Gemeentelijke regelgeving

Verordening investeringsfonds sociale firma's Amsterdam

Gemeente Amsterdam · geldt sinds 19 augustus 2017

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a ) Aanvraag: de aanvraag die in het kader van deze verordening bij het college is ingediend ten behoeve van een lening;

b ) Aanvrager: de ondernemer die de sociale firma exploiteert; niet zijnde een bedrijf voor Sociale Werkvoorziening;

c ) Arbeidsmatige dagbesteding: een voorziening waarbij onder begeleiding arbeidsmatige activiteiten plaatsvinden;

d ) College: het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam;

e ) Investeringsfonds: fonds waar sociale firma's een beroep op kunnen doen voor investeringen in kapitaalgoederen en voor werkkapitaal;

f ) Ondernemer: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die een onderneming in stand houdt;

g ) Onderneming: elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband waarin krachtens arbeidsovereenkomst arbeid wordt verricht;

h ) Persoon met afstand tot de arbeidsmarkt: persoon met woonplaats Amsterdam die in aanmerking komt voor arbeidsmatige dagbesteding (zoals beschreven in de Amsterdamse WMO-verordening 2015, artikel 4.4) of een persoon met beperkte loonwaarde (zoals beschreven in de Amsterdamse re-integratieverordening Participatiewet, artikel 1.3 en 1.4), die nog niet de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt;

i ) Plek arbeidsmatige dagbesteding: arbeidsplaats binnen de onderneming die beschikbaar is voor personen met een afstand tot de arbeidsmarkt om er als dagbesteding onder begeleiding werkzaamheden te verrichten;

j ) Sociale firma: een onderneming die zich richt op zowel bedrijfseconomische continuïteit en/of winstgevendheid als op het creëren van plekken voor personen met een afstand tot de arbeidsmarkt en waarbij:

50% van de totale inkomsten voortkomt uit de verkoop van producten en diensten, niet zijnde dagbestedingsactiviteiten, en minimaal 40% van het totaal aantal medewerkers personen zijn met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Indien het aandeel van de verkoop van producten of diensten, niet zijnde dagbestedingsactiviteiten, in de totale inkomsten meer dan 50% bedraagt, wordt de eis ten aanzien van het percentage personen met een afstand tot de arbeidsmarkt als volgt verlaagd: per 10% meer inkomsten uit de verkoop wordt de eis met betrekking tot het personeel met 2 procentpunten verlaagd;

k ) Werkkapitaal: kapitaal dat voor de sociale firma waarop de aanvraag betrekking heeft, nodig is om aan de geraamde dagelijkse financiële verplichtingen te voldoen.

Artikel 2. Doel en resultaten lening

Het doel van de lening is sociale firma's te ondersteunen bij het plegen van een investering in kapitaalgoederen en bij het voorzien in werkkapitaal, waarbij dit bijdraagt aan één of meer van de volgende inhoudelijke doelen:

a.toename van de capaciteit arbeidsmatige dagbesteding bij de sociale firma;

b.toename werkgelegenheid bij de sociale firma voor personen met een afstand tot de arbeidsmarkt;

c.toename van het aantal personen dat doorstroomt bij de sociale firma van arbeidsmatige dagbesteding naar begeleid werk en vervolgens naar regulier werk.

Artikel 3. Criteria voor verstrekken lening

1Het college kan een lening verstrekken voor een investering in een sociale firma, die een toename van het aantal arbeidsplekken in de arbeidsmarktregio Groot-Amsterdam oplevert bij die sociale firma.

2Het college beoordeelt de aanvraag voor een lening als volgt:

a.het aantal extra plekken arbeidsmatige dagbesteding dat bij de sociale firma wordt gerealiseerd voor personen met een afstand tot de arbeidsmarkt;

b.het aantal extra dienstverbanden dat de sociale firma aangaat met personen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Hoofdstuk 2 Plafond investeringsfonds rente en leningen

Artikel 4. Plafond Investeringsfonds, rente en lening

a.Het college kan een plafond instellen voor het investeringsfonds.

b.Het college kan het bedrag dat weer met rente terug is ontvangen, toevoegen aan het budget van het fonds.

c.Het college bepaalt het rentepercentage dat verschuldigd is door de sociale firma.

d.Het college bepaalt de vertragingsvergoeding die eventueel verschuldigd is door de sociale firma.

Artikel 5. Hoogte van de lening en kosten die in aanmerking komen voor een lening

1De kosten die in aanmerking komen voor een lening zijn de kosten voor investeringen en/of het voorzien in werkkapitaal van de sociale firma tot een bedrag van maximaal € 150.000,-.

2Voor het vaststellen van de hoogte van de lening - tot het onder lid 1 genoemde maximum worden de volgende regels gehanteerd:

a.maximaal € 75.000,- voor een plan dat 1 t/m 4 plekken als bedoeld in artikel 3, tweede lid realiseert;

b.maximaal € 125.000,- voor een plan dat 5 t/m 8 plekken als bedoeld in artikel 3, tweede lid realiseert;

c.maximaal € 150.000,- voor een plan dat 9 of meer plekken als bedoeld in artikel 3, tweede lid realiseert.

3De lening kan niet hoger zijn dan de in het eerste lid bedoelde kosten.

Artikel 6. Behandeling aanvragen

1Aanvragen voor een lening worden in behandeling genomen in volgorde van ontvangst.Als tijdstip van indiening geldt daarbij het moment waarop de aanvraag compleet is.

2Een sociale firma komt slechts eenmaal in aanmerking voor een lening vanuit het investeringsfonds.

Artikel 7. Terugbetaling van de lening

1De sociale firma is verplicht het geleende bedrag inclusief rente terug te betalen.

2De sociale firma is verplicht jaarlijks een door het college te bepalen bedrag aan aflossing en rente terug te betalen tot aan de betalingsverplichtingen geheel is voldaan.

3De lening dient uiterlijk binnen 5 jaar te zijn terugbetaald, gerekend vanaf het moment waarop de lening werd verstrekt.

4De sociale firma verplicht zich, maandelijks de overeengekomen termijnen te betalen, tenzij anders is overeengekomen.

5Betalingen aan het college dienen te geschieden op de door het college aangegeven wijze.

6De aan het college verrichte betalingen worden in de eerste plaats aangewend tervoldoening van de rente en daarna ter voldoening van de oudste niet betaalde termijn van het af te lossen bedrag.

7Het college kan aan het sluiten van de leningsovereenkomst voorwaarden verbinden.

Hoofdstuk 3 Aanvraag lening

Artikel 8. De aanvrager

1Een lening kan worden aangevraagd door een sociale firma voor een voorgenomen investering.

2Een lening kan tevens worden aangevraagd door de sociale firma die niet voldoet aan dedefinitie, zoals genoemd in artikel 1, onder j, maar die naar het oordeel van het collegeaannemelijk maakt daar binnen 3 jaar wel aan te voldoen.

Artikel 9. Bij de aanvraag voor een lening in te dienen gegevens

1Bij de aanvraag worden onder meer de volgende gegevens en stukken overgelegd:

a.een ingevuld aanvraagformulier;

b.een plan waarin inzicht wordt geboden in of waarin wordt aangetoond:

-in hoeverre de investering waarvoor de lening wordt aangevraagd voorziet in een vraag naar het product dat de sociale firma op de markt brengt;

-welk marktaandeel de sociale firma denkt te verwerven met de investering;

-de financiële bedrijfsvoering over de investering;

-dat voor de investering onvoldoende middelen beschikbaar zijn en er ook geen of onvoldoende geld uit commerciële leningen kan worden verkregen;

-het rendement en de extra omzet van de investering waarvoor de lening wordt aangevraagd;

-dat de plekken binnen 1 jaar na het verstrekken van de lening worden gerealiseerd;

-de ondernemersvaardigheden van de aanvrager of - indien hij zelf niet beschikt over deze vaardigheden - hoe hij deze beschikbaar krijgt bij de uitvoering van zijn sociale firma;

-op welke wijze de firma personen met een afstand tot de arbeidsmarkt zal begeleiden;

-dat de sociale firma aan de eisen van liquiditeit en solvabiliteit voldoet;

c.indien beschikbaar een recente jaarrekening.

2Voor de beoordeling van het plan kan door het college een deskundigenoordeel worden gevraagd.

Hoofdstuk 4 Verstrekken van lening

Artikel 10. Verstrekken van de lening

1Het college beslist op de aanvraag voor een lening binnen 8 weken na ontvangst van de volledige aanvraag.

2Deze termijn kan eenmalig met 4 weken worden verlengd.

Hoofdstuk 5 Verplichtingen van de sociale firma

Artikel 11. De investering in kapitaalgoederen

De sociale firma dient binnen 6 maanden na het verstrekken van de lening zijn investering te plegen, tenzij bijzondere omstandigheden deze investering niet mogelijk maken.

De investering dient aangetoond te worden middels een factuur en een betalingsbewijs.

Artikel 12. Aanvullende verplichtingen

De volgende verplichtingen gelden:

a.De sociale firma verleent medewerking aan evaluatie van de effecten van de door zijn firma ontvangen lening;

b.De verplichting, bedoeld onder a, geldt gedurende de periode waarin de terugbetalingsverplichting geldt;

c.De sociale firma dient desgevraagd een rapportage in omtrent de activiteiten en de daarmee verbonden uitgaven en inkomsten. Het college levert de aanvrager een format voor de rapportage over de in artikel 2 geformuleerde doel en resultaten van de lening;

d.De sociale firma informeert het college onder meer indien het doel van het verstrekken van de lening niet gehaald wordt of de terugbetaling van de lening niet (geheel) mogelijk blijkt.

Artikel 13. Hardheidsclausule

In bijzondere gevallen kan worden afgeweken van de bepalingen in deze verordening als toepassing daarvan wegens bijzondere omstandigheden onredelijke gevolgen heeft gezien de doelstelling van de regeling.

Artikel 14. Toepasselijke regelgeving

Het college is het bevoegde orgaan om op basis van deze verordening leningen te verstrekken en om ter uitvoering van deze verordening beleidsregels op te stellen.

Artikel 15. Evaluatie

1Het college evalueert deze regeling jaarlijks.

2Het college past vervolgens, indien nodig, de definitie aan van artikel 1, sub j, en de hoogte van de lening en de leningsbedragen, genoemd in artikel 5.

Artikel 16. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening investeringsfonds sociale firma’s Amsterdam.

Artikel 17. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking een dag na publicatie in het Gemeenteblad.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.