Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel levensgedrag en wijze van bedrijfsvoering 2024

Gemeente Amsterdam · geldt sinds 31 augustus 2024

Aanhef

De burgemeester van Amsterdam,

gelet op artikel 2.16A, 2.43, 2.47, 3.11, 3.24, 3.29, 3.36, 3.42, 3.44, 3.48, 3.52, 3.57, 3.61, 3.66 en 3.67 van de Algemene Plaatselijke Verordening, en de Verordening op de kansspelautomaten en Speelautomatenhallen.

Overwegende:

dat de burgemeester bevoegd is te beslissen op aanvragen voor een exploitatievergunning voor (alcoholvrije) horecabedrijven, prostitutiebedrijven, escortbedrijven, seksinrichtingen, speelgelegenheden, bedrijven in een aangewezen gebied, straat of gebouw, vergunningplichtige vechtsportwestrijden- of gala’s, evenementen en speelautomatenhallen. Deze wijzigingen zijn doorgevoerd naar aanleiding van recente jurisprudentie, die aanpassingen in de opbouw van de notitie noodzakelijk maakten.

Besluit:

I. Het besluit Beleidsregel levensgedrag en wijze van bedrijfsvoering van 6 april 2021, zoals gepubliceerd in het Gemeenteblad onder nummer 120797, in te trekken.

II. De Beleidsregels levensgedrag en wijze van bedrijfsvoering 2024 vast te stellen.

III. Dit besluit treedt in werking op de dag na publicatie in het Gemeenteblad .

IV. Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit Beleidsregel levensgedrag en wijze van bedrijfsvoering 2024.

Beleidsregel levensgedrag en wijze van bedrijfsvoering

Afkortingenlijst

APV Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam 2008

Atw Arbeidstijdenwet

BVH Basisvoorziening Handhaving, incidentregistratiesysteem van de politie

AW Alcoholwet 2021

IND Immigratie- en Naturalisatiedienst

NLA Nederlandse Arbeidsinspectie

NVWA Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

RIEC Regionaal Informatie en Expertise Centrum

VOG Verklaring Omtrent het Gedrag

Wav Wet arbeid vreemdelingen

Wet Bibob Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur

Wml Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag

Inleiding

Doel en scope notitie

Deze beleidsnotitie beschrijft de invulling die de burgemeester geeft aan de begrippen ‘levensgedrag’ en ‘de wijze van bedrijfsvoering’ zoals opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam 2008 (hierna: APV).

Levensgedrag

Exploitanten en leidinggevenden van alcohol schenkende horecabedrijven en slijterijen mogen op grond van de Alcoholwet (hierna: AW) in geen enkel opzicht van slecht levensgedrag zijn.

1Artikel 8 lid 1 onder b AW

Op grond van de APV geldt hetzelfde voor exploitanten en leidinggevenden van:

-alcoholvrije horecabedrijven

2Artikel 3.11 lid 3 onder e APV.

-prostitutiebedrijven

3Artikel 3.29 lid 1 onder b APV.

-escortbedrijven

4Artikel 3.42 jo. 3.29 lid 1 onder b APV.

-seksinrichtingen

5Artikel 3.48 onder b APV.

-speelgelegenheden

6Artikel 3.57 onder b APV.

-bedrijven in een aangewezen gebied, straat of gebouw

7Artikel 3.66 onder b APV.

-Vergunningplichtige evenementen

8Artikel 2.43 onder k APV

-vergunningplichtige vechtsportwedstrijden of -gala’s

9Artikel 2.47 lid 3 APV.

En op grond van de Verordening kansspelautomaten en speelautomatenhallen Amsterdam geldt hetzelfde voor exploitanten en leidinggevenden van speelautomatenhallen in Amsterdam

10Artikel 3.5 lid 1 onder d Verordening kansspelautomaten en speelautomatenhallen Amsterdam

.

Exploitanten en leidinggevenden van bovengenoemde bedrijven hebben een bijzondere verantwoordelijkheid. Het exploiteren van dergelijke bedrijven, of beter gezegd, het niet verantwoord exploiteren ervan, kan tot een verstoring van de openbare orde leiden of het omliggende woon- en leefklimaat nadelig beïnvloeden. De levensgedragtoets is een noodzakelijke preventieve toets om de risico’s op inbreuken op de openbare orde en veiligheid en een goed woon- en leefklimaat te beperken. Slecht levensgedrag is een grond om de vergunning te weigeren of in te trekken of om een aspirant leidinggevende niet bij te schrijven op de vergunning. Met ingang van 1 april 2024 zijn dagleidinggevenden (de natuurlijke persoon die onmiddellijke leiding geeft) van slijtersbedrijven vrijgesteld van de verplichting om bijgeschreven te worden op de Alcoholwetvergunning, zoals bepaald in artikel 8.1 van het Alcoholbesluit.

Volgens de Afdeling is de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het begrip ‘levensgedrag’ niet in strijd met de Dienstenrichtlijn (artikel 10 van Richtlijn nr. 2006/123/EG van het Europese Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 december 2006 betreffende de diensten op de interne markt).

11Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2020:689, ECLI:NL:RVS:2020:690, ECLI:NL:RVS:2020:2168, ECLI:NL:RVS:2020:2169 en ECLI:NL:RVS:2020:2174.

Ondanks dat de APV-bepalingen over levensgedrag de toetsing aan de Dienstenrichtlijn kunnen doorstaan, beoogt deze beleidsnotitie meer duidelijkheid te geven over de term slecht levensgedrag uit de AW en de APV.

Bedrijfsvoering

Net als bij slecht levensgedrag kan een slechte bedrijfsvoering door de exploitant of leidinggevende van bovengenoemde bedrijven uit de APV een grond zijn om de vergunning te weigeren of in te trekken. Bij het beoordelen van de bedrijfsvoering gaat het om feiten waaruit blijkt of betrokkene het bedrijf op deugdelijke wijze zal exploiteren of exploiteert.

Beoordelingswijze

Bij het beoordelen van het levensgedrag en de bedrijfsvoering wordt gekeken naar uiteenlopende feiten en omstandigheden die iets zeggen over het gedrag en/of de bedrijfsvoering van de betrokkene. Er moet voldoende vertrouwen kunnen worden gesteld in exploitanten en leidinggevenden. Bij de beoordeling wordt vooral gekeken naar (mogelijk) gepleegde strafbare feiten, maar ook bijvoorbeeld de omstandigheid dat iemand liegt over relevante feiten en omstandigheden kan worden meegewogen bij de toets op het levensgedrag en de bedrijfsvoering.

De beoordelingen die worden gemaakt in het kader van het criterium levensgedrag en bedrijfsvoering vinden plaats aan de hand van diverse informatiebronnen. De beoordelingen zijn onder andere afhankelijk van het type zaak en de omgeving van de zaak. Dit betekent dat een feitencomplex in het ene geval tot een weigering wegens slecht levensgedrag kan leiden, maar in het andere geval niet. In de verschillende vergunningstelsels kunnen accenten verschillen.

Het doel van deze beleidsnotitie is om meer inzicht te geven in de wijze waarop de levensgedragtoets en de beoordeling van de bedrijfsvoering plaatsvindt. Omdat het bij het beoordelen van het levensgedrag en de bedrijfsvoering gaat om maatwerk, kan rekening worden gehouden met het betrekken van andere feiten en omstandigheden die niet specifiek zijn benoemd in deze beleidsregel, maar die wel relevant kunnen zijn voor de belangen die de AW en APV beogen te behartigen. Deze beleidsregels zijn van toepassing op alle vergunningsprocedures waarbij het levensgedrag of de wijze van bedrijfsvoering als weigeringsgrond geldt.

In 2021 is voor het eerst beleid vastgesteld over levensgedrag en bedrijfsvoering. Deze notitie uit 2024 vervangt die beleidsregels. Naast aanpassingen in de opbouw van de notitie zijn wijzigingen doorgevoerd naar aanleiding van recente jurisprudentie.

Leeswijzer

Hoofstuk 1 bevat een niet-limitatieve opsomming van bronnen die worden gebruikt voor de levensgedragtoets en het toetsen van de wijze van de bedrijfsvoering. In hoofdstuk 2 staat de levensgedragtoets beschreven en hoofdstuk 3 beschrijft hoe de wijze van bedrijfsvoering wordt getoetst.

2. Beoordeling levensgedrag

2.2. Horecabedrijven

2.2.2. Beoordelingsaspecten horecabedrijven

Bij de beoordeling van leidinggevenden of exploitanten van horecabedrijven worden de onderstaande punten in ogenschouw genomen:

•Wat voor type zaak betreft het?

Een lunchroom, shishalounge en coffeeshop zijn verschillend van karakter/aard en trekken overwegend een ander publiek aan. Het verschil in karakter en doelgroep van deze gelegenheden kan leiden tot andere risico's en verantwoordelijkheden voor de exploitanten en leidinggevenden. Coffeeshops moeten bijvoorbeeld voldoen aan regelgeving met betrekking tot de verkoop van cannabisproducten, terwijl shishalounges te maken kunnen krijgen met regelgeving met betrekking tot tabaksgebruik.

•In welke periode zijn de feiten gepleegd?

In beginsel worden slechts feiten die zich hebben voorgedaan in de periode van vijf jaar voorafgaand aan het besluit meegenomen in de beoordeling. Uitgezonderd informatie van de Belastingdienst en overige fiscale feiten; waarbij mogelijk een langere terugkijktermijn geldt. Daarbij wordt gekeken naar de aard en de omvang van de informatie en of sprake is van een patroon om te beoordelen of dit relevant is voor de levensgedragtoets.

Hebben er de afgelopen vijf jaar geen feiten voorgedaan die relevant zijn voor de levensgedragtoets, dan zal de vergunning niet worden geweigerd of ingetrokken op grond van slecht levensgedrag.

Bij de berekening van de periode van vijf jaar gelden de volgende uitgangspunten:

○ De pleegdatum is in beginsel leidend (uitgezonderd de imperatieve weigeringsgronden uit de Alcoholwet).

○ Voor de berekening van de laatste vijf jaar telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of voorlopige hechtenis is ondergaan niet mee.

26De exploitant en/of leidinggevende was in deze periode beperkt in de bewegingsvrijheid en niet (geheel) vrij om zelfstandig te handelen en het levensgedrag kan over deze periode niet volledig worden getoetst.

○ De datum van het primaire besluit over het levensgedrag op de aanvraag van de exploitatievergunning, de tussentijdse bijschrijving van een exploitant en/of leidinggevende of intrekking van de exploitatievergunning is de peildatum voor vaststellen van de periode van vijf jaar.

○ Indien er sprake is van een patroon of een hoge frequentie van (soortgelijke) feiten, kunnen ook gedragingen en/of veroordelingen die langer dan vijf jaar voorafgaand aan het besluit hebben plaatsgevonden, in de beoordeling worden betrokken.

•Wat voor type feiten betreft het?

In bijlage I staat een overzicht van de meest belangrijke feiten die meewegen in de levensgedragtoets. Bij het beoordelen van het type feiten wordt gekeken naar de ernst van het feit en de belangen die de strafbaarstelling/handhaving van het feit beoogt te beschermen.

Bij de levensgedragtoets gaat het om gedragingen die naar hun aard en ernst de vrees rechtvaardigen dat de aanwezigheid van de exploitant/leidinggevende als verantwoordelijke voor de exploitatie het woon- en leefklimaat in de omgeving van het bedrijf, de openbare orde of de veiligheid nadelig beïnvloedt. Ook wordt rekening gehouden met gedragingen die op zichzelf niet reeds als ernstig in vorenbedoelde zin kunnen worden beschouwd, maar die in samenhang met andere gedragingen een bepaald gedragspatroon opleveren. Het gaat dan om een patroon waaruit blijkt dat de betrokkene de voor hem geldende regels niet naleeft, zodat ook dan de vrees voor een negatieve beïnvloeding van het woon- en leefklimaat en/of de openbare orde en de veiligheid bestaat.

27ECLI:NL:RVS:2020:2169.

•Zijn de feiten aan de zaak te relateren?

Het is niet vereist dat de feiten aan een horeca inrichting te relateren zijn. Als dit wel het geval is, kan dit zwaar meewegen. Denk bijvoorbeeld aan een leidinggevende die tijdens de uitoefening van zijn functie betrokken is geraakt bij geweldsincidenten of een leidinggevende die onder invloed van middelen verkeert tijdens de uitoefening van zijn functie.

•Opgelegde straf

Is er een straf of een maatregel opgelegd en hoe hoog is deze straf of maatregel?

Ook transacties en beschikkingen tellen mee. Het is niet vereist dat er een straf is opgelegd om een feit mee te kunnen nemen in de beoordeling van het levensgedrag.

•Leeftijd op pleegdatum en huidige leeftijd van betrokkene

Ook (strafbare) feiten gepleegd als minderjarige worden bij de beoordeling betrokken.

28ECLI:NL:RVS:2018:4277.

Bij de beoordeling speelt de leeftijd waarop het feit is gepleegd, de ernst van het feit en de ontwikkeling op latere leeftijd een rol.

•Openbare orde sluiting op last van de burgemeester

Indien de exploitant of leidinggevende verwijtbaar en/of nalatig betrokken is geweest bij een pand dat op last van de burgemeester op grond van artikel 13b Opiumwet, artikel 174a Gemeentewet, artikel 175 Gemeentewet, artikel 2.10 APV of artikel 3.37 APV is gesloten dan speelt dit een rol bij de beoordeling.

2.3. De levensgedragtoets bij andere exploitatievormen

Artikel 2.3.1 Prostitutie- en escortbedrijven

Bij de levensgedragtoets voor prostitutiebedrijven en escortbedrijven speelt bij de beoordeling tevens de vraag of er voldoende vertrouwen is dat de exploitant en/of leidinggevende geen (mogelijke) slachtoffers van misstanden laat werken. Exploitanten en leidinggevenden zijn verantwoordelijk voor het laten werken van zelfredzame sekswerkers en het zorgen voor de veiligheid van de sekswerkers. Zij dienen voldoende toezicht te houden op de branche, zoals de personen die zich rondom de sekswerkers bevinden (afgezien van klanten), en dienen misstanden, mensenhandel en uitbuiting direct te signaleren en te melden bij de politie.

Bij de beoordeling wordt gekeken naar persoonlijke omstandigheden en de achtergrond van betrokkene om te bepalen of het levensgedrag een risico vormt. Schuldenproblematiek en betrokkenheid bij huiselijk geweld zijn voorbeelden van omstandigheden die iets kunnen zeggen over het referentiekader van betrokkene.

Artikel 2.3.1. Aanwijzing als gebied, straat of gebouw waar vergunningplicht geldt voor bepaalde bedrijvigheid

De burgemeester kan gebieden, straten, gebouwen of branches aanwijzen waar een vergunning verplicht is voor bepaalde bedrijfsmatige activiteiten. Een vergunningplicht voor een pand, gebied of branche wordt ingesteld op basis van (bestuurlijke) rapportages en/of analyses van de politie, stadsdelen en andere partners waarin de noodzaak voor het gebruik van dit instrument wordt onderbouwd. Deze rapportages en analyses tonen aan dat de activiteiten een negatieve invloed hebben op het woon- en leefklimaat in de omgeving van de bedrijven, dat de openbare orde en veiligheid als gevolg van de activiteiten worden bedreigd, of dat op andere wijze niet te tolereren ondermijning wordt veroorzaakt.

De vergunningplicht voorkomt criminele activiteiten of activiteiten die overlast geven. Vanwege de kwetsbaarheid van deze bedrijfsmatige activiteiten wordt van exploitanten en leidinggevenden een bijzondere verantwoordelijkheid geëist om mogelijk crimineel gedrag te voorkomen. Zij dienen daarom mee te werken aan controles van toezichthouders en te voorkomen dat ze crimineel gedrag faciliteren.

Bijlage I Levensgedrag – overzicht meest relevante strafbare feiten en gedragingen

De onderstaande lijst betreft een niet-limitatieve opsomming van feiten en gedragingen die meewegen in de beoordeling van het levensgedrag. Feiten die hier niet zijn beschreven kunnen ook leiden tot de conclusie ‘slecht levensgedrag’.

Geweldsdelicten en vernieling

•Mishandeling

•Moord / doodslag

•Overige misdrijven tegen het leven

•Openlijke geweldpleging tegen goederen en/of personen

•Vernieling, vandalisme, baldadigheid

•Brandstichting

Alcoholgerelateerde feiten

•Rijden onder invloed van alcohol

•Aanstalten maken rijden onder invloed van alcohol

•Weigeren ademanalyse

•Openbaar dronkenschap / openlijk en/of hinderlijk gebruik van alcohol

Drugsgerelateerde feiten

•Bezit, handel en vervaardigen van hard- en softdrugs

•Openlijk en/of hinderlijk gebruik van drugs

•Rijden onder invloed van drugs / medicijnen

•Drugsafval

Wapens en munitie

•Bezit en handel in wapens en/of munitie

•Schiet- en/of steekpartijen

•Messenverbod (APV)

Vermogensdelicten

•Verduistering

•Heling

•Chantage en/of afpersing

•Witwassen

•Fraude

•Verdachte transacties

•Vals geld aanmaken / vals geld uitgeven

•Oplichting en flessentrekkerij

•Omkopen ambtenaar in functie

Zedendelicten en mensenhandel

•Zedendelicten

•Gijzeling / ontvoering

•Mensenhandel, arbeidsuitbuiting en mensensmokkel

Niet meewerken met de politie en toezichthouders en het niet opvolgen van rechtelijke uitspraken

•Wederspannigheid

•Niet voldoen aan bevel / vordering

•Valse aangifte / valse ID opgeven

Openbare orde / APV

•Nepdope

•Hinderlijk gedrag

•Samenscholing, ongeregeldheden en ordeverstoringen

•Afsteken vuurwerken op verboden plaatsen

•Openbaar vervoer verbod

•Overtreding APV

•Tippelen

•Verzamelverbod

•Verwijderingsbevel

•Geluidshinder

•Openbare orde sluiting op last van de burgemeester

Verkeerswetgeving

•Joyriding

•Snelheidsovertreding

•Agressief / onveilig rijgedrag

•Verkeersongeval met letsel

•Verlaten plaats na verkeersongeval

•Rijden met vals kenteken

•Onverzekerd rijden

•Weigeren ademanalyse / weigeren bloedproef / weigeren vervangend (urine) onderzoek

•Rijden zonder rijbewijs

•Rijden tijdens rijverbod / terwijl rijbewijs is ingevorderd / tijdens rijontzegging

Overig

•Diefstal / overval

•Zakkenrollerij / straatroof

•Oplichting en heling

•Discriminatie

•Belediging

•Bedreiging, intimidatie

•Openbare schennis der eerbaarheid

•Stalking

•Cybercrime

•Misdrijven Wet op de kansspelen (Wok)

•Overtreding huisverbod

•Huisvredebreuk

•Chantage / machtsmisbruik

•Criminele contacten

Bijlage II Bedrijfsvoering – aspecten die meewegen bij de beoordeling

Een niet-limitatieve opsomming van aspecten die meewegen bij de beoordeling van de wijze van bedrijfsvoering:

•Overtredingen van belastingwetgeving.

•Het niet voldoen van administratieve verplichtingen uit het Burgerlijk Wetboek.

•Overtredingen en misdrijven uit de Wet Economische Delicten.

•Overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingen (WAV), de Wet minimumloon (WML) en de Arbeidstijdenwet (ATW).

•Een sluiting van het pand op last van de burgemeester op grond van artikel 13b lid 1 van de Opiumwet, artikel 174a Gemeentewet, artikel 2.10 APV en artikel 3.37 APV.

•Het exploiteren van een bedrijf zonder de benodigde vergunning, exploiteren in strijd met het bestemmingsplan en/of de vergunningvoorschriften, exploiteren na een weigering of intrekking van de vergunning of exploitatie na buiten behandeling stelling van de aanvraag van de vergunning.

•Het exploiteren van een terras zonder vergunning en terrasovertredingen.

•Het niet voldoen aan de bij de exploitatievergunning gestelde gedoogcriteria.

•Het niet naleven van de koolmonoxidewaarden en het COHb-gehalte zoals genoemd in de meest recente RIVM adviezen.

36Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). GGD-richtlijn MMK koolmonoxide: Gezondheidseffecten koolmonoxide - Advieswaarden & grenswaarden

•Toezichthouders en ambtenaren in functie worden tegengewerkt of geweigerd en/of het niet voldoen aan een bevel of vordering van een toezichthouder of ambtenaar.

•Het niet naar waarheid invullen van het BIBOB-formulier en het vermoeden dat valsheid in geschrift is gepleegd.

37ELI:NL:RVS:2019:350.

•Het niet naar waarheid verklaren tegenover een ambtenaar in functie.

•Fraude en vermoedens van fraude.

•Valsheid in geschrift en vermoedens van valsheid in geschrift.

•Signalen van drugsgebruik en/of verkoop.

•Het niet naleven van sluitingstijden.

•Het horecabedrijf is open zonder aanwezigheid van een in de vergunning vermelde leidinggevende.

•Het niet (tijdig) doorgeven van wijzigingen in de bedrijfsvoering.

•Alcoholverstrekking aan minderjarigen.

•Toegang minderjarige tot slijterij (zonder begeleiding).

•De verkoop van alcoholhoudende drank voor gebruik elders dan ter plaatse door een alcoholschenkend bedrijf (met uitzondering van een slijtersbedrijf met vergunning).

•Doorschenken / veel bezoekers zijn onder invloed van alcohol en/of drugs.

•De huisregels en/of het deurbeleid zijn niet duidelijk en/of worden niet nageleefd.

•Er wordt niet gehandeld conform het veiligheidsplan.

•Er wordt niet (goed) gevisiteerd door de beveiliging en/of de beveiliging gebruikt geweld.

•Het gedrag van de beveiliging / de portiers van het bedrijf.

•Het niet adequaat optreden bij klachten en/of nalatigheid bij het treffen van voorzorgsmaatregelen in de bedrijfsvoering.

•Het herhaaldelijk aanvragen van bijschrijven van leidinggevenden die worden geweigerd wegens slecht levensgedrag.

•Het is onduidelijk wie de leiding heeft in het bedrijf.

•Discriminatie door personeel (bijv. bij het weigeren van bezoekers).

•Het personeel is onder invloed van alcohol en/of drugs.

•Stankoverlast.

•Afvaloverlast.

•Geluidsoverlast.

•(Meldingen van) overlast van fietsen, scooters, auto’s en/of taxi’s die gerelateerd zijn aan de zaak.

•Wachtrij problematiek.

•Opstootjes binnen en rondom de onderneming.

•Glas incidenten.

•Zakkenrollerij in de zaak.

•Agressief gedrag en intimidatie door bezoekers en daar niet (goed) tegen optreden.

•Het is veel te druk in de zaak en er wordt niet gestuurd op maximale capaciteit.

•Het werven van klanten op of aan de weg.

•Andere overtredingen van de APV.

Voor de bedrijfsvoering van prostitutiebedrijven zijn (tevens) de volgende specifieke aspecten van belang:

•Overtredingen van het bedrijfsplan en/of overtredingen van de exploitatievergunning.

•De exploitant en/of de leidinggevende belemmert of bemoeilijkt het toezicht op de naleving van de regels uit de APV.

•Het nemen van onvoldoende maatregelen ten aanzien van de zelfredzaamheid van sekswerkers en maatregelen om te voorkomen dat in het bedrijf sekswerkers werkzaam zijn die het slachtoffer zijn van mensenhandel of andere vormen van arbeidsuitbuiting.

•Vermoedens van mensenhandel of andere vormen van uitbuiting worden niet gemeld bij de politie.

•Er zijn sekswerkers jonger dan 21 jaar werkzaam in het bedrijf.

•De aanwezigheid van illegale sekswerkers.

•De exploitant en/of de leidinggevende biedt in een advertentie onveilige seks aan of garandeert in advertenties dat de in het bedrijf werkzame sekswerkers vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen.

•Het houden van onvoldoende toezicht en het schenden van de zorgplicht.

•Slechte arbeidsomstandigheden en/of slechte verhuurvoorwaarden voor sekswerkers.

•Toegestaan gebruik van harddrugs door sekswerkers.

•Slechte hygiëne van de kamers / de Hygiënerichtlijnen voor seksinrichtingen van het Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid worden niet nageleefd.

•Slecht bijhouden van verhuuradministratie.

•Sekswerkers structureel lang laten doorwerken.

•Overtredingen van de verhuurvoorwaarden.

•Sekswerkers kunnen zich niet identificeren.

•De bedrijfsadministratie voldoet niet aan de daartoe gestelde eisen.

•De bedrijfsadministratie is niet bewaard met inachtneming van de wettelijke termijnen en/of de bedrijfsadministratie van de laatste drie maanden is niet beschikbaar in het bedrijf.

•Adverteren zonder bedrijfsnaam en vergunningsnummer.

•Het gebruik van de werkruimte als woning.

Voor de bedrijfsvoering van escortbedrijven zijn (tevens) de volgende specifieke aspecten van belang:

•Overtredingen van het bedrijfsplan en/of overtredingen van de exploitatievergunning.

•De exploitant en/of de leidinggevende belemmert of bemoeilijkt het toezicht op de naleving van de regels uit de APV.

•Bemiddeling vindt niet plaats vanaf het vaste adres als genoemd op de vergunning.

•Het adverteren gebeurt niet onder vermelding van de bedrijfsnaam en/of het vergunningnummer en met telefoonnummers zoals vastgelegd in de vergunning.

•Het nemen van onvoldoende maatregelen ten aanzien van de zelfredzaamheid van sekswerkers en maatregelen om te voorkomen dat in het bedrijf sekswerkers werkzaam zijn die het slachtoffer zijn van mensenhandel of andere vormen van arbeidsuitbuiting.

•Vermoedens van mensenhandel of andere vormen van uitbuiting worden niet gemeld bij de politie.

•Er zijn sekswerkers jonger dan 21 jaar werkzaam in het bedrijf.

•De aanwezigheid van illegale sekswerkers.

•De exploitant en/of de leidinggevende biedt in een advertentie onveilige seks aan of garandeert in advertenties dat de in het bedrijf werkzame sekswerkers vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen.

•Het houden van onvoldoende toezicht en het schenden van de zorgplicht.

•Slechte arbeidsomstandigheden voor de sekswerkers.

•Sekswerkers kunnen zich niet identificeren.

•De bedrijfsadministratie voldoet niet aan de daartoe gestelde eisen.

•De bedrijfsadministratie is niet bewaard met inachtneming van de wettelijke termijnen en/of de bedrijfsadministratie van de laatste drie maanden is niet beschikbaar in het bedrijf.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.