Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
gelet op artikel 3.1 derde lid, artikel 4.1 vierde lid, artikel 5.2 derde lid en artikel 6.3.2 zesde lid van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2025
besluit de volgende regeling vast te stellen:
Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2025
hoofdstuk
Artikel I
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
I - ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 2 Btw
De in dit Financieel besluit genoemde bedragen zijn, voor zover van toepassing, inclusief btw.
Artikel 3 Betaling
1Betaling van de bijdrage in de kosten geschiedt aan het CAK in opdracht van het college, met uitzondering van de hierna genoemde bijdragen.
2Betaling van de ritbijdrage geschiedt aan de vervoerder.
3Betaling van de bijdrage in de kosten voor de algemene voorzieningen kortdurende opvang en verblijf in het passantenpension geschiedt aan de aanbieder.
4Betaling van de bijdrage in de kosten voor de maatwerkvoorziening opvang na huiselijk geweld geschiedt via inhouding op het inkomen van cliënt of direct aan de aanbieder.
5Betaling van de bijdrage in kosten voor de noodopvang dakloze gezinnen geschiedt direct aan de instelling.
II – BEDRAGEN MAATWERKVOORZIENINGEN
Artikel 4 Financiële tegemoetkomingen
1De hoogte van de financiële tegemoetkomingen bedraagt voor:
a.De wijziging geslachtsregistratie maximaal €550,-.
b.De koop van een individuele vervoersvoorziening een bedrag vastgesteld op basis van de goedkoopst adequate voorziening. De tegemoetkoming wordt indien nodig verhoogd met een bedrag voor onderhoud of verzekering.
c.Gebruik taxi of vervoer door derden € 1.806,09 op jaarbasis.
d.Gebruik rolstoeltaxi of vervoer door derden € 2.779,62 op jaarbasis.
e.Gebruik taxi of vervoer door derden naast gebruik van fiets, scootmobiel of (elektrische) rolstoel bedraagt € 677,75 op jaarbasis.
f.De kosten van verhuizing en inrichting: € 3.157,17 .
g.Gebruik van een eigen gesloten buitenwagen of een gesloten buitenwagen in bruikleen: per jaar € 278,86 .
h.Gebruik van een eigen personenauto of een personenauto in bruikleen: per jaar € 809,46 .
i.Gebruik van een eigen personenbus of een personenbus in bruikleen: per jaar € 1.172,26 .
j.Tijdelijke huisvesting een bedrag gelijk aan de werkelijke huur van de nog aan te passen woonruimte.
k.Huurderving een bedrag gelijk aan de kale huur.
l.Stallingskosten voor een scootmobiel een bedrag gelijk de werkelijk gemaakte kosten.
m.De aanleg van een parkeerplaats een bedrag gelijk aan de kosten daarvoor zoals bepaald bij de legesverordening.
n.Vervoer naar dagbesteding een bedrag per jaar gelijk aan het aantal dagen dat de dagbestedingslocatie per week wordt bezocht maal 52.
i.€ 8,03 voor een cliënt met een psychiatrische beperking;
ii.€ 9,47 voor een cliënt met een lichamelijke, niet-aangeboren lichamelijke of verstandelijke beperking of leeftijd gerelateerde problematiek, en
iii.€ 22,89 ingeval van rolstoelvervoer.
2In het geval van een maatwerkbedrag taxi of vervoer door derden kan de daarvoor geïndiceerde aanvrager ook kiezen voor een tegemoetkoming op declaratiebasis (maatwerkbedrag). Uitbetaling vindt plaats op basis van declaratie. Als de declaratie niet voldoet aan in de beschikking gestelde verplichtingen en voorwaarden zal deze niet uitbetaald worden.
3De maximumhoogte van de tegemoetkoming als bedoeld onder lid 2 bedraagt per jaar:
a.voor vervoer als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c € 6.196,92 ;
b.voor vervoer als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d € 4.679,96 ;
c.voor vervoer als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e € 2.323,83 .
4Indien de kosten van een woonruimteaanpassing meer bedragen dan € 10.000,00 geldt het primaat van verhuizen.
Artikel 5 Financiële tegemoetkoming meerkosten voor mensen met een chronische ziekte of beperking
1Het basisbedrag bedraagt € 300,00 per jaar, dit betreft € 25,00 per maand.
2De compensatie verplicht eigen risico zorgverzekering bedraagt € 99,00 per jaar, dit betreft € 8,25 per maand.
3De tegemoetkoming maaltijden bedraagt € 15,00 per maand.
4De tegemoetkoming energiekosten bedraagt € 20,00 per maand.
5De tegemoetkoming kosten bewassing bedraagt € 10,00 per maand.
6De tegemoetkoming kosten ten gevolge van kledingslijtage bedraagt € 13,00 per maand.
7De tegemoetkoming kosten ten gevolge van dieet volgens het adviesbedrag in de tabel tegemoetkoming dieetkosten.
Artikel 6 Financiële tegemoetkoming meerkosten voor een sportvoorziening
1De tegemoetkoming voor de aanschaf en het onderhoud van een niet-elektrisch aangedreven sportvoorziening of aanpassing aan een sportvoorziening wordt vastgesteld op het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte tot een maximum van € 3.133,07 voor een periode van drie jaar.
2De tegemoetkoming voor de aanschaf en het onderhoud van een elektrisch aangedreven sportvoorziening of aanpassing aan een sportvoorziening wordt vastgesteld op het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte tot een maximum van € € 6.266,14 voor een periode van zes jaar.
III – BIJDRAGE IN DE KOSTEN MAATWERKVOORZIENINGEN
Artikel 7 Bijdrage voor hulp bij het huishouden, woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en logeeropvang
1De hoogte van de bijdrage in de kosten bedraagt nooit meer dan de werkelijke kostprijs van de geleverde ondersteuning. De kostprijs ten behoeve van de berekening van de bijdrage in de kosten wordt als volgt bepaald:
a.Hulp bij het huishouden in natura: het vastgestelde tarief per maand.
b.Hulp bij het huishouden Pgb: het vastgestelde tarief per maand.
c.Woonruimteaanpassingen in natura: het door de uitvoerders laagst geoffreerde bedrag.
d.Woonruimteaanpassingen Pgb: het bedrag van de goedgekeurde offerte en maximaal het bestede Pgb bedrag.
e.Roerende woonvoorzieningen in natura: een vast tarief per categorie per maand.
f.Roerende woonvoorzieningen Pgb: een vast normbedrag per maand per categorie, waarbij de totale bijdrage in de kosten gemaximeerd is op het door de cliënt bestede Pgb bedrag.
g.Hulpmiddelen in natura: een vast tarief per categorie per maand.
h.Hulpmiddelen Pgb: een vast tarief per categorie per maand, en maximaal het bestede Pgb bedrag.
i.Vervoersvoorzieningen in natura: een vast tarief per categorie per maand.
j.Vervoersvoorzieningen Pgb, aanpassingen aan vervoersvoorzieningen Pgb en financiële tegemoetkoming vervoersvoorziening: een vast tarief per categorie per maand, en maximaal het bestede bedrag.
k.Bruikleenauto/bus in natura: het door de uitvoerder gefactureerde bedrag
l.Bruikleenauto/bus Pgb: het bedrag van de goedgekeurde offerte en maximaal het bestede Pgb bedrag.
m.Vervoerskostenvergoeding als bedoeld in artikel 4.1 lid c, d en e: het aan de cliënt uitgekeerde bedrag per maand.
n.Vervoerskostenvergoeding als bedoeld in artikel 4.2 en artikel 4.3: het door de cliënt gedeclareerde bedrag per maand.
o.Logeeropvang in natura: de (fictieve) prijs per etmaal vermenigvuldigd met het aantal door de cliënt afgenomen etmalen per maand.
p.Logeeropvang Pgb: het tarief per etmaal vermenigvuldigd met het aantal geïndiceerde etmalen.
Artikel 8 Bijdrage voor verblijf in de opvang voor slachtoffers van huiselijk geweld
1De hoogte van de bijdrage voor verblijf in de opvang wordt bepaald op basis van de op de leefsituatie van toepassing zijnde normbedragen, als genoemd in artikel 21 van de Participatiewet, de mogelijke verlaging van de bijstandsnorm conform artikel 27 van de Participatiewet, verminderd met de zak- en kleedgeldgrens, zoals vermeld in artikel 23, eerste lid, van de Participatiewet, alsmede een bedrag in verband met de standaardpremie, gecorrigeerd met de zorgtoeslag (volgens artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de zorgtoeslag).
2De berekening van de bijdrage is exclusief vakantiegeld. Vakantiegeld wordt ingehouden en jaarlijks uitgekeerd.
3Gehuwden waarvan een van beide partners gebruik maakt van de opvang, worden als alleenstaande behandeld ten aanzien van de bijdrage.
4Indien de cliënt verkiest dat de instelling in voeding voorziet, wordt het volledige bedrag van de bijdrage geïnd, zoals vermeld in lid 1.
5Indien de cliënt als onderdeel van de begeleiding verkiest te voorzien in eigen voeding, vindt restitutie van voedingskosten plaats door de instelling. Het bedrag voor voedingskosten bedraagt minimaal € 140,00 per maand en maximaal € 173,00 per maand voor een persoon van 18 jaar of ouder. Indien de cliënt in een instelling verblijft waar deze standaard niet voorziet in voeding, wordt de bijdrage verminderd met voornoemd bedrag voor voedingskosten.
6De bijdrage wordt per maand berekend en is verschuldigd voor de 1e van de maand voor iedere dag of gedeelte van de dag, waarop de cliënt gebruik maakt van het aanbod van de instelling. Een gedeelte van de maandelijkse periode wordt naar rato van het aantal dagen berekend op basis van het werkelijke aantal dagen in de betreffende periode.
7In het geval het werkelijk inkomen verminderd met de op basis van lid 1 bepaalde bijdrage minder bedraagt dan de norm zak- en kleedgeld, wordt de bijdrage zodanig verminderd, dat de norm voor zak- en kleedgeld beschikbaar blijft.
8Het voorgaande lid wordt niet toegepast als de cliënt naar het oordeel van het college van burgemeesters en wethouders verzuimt om voldoende inkomen te verwerven (zoals huurtoeslag, kinderbijslag en woonkostentoeslag).
Artikel 9 Vaststellen en innen bijdrage opvang slachtoffers van huiselijk geweld
Het college van burgemeesters en wethouders stelt de eigen bijdrage in de kosten voor de opvang per maand vast.
Artikel 10 Bijdrage voor beschermd verblijf
Vaststellen van de bijdrage voor beschermd verblijf vindt plaats conform de vaststelling van de eigen bijdrage voor beschermd wonen hoofdstuk 3, paragraaf 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
IV INVOERINGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 11 Overgangsbepaling
Overgangsrecht Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) personen
Voor personen die gebruik maken van het overgangsrecht AWBZ blijven de voorwaarden van het Bijdragebesluit Zorg van toepassing, totdat hun AWBZ recht eindigt of het moment dat zij vrijwillig afzien van hun overgangsrecht (artikel 11.1.1 lid 1 en artikel 11.1.2 van de Wet langdurige Zorg).
Artikel 12 Intrekken bestaande regeling
Het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Amsterdam januari 2024 wordt ingetrokken, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op aanvragen die zijn ingediend voor het moment van intrekking.
Artikel 13 Inwerkingtreding
Dit Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Amsterdam treedt in werking per 1 januari 2025.
Artikel 14 Citeertitel
Dit Financieel besluit wordt aangehaald als: Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2025.
hoofdstuk
Artikel II
Dit Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2025 treden in werking per 1 januari 2025.
Artikel III
Dit Financieel besluit wordt aangehaald als Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2025.
Toelichting
Algemeen deel
Naar aanleiding van het indexeren van de financiële tegemoetkomingen en het toevoegen van de bedragen dieetkosten zijn er wijzigingen aangebracht in het financieel besluit.
De wijzingen berusten op eerder genomen besluiten die nu verwerkt zijn. Verder zijn onjuistheden en onduidelijkheden gecorrigeerd. Het vaststellen van het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2025 heeft geen nieuw beleid tot gevolg.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel I, II en III
Het financieel maatschappelijke ondersteuning Amsterdam januari 2024 wordt ingetrokken.