Aanhef
De bestuurscommissie van stadsgebied Weesp;
gelet op artikel 45 van de Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022;
Besluit vast te stellen het Reglement van Orde voor vergaderingen van de bestuurscommissie Weesp.
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
1verordening: de Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022;
2Voorzitter: voorzitter van de bestuurscommissie of diens plaatsvervanger bedoeld in artikel 50 en 51 van de Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022;
3bestuurssecretaris: de secretaris als bedoeld in artikel 55 van de Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022;
4schriftelijk: op papier of digitaal;
5dagelijks bestuur: voorzitter en twee leden van het dagelijks bestuur als bedoeld in artikel 46 van de Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022;
6fractievertegenwoordiger: een lid van een in de bestuurscommissie verkozen partij dat het woord voert bij afwezigheid van een gekozen commissielid. Dit is vastgelegd in hoofdstuk 4, artikel 44 van de verordening.
Artikel 2. De voorzitter
De voorzitter van het dagelijks bestuur is tevens voorzitter van de bestuurscommissie.
1De bestuurscommissie benoemt in zijn eerste vergadering een voorzitter van het dagelijks bestuur volgens de procedure zoals beschreven in artikel 48 van de verordening, aangevuld met de instructies zoals vastgelegd in de AB vergadering van 3 maart 2026.
2De voorzitter is belast met het leiden van de vergaderingen en het doen naleven van dit reglement.
Artikel 3. De bestuurssecretaris
1De bestuurssecretaris is aanwezig bij vergaderingen.
2De bestuurssecretaris kan zich laten vervangen door een plaatsvervanger.
3De bestuurssecretaris is belast met de vastlegging van stemmingen en de besluitenlijst en het bijhouden van de presentielijst.
Artikel 4. Beëdiging nieuwe commissieleden
1Bij de benoeming van nieuwe leden stelt de bestuurscommissie uit haar midden een commissie geloofsbrieven in bestaande uit drie leden. Het eerstaangewezen lid is voorzitter.
2Deze onderzoekt de geloofsbrieven en brengt advies uit aan de bestuurscommissie over de toelating van de nieuwe leden.
Artikel 5. Plaatsvervangend woordvoerder
1Een lid van de bestuurscommissie kan zich bij verhindering voor een vergadering van het Algemeen Bestuur of een technische sessie zonder geheime informatie laten vervangen door een plaatsvervangend woordvoerder;
2De plaatsvervangend woordvoerder heeft ter vergadering spreekrecht, maar geen stemrecht;
3De plaatsvervangend woordvoerder heeft voor de partij in kwestie op de geldig verklaarde kieslijst voor de recentste bestuurscommissieverkiezingen gestaan;
4De plaatsvervangend woordvoerder dient zich voorafgaand aan de bijeenkomst schriftelijk aan te melden bij het bestuursondersteuning. Deze aanmelding wordt toegevoegd aan de agendastukken;
5De plaatsvervangend woordvoerder dient woonachtig te zijn in stadsgebied Weesp;
6Wanneer een bestuurscommissielid om integriteitsredenen, als benoemd in bepaling 10.6, niet deelneemt aan de beraadslaging over een agendapunt, mag hij of zij voor wat betreft de woordvoering tijdens dat agendapunt worden vervangen door een plaatsvervangend woordvoerder.
7De plaatsvervangend woordvoerder dient van tevoren te worden aangemeld bij bestuursondersteuning.
Artikel 6. Vergaderingen van de bestuurscommissie en vergaderfrequentie
1Een of twee keer per maand schrijft de bestuurscommissie conform artikel 54 van de verordening – buiten recesperiodes van de raad – een vergadering uit. Deze vergaderingen zijn openbaar.
2De bestuurscommissie vergadert op dinsdagavond om 20.00 uur in de raadzaal van het stadhuis van Weesp.
3De voorzitter kan in bijzondere gevallen in afwijking van het tweede lid een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met de agendacommissie.
4Naast de vergaderingen, bedoeld in het eerste lid, kan de voorzitter overige vergaderingen uitschrijven.
Artikel 7. Agenda van de vergadering
1De voorbereiding van alle vergaderingen vindt plaats door de voorzitter, de bestuurssecretaris en bestuursondersteuning.
2Leden van de bestuurscommissie, inclusief dagelijks bestuur, dienen agendapunten schriftelijk in bij de agendacommissie en bestuurssecretaris.
3De agendapunten worden op de agenda van de eerstvolgende vergadering geplaatst, tenzij de oproep hiervoor reeds verzonden is. In dat geval wordt het voorstel in de regel op de agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst.
4De voorlopige agenda en daarbij behorende stukken worden 6 dagen voor de vergadering gepubliceerd op de website van de gemeente.
5In spoedeisende gevallen kan de voorzitter tot 24 uur voor de vergadering een aanvullende agenda opstellen en daarbij behorende stukken publiceren.
6Als op stukken op grond van artikel 86 van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, worden deze documenten niet gepubliceerd op de website van de gemeente. De bestuurssecretaris verleent leden op verzoek inzage in deze documenten.
Artikel 8. Behandeling ter meningsvorming en besluitvorming
1Adviesaanvragen en andere bespreekstukken staan twee keer op de agenda: de eerste keer ter meningsvorming, de tweede keer ter besluitvorming. De agendacommissie kan besluiten dat een enkele lezing genoeg is, bijvoorbeeld in het geval van tijdsdruk of bij een gevraagd advies over een onderwerp dat voor het stadsgebied niet of nauwelijks relevant is. In de agenda wordt duidelijk gemaakt of het agendapunt een eerste, tweede, of enige lezing betreft.
2De portefeuillehouder kan, gehoord hebbende de beraadslagingen, tijdens de eerste behandeling van het bespreekstuk besluiten om een voorliggend conceptadvies of-besluit aan te passen of geheel opnieuw te schrijven op basis van de discussie in de vergadering van de BC. In dat geval zal in de openbare agenda duidelijk gemaakt worden dat het conceptadvies tussentijds gewijzigd is, en zullen beide versies van het conceptadvies bij de stukken gevoegd worden.
Artikel 9. Orde van de vergadering
1Bij aanvang van de vergadering stelt de bestuurscommissie de agenda vast.
2Aanwezigen die geen lid zijn van de bestuurscommissie kunnen niet deelnemen aan de discussie, tenzij de bestuurscommissie anders beslist.
Artikel 10. lnspreekrecht
1Aan het begin van de vergadering kunnen insprekers het woord voeren over een onderwerp dat niet is geagendeerd.
2Voorafgaand aan de behandeling van een agendapunt kunnen insprekers de gelegenheid krijgen om over het desbetreffende onderwerp het woord te voeren.
3Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk 24 uur voorafgaand aan de vergadering bij de bestuursondersteuning, met vermelding van het te bespreken onderwerp via e-mailadres: bestuursondersteuning.sgw@amsterdam.nl.
4De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.
5De insprekers krijgen maximaal drie minuten spreektijd. De voorzitter bepaalt aan de hand van het aantal insprekers en de agendapunten per vergadering de uiteindelijke spreektijd.
6De maximale duur van het inspreekrecht/het woord aan de bewoners, ondernemers en instellingen is maximaal dertig minuten per vergadering. Daarnaast kunnen de leden van de bestuurscommissie vragen stellen aan de inwoners, ondernemers en instellingen.
7Op degenen die op grond van dit artikel zijn toegelaten het woord te voeren, zijn de bepalingen van dit reglement van orde van overeenkomstige toepassing.
8De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de leden van de bestuurscommissie toestaan na het inspreken aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en leden van de bestuurscommissie.
9De voorzitter of een lid van de bestuurscommissie kan een voorstel doen voor de behandeling van de inbreng van de spreker.
10Een inspreker kan niet meerdere insprekers per onderwerp voor zich laten inspreken. Deze regel geldt ook voor een stichting, instelling of organisatie.
11Het woord kan niet gevoerd worden:
a.Over een besluit van een van de bestuursorganen van de gemeente waartegen bezwaar of beroep bij de rechter openstaat of heeft opengestaan of een zienswijzenprocedure als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht met uitzondering van voorstellen van verklaringen van geen bedenkingen dan wel voorstellen voor het vaststellen van bestemmingsplannen;
b.Over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
c.Indien een klacht als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend;
d.Over onderwerpen waarover al eerder is ingesproken en wat reeds tot een wijziging geleid heeft van het betreffende onderwerp in de door de inspreker gewenste richting.
Artikel 11. Vragen
1Leden van de bestuurscommissie kunnen vragen stellen over de wijze waarop het dagelijks bestuur zijn taken uitoefent. Dit kan schriftelijk of mondeling.
2Elke vergadering is er gelegenheid om mondeling vragen te stellen aan het dagelijks bestuur.
3Leden kunnen te allen tijde vragen sturen aan het dagelijks bestuur. Het commissielid geeft daarbij aan of de vraag een openbaar karakter heeft.
4Het dagelijks bestuur beantwoordt vragen die in het openbaar gesteld zijn of een openbaar karakter hebben in openbaarheid. Voor alle vragen geldt dat de beantwoording schriftelijk of mondeling kan plaatsvinden.
Artikel 12. Moties
1Ieder commissielid kan bij voorkeur 24 uur voorafgaand aan de bespreking van een onderwerp maar uiterlijk tot het sluiten van de beraadslaging over een onderwerp een motie indienen die op dat onderwerp betrekking heeft.
2Ingediende moties worden gepubliceerd.
3Moties worden enkel behandeld als ze schriftelijk zijn ingediend. Bij het indienen wordt gebruik gemaakt van het vastgesteld model.
4De indiener van een motie krijgt van de voorzitter de gelegenheid om de motie kort toe te lichten. Als de motie door meerdere commissieleden is ingediend, krijgt een van de indieners gelegenheid de motie kort toe te lichten.
5Moties worden in stemming gebracht nadat over het voorstel waarop de moties betrekking hebben is besloten of geadviseerd.
Artikel 13. Amendementen
1Ieder lid van de bestuurscommissie kan bij voorkeur 24 uur voorafgaand aan de bespreking tot het sluiten van de beraadslaging amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in een of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden.
2Er kan alleen beraadslaagd worden over amendementen die ingediend zijn door leden van de bestuurscommissie die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn.
3Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement).
4Elk amendement of subamendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.
5Intrekking, door de indiener van het amendement of subamendement is mogelijk, totdat wordt overgegaan tot besluitvorming over het onderhavige amendement of subamendement.
6Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd.
7Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement.
8Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht.
Artikel 14. Stemmingen/Beslissing
1Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de bestuurscommissie anders beslist.
2Nadat de beraadslaging is gesloten vindt, na een stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel. Wanneer de bestuurscommissie niet om stemming vraagt, dan is het voorstel zonder stemming, bij hamerslag, aangenomen.
3Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing of het advies. Elk lid kan een hoofdelijke stemming aanvragen.
4De leden stemmen door hun hand op te steken of door hoofdelijk te verklaren of zij voor of tegen het voorstel stemmen.
5lndien de stemmen staken dan is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
6Een lid neemt niet deeI aan de stemming over een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken.
7Bestuurscommissieleden kunnen de voorzitter verzoeken om een stemverklaring af te leggen.
Artikel 15. Stemming over personen
1Als een schriftelijke stemming plaats moet vinden over personen, benoemt de voorzitter uit de ter vergadering aanwezige leden van de commissie een stembureau dat bestaat uit drie leden. Het eerstaangewezen lid is voorzitter.
2Bij een schriftelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid van de commissie dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, verplicht zijn stem uit te brengen.
3De leden van de commissie brengen hun stem uit door een stembriefje in te vullen en dit dicht te vouwen.
4Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden van de commissie dat verplicht is een stembriefje in te leveren zonder deze open te vouwen. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze open te vouwen en wordt een nieuwe stemming gehouden.
5Als het juiste aantal stembriefjes is ingeleverd, opent de voorzitter van het stembureau de briefjes. Niet of niet voldoende duidelijk ingevulde stembriefjes worden buiten beschouwing gelaten. Bij twijfel over de inhoud van een briefje beslist het stembureau.
6De inhoud van de stembriefjes wordt door de twee andere stemopnemers, onafhankelijk van elkaar, genoteerd. Vervolgens stelt het stembureau gezamenlijk de uitslag vast. Na vaststelling van de uitslag worden de stembriefjes onder de zorg van de bestuurssecretaris vernietigd.
7Indien geen van de kandidaten bij de stemming de meerderheid behaalt, wordt een tweede stemming gehouden tussen de twee kandidaten die in de eerste ronde de meeste stemmen hebben behaald.
8Staken de stemmen bij de tweede stemming, dan is er nog geen besluit genomen, maar wordt het voorstel aangehouden. In een volgende vergadering kan het voorstel - al dan niet gewijzigd - opnieuw in stemming worden gebracht.
Artikel 16. Handhaving orde en schorsing
1De voorzitter roept een spreker tot de orde als die naar zijn mening:
a.afwijkt van het onderwerp dat besproken wordt;
b.zich beledigend, discriminerend of anderszins onbehoorlijk uitlaat;
c.zijn plicht tot geheimhouding schendt;
d.instemming betuigt met of aanspoort tot onwettige handelingen;
e.de bepalingen in dit reglement niet naleeft of;
2op een andere manier, op welke wijze dan ook, de orde verstoort of een ambtenaar bij naam noemt.
3Als de spreker die tot de orde is geroepen, voortgaat met het verstoren van de orde, ontneemt de commissievoorzitter hem het woord. De spreker kan dan over het op dat moment in die vergadering aan de orde zijnde onderwerp niet meer aan de vergadering deelnemen.
4De voorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de vergadering en is bevoegd, wanneer die orde op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken.
5De voorzitter kan de vergadering schorsen op eigen initiatief of op verzoek van commissieleden. Hierbij geeft de voorzitter op verzoek van de aanvrager de verlangde duur van de schorsing aan.
Artikel 17. Besluitenlijst
1De bestuurssecretaris stelt de besluitenlijst op van de vergadering.
2Een besluitenlijst bevat in ieder geval de namen van de aanwezige leden en een vermelding van de vastgestelde adviezen, besluiten, voorstellen en ingediende amendementen en moties.
3De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk na de vergadering openbaar gemaakt via het raadsinformatiesysteem van de gemeente.
Artikel 18. lngekomen stukken
1Bij de bestuurscommissie ingekomen stukken worden niet openbaar gepubliceerd in het raadsinformatiesysteem van de gemeente (in verband met bescherming persoonsgegevens).
2De ingekomen stukken zijn geanonimiseerd op te vragen bij bestuursondersteuning.
3De voorzitter legt een afdoeningsvoorstel aan de bestuurscommissie voor.
4Bestuurs Informatie Brieven (BIB) worden ter kennisname geagendeerd voor de volgende AB vergadering.
Artikel 19. Besloten vergaderingen
1Wanneer vergaderd wordt over stukken waarop geheimhouding is opgelegd door een bevoegd orgaan zal de discussie over dat punt in beslotenheid plaatsvinden. Ook bij een discussie over personen kan de bestuurscommissie kiezen voor beslotenheid.
2Op besloten vergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing, voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter.
3Besluitenlijsten van besloten vergaderingen worden niet openbaar gemaakt, maar uitsluitend voor de leden ter inzage gelegd bij de bestuurssecretaris.
Artikel 20. Geluids- en beeldregistratie
1Tijdens de vergaderingen in de raadzaal van het stadhuis van Weesp worden er geluid- en - zo mogelijk- beeldregistraties gemaakt. Deze worden live uitgezonden via het raadsinformatiesysteem.
2Degenen die van een vergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, delen dit mee aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.
Artikel 21. Ambtelijke ondersteuning
1Bestuurscommissieleden kunnen ondersteuning aanvragen aan de ambtelijke organisatie.
2Aanvragen voor ondersteuning of contact met ambtenaren verloopt via bestuursondersteuning.
Artikel 22. Uitleg reglement
1In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de bestuurscommissie op voorstel van de voorzitter.
Artikel 23. lnwerkingtreding en citeertitel
1Dit reglement treedt in werking op 13 april 2026.
2Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de bestuurscommissie stadsgebied Weesp.