende of gebruiker.

11De rechthebbende of gebruiker is verplicht de grafbedekking naar het oordeel van de het college goed te onderhouden.

12In afwijking van het elfde lid voorzien burgemeester en wethouders op de begraafplaatsen Carspelhof en Landscroon in het schoonmaken van het gedenkteken en in de zorg voor de winterharde beplantingen.

Artikel 23 Herstel van schade aan grafbedekking

1De in artikel 22 bedoelde grafbedekking wordt geacht voor rekening en risico van de rechtheb­bende of gebruiker te zijn aangebracht.

2De rechthebbende of gebruiker is verplicht de - door welke omstandig­he­den ook - aan grafbedekking toege­brachte schade of verzakking op eerste aanschrij­ven te herstel­len, indien de beschadi­ging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college een gevaarlijke situatie oplevert en/of het uiterlijk aanzien van de be­graafplaats schaadt.

3Indien binnen twee maanden na de dag van aanschrijving geen herstel of vernieuwing heeft plaatsgevonden is het college bevoegd om op kosten van de rechthebbende of gebruiker tot verwijdering dan wel tot herstel of vernieuwing van de grafbedekking over te gaan.

Artikel 24 Beplanting

1Wanneer grafbeplanting te hoog of te breed wordt, wordt de rechthebbende of gebruiker door de beheerder aangeschreven en op de geldende voor­schriften geatten­deerd.

2Indien de rechthebbende of gebruiker niet binnen de termijn, zoals die in de aanschrijving staat, de grafbeplanting in de gewenste toestand brengt, kan het college de grafbeplanting geheel of deels op kosten van de nalatige rechthebbende of gebruiker doen verwijderen.

3Het is toegestaan om op een graf of aan de rand van het strooiveld losse bloemen te leggen of bloemen in steekvazen te plaatsen.

4Het is verboden op en rond een strooiveld planten aan te brengen.

5Het is verboden om op een graf losse voorwerpen te plaatsen die van glas zijn vervaardigd, of die weg kunnen waaien.

6Verwelkte bloemen, verwaarloosde planten, planten op of rond een strooiveld, losse voorwerpen op een graf kunnen door de beheerder worden verwijderd.

Artikel 25 Zitgelegenheid

1Het is verboden om op of naast een graf of urnenplaats een zitgelegenheid te (laten) plaatsen.

2Het college kan grafvakken of delen van grafvakken aanwijzen waar de rechthebbende of gebruiker de mogelijkheid wordt geboden om naast een graf of urnenplaats een zitgelegenheid, die door de beheerder wordt beheerd, te laten plaatsen.

3Het is verboden zitgelegenheden voor andere doelen dan als zitgelegenheid te gebruiken.

4Andere dan door de beheerder beheerde zitgelegenheden kunnen door de beheerder zonder voorafgaande waarschuwing worden verwijderd.

5De eigenaar van de verwijderde zitgelegenheid wordt gedurende drie maanden in de gelegenheid gesteld de zitgelegenheid te komen ophalen. Daarna wordt de zitgelegenheid vernietigd.

Hoofdstuk 9 Einde van het grafrecht

Artikel 26 Vervallen en vervallen verklaren van het grafrecht

1Het grafrecht vervalt:

a.door het verlopen van de termijn;

b.indien de rechthebbende of gebruiker afstand doet van het grafrecht;

c.indien de begraafplaats wordt opgeheven.

2Het college kan het grafrecht vervallen verklaren:

a.indien de aanvrager, rechthebbende of gebruiker de rechten die op grond van de Heffingsverordening Begraafplaatsen en Crematoria gemeente Amsterdam verschuldigd zijn, niet volledig heeft voldaan;

b.indien de rechthebbende of gebruiker - ondanks een aanmaning - in verzuim blijft een op grond van deze verordening op hem rustende verplichting volledig na te komen of daarmee in strijd handelt;

c.indien de rechthebbende of de gebruiker van een graf is overleden en het recht niet binnen één jaar is overgeschreven.

3In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, en in het tweede lid, vindt geen terugbeta­ling plaats van een deel van de kosten van het grafrecht, betaalde onderhoudsbijdragen of eventuele andere kosten.

4De eventueel op het graf aanwezige grafbedekking kan gedurende een maand vóór het vervallen van het grafrecht door of namens de rechthebbende of gebruiker van het graf worden verwijderd.

5Na afloop van de termijn dat een graf niet geruimd kan worden kunnen rechthebbende of gebruiker geen aanspra­ken op deze voor­wer­pen doen gelden.

Hoofdstuk 10 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 27 Hardheidsclausule

In gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het college.

Artikel 28 Overgangsbepaling

1Deze verordening treedt in de plaats van alle voorgaande verordeningen op de begraafplaatsen en het crematoria, met dien verstan­de dat de ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening reeds geves­tigde uitsluitende rechten op particulier graven in volle omvang worden gehand­haafd.

2Voor de als gevolg van deze verordening gevestigde uitsluitende rechten op graven geldt nadrukke­lijk dat zij worden gevestigd onder de nadere voor­waarden, bij eventuele aanvulling of wijziging van deze verorde­ning te stellen.

Artikel 29 Sancties

Hij die handelt in strijd met artikel 4 lid 6 wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

Artikel 30 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen en crematoria Amsterdam.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.