Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
a.ASA: Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013;
b.Betaalbare jongerenwoning: woningen die worden verhuurd aan jongeren en een rekenhuur hebben van maximaal € 592,55 per maand (prijspeil 2017, jaarlijks te indexeren conform de normhuren van het huurtoeslagbeleid van het Rijk). Zodra het tijdelijke jongerencontract wettelijk wordt verankerd dienen zij verhuurd te worden met een jongerencontract;
c.Betaalbare studentenwoning: woning die wordt verhuurd aan studenten met een campuscontract en een maximale rekenhuur hebben van € 414,02 per maand (prijspeil 2017, jaarlijks te indexeren conform normhuren van het huurtoeslagbeleid van het Rijk).
d.Campuscontract: huurovereenkomst die direct is gekoppeld aan een inschrijving van de huurder bij een onderwijsinstelling. Bij uitschrijving bij de onderwijsinstelling, volgt beëindiging van de huurovereenkomst;
e.College: college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Amsterdam;
f.De-minimisverordening: de Verordening van de Europese Commissie nummer 1407/2013 van 18 december 2013, betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, PbEU L352/8, 24.12.2013.
g.Jongeren: Zelfredzame starters op de Amsterdamse woningmarkt in de leeftijd van 18 tot 28 jaar die niet voltijd studeren, met een bruto inkomen van maximaal € 34.678 per jaar (de Europese inkomensgrens voor sociale huurwoningen);
h.Jongerencontract: tijdelijk huurcontract voor niet- studerende jongeren van 18 tot en met 27 jaar van maximaal 5 jaar;
i.Kwetsbare groepen: personen die vanwege sociale, maatschappelijke of medische omstandigheden een wettelijke of door de gemeente afgegeven urgentie voor woonruimte hebben. Het gaat hierbij niet om urgentie vanwege stadsvernieuwing. Toewijzing van de woningen gebeurt door de gemeente;
j.Omgevingsvergunning: geïntegreerde vergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu;
k.Ontwikkelaar: persoon of onderneming die op eigen risico projecten in de bouw voorbereidt en uit laat voeren;
l.Permanent project: project dat minimaal 15 jaar voor de functie jongeren- of studentenhuisvesting bestemd is;
m.Rekenhuur: de kale huurprijs plus de subsidiabele servicekosten (met name gemeenschappelijke voorzieningen, zoals lift, verlichting, schoonmaakkosten, huismeester en gemeenschappelijke ruimten), conform de definitie van de Belastingdienst;
n.Start bouw: start van de bouwkundige werkzaamheden in verband met het woningbouwproject;
o.Stichtingskosten: som van alle kosten voor het oprichten of stichten van een bouwproject.
p.Studenten: zij die studeren aan een instelling voor WO, HBO en MBO in de regio Amsterdam. Het gaat om zowel Nederlandse als internationale studenten. Tot deze doelgroep worden eveneens de (internationale) promovendi gerekend;
q.Tijdelijk project: project dat op basis van een tijdelijke bestemmingsplanwijziging maximaal 15 jaar voor de functie jongeren- of studentenhuisvesting bestemd is;
r.Transformatie: het wijzigen van de functie van een leegstaand of vrijkomend gebouw. Meestal binnen de contouren van het bestaande gebouw, maar ook gedeeltelijke sloop/nieuwbouw of volume uitbreiding kunnen aan de transformatie van het gebouw bijdragen.
Artikel 2 Toepasselijkheid Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013
De Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 is van toepassing, tenzij daarvan in deze regeling uitdrukkelijk wordt afgeweken.
Artikel 3 Doel subsidieregeling
Het doel van deze subsidieregeling is de realisatie van betaalbare jongeren- en studentenwoningen.
Artikel 4 Subsidiabele activiteiten
1Het college kan eenmalig subsidie verlenen ten behoeve van de realisatie van een woningbouwproject voor studenten indien het project aan de volgende voorwaarden voldoet:
a.Het project wordt gerealiseerd door nieuwbouw of transformatie in de gemeente Amsterdam;
b.Het project heeft een omvang van minimaal 50 nieuwe betaalbare studentenwoningen;
c.Het project scoort minimaal 3 punten op de volgende prioriteitencriteria:
-In het project bevinden zich minimaal 50 onzelfstandige woningen: 3 punten;
-Het project betreft een transformatie: 2 punten;
-Het project betreft een permanent project: 1 punt;
-In het project zijn bij 1ste verhuring minimaal 10 % van de betaalbare woningen bestemd voor kwetsbare doelgroepen: 3 punten;
-In het project bevindt zich een gemeenschappelijke binnenruimte, van 0,5 m2 per woning, met een minimale maat van 12 m2: 2 punten.
2Het college kan eenmalig subsidie verlenen ten behoeve van de realisatie van een woningbouwproject voor jongeren indien het project aan de volgende voorwaarde voldoet:
a.Het project wordt gerealiseerd door nieuwbouw of transformatie in de gemeente Amsterdam;
b.Het project heeft een omvang van minimaal 50 nieuwe betaalbare jongerenwoningen;
c.Het project scoort minimaal 3 punten op volgende prioriteitencriteria:
-Het project betreft een transformatie: 2 punten;
-Het project betreft een permanent project: 1 punt;
-In het project zijn bij 1ste verhuring minimaal 10 % van de betaalbare woningen bestemd voor kwetsbare doelgroepen: 3 punten;
-In het project bevinden zich minimaal 50 jongerenwoningen voor de doelgroep 18-23 jaar met een maximale rekenhuur van € 414,02 per maand (prijspeil 2017): 2 punten;
-In het project bevindt zich een gemeenschappelijke binnenruimte, van 0,5 m2 per woning, met een minimale maat van 12 m2: 2 punten.
Artikel 5 Subsidiabele kosten
De subsidiabele kosten zijn de stichtingskosten voor het realiseren van de jongeren- en studentenhuisvesting. Per project geldt een maximum subsidiebedrag van € 200.000. In kleine projecten (< 100 woningen) is het bedrag maximaal €2.000 per woning, in de overige projecten maximaal € 1.000 per betaalbare jongeren- of studentenwoning.
Hoofdstuk 2 Subsidieplafond
Artikel 6 Subsidieplafond
Het college stelt een jaarlijks subsidieplafond vast conform artikel 4:27 en artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht.
Hoofdstuk 3 Subsidieaanvraag
Artikel 7 De aanvrager
De subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door de ontwikkelaar van studenten- en/of jongerenwoningen.
Artikel 8 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
In aanvulling op artikel 5.2 van de ASA dienen bij de aanvraag te worden ingediend de volgende gegevens en stukken:
a.Naam en organisatie van ontwikkelaar;
b.Naam en organisatie van de eigenaar;
c.Naam en organisatie van bouwer;
d.Naam en organisatie van beheerder;
e.Beschrijving van het te realiseren project, inclusief overzicht hoogte huurprijzen en beheerconcept;
f.Kopie bericht ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag en bewijs dat de leges betaald zijn;
g.Planning met datum Start bouw;
h.Een getekende Verklaring de-minimissteun (op grond van de De-minimisverordening) en een verklaring waaruit blijkt dat subsidieaanvrager voor het project niet tevens financiering ontvangt voor dezelfde activiteiten uit hoofde van de Tijdelijke regeling stimulering huisvesting vergunningshouders of de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II of een andere regeling gebaseerd op het DAEB Vrijstellingsbesluit.
Artikel 9 Aanvraagtermijn en volgorde behandelingen
Volgens artikel 6 en 7 van de ASA 2013 kan een subsidieaanvraag doorlopend worden aangevraagd bij het college en subsidieaanvragen worden in behandeling genomen in de volgorde van ontvangst daarvan.
Artikel 10 Beslistermijn
Volgens artikel 8.2 van de ASA 2013 beslist het college op een aanvraag binnen 8 weken.
Hoofdstuk 4 Weigering van de subsidie
Artikel 11 Weigeringsgronden
In aanvulling op artikel 9, eerste lid, van de ASA 2013 kan het college een subsidie weigeren te verlenen als:
1Reeds gestart is met bouwen;
2Het project voldoet niet aan de voorwaarden uit artikel 4.1 of artikel 4.2;
3Uit de ingediende Verklaring de-minimissteun blijkt dat de subsidieaanvrager reeds € 200.000 de-minimissteun heeft ontvangen of indien de subsidieaanvrager voor het project tevens financiering ontvangt uit hoofde van de Tijdelijke regeling stimulering huisvesting vergunningshouders of de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II of een andere regeling gebaseerd op het DAEB Vrijstellingsbesluit.
Hoofdstuk 5 Verplichtingen van de subsidieontvanger
Artikel 12 Aanvullende verplichtingen
Naast de verplichtingen op grond van artikel 10 en 11 van de ASA 2013, zijn aan de subsidie de volgende verplichtingen verbonden:
1De start bouw vindt uiterlijk 10 maanden plaats na verlening. Afwijkingen op deze termijn kunnen enkel na schriftelijke toestemming van de gemeente, waar de subsidieontvanger schriftelijk om moet verzoeken;
2De studenten- en jongerenwoningen in het project blijven na realisatie voor de doelgroep behouden en de woningen blijven voldoen aan de definitie ‘betaalbare studentenwoningen', respectievelijk ‘betaalbare jongerenwoningen' gedurende een minimale periode, zijnde 15 jaar bij een permanent project en 10 jaar bij een tijdelijk project;
3Als de subsidieontvanger ná het tekenen van de in artikel 9 sub i genoemde verklaringen alsnog financiering ontvangt voor het project als bedoeld in de de-minimisverordening of uit hoofde van Tijdelijke regeling stimulering huisvesting vergunninghouders of de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II, dan stelt subsidieontvanger het college hiervan onverwijld op de hoogte.
4Er geldt een meldingsplicht als het project na realisatie niet voor de doelgroep behouden blijft of de woningen niet meer voldoen aan de definitie ‘betaalbare woningen voor statushouders'.
5Bij verzaken van de verplichtingen zoals beschreven in lid 1, 2 of 3 van dit artikel is gehele of gedeeltelijke terugvordering van de subsidie mogelijk.
Hoofdstuk 6 Verantwoording, bevoorschotting en vaststelling van de subsidie
Artikel 13 Bevoorschotting
1Het college kan een voorschot op de subsidie verlenen van maximaal 75% van het subsidiebedrag.
2De ontvanger van een eenmalige subsidie dient bij de subsidieaanvraag dan wel uiterlijk 12 weken na start bouw een aanvraag voor bevoorschotting van de subsidie bij het college in.
Artikel 14 Aanvraag vaststelling
1Volgens artikel 15.5 van de ASA 2013 dient de ontvanger van een subsidie uiterlijk 12 weken na oplevering bouw een aanvraag voor vaststelling in bij het college.
2In aanvulling op artikel 15.5 van de ASA 2013 dienen bij de aanvraag worden ingediend de volgende gegevens en stukken:
a.Naam en organisatie van ontwikkelaar;
b.Naam en organisatie van de eigenaar;
c.Naam en organisatie van bouwer;
d.Naam en organisatie van beheerder;
e.Beschrijving van het te realiseren project, inclusief overzicht hoogte huurprijzen en beheerconcept;
f.Bewijs oplevering (bijvoorbeeld met een foto).
Artikel 15 Vaststelling subsidie
1Volgens artikel 16.6 van de ASA 2013 stelt het college de subsidie vast binnen 8 weken na ontvangen van de aanvraag.
2Indien uit de verantwoording blijkt dat de aanvrager recht heeft op de laatste 25% van de subsidie, wordt deze bij de vaststelling betaald.
Hoofdstuk 7 Slotbepalingen
Artikel 16 Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere gevallen van het bepaalde in deze subsidieregeling afwijken.
Artikel 17 Inwerkingtreding
Deze subsidieregeling treedt in werking na publicatie.
Artikel 18 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als Subsidieregeling Realisatie Jongeren- en Studentenhuisvesting 2015-2018.