Aanhef
De (waarnemend) directeur Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie,
gelet op artikel 5 en artikel 6, eerste lid, en artikel 8, tweede lid, van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam,
besluit de volgende regeling vast te stellen:
Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam – Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie
Artikel 1 Definitiebepaling
In dit besluit wordt verstaan onder:
a.Afdelingsmanager / afdelingshoofd: afdelingsmanager werkzaam binnen de ambtelijke organisatie van de directie;
b.APV: Algemene Plaatselijke Verordening 2008;
c.Awb: Algemene wet bestuursrecht;
d.burgemeester: de burgemeester van de gemeente;
e.cluster: een groep directies waarvan de directeuren worden aangestuurd door een stedelijk directeur;
f.college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente;
g.directeur: de directeur Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie;
h.directie: de directie Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie;
i.gemeente: de gemeente Amsterdam;
j.machtiging: de bevoegdheid om handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;
k.mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen, als bedoeld in artikel 10:1 van de Awb;
l.stedelijk directeur: de directeur van een cluster;
m.teammanagers: teammanagers werkzaam binnen de ambtelijke organisatie van de directie;
n.volmacht: de bevoegdheid om privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;
o.Woo: Wet open overheid.
Artikel 2 Mandaatverlening voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam
1Ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging worden verleend tot het uitoefenen van de bevoegdheden van de directeur in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam aan functionarissen, zoals weergegeven in het mandatenregister in de bijlage bij dit besluit.
2Gemandateerden, gevolmachtigden en gemachtigden oefenen de bevoegdheden uit onder voorwaarde van de in de bijlage genoemde bepalingen en beperkingen.
3Aan de teammanagers van de directie worden mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het uitoefenen van bevoegdheden zoals genoemd in bijlage 5 bij het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam.
Artikel 3 Vervangingsregeling
1De Afdelingsmanager Staf Financiën en Projectcontrol en de Afdelingsmanager Staf Organisatie, Kwaliteit en Facilitering worden aangewezen om de directeur te vervangen in de uitoefening van de aan deze gemandateerde bevoegdheden indien deze meer dan 2 werkdagen afwezig is of indien deze afwezig is en er sprake is van onverwijlde spoed.
2Bij afwezigheid van de directeur in een van de situaties zoals omschreven in het eerste lid, wordt deze vervangen door de Afdelingsmanager Staf Financiën en Projectcontrol.
3Bij afwezigheid van de directeur in een van de situaties zoals omschreven in het eerste lid, en bij afwezigheid van de Afdelingsmanager Staf Financiën en Projectcontrol, wordt de directeur vervangen door de Afdelingsmanager Staf Organisatie, Kwaliteit en Facilitering.
Artikel 4 Wijze van ondertekening
1Ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging op grond van dit besluit, behelst ook de ondertekening van stukken.
2In geval van het uitoefenen van een gemandateerde, gevolmachtigde of gemachtigde bevoegdheid worden uitgaande stukken als volgt ondertekend:
Namens de burgemeester van Amsterdam / het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
[handtekening]
[voor- en achternaam gemandateerde], [functieaanduiding]
3Een besluit dat niet in mandaat, volmacht of machtiging wordt genomen, maar wel wordt ondertekend in mandaat, volmacht of machtiging wordt als volgt ondertekend:
De burgemeester van Amsterdam / het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
ondertekend namens deze / dezen,
[handtekening]
[voor- en achternaam gemandateerde]
[functieaanduiding]
4In het geval er wordt ondertekend door een vervanger als bedoeld in artikel 3 dan wordt bij de ondertekeningsinstructie in het tweede en derde lid de voor- en achternaam van de gemandateerde en de functieaanduiding vervangen door:
[functieaanduiding gemandateerde (lid 2) / tekenbevoegde (lid 3)]
bij afwezigheid,
[handtekening]
[voor- en achternaam plaatsvervanger]
[functieaanduiding]
Artikel 5 Intrekken eerder mandaatbesluit
De ondermandaat- en vervangingsregeling Bijzondere Projecten wordt ingetrokken.
Artikel 6 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag van bekendmaking.
Artikel 7 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam –Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie.
Bijlage: Mandaten voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam
Nr.
Betreffend onderdeel van het Algemeen mandaatbesluitAmsterdam
Omschrijving bevoegdheid
Grondslag genoemd in het Algemeen mandaat-besluit Amsterdam
Bevoegd bestuurs-orgaan
Bijzonderheden en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam
Ondermandaat/
ondervolmacht/ ondermachtiging
verleend aan
1.
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 1
Het verwerven en vervreemden van onroerende zaken in verband met de opdracht aan de directie Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie
Artikel 160, eerste lid, onder d, Gemeentewet
College
Positief advies van het Commissariaat Fysieke Domein indien dat op grond van het Reglement Commissariaat Fysieke Domein nodig is
Neen
2.
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 2
Het uitoefenen van alle overige taken en bevoegdheden in het kader van de opdracht aan de directie Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie
Bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 2
College
Positief advies van het Commissariaat Fysieke Domein indien dat op grond van het Reglement Commissariaat Fysieke Domein nodig is
Neen
3.
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 3
Het buiten rechte vertegenwoordigen van de gemeente bij het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen met de mogelijkheid gevolmachtigden aan te wijzen en met recht van substitutie ten behoeve van notarissen en medewerkers van het kantoor van de behandelend notaris in de zin van artikel 171, eerste lid, van de Gemeentewet
Artikel 171, eerste lid, Gemeentewet
Bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 3
Burgemeester
Neen
Neen
4.
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 4
Het wijzigen van grenzen van een interferentiegebied en/of de aanwijzing van nieuwe
interferentiegebieden op grond van artikel 2 van de Verordening interferentiegebieden
bodemenergie-systemen 2014
Artikel 160, eerste lid, onder d, Gemeentewet
Bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder4
College
Neen
Afdelingsmanager Energie voor de Stad
5.
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 5
Het vaststellen van beleidsregels voor de vergunning verlening van bodemenergie-systemen
binnen een interferentiegebied op grond van artikel 9.220 van het Omgevingsplan gemeente
Amsterdam, juncto artikel 5:8 Omgevingswet
Artikel 160, eerste lid, onder d, Gemeentewet
Bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 5
College
Dit mandaat geldt niet in het geval van
vaststelling van definitieve beleidsregels waartegen een of meerdere zienswijzen zijn
ingediend of er een negatief advies vanuit het betrokken stadsdeel wordt gegeven op grond
van de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022
Afdelingsmanager Energie voor de Stad
6.
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 6
Het instemmen met de ontwerpbesluiten van de besluiten bedoeld onder nummer 4
en nummer 5
Artikel 160, eerste lid, onder d, Gemeentewet
Bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 6
College
Neen
Afdelingsmanager Energie voor de Stad
7.
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 11, in samenhang met bijlage 2,
hoofdstuk 0, paragraaf 1,
onder 1, in samenhang met bijlage 1, hoofdstuk 1, nummer 2, onder a en in samenhang met artikel 6,
eerste lid, onder a
Het op grond van artikel 160, eerste lid, onder d, van de Gemeentewet besluiten tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen in verband met aangaan, aanpassen, beëindigen en uitvoeren van arbeids-overeenkomsten
van medewerkers met wie de gemeente een arbeids-overeenkomst heeft, heeft gehad of zal aangaan op grond van artikel 160 van de Gemeentewet en de daarmee verband houdende rechtshandelingen
Artikel 160, eerste lid, onder d van de Gemeentewet, in samenhang met artikel 669 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en in samenhang met artikel 671b van Boek 7 van het Burgerlijk
Wetboek
College
Met uitzondering van hetgeen is opgenomen in bijlage 1, hoofdstuk 1, onder 2, sub a, toevoegingen a tot en met d
Neen
8.
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 11 en in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 1 en in samenhang met bijlage 1, hoofdstuk 1, nummer 2, onder b
Het besluiten tot het aangaan van een beëindigings-overeenkomst in de zin van artikel 670b van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en titel 15 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, voor zover het bedrag aan extra tegemoet-komingen, uitstijgt boven € 75.000,- bruto
Artikel 670b van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en in samenhang met titel 15 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek
College
Beperkt tot € 75.000,-.
Neen
9.
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 11 en in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 1 en in samenhang met bijlage 1, hoofdstuk 1, nummer 2, onder c
Rechts-handelingen waarbij de gemeente-secretaris belanghebbende is
Artikel 160, eerste lid, onder d van de Gemeentewet
College
Neen
Neen
10.
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 11 en in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 1 en in samenhang met bijlage 1, hoofdstuk 1, nummer 2, onder d
In een individueel geval in het voordeel van de werknemer afwijken van de Cao Gemeenten als naar het oordeel van de werkgever toepassing ervan leidt tot onevenredig nadeel van de werknemer bedoeld in artikel 1.7 van de Cao Gemeenten en artikel 0.5 van de Cao Amsterdam
Artikel 1.7 van de Cao Gemeen-ten en in samenhang met artikel
0.5 van de Cao Amsterdam
College
Voor zover het hiermee gemoeide bedrag uitstijgt boven
€ 75.000,- bruto
Neen
11.
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 11, in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 1, in samenhang met bijlage 1, hoofdstuk 1, nummer 3 en in samenhang met artikel 6, eerste lid, onder a
Het nemen van besluiten over het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen op grond van de Gemeentewet
Artikel 160, eerste lid, onder d, van de Gemeente-wet en in samenhang met de Budgethou-dersregeling Amsterdam 2023
College
Op voorwaarde dat:
a.
zij geen betrekking hebben op onderwerpen die politiek of bestuurlijk gevoelig zijn;
b.
zij geen betrekking hebben op:
i.
de oprichting van of deelneming in een rechtspersoon;
ii.
het lenen of uitlenen van geld;
iii.
borg-stelling of
garantstelling voor
schulden van derden; of
iv.
andere arbeidsrechtelijke bevoegdheden anders dan genoemd in randnummer 2 hoofdstuk 1, bijlage 1 ; en
c.
de desbetreffende rechtshandeling plaatsvindt binnen de door college en raad
vastgestelde beleidskaders zoals het Inkoop- en Aanbestedings-beleid van de gemeente Amsterdam en de daarop gebaseerde werkinstructies, de ‘Notitie 10 Wegen naar een innovatiever aanbestedingsbeleid en een professioneler opdrachtgever-schap’, de ‘Notitie Samen Inkopen’, de ‘Notitie Doelgericht op afstand 2’, het ‘Lening- en garantiebeleid van de gemeente Amsterdam’ en het gemeentelijk integriteitsbeleid
a.Afdelingsmanager Staf Financiën en Projectcontrol tot een maximum transactiebedrag van € 250.000,- per transactie
b.Afdelingsmanager Staf Organisatie, Kwaliteit en Facilitering tot een maximum transactiebedrag van € 250.000,- per transactie
c.Afdelingsmanager MIRT-verkenning OV-verbinding Sloterdijk – Amsterdam centrum tot een maximum transactiebedrag van € 250.000,- per transactie
d.Afdelingsmanager MIRT-verkenning OV-Verbinding Amsterdam – Haarlemmermeer
tot een maximum transactiebedrag van € 250.000,- per transactie
e.Afdelingsmanager Energie voor de Stad tot een maximum transactiebedrag van € 250.000,- per transactie
f.Afdelingsmanager Tunnelprojecten tot een maximum transactiebedrag van € 250.000,- per transactie
g.Teammanager Tijdelijke Eindhalte Amsteltram tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie
h.Teammanager Programmamanagement tot een maximum transactiebedrag van € 250.000,- per transactie
i.Teammanager Uitvoeringsregie tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie
j.Teammanager Collectieve Warmte Amsterdam tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie
k.Teammanager Elektriciteits- Voorziening Amsterdam tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie
l.Teammanager Warmte Bestaande Stad tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie
m.Teammanager Duurzame Opwek tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie
n.Teammanager Uitvoerings-strategie tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie
o.Teammanager FZ en P/P-ondersteuning tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie
p.Teammanager ICT en DIV tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie
q.Teammanager Control & Projectbeheersing tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie
r.Teammanager MIRT-verkenning OV verbinding Sloterdijk-Amsterdam Centrum tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie
s.Teammanager MIRT-verkenning OV-verbinding A;dam-Haarlemmermeer tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie
t.Teammanager Verkeerscentrale Amsterdam tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie
u.Teammanager Arena-tunnel tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie
v.Teammanager Vervangings-onderhoud IJ-tunnel tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie
w.Teammanager Kleine Projecten tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie
12.
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 11 en in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 2
De bevoegd-heden en feitelijke handelingen op grond van de Algemene Verordening Gegevens-bescherming:
a.
die verband houden met de uitoefening van de rechten van betrokkene als bedoeld in hoofdstuk III van de Algemene Verordening Gegevens-bescherming, artikelen 12 tot en met 23;
b.
die verband houden met een melding van een inbreuk in verband met persoons-gegevens aan de betrokkene in de zin van artikel 34 van de Algemene Verordening Gegevens-bescherming;
c.
die verband houden met de voorafgaande raadpleging bij de Autoriteit Persoons-gegevens in de zin van artikel 36 van de Algemene Verordening
Gegevensbescherming
Algemene Verordening Gegevens-bescherming
College
Neen
Neen
13.
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 11 en in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1,
onder 3
Het beslissen op een aanvraag om nadeel-compensatie
Algemene wet bestuursrecht artikel 4:126, lid 1
College
De beslissing is in overeenstemming met het uitgebracht advies van de adviescommissie als bedoeld in artikel 4 van de Verordening Nadeelcompensatie 2022 dan wel in overeenstemming is met het conceptbesluit, zoals door het Schadeloket Algemene Nadeelcompensatie is vastgesteld
Neen
14.
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 11 en in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1,
onder 4
Het verlenen van goedkeuring van de met de schade-beperkende maatregelen gemoeide kosten
Algemene wet bestuursrecht artikel 4:129 aanhef en onder a.
College
Neen
Neen
15.
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 11 en in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1,
onder 5
Het beslissen op een aanvraag om een voorschot te verlenen
Verordening Nadeel-compensatie Amsterdam 2022 artikel 7 lid 1
College
Neen
Neen
16.
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onder 11 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 6
De volgende bevoegdheden op grond van de Archiefwet 1995, Archiefbesluit 1995 en Besluit informatiebeheer 2010 na overleg met en instemming van de conform artikel 32, derde lid, van de Archiefwet 1995 door burgemeester en wethouders benoemde functionaris (de gemeente-archivaris):
a.
het vervangen van archiefbescheiden door reproducties, teneinde de aldus vervangen bescheiden te vernietigen in de zin van artikel 7 van de Archiefwet 1995 en artikel 6 van het Archiefbesluit 1995;
b.
het opmaken van een verklaring van vervanging van archiefbescheiden door reproducties in de zin van artikel 8 van het Archiefbesluit 1995;
c.
het vervreemden van archiefbescheiden in de zin van artikel 8, eerste en tweede lid, van de Archiefwet 1995 en artikel 7 en 8 van het Archiefbesluit 1995;
d.
het opmaken van een verklaring van vervreemding van archiefbescheiden in de zin van artikel 8 van het Archiefbesluit 1995;
e.
het overbrengen van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaar-plaats (artikel 12, eerste lid, van de Archiefwet 1995 en artikel 9 van het Archiefbesluit 1995);
f.
het vervroegd overbrengen van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam) in de zin van artikel 13, eerste lid, van de Archiefwet 1995;
g.
het verzoeken om het verlenen van een machtiging door Gedeputeerde Staten tot opschorting van de overbrenging van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaar-plaats (directie Stadsarchief Amsterdam) in de zin van artikel 13, derde en vierde lid, van de Archiefwet 1995;
h.
het opmaken van een verklaring van overbrenging van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam) in de zin van artikel 8 van het Archiefbesluit 1995;
i.
het opmaken van een verklaring van vernietiging van archiefbescheiden in de zin van artikel 8 van het Archiefbesluit 1995;
j.
het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden in de zin van artikel 15, eerste en tweede lid, en artikel 16, tweede lid, van de Archiefwet 1995 en artikel 10 Archiefbesluit 1995;
k.
het overdragen van informatie (archiefbescheiden) van een organisatieonderdeel aan een ander organisatieonderdeel in de zin van artikel 4, onder d van het Besluit informatiebeheer 2010;
l.
het beslissen inzake verzoeken tot het opvragen of hergebruiken van gemeentelijke databanken in de zin van artikel 2 Databankenverordening Amsterdam
Archiefwet 1995, Archiefbesluit 1995 en Besluit informatie-beheer 2010
College
Neen
Afdelingsmanager Staf Organisatie, Kwaliteit en Facilitering
17.
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder a
Het nemen van alle conservatoire maatregelen en doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht en bezit, behalve beslaglegging, als bedoeld in artikel 160, derde lid, van de Gemeentewet
Gemeente-wet
College
Neen
Neen
18.
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder d
Het kennis geven van de verdaging van een beslissing op een aanvraag, als bedoeld in artikel 4:14 van de Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht
College
Neen
Neen
19.
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder e en in samenhang met artikel 6, eerste lid, onder a
In het geval van niet tijdig beslissen de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij beschikking vaststellen, als bedoeld in artikel 4:18 van de Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht
College
Neen
Neen
20.
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder g
Het nemen van beslissingen inzake verrekening, als bedoeld in artikel 4:93 van de Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht
College
Neen
Neen
21.
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder k
Het bij beschikking vaststellen van de wettelijke rente, als bedoeld in artikel 4:99 van de Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht
College
Neen
Neen
22.
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder l
Het geheel of gedeeltelijk verlenen van kwijtschelding
Algemene wet bestuursrecht
College
Neen
Neen
23.
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder m
Het aanmanen van de schuldenaar die in verzuim is, als bedoeld in artikel 4:112 van de Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht
College
Neen
Neen
24.
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder n
Het uitvaardigen van een dwangbevel om de betaling van een geldsom af te dwingen, als bedoeld in de artikelen 4:114 en 4:115 van de Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht
College
Neen
Neen
25.
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder o
Het beslissen tot het nemen van executiemaatregelen ter uitvoering van dwangbevelen
Algemene wet bestuursrecht
College
Neen
Neen
26.
Artikel 5, tweede lid, en in samenhang met artikel 6, eerste lid, onder a en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder q
Het behandelen en afdoen van klachten met inachtneming van titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht
College
Neen
Neen
27.
Artikel 5, tweede lid, en in samenhang met artikel 6, eerste lid, onder a en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder r
Het beslissen op verzoeken om verstrekking van informatie met betrekking tot publieke informatie, als bedoeld in hoofdstuk 4 Wet open overheid
Wet open overheid
College
Neen
Neen
28.
Artikel 5, tweede lid, en in samenhang met artikel 6, eerste lid, onder a en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder s
Het beslissen inzake de actieve openbaarmaking van informatie, als bedoeld in artikel 3.3 van de Wet open overheid
Wet open overheid
College
Neen
Neen
Toelichting
Algemeen deel
Het ondermandaatbesluit heeft tot doel om de ambtelijke organisatie van de directie goed te laten functioneren en om te voorkomen dat de directeur alle door het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester gemandateerde, bevoegdheden, en de bevoegdheden waarvoor deze is gevolmachtigd of gemachtigd, in eigen persoon dient uit te oefenen.
Op het ondermandaatbesluit zijn de algemene regels ten aanzien van mandaat in de Algemene wet bestuursrecht van toepassing: de directeur is bevoegd om per geval of in het algemeen instructies te geven over de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden, de gemandateerde functionarissen geven op verzoek inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, de directeur blijft bevoegd om de gemandateerde bevoegdheden zelf uit te oefenen en deze kan een mandaat altijd intrekken.
In het ondermandaatbesluit is niet bepaald dat de gemandateerden weer op hun beurt ondermandaat, ondervolmacht of ondermachtiging kunnen verlenen aan andere functionarissen voor het uitoefenen van een bevoegdheid. Het verlenen van verder ondermandaat door gemandateerden is dus niet toegestaan. Enkel de directeur kan ondermandaat verlenen door die functionarissen op te nemen in dit ondermandaatbesluit.
Artikelsgewijs deel
Artikel 1:
De voor dit besluit relevante begrippen zijn gedefinieerd.
Artikel 2:
Regelt aan welke functionarissen (onder)mandaat, (onder)volmacht en (onder)machtiging wordt verleend en welke bevoegdheden het betreft.
Artikel 3:
De vervanging van de directeur eindigt op het moment dat die weer (volgens diens normale arbeidsuren) aanwezig is. De vervanging zoals omschreven in de situatie in het derde lid eindigt in het geval de vervanger bedoeld in het tweede lid weer aanwezig is.
Zoals bepaald in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam wijzen afdelingshoofden en teammanagers in het geval van afwezigheid een ander afdelingshoofd respectievelijk een andere teammanager binnen de directie aan als plaatsvervanger en stellen de directie Personeel en Organisatie daarvan in kennis.
Artikel 4:
Schrijft voor hoe stukken moeten worden ondertekend.
Artikel 5:
Regelt de intrekking van de ondermandaat- en vervangingsregeling Bijzondere Projecten.
Artikel 6:
Bepaalt wanneer deze regeling in werking treedt.
Artikel 7:
Schrijft voor hoe deze regeling moet worden aangehaald.