2 Het gebruik, de inrichting en de uitvoering van kramen en verkoopinrichtingen
Artikel 2.1 Gebruik, inrichting en uitvoering van kramen en eigen verkoopinrichtingen
1De openingstijden (verkooptijden) van de markt zijn zaterdag van 9:00 tot 16:00 uur.
2De marktondernemer bezet zijn marktplaats gedurende de openingstijden van de markt.
3Het plaatsen van een verkoopinrichting moet tussen 7:00 en 8:00 uur.
4Het is verboden om aan de achterzijde van de marktkraam goederen aan te bieden of te verhandelen;
5Het is verboden om overspanningen of luifels te bevestigen aan de marktkraam, met uitzondering van zonne- of regenluifels, niet hoger dan de hoogte van de kraam met een doorloopruimte onder de luifel bedraagt 2,10 meter en tot een maximumuitval van 0,6 meter.
6Voor plaatsen waarop een verkoopinrichting is toegestaan geldt dat dissels, zij- en achterkleppen, deuren en andere voorwerpen in de verkoopopstelling niet mogen uitsteken buiten de toegewezen marktplaats.
7Buiten de voorzijde van de kraam mogen geen goederen uitsteken. De loopruimte tussen de kramen dient vrij te worden gehouden van obstakels. De loophoogte aan de voorzijde van de kramen dient minimaal 2,10 meter te bedragen.
Artikel 2.2 Dagelijkse indeling
1De vaste plaatshouders en tijdelijke vaste plaatshouders zijn uiterlijk 7:30 uur aanwezig, waarbij tot 7:45 uur aan de marktmeester kenbaar kan worden gemaakt of zij willen verschuiven.
2De dagelijkse indeling begint om 8:00 waarbij alle sollicitanten persoonlijk aanwezig zijn.
3Het is na de dagelijkse indeling niet toegestaan de aangewezen plek te ruilen met een andere marktondernemer.
4Het is voor sollicitanten niet toegestaan voor de dagelijkse indeling van 8:00 uur een plaats in te nemen.
Artikel 2.3 Vergunning eigen verkoopinrichting
1Een vergunning voor een eigen verkoopinrichting wordt alleen verleend aan vaste plaatshouders en tijdelijke vaste plaatshouders.
2De toestemming wordt in ieder geval geweigerd indien:
a.het eigen materiaal technisch niet inpasbaar is binnen de beschikbare ruimte op de markt;
b.het eigen verkoopmateriaal niet voldoet aan de technische en esthetische eisen daaraan door of namens het dagelijks bestuur te stellen.
3De vergunning voor een eigen verkoopinrichting kan alleen worden verleend indien er ten aanzien van bewaring, bereiding, behandeling of verkoop van de gevoerde waren wettelijke regelgeving geldt.
4Bij de vergunningaanvraag voor een eigen verkoopinrichting moet de volgende informatie en documenten worden bijgevoegd:
a.Offerteaanvraag voor een nieuwe verkoopinrichting met een heldere opgave van het uiterlijk van de verkoopinrichting, schaaltekening en vermelding van afmetingen (lengte, hoogte, breedte en gewicht) bij in- en uitgeklapte toestand, of;
b.Beschrijving van de bestaande verkoopinrichting, schaaltekening en vermelding van afmetingen (lengte, hoogte, breedte en gewicht) bij in- en uitgeklapte toestand;
c.Foto’s van de (bestaande) verkoopinrichting.
5Bij elke verkoopinrichting waar gefrituurd, gebakken, gebraden of verhit wordt, dient een doelmatig blusapparaat ( geen water) evenals een deksel voor afsluiting van de pan(nen) aanwezig te zijn.
6Bij gebruik van een propaan- of een butaangasinstallatie mag uitsluitend gebruik worden gemaakt van een speciaal daarvoor volgens norm NEN-EN 1763-1 t/m 4 of NEN 5654 ontworpen rubberen gasslang.
7Bij vervanging van een eigen verkoopinrichting moet een nieuwe vergunning worden aangevraagd.
Artikel 2.4 Verwarmingstoestellen, bak- en kookinstallaties
1Het is verboden om gebruik te maken van verwarmingstoestellen, bak- en/of kookinstallaties op andere plaatsen dan die daarvoor zijn aangewezen in het instellingsbesluit als bakplaats.
2Verwarmingstoestellen, bak- en kookinstallaties moeten voldoen aan alle wettelijke eisen. Van toepassing zijnde keuringsrapporten moeten op verzoek van de marktmeester direct worden getoond.
3De marktondernemer moet voorkomen dat brandgevaarlijke situaties en/of overlast van rook, geur of anderszins ontstaan. Brandweer- en milieuvoorschriften moeten stipt worden gevolgd en uitgevoerd.
Hoofdstuk 3 De aanvoer, afvoer en opslag van materialen en waren
Artikel 3.1 De aanvoer, afvoer en opslag van materialen en waren
1Het aanvoeren van materialen en waren naar de marktplaats is toegestaan vanaf 7:00 uur tot 09:00 uur.
2Het afvoeren van materialen en waren van de marktplaats is toegestaan van één uur voor tot één uur na verkooptijd van de markt van 16:00 uur.
3Tenzij door of namens het dagelijks bestuur bij besluit anders is beslist, is het niet toegestaan om na 17:00 verkoopinrichtingen en overige materialen en waren op de markt aanwezig te hebben of te laten staan.
4Het rijden met voertuigen op de markt mag niet sneller dan stapvoets.
5Parkeren op de markt mag tussen 7:30 tot 17:00 en alleen op de aangewezen plaatsen, zonder dat het voertuig (verkeers)gevaar, hinder of belemmering veroorzaakt. Daarbij moet het wegdek vrij zijn van voertuigen. De voertuigen die niet op de aangewezen plaatsen geparkeerd kunnen worden, moeten buiten de markt worden geparkeerd.
6Aanvoermateriaal dat achter de marktplaats is geplaatst, mag niet hoger zijn dan 2,60 meter, in lengte niet langer dan de toegewezen marktplaats. De opstelling moet zodanig zijn dat geparkeerde voertuigen de toegankelijkheid en het aanblik van de markt niet belemmeren. Het is niet toegestaan dat voertuigen op de openbare weg worden geparkeerd.
4 De energie- en watervoorziening op de markt
Artikel 4.1 Energievoorziening
1Tijdens de openingstijden van de markt kan de energievoorziening beschikbaar worden gesteld aan de marktondernemer.
2Het beheer voor de energievoorziening wordt uitgevoerd door de gemeente.
3De kosten voor de reguliere energievoorziening (230 Volt) zijn opgenomen in het basistarief voor een marktplaats, conform de geldende Heffingsverordening;
4Per enkelvoudige marktplaats mag één 230 Voltaansluiting worden gebruikt.
5De maximale elektrische belastbaarheid mag niet worden overschreden. Voor deze markt geldt dat de stroomafname niet hoger mag zijn dan 3.680 Watt per aansluiting. Voor de berekening van het maximale gebruik geldt: aantal Ampère x Volt = Watt.
6Het is verboden om apparaten aan te sluiten op een reguliere energievoorziening die meer verbruiken dan de maximale elektrische belastbaarheid.
7De marktondernemer maakt uitsluitend gebruik van volgens de meest actuele NEN goedgekeurde stekkers, snoeren en overige componenten en zorgt ervoor dat deze geen gevaarlijke situaties opleveren;
8De marktondernemer maakt uitsluitend gebruik van het stekkercompartiment in de daartoe geplaatste energievoorziening;
9Gebruik van een 400 Voltaansluiting (krachtstroom) mag alleen na toestemming van de marktmeester:
a.Vaste plaatshouders en tijdelijke vaste plaatshouders geven bij acceptatie van de marktplaats aan of zij gebruik willen maken van krachtstroom (indien beschikbaar).
b.Sollicitanten geven bij de dagelijkse indeling aan of zij gebruik willen maken van krachtstroom (indien beschikbaar).
c.De kosten voor het gebruik van krachtstroom worden afzonderlijk belast, conform de geldende Heffingsverordening.
10De marktondernemer houdt de energievoorziening vrij van obstakels en toegankelijk.
11De marktondernemer sluit de putkast van de energievoorziening, deze kast dient gesloten te zijn en mag alleen worden geopend voor het in- of uitpluggen van de stekkers.
12De marktondernemer meldt storing of schade direct bij de marktmeester.
5 De orde en de veiligheid op de markt
Artikel 5.1 Gevaarlijke situaties
1Het Marktbureau is op grond van artikel 7.2 Marktverordening belast met het toezicht op de naleving: de door het college aangewezen ambtenaren, personen of categorieën ambtenaren ziet toe op de orde en veiligheid op de markt en kan - naar haar oordeel - in gevaarlijke situaties de activiteit geheel of gedeeltelijk per direct laten beëindigen.
Artikel 5.2 Weer en calamiteiten
1Toetsing van en het besluit over weersinvloeden en calamiteiten vindt plaats op grond van artikel 3.22 Marktverordening
Artikel 5.3 Sneeuwval
1Bij sneeuwval tijdens de verkoopuren van de markt wordt de marktondernemer geacht de omgeving van zijn kraam sneeuwvrij te maken en te houden.
6 De wijze van afvalinzameling en het afvoeren van afval op de markt
Artikel 6.1 Afval
1De marktondernemer die waren verkoopt die bedoeld zijn voor onmiddellijke consumptie, plaatst aan de voorzijde van zijn marktplaats aan beide zijden van de kraam afvalbakken voor het publiek te plaatsen.
2Op eerste aanwijzing van de marktmeester verwijdert de marktondernemer het aanwezige vuil en/of afval.
3Gedurende de marktdag slaat de marktondernemer het afval uit het zicht van het publiek op een dusdanige wijze op, dat het niet kan wegwaaien.
4Het is verboden om afval achter te laten, de marktondernemer neemt na afloop van de markt al het afval mee.
5De kosten voor het verwijderen of verwerken van niet opgeruimd afval worden bij de overtreder in rekening gebracht.
7 Het maken van reclame op het marktterrein
Artikel 7.1 Reclame
1Op de markt mag reclame/promotie worden gemaakt voor de markt vanuit de marktkramen. Daarbij mag promotiemateriaal niet zondermeer door middel van flyeren aan de bezoekers worden overhandigd en draagt de marktondernemer zorg dat het promotiemateriaal niet leidt tot zwerfafval op en rond het marktterrein.
8 De waren die op een themamarkt kunnen worden verhandeld
Artikel 8.1 Te verhandelen waren
1In het instellingsbesluit is het thema van de markt opgenomen. Op de markt worden biologische producten verhandeld.
2Het college kan aan de warenadviescommissie, Vereniging Biologische Noordermarkt Amsterdam, advies vragen of de waren van de marktondernemer voldoen aan het thema van de markt, zoals in het instellingsbesluit is opgenomen.
Artikel 8.2 Inschrijving op de markt
1Het college kan aan de warenadviescommissie, Vereniging Biologische Noordermarkt Amsterdam, advies vragen bij het verlenen van een vergunning aan de ondernemer. De Vereniging Biologische Noordermarkt Amsterdam adviseert of de waren die marktondernemers aanbieden voldoen aan het thema van de markt.
2Het college is er niet aangehouden het advies van de warenadviescommissie over te nemen.
9 Het vervangen van marktondernemers op marktplaatsen
Artikel 9.1 Vervangen bij overlijden
1Het dagelijks bestuur kan na het overlijden van de vergunninghouder aan diens levenspartner, kind of geregistreerd vervanger, toestemming geven om van de marktplaats gebruik te blijven maken, voor het regelen van een doorstart of afronding van de bedrijfsvoering, dan wel het doen van een overschrijvingsverzoek.
2Bij toestemming is de termijn ten hoogste acht weken aansluitend op de datum van overlijden van de vergunninghouder.