Gemeentelijke regelgeving

Algemene regels voor winkeluitstallingen, plantenbakken en gevelbanken

Gemeente Amsterdam · geldt sinds 18 september 2016

Algemene regels voor winkeluitstallingen, plantenbakken en gevelbanken

Algemene regels voor winkeluitstallingen

1. Onder een winkeluitstalling wordt verstaan:

1.1 voorwerpen en stoffen die behoren tot het reguliere assortiment van een winkel;

1.2 uitstallingsmaterialen, zoals rekken, manden, bakken en stellingen;

1.3 kleine apparaten zoals een vrieskist, een kippengrill en een speeltoestel voor kinderen;

1.4 reclame- of prijsaanduidingsborden ten behoeve van de verkoop van het winkelassortiment met een maximaal vloeroppervlak van 1 m² en een maximale hoogte van 1 meter;

1.5 een gevelbank bij mengformules waarvoor op grond van artikel 3.9 APV een exploitatievergunning niet verplicht is gesteld.

2. De ondernemer mag een uitstalling uitsluitend voor de eigen winkelgevel plaatsen en alleen zodanig dat:

2.1 de uitstalling onmiddellijk tegen de gevel is geplaatst;

2.2 de toegang tot naast- en bovenliggende woningen, instellingen en bedrijven te allen tijde wordt vrijgehouden;

2.3 een afstand van tenminste 2 meter wordt vrijgehouden tot:

-objecten zoals onder- en bovengrondse brandkranen, elektriciteitsvoorzieningen e.d.;

-de hoek van de straat, gemeten langs de gevel;

-bomen en groenvoorzieningen;

2.4 een doorrijdbreedte en -hoogte van tenminste 3,50 meter respectievelijk 4,20 meter overblijft voor ambulances en voertuigen van politie en brandweer.

2.5 In afwijking van het bepaalde in lid 2.1 mag op de Van Limburg Stirumstraat daar waar sprake isvan een arcade per winkel maximaal de volgende winkeluitstalling worden geplaatst:

een kleine uitstalling 1,25 meter hoog, 75 cm breed en 50 cm diep tussen de pilaren en twee reclameborden langs de gevel, die mits evenwijdig aan de gevel worden neergezet, op een maximale afstand van 50 cm van de gevel mogen staan,

of,

één reclamebord tussen de pilaren en een reguliere winkeluitstalling langs de gevel.

2.6 In afwijking van artikel 2.1 geldt dat bij de hellingbaan naast het hoekpand Bos en Lommerplein 166 op 1,5 meter van de gevel een uitstalling van 1 meter diep kan worden geplaatst, mits deze verrijdbaar is.

3.1 Voor wat betreft de breedte, de diepte en het aantal winkeluitstallingen gelden de volgende regels:

3.1.1 De winkeluitstalling heeft maximaal de breedte van de gevel van de winkel.

3.1.2 De winkeluitstalling heeft een maximale diepte van 1,5 meter.

3.1.3 Voor een winkel gevestigd in een hoekpand mogen maximaal twee winkeluitstallingen worden geplaatst.

3.1.4 Indien de winkeluitstalling is geplaatst op een locatie waar de toegankelijkheid voor voetgangers een knelpunt is, kan het dagelijks bestuur besluiten om de maximaal toelaatbare diepte en breedte te markeren met punaises of markeringstegels.

3.1.5 In afwijking van artikel 3.1.2 en artikel 3.2 geldt in de Kinkerstraat-Midden, tussen Bilderdijkgracht en J.P. Heijestraat, onder de arcade aan de zuidzijde een maximale diepte van 50 cm, ongeacht de resterende obstakelvrije ruimte.

3.1.6 In afwijking van artikel 3.2 geldt in de 2e Hugo de Grootstraat een maximale diepte van 50 cm, ongeacht de resterende obstakelvrije ruimte.

3.2 Bij het bepalen van de maximaal toegestane breedte, de maximaal toegestane diepte en het maximum aantal winkeluitstallingen wordt uit gegaan van de beschikbare trottoirruimte en een minimale doorloopruimte van 1,5 meter voor voetgangers tussen de winkeluitstalling en de trottoirband of op het trottoir aanwezige objecten.

3.3 De hoogte van de uitstalling mag inclusief gebruikte hulpmiddelen maximaal 2 meter bedragen.

3.4 Een winkeluitstalling mag niet op de rijweg, binnen een afstand van 50 centimeter van een geleidestrook voor slechtzienden, op een fietspad of in een doorgang worden geplaatst.

4Etenswaren moeten tenminste 50 cm boven het grondoppervlak worden neergezet.

5Per winkel mogen ten hoogste 2 reclameborden worden geplaatst.

6De winkeluitstalling met inbegrip van materialen ten behoeve van de uitstalling mag alleen op de openbare weg worden gezet tijdens de uren waarop de winkel voor het publiek geopend mag zijn.

7De openbare ruimte mag niet worden gebruikt voor het -al dan niet tijdelijk- plaatsen van voorraden, bestemd voor verkoop in de winkel, kratten, pallets, winkelwagens e.d.

8Het uitstallen van goederen mag uitsluitend ten doel hebben de aandacht van het publiek op de uitgestalde goederen te vestigen, het is niet toegestaan vanuit de winkeluitstalling goederen aan het publiek te verkopen.

9.1 De ondernemer zorgt er voor dat de winkeluitstalling onmiddellijk wordt verwijderd of verplaatst:

-op last van de politie, de brandweer of medewerkers van het stadsdeel

-als dat nodig is in verband met werkzaamheden in de openbare ruimte

-als dat nodig is in verband met werkzaamheden aan of langs de gevel.

9.2 De met verwijdering of verplaatsing mogelijk verbonden kosten zijn voor rekening van de ondernemer.

10De ondernemer zorgt voor een ordelijk aanzien van de uitstalling en voor het schoonhouden van de openbare ruimte die voor de uitstalling wordt gebruikt.

11De ondernemer zorgt er voor dat de uitstalling geen schade, overlast of gevaar oplevert voor derden, geen scherpe of uitstekende delen bevat waaraan voorbijgangers zich kunnen verwonden en dat de uitstalling windvast is opgesteld.

12Het is niet toegestaan een winkeluitstalling in de grond te verankeren.

13De ondernemer zorgt er voor dat er geen schade aan gemeentelijke eigendommen ontstaat als gevolg van de aanwezigheid en het gebruik van de winkeluitstalling.

14Het plaatsen van winkeluitstallingen op en aan de volgende wegen en weggedeelten is niet toegestaan:

a.Ten Katestraat ten noorden van de Kinkerstraat.

15De voorwaarden van objectvergunningen voor winkeluitstallingen die zijn verleend voor 1 januari 2013, blijven tot het einde van de geldigheidsduur van de vergunning geldig, voor zover de vergunningvoorschriften voor de ondernemer gunstiger zijn dan deze algemene regels.

16Het dagelijks bestuur kan een objectvergunning voor een winkeluitstalling verlenen indien een ondernemer een winkeluitstalling wil plaatsen die in afwijking met artikel 2.1 niet onmiddellijk tegen de gevel kan worden geplaatst en/of die de toegestane maximale diepte in een beperkte mate overschrijdt. Daarbij dient conform artikel 3.2 een minimale doorloopruimte beschikbaar te blijven van 1,5 meter.

Toelichting

Toelichting bij algemene regels voor winkeluitstallingen

Artikel 1 Definitie winkeluitstalling

In het maatschappelijk verkeer gangbare voorbeelden van winkeluitstallingen zijn:

•kratten, bakken, manden, rekken, stellingen (zoals die worden gebruikt voor het uitstallen van groente, fruit, kleding, schoenen, bloemen en planten etc.)

•standaards en molens (zoals die worden gebruikt voor het uitstallen van kranten, ansichtkaarten, zonnebrillen etc.)

•losse koopwaar zoals koffers, meubilair, stoffering etc.

Artikel 1.3 Speeltoestellen

Dit betreft een speeltoestel voor zover het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen niet van toepassing is.

Artikel 1.4 Reclame- of prijsaanduidingsborden

In de regeling is nu opgenomen dat maximaal twee reclame- of prijsaanduidingsborden zijn toegestaan ten behoeve van de verkoop van het winkelassortiment met een maximaal vloeroppervlak van 1 m² en een maximale hoogte van 1m. Hiermee worden de zogenaamde stoepborden of sandwichborden bedoeld. Grote reclamevlaggen, banieren of zogenaamde beachflags vallen hier niet onder. Deze laatste vormen van reclame zijn erg beeldbepalend en prominent aanwezig en passen daarom niet binnen in het beleid van het stadsdeel en degemeente Amsterdam om het aantal commerciële reclame-uitingen in de openbare ruimte te beperken. Deze voorwerpen zijn ook niet aangewezen als categorieën voorwerpen waarvoor het verbod van artikel 4.11 APV voor het maken van reclame in de openbare ruimte niet geldt. Een alternatief voor een beachflag is het plaatsen vaneen vlag aan de gevel. Conform de concept welstandsnota van de gemeente Amsterdam worden de richtlijnen voor gevelreclame worden vanaf 2013 voor vlaggen en wimpels verruimd.

Artikel 1.5 Winkeluitstalling bij mengformules zonder exploitatievergunning

De voorschriften voor mengformules zijn opgenomen in de Horecanota van stadsdeel West 2011. Het exploiteren van een terras is bij een mengformule zonder exploitatievergunning niet toegestaan. Wel mag de ondernemer, indien aan de voorschriften voor mengformules wordt voldaan, de consument de gelegenheid geven om de gekochte eet- en drinkwaren ter plaatse te nuttigen. Hiervoor mag de ondernemer dus geen terras inrichten.

Het dagelijks bestuur wil met het vaststellen van deze algemene regels voor mengformules de mogelijkheid creëren om een gevelbank te plaatsen. Het uitgangspunt daarbij is dat gevelbanken bijdragen aan de sociale veiligheid op straat. Ook leveren gevelbanken een positieve bijdrage aan de sfeer op straat in het stadsdeel. Dit is ook gebleken uit een pilot met het plaatsen van gevelbanken in stadsdeel Zuid en stadsdeel Centrum.

De gevelbank maakt dan deel uit van de winkeluitstalling van de ondernemer. Daarbij moet de ondernemer er wel rekening mee houden dat hij een keuze moet maken tussen het plaatsen een gevelbank of het plaatsen van een andere vorm van winkeluitstalling, zoals een stelling voor het uitstallen van groenten.

Bij het plaatsen van gevelbanken gelden de volgende aanvullende regels:

•Mengformules mogen alleen de gevelbank plaatsen direct aan de gevel;

•Aan de gevelbank mag niet tegen vergoeding dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie worden verstrekt (geen bediening bij de gevelbank). Is dat wil het geval dan is de gevelbank een terras (art. 3.1.2 APV);

•De gevelbank mag niet dieper zijn dan 50 cm;

•De obstakelvrije doorloopruimte op het troittoir mag niet kleiner zijn dan 1,5 meter;

•De gevelbank moet los op de grond staan (zie artikel 4.2, lid 1 APV);

•De gevelbank komt in de plaats voor een andere vorm van winkeluitstalling.

De mengformules moeten wel passen binnen het geldende bestemmingsplan.

Het plaatsen van een gevelbank bij mengformules is niet opgenomen in het model van de algemene regels uit 2008. Het college van Burgemeester en Wethouders heeft alleen de categorie gevelbanken voor particulieren aangewezen als object of voorwerp waarvoor de vergunningplicht niet geldt. De stadsdelen hebben echter de ruimte gekregen om naar eigen inzicht en op basis van lokale omstandigheden aan de algemene regels een nadere invulling te geven. Bovendien kunnen stadsdelen gevelbanken voor winkels nu ook toestaan door middel van het verlenen van een vergunning. De keuze om nu gevelbanken voor mengformules niet een verplichte APVvergunning voor te schrijven maar deze ook onder de algemene regels te laten vallen is gemaakt in het kader van de reductie van de administratieve en bestuurlijke lasten.

Artikel 3.1.3 Winkeluitstalling bij hoekpanden

Deze regel wijkt af van de tot 31 januari 2008 geldende regels voor het afgeven van een vergunning. Tot dan toe mochten bij de hoekpanden geen uitstallingen staan, vanaf 1 februari 2008 mag dit wel.

Artikel 14 Verbod voor het plaatsen van winkeluitstalling

In de Ten Kate straat geldt een verbod in verband met de Ten Katemarkt en de indeling van deze straat.

Artikel 15 Overgangsbepaling

Ook na 1 januari 2013 kan nog een aanvraag worden ingediend voor een objectvergunning. Zie verder onder artikel 16.

Artikel 16 Vergunningplicht voor winkeluitstalling

In 2012 is een aantal objectvergunningen voor winkeluitstallingen verleend voor rijwielhandelaren. Bij de verkoop van scooters en fietsen neemt een aantal ondernemers een groot deel van de openbare ruimte in beslag. Er kan sprake zijn van een te omvangrijke winkeluitstalling. Deze ondernemers moeten zich echter ook aan de algemene regels houden of een objectvergunning voor een winkeluitstalling aanvragen. Er kan echter in verband met het straatbeeld en de beschikbare doorloopruimte slechts in beperkte mate meer ruimte geboden door middel van het verlenen van een objectvergunning. Er wordt daarbij alleen afgeweken worden van artikel 2.1 als de winkeluitstalling niet direct tegen de gevel geplaatst kan worden.

Toelichting bij algemene regels voor plantenbakken en gevelbanken

Artikel 1.2 Gevelbanken bij mengformules

Voor deze gevelbanken zijn de algemene regels voor winkeluitstallingen van stadsdeel West van toepassing. De definitie van mengformules is opgenomen in de Horecanota van stadsdeel West 2011. Het exploiteren van een terras is bij een mengformule zonder exploitatievergunning niet toegestaan. De te plaatsen gevelbank kan geplaatst worden in plaats van een winkeluitstalling.

Artikel 3.3 Plantenbak of gevelbank in combinatie met een geveltuin of een voortuin

Een plantenbak of gevelbank mag niet voor een geveltuin of voortuin worden geplaatst. Dit volgt ook uit artikel 3.1 en 3.2.

Artikel 4 Maatvoering plantenbakken en gevelbanken

De maatvoering van de plantenbakken is vrij ruim genomen. In de modelregels is echter een ruimere afmeting van 75 cm x 75 cm opgenomen. Er is gekozen om af te wijken van de modelregels en de diepte gelijk te stellen met die voor een gevelbank en een geveltuin. Dit komt ook meer overeen met de algemene regels die tot 1 januari 2013 gelden in het voormalige stadsdeel Oud-West. Voor plantenbakken is maximale hoogte van 50 cm opgenomen.

Artikel 10 Verwijdering van verwaarloosde en niet onderhouden objecten

In artikel 10 is opgenomen dat het stadsdeel de plantenbak(ken) of gevelbank kan weghalen als deze niet wordt onderhouden en hierdoor afbreuk wordt gedaan aan of gevaar ontstaat voor de omgeving dan wel niet wordt voldaan aan de aanwijzingen zoals bedoeld onder artikel 8. Bij het weghalen van objecten die niet worden onderhouden wordt door de handhaving gehandeld conform de procedures van de Algemene wet bestuursrecht. Voor het weghalen krijgt de initiatiefnemer eerst een brief van het stadsdeel met de constatering. In de brief is een redelijke termijn opgenomen, waarbij de initiatiefnemer de gelegenheid krijgt om het object te herstellen of het ordelijk aanzien te herstellen. Daarbij wordt verwezen naar artikel 6. In dit artikel is opgenomen dat de initiatiefnemer zorgt voor een ordelijk aanzien van de plantenbak of gevelbank en voor het schoonhouden van de openbare ruimte in de directe omgeving ervan. Dit ondermeer ter voorkoming van het ophopen van zwerfvuil, het aantrekken van ongedierte en de ‘verrommeling' van het straatbeeld.

Artikel 15 Overgangsbepaling

Op grond van de oude algemene regels zijn nu door bewoners plantenbakken geplaatst in de straat. In het voormalige stadsdeel Oud-West zijn hierbij ook plantenbakken aan langs de stoeprand geplaatst. Voor deze bakken geldt een uitsterfbeleid. Conform de nieuwe algemene regels mogen er geen plantenbakken meer langs de stoeprand worden geplaatst.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.