inhoud
Paragraaf 1. Begripsomschrijvingen
Artikel 1 Definities en categorieën boten
1De term boot in deze nadere regels is een verzamelnaam voor schepen, vaartuigen en arken.
2In deze nadere regels worden de volgende categorieën woonboten en bedrijfsvaartuigen onderscheiden ten behoeve van de beoordeling van verbouw- en vervangingsvergunningen:
1Schip: boot met een scheepsromp, gekenmerkt door hoogteverschillen van de opbouw over de gehele lengte van het schip.
Het schip moet in ieder geval voorzien zijn van:
Een metalen of houten scheepsromp en in ieder geval een hoofdopbouw van maximaal 1.20 meter hoog, gemeten vanaf het gangboord tot aan de nok van de opbouw, én tenminste twee van de volgende scheepsonderdelen:
i) gangboorden van minimaal 20 centimeter breed, het gangboord mag ter plekke van de stuurhut ontbreken, en/of
ii) een voordek van minimaal 2 meter lengte en/of
iii) een achterdek van minimaal 50 centimeter.
Deze kenmerken en vereisten zijn niet van toepassing op schepen die als historisch zijn aangemerkt.
2Vaartuig: een boot met een scheepsromp met daarop een opbouw. De opbouw is maximaal 2.50 meter hoog vanaf de waterlijn met een voordek van minimaal 1.50 meter en achterdek van minimaal 0,50 meter. De opbouw wordt gekenmerkt door een hoogteverschil: maximaal 1/3 van de opbouw mag 2.50 meter hoog vanaf de waterlijn zijn en 2/3 mag maximaal 2.30 meter hoog vanaf de waterlijn zijn.kenmerken zijn niet van toepassing op vaartuigen die als historisch zijn aangemerkt.
3Ark: Een boot met een min of meer rechthoekige opbouw zonder noemenswaardige variatie in hoogte, gebouwd op een speciaal voor die boot gebouwd casco.
4Historische boot: een boot, die van algemeen belang is wegens schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde, die door het dagelijks bestuur als zodanig is aangewezen. De bepalingen voor de categorie boten zijn eveneens van toepassing op de desbetreffende categorie historische boten voor zover niet anders is vermeld.
5Varend schip: een (al dan niet historisch) schip dat binnen 24 uur zelfstandig kan vertrekken van de ligplaats.
3Ter beoordeling van de vraag tot welke categorie een te vervangen of te verbouwen boot behoort worden de volgende definities gehanteerd voor zover de vervangings- of verbouwingsvergunning nog is verleend is op basis van de Vervangingsrichtlijnen voor woonboten uit 1996:
a.een schip: een schip dat herkenbaar is als een van origine varend schip en dat, naar gelang het type schip, in elk geval is voorzien van originele kenmerken, zoals een stuurhut, een roer, gangboorden, een luikenkap, een mast en zwaarden. In geen geval mag het schip voorzien zijn van een opbouw die niet als authentiek kan worden aangemerkt;
b.een vaartuig: een boot met een casco dat herkenbaar is als dat van een van origine varend schip, waaronder begrepen een dekschuit, met daarop een - gehele of gedeeltelijke - opbouw die niet als authentiek kan worden aangemerkt;
c.een ark: een boot, niet zijnde een schip of een vaartuig, dat feitelijk niet geschikt is om te varen.
4Het dagelijks bestuur kan na advies van de Commissie voor Welstand en Monumenten afwijken van het bepaalde in deze regels.
Artikel 2 Vervangingen en verbouwingen
1Onder het vervangen van een boot wordt verstaan:
a.het verwijderen van een bestaande boot en het op dezelfde plek afmeren van een andere boot;
b.het vervangen of veranderen van de romp/het casco, waardoor deze onherkenbaar veranderd wordt.
2Onder het verbouwen van een boot wordt verstaan:
a.Werkzaamheden aan of veranderingen van een boot, waarbij de uiterlijke staat ingrijpend wijzigt. In ieder geval valt hier het aanbrengen of dichtlassen van patrijspoorten in de romp onder. Schilderwerk of andere kleuren vallen hier niet onder als de kleurstelling voldoet aan de welstandscriteria.
b.Het wijzigen van (een gedeelte van) een boot zonder dat de romp/het casco vervangen wordt en waarbij de uiterlijke staat van de boot ingrijpend verandert.
c.Het verwijderen van bootonderdelen als zwaarden, lieren, bolders, rondhout, mastkoker, stuurinstallatie, roer, lamme arm, etc. en (delen van) boeisel en potdeksel, inclusief het verwijderen van aan de boot geklonken of gelaste constructies die voornoemde onderdelen hebben gedragen zoals roerkoning, bevestigingspunten van vroeger zeilwerk etc. bij door het dagelijks bestuur aangewezen historische boten.
d.Niet vergunningplichtig zijn de verbouwingen en/of toevoegingen aan varende schepen, die door hogere regelgeving worden geëist. Evenmin wordt onder verbouwen van boten verstaan het vervangen, terugbrengen of restaureren van bij boten passende onderdelen als zwaarden, lieren, bolders, stuurinrichtingen, roer etc. Evenmin valt hieronder het aanbrengen van ventilatieroosters en doorvoeren, mits wordt voldaan aan de welstandscriteria. Dit artikellid geldt niet voor door het dagelijks bestuur aangewezen historische boten.
Paragraaf 2. Vervangen
Artikel 3 Voorschriften vervangingen
Aan een vergunning tot het vervangen van een boot (met uitzondering van het onherkenbaar veranderen van de romp dan wel het casco) wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat de te vervangen boot:
1wordt gesloopt, wat moet worden aangetoond door het overleggen van een sloopverklaring; of
2het beheergebied van stadsdeel Centrum verlaat, dat moet worden aangetoond door het overleggen van een verklaring van een publiekrechtelijk lichaam waaruit blijkt dat elders ligplaats mag worden ingenomen; of
3blijkens een ligplaatsvergunning mag afmeren op een andere ligplaats in het beheergebied van stadsdeel Centrum.
Artikel 3a Vervangen door historische boten
1Als een vervangingsaanvraag een historische boot betreft moet de aanvrager tenminste de in het derde lid genoemde gegevens aanleveren met betrekking tot de vervangende boot. Deze gegevens worden voorgelegd aan de Commissie voor Welstand en Monumenten, die het dagelijks bestuur adviseert over de historiciteit van de vervangende boot.
2Het dagelijks bestuur neemt een besluit over de vervangingsvergunning en betrekt daarbij het advies van de Commissie voor Welstand en Monumenten.
3De volgende gegevens moeten ieder geval worden verstrekt bij de vervangingsaanvraag:
a.foto's van beide zijden en voor- en achterkant en eventuele tekeningen van de vervangende boot en te vervangen boot;
b.indien aanwezig meetbrief;
c.type boot, bouwjaar, bouwwerf, afmetingen (lengte, breedte, hoogte en diepgang), materiaal en huidige ligplaats.
4De Commissie voor Welstand en Monumenten adviseert het dagelijks bestuur of een vervangende boot op grond van de criteria uit het besluit "Beoordelingscriteria historische boten" als historisch is aan te merken.
Artikel 4 Vervangen door een andere categorie
1Een boot vallend onder de categorie schip mag in stadsdeel Centrum met uitzondering van de Oostelijke Eilanden alleen worden vervangen door een schip.
2Een boot vallend onder de categorie vaartuig mag worden vervangen door een andere boot uit de categorie ‘vaartuig' of "schip", mits wordt voldaan aan de bepalingen van deze Nadere regels en aan de welstandseisen.
3Een boot vallend onder de categorie ark mag worden vervangen door een boot uit alle categorieën, mits de vervangende boot voldoet aan de bepalingen van deze Nadere regels en aan de welstandseisen.
4In afwijking van het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 mogen boten die liggen buiten het gebied van het beschermd stadsgezicht (Oostelijke Eilanden) door een boot uit alle categorieën worden vervangen, mits de vervangende boot voldoet aan de overige bepalingen van deze Nadere regels en aan de welstandseisen.
Paragraaf 3. Vervangen en verbouwen
Artikel 5 Inpassing boten
1Om voor een vervangings- of verbouwingsvergunning in aanmerking te kunnen komen, is allereerst vereist dat:
a.de betrokken toegestane ligplaats voldoende ruimte biedt en er aan weerszijden tenminste 2 meter ruimte overblijft tussen de vervangende/verbouwde boot en een eventueel daarnaast gelegen woonboot, bedrijfsvaartuig, object of steiger;
b.er minimaal tien meter ruimte tot een historische brug overblijft;
c.er een positief nautisch advies is afgegeven.
2Als er bij een te verbouwen boot aan weerszijden minder dan 2 meter ruimte is tot een andere boot, object of steiger, mag in afwijking van het in het eerste lid onder a bepaalde alleen worden verbouwd indien de boot niet langer wordt dan de te verbouwen boot.
3Als een boot dichter dan tien meter bij een historische brug ligt, kan in afwijking van het in het eerste lid onder b bepaalde alleen worden vervangen of verbouwd indien de afstand tot de historische brug niet kleiner wordt dan voorheen.
Artikel 6 Welstandstoets
Een aanvraag voor een vervangings- of verbouwingsvergunning van een boot wordt getoetst aan de welstandscriteria door de Commissie voor Welstand en Monumenten. Dit geldt niet voor een vergunningsvrije verbouwing (verbouwing die voldoet aan de loketcriteria zoals opgenomen in de Nota Welstand op het Water en die valt in het gebied dat niet is aangewezen als beschermd stadsgezicht).
Artikel 7 Verbouwen van historische boten
1Als er sprake is van een verbouwingsaanvraag voor een door het dagelijks bestuur als historisch aangemerkte boot, legt het dagelijks bestuur deze aanvraag ter advisering voor aan de Commissie voor Welstand en Monumenten met de vraag of de voorgenomen verbouwing het historische karakter van de boot niet aantast. Hierbij worden dezelfde criteria gehanteerd als voor de aanwijzing van een historische boot
2Het dagelijks bestuur neemt een besluit over de verbouwingsaanvraag en betrekt daarbij het advies van de Commissie voor Welstand en Monumenten.
Paragraaf 4. Maatvoering bij vervanging en verbouwing
Artikel 8 Maximale maten
1De maximale maten voor een vervangende of te verbouwen boot zijn:
a.voor een schip:
lengte: 25.00 meter;
breedte: 5.00 meter;
hoogte: 2.50 meter.
b.voor een vaartuig:
lengte: 22.50 meter;
breedte: 5.00 meter;
hoogte: 2.50 meter.
c.voor een ark:
lengte: 20.00 meter;
breedte: 5.00 meter;
hoogte: 2.50 meter.
2In dit artikel wordt verstaan onder:
lengte: de lengte over alles;
breedte: de grootste breedte;
hoogte: het hoogste punt, gemeten vanaf de waterlijn.
3Aan de hierboven genoemde maatvoering dient ook te worden voldaan indien er wordt verbouwd, tenzij er sprake is van een dusdanige verbouwing dat het op grond daarvan niet redelijk zou zijn te eisen dat er aan de maximale maatvoering dient te worden voldaan.
Paragraaf 5. Uitzonderingen en afwijkingsmogelijkheden
Artikel 9 Vrijstelling voordek
Ten aanzien van een verbouwingsaanvraag voor een bestaande boot vallend onder de categorie schip kan, in afwijking van het bepaalde in artikel 1, lid 2, sub 1, onder ii) c, tot 1 meter vergunning worden verleend indien er
a.voldoende zicht is vanaf de wal op het water; én
b.er voldoende zicht is op de wal vanaf het water; én
c.de maatverhouding van het schip zelf daardoor niet verstoord wordt.
Voor een nieuw te bouwen boot geldt deze mogelijkheid om vrijstelling te verlenen niet.
Artikel 10 Vrijstelling tweede opbouw
Wanneer een schip is voorzien van een tweede opbouw (roef), dan mag deze in hoogte - gemeten vanaf het gangboord tot aan de nok van de roef - maximaal 1.50 meter hoog zijn en in de lengterichting van het schip maximaal 30% van de totale lengte van het schip innemen.
Artikel 11 Uitzondering maximale hoogtemaat
In afwijking van het in artikel 8 bepaalde is in de Nieuwe Vaart aan de noordzijde tussen de bruggen 274 en 353 de maximaal toegestane hoogte voor boten 5 meter, gemeten vanaf de waterlijn.
Artikel 12 Uitzonderingen van maximale maten
1) In afwijking van het in artikel 8, eerste lid, onder a bepaalde kan vergunning voor het vervangen van een boot vallend onder de categorie schip worden verleend bij overschrijding van de maximale maatvoering. Deze afwijking geldt alleen voor attributen die het scheepskarakter onderstrepen, mits voldaan wordt aan het gestelde in artikel 5, lid 1, sub c.
2) In afwijking van het in artikel 8, eerste lid, onder a bepaalde kan vergunning voor het vervangen van een bedrijfsvaartuig vallend onder de categorie schip worden verleend bij overschrijding van de maximale maatvoering. Deze afwijking geldt alleen voor attributen of bouwsels op het bedrijfsvaartuig die ofwel karakteristiek zijn voor het type bedrijfsvaartuig, ofwel nodig zijn om de bedrijfsactiviteiten uit te kunnen voeren.
3) In afwijking van de in artikel 8, eerste lid onder a bepaalde maten kan vergunning worden verleend voor vervanging van een boot door een schip, vaartuig of ark als dit als historisch is aangemerkt.
a.De maximale maten die in het geval van een vervangend historisch schip gelden zijn:
lengte: 30 meter;
breedte: 5.30 meter;
hoogte: 2.50 meter,
b.De maximale maten die in het geval van een vervangend historisch vaartuig gelden zijn:
lengte: 25 meter;
breedte: 5.00 meter;
hoogte: 2.50 meter,
c.De maximale maten die in het geval van een vervangende historische ark gelden zijn:
lengte: 22,50 meter;
breedte: 5.00 meter;
hoogte: 2.50 meter.
Een en ander voor zover er voldaan wordt aan het gestelde in artikel 5 en de boot niet speciaal is verlengd of verbreed om ligplaats in te kunnen nemen.
4) In afwijking van de in artikel 8, eerste lid onder a bepaalde hoogtemaat geldt dat een stuurhut van een boot vallend onder de categorie schip maximaal 3.80 meter hoog mag zijn gemeten vanaf de waterlijn. De stuurhut moet rondom van glas zijn voorzien.
5) In uitzonderlijke gevallen, ter beoordeling van de Commissie voor Welstand en Monumenten, kan de maximale lengtemaat als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, met maximaal 10% worden overschreden bij vervanging van een schip door een schip, mits er geen strijd optreedt met het bepaalde in artikel 5.
6) In afwijking van de in artikel 8, eerste lid bepaalde hoogtemaat kan vergunning worden verleend in de volgende drie gevallen:
a.Indien de overschrijding van de hoogtemaat wordt veroorzaakt door attributen die het doorzicht vanaf het water naar de wal en vanaf de wal naar het water niet beperken, zoals een schoorsteen, een koekoek of een daklicht. De maximale hoogte van een schoorsteen is in dat geval 2.00 meter vanaf de daklijn. De maximale hoogte van een daklicht bedraagt 0,10 meter gemeten vanaf het dak en voor een koekoek 0,25 meter gemeten vanaf het dak.
b.Voor een boot in de categorie ‘vaartuig' of ‘ark' kan de vastgestelde hoogtemaat worden overschreden in geval van een stuurhutachtige opbouw. Deze stuurhutachtige opbouw moet rondom van glas zijn voorzien en worden toegepast over de hele breedte van de boot. Deze opbouw mag maximaal 3.00 meter lang zijn en maximaal 3.00 meter hoog ten opzichte van de waterlijn.
c.Indien dit door de constructie van een boot uit de categorie ‘vaartuig' of ‘ark' of vanwege betere afmeermogelijkheden nodig is, mag ter plekke van de ingang een verhoging in het dak worden aangebracht van maximaal 1 meter breed en diep en met een maximale hoogte van 2,90 meter ten opzichte van de waterlijn. Indien een dergelijke verhoging nodig is en er ook een stuurhutachtige opbouw toegestaan kan worden moeten deze worden geïntegreerd.
d.Bij het aanbrengen van een groen dak op een bestaande ‘vaartuig' of ‘ark' mag de maximale hoogtemaat van de boot uitsluitend voor bouwkundige voorzieningen voor het groene dak met maximaal 0,25 meter worden overschreden. Indien de huidige boot hoger is dan de maximale hoogtemaat geldt dat de bestaande hoogtemaat met maximaal 0,25 meter mag worden overschreden voor uitsluitend bouwkundige voorzieningen voor het groene dak.
e.Indien er zonnepanelen worden aangebracht op een boot mag de vastgestelde maximale hoogtemaat ter plekke van de zonnepanelen met maximaal 0,50 meter worden overschreden.
7) Voor een boot in de categorie ‘ark' kan de maximale breedtemaat met ten hoogste 0,50 meter worden overschreden ten behoeve van een looprand aan de waterzijde, waarbij de looprand nooit breder mag zijn dan 0,50 meter. Er mogen geen hekwerken of andere bouwsels op deze looprand worden aangebracht.
Paragraaf 6. Milieueisen
Artikel 13 Bouwmaterialen mogen niet uitlogen
Uitlogende materialen zoals lood, koper en zink mogen niet zodanig worden toegepast bij een vervangende boot of bij een verbouwing van een boot dat deze materialen door inwerking van water kunnen uitlogen. Ook als er sprake is van onderhoud mogen bestaande uitlogende materialen niet worden vervangen door dezelfde uitlogende materialen, als deze niet zijn behandeld tegen uitlogen.
Paragraaf 7. Eisen aan een groen dak en terras
Artikel 14 Groene daken op boten
1Alleen extensieve groene daken zijn toegestaan op boten. De begroeiing moet zich beperken tot laagblijvende (vet)planten, mossen en kruiden.
2Groene daken zijn niet toegestaan op door het dagelijks bestuur aangewezen historische boten, tenzij uit de historie blijkt dat een groen dak hoort bij de betreffende boot.
Artikel 15 Terrassen op woonvaartuigen en woonschepen
1Terrassen mogen worden aangebracht op woonschepen en woonvaartuigen, mits het oppervlak hiervan niet meer bedraagt dan 1/8ste deel van de totale oppervlakte van de boot.
2De terrasbodem moet zo dicht mogelijk op de bovenzijde van het dak of dek worden aangebracht.
3Er zijn uitsluitend open hekwerken toegestaan mits ze bestaan uit staken, staven en/of palen.
Artikel 16 Terrassen op woonarken
1Terrassen of balkons mogen worden op woonarken alleen worden aangebracht aan de korte zijde van de ark of uitgevoerd als loggia.
2Er zijn uitsluitend open hekwerken toegestaan mits ze bestaan uit staken, staven en/of palen.
Paragraaf 8. Slotbepalingen
Artikel 17 Calamiteitenregeling
Boten die ten gevolge van een calamiteit teloorgaan mogen, ongeacht de oorspronkelijke maatvoering, worden herbouwd, mits de herbouwde boot identiek of nagenoeg identiek is aan de teloorgegane boot en de herbouw binnen twee jaar na de calamiteit plaatsvindt. Voor herbouw die aan deze voorwaarden voldoet is geen vergunning vereist.
Artikel 18. Citeertitel en datum inwerkingtreding
Deze nadere regels bij vervanging en verbouwing van woonboten en bedrijfsvaartuigen kunnen worden aangehaald als ‘Bootrichtlijnen 2014' en treden op 24 maart 2014 in werking.
Bijlage
tekeningenbootrichtlijnen.pdf (120 Kb)