Aanhef
Het dagelijks bestuur van stadsdeel Centrum van Amsterdam,
Gelet op onderdeel W.4 van het Bevoegdhedenregister behorende bij de verordening op het lokaal bestuur en artikel 5 van de Subsidieregeling gebiedsgebonden kunst- en cultuuractiviteiten 2021-2024,
besluit vast te stellen de volgende regeling:
Uitwerkingsbesluit kunst en cultuur stadsdeel Centrum 2024
Dit besluit treedt met terugwerkende kracht in werking per 1 juli 2023.
Artikel I
Het Uitwerkingsbesluit Kunst en Cultuur is opgesteld op basis van de door het college van B en W vastgestelde stedelijke subsidieregeling Gebiedsgebonden kunst- en cultuuractiviteiten en wordt vastgesteld door het dagelijks bestuur. In dit Uitwerkingsbesluit is vastgelegd hoe de subsidieregeling ‘Gebiedsgebonden kunst- en cultuuractiviteiten’ wordt toegepast in relatie tot de Hoofdlijnen Kunst en Cultuur, het Kunstenplan 2021-2024, de gebiedsagenda’s en/of gebiedsplannen. Het dagelijks bestuur bepaalt, met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in bovengenoemde subsidieregeling, per soort activiteit de kaders waarbinnen de subsidie wordt verleend (onderdeel IV).
TOELICHTING
Het Uitwerkingsbesluit Kunst en Cultuur, vastgesteld door het college van B en W, maakt integraal onderdeel uit van de stedelijke subsidieregeling Gebiedsgebonden Kunst- en Cultuuractiviteiten en wordt vastgesteld door het dagelijks bestuur. Dit betekent dat voor elk stadsdeel een apart Uitwerkingsbesluit geldt. Een aantal variabele componenten van de stedelijke regeling Gebiedsgebonden Kunst- en Cultuuractiviteiten wordt per stadsdeel ingevuld of gedefinieerd.
In onderdeel I van het Uitwerkingsbesluit wordt een korte beschrijving opgenomen van het kunst- en cultuurprofiel van het stadsdeel gerelateerd aan de gebiedsagenda’s en/of gebiedsplannen en binnen het kader van de Hoofdlijnen en het Kunstenplan 2017-2020.
In onderdeel II neemt het dagelijks bestuur het subsidieplafond op. Het gaat daarbij om het bedrag dat in totaal beschikbaar is voor de uitvoering van deze subsidieregeling. Het subsidieplafond is opgedeeld is in deelplafonds.
Gebaseerd op het kunst- en cultuurprofiel, volgt in onderdeel III een opsomming van de subsidiabele activiteiten.
Van elke soort activiteit die voor subsidie in aanmerking komt bepaalt het dagelijks bestuur in onderdeel IV van het uitwerkingsbesluit de kaders waarbinnen de subsidie wordt verleend. De onderdelen van de kaders die het dagelijks bestuur zelfstandig kan invullen dan wel definiëren zijn vastgelegd in artikel 5 lid 3 van de regeling.
In Hoofdstuk 3, artikel 7, lid 3, staan 6 criteria die de basis vormen van de beoordeling van subsidieverzoeken. Door middel van een verdeelsleutel kan niet alleen een toekenningsgrond, maar ook een weigeringsgrond worden onderbouwd.
Bijlage
Uitwerking van de beoordelingscriteria uit artikel 7 lid 3 waar de aanvragen onder Activiteit A op worden beoordeeld(NB. De genoemde sub-criteria zijn aandachtspunten, tenzij er ‘weigeringsgrond’ wordt vermeld).
Algemene weigeringsgronden:
•Stadsdeeloverstijgende activiteiten of programma’s waarbij het zwaartepunt buiten stadsdeel Centrum ligt, komen niet voor subsidie in aanmerking.
•Hetzelfde geldt voor activiteiten of programma’s die in stadsdeel Centrum plaatsvinden maar een stedelijk bezoekersbereik beogen.
•Opdrachten voor kunst in de openbare ruimte vallen buiten de reikwijdte van dit Uitwerkingsbesluit.
•Indien andere fondsen zoals het Amsterdams Fonds voor de Kunst beter geëigend zijn om de activiteit te financieren, vormt dit een weigeringsgrond. Hetzelfde geldt als een andere subsidieregeling beter van toepassing is om de activiteit te subsidiëren dan de regeling Kunst en Cultuur.
Criteria:
a) “de mate waarin de activiteit bijdraagt aan het bevorderen van de kwaliteit van de leefomgeving in buurten en gebieden in het stadsdeel”
•De activiteit is openbaar toegankelijk (weigeringsgrond)
•Er is sprake van een “door de buurt – voor de buurt” – activiteit.
•De activiteit helpt bewoners meer voeling te krijgen met hun eigen buurt (inspelend op de geschiedenis van de buurt / voor de buurt revelante thema’s).
•De activiteit is laagdrempelig voor buurtbewoners en draagt bij aan culturele buurtontmoeting.
•De initiatiefnemer maakt aannemelijk dat wordt ingespeeld op de behoeften van buurtbewoners / ondernemers / lokale kunstenaars.
b) “de mate waarin de activiteit gericht is op het in stand houden, verbreden en vernieuwen van aanbod van gebiedsgebonden kunst- en cultuuractiviteiten waaraan zoveel mogelijk (groepen) bewoners actief en/of passief kunnen deelnemen”
Behoud van het goede (herhaalde activiteit)
•De eerdere activiteit was succesvol en…
•De activiteit is qua vorm en inhoud nog actueel en voldoende prikkelend.
Vernieuwing van aanbod (nieuwe activiteit)
•Er is sprake van een nieuwe activiteit met meerwaarde t.o.v. het bestaande (qua vorm en inhoud)
•Er valt te verwachten dat er nieuwe bewoners worden bereikt met deze activiteit.
c) “de mate waarin de activiteit zich onderscheidt door de artistiek-inhoudelijke kwaliteit en professionaliteit”
•De initiatiefnemer heeft een duidelijke artistieke visie (CV en/ of activiteitenplan)
•Verwacht wordt dat er een zekere kwaliteit wordt geleverd (CV en/ of activiteitenplan)
•Er is sprake van een interessant artistiek concept (activiteitenplan)
•Indien er sprake is van een herhaalde activiteit: er wordt gereflecteerd op de uitvoering van eerdere activiteiten (activiteitenplan)
d) “de mate waarin de activiteit past binnen het Uitwerkingsbesluit kunst en cultuur van het stadsdeel”
NB: aanvraag wordt afgewezen indien hierop minder dan 3 punten wordt gescoord.
•Stedelijke / landelijke activiteiten zonder duidelijk afgebakende buurtcomponent worden afgewezen (enkel gebruik maken van een podium in de binnenstad is onvoldoende).
•De activiteit is onderscheidend en voegt iets (buurtgerichts) toe aan de stedelijk en landelijk georiënteerde culturele aanbod in de binnenstad.
•De activiteit heeft plaats in een buurt waar weinig cultureel aanbod is.
•De activiteit is qua thematiek en/of setting lokaal gericht.
•De activiteit is laagdrempelig voor de buurt zonder dat er wordt ingeboet op artistieke kwaliteit.
•De activiteit heeft plaats in een buurt waar de leefbaarheid onder druk staat (bijvoorbeeld door toerisme, horeca etc).
e) “de mate waarin de activiteit een positieve bijdrage levert aan het kunstklimaat in een of meer gebieden”
•de activiteit brengt lokale bewoners met kunstenaars en/of kunstenaars onderling in contact.
•de activiteit stimuleert de productie van werk door lokale artiesten en stimuleert onderlinge kruisbestuiving.
•de activiteit voegt iets nieuws toe aan het lokale kunstaanbod (onderbelichte discipline, gericht op andere doelgroep, etc -> een afwisselend aanbod wordt nagestreefd).
•Er is sprake van (vernieuwende) samenwerkingsverbanden tussen (wijk)partners.
f) “de zakelijke kwaliteit van de aanvrager en de uitvoerbaarheid van het plan”
NB: aanvraag wordt afgewezen indien hierop minder dan 3 punten wordt gescoord.
Bedrijfsvoering:
•Sluitende begroting.
•Haalbaarheid (organisatie, plan is realistisch en uitvoerbaar)
•Verhouding kosten/kwaliteit.
•Mate van cofinanciering dan wel de mate waarin aantoonbaar moeite is gedaan om aanvullende fondsen te verwerven.
Communicatieparagraaf
•Er wordt duidelijk gemaakt hoe lokale bewoners worden betrokken / geworven / bereikt.