Aanhef
Zaaknummer: Z23-064945
De raad van de gemeente Amstelveen;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 oktober 2023;
gelet op artikel 4.1 van de Omgevingswet;
besluit vast te stellen het:
Geluidbeleid bij nieuwe ontwikkelingen
INHOUD
1Aanleiding
2Doel van het beleid
3Ambitie
4Wettelijk kader
4.1 Omgevingswet
4.2 Luchtvaartgeluid
4.3 Geluidluwe gevel
5Geluidnormen
6Gezond woon- en leefklimaat
6.1 Optimaal (akoestisch) ontwerp
7Geluid boven de standaardwaarde
7.1 Tussenwaarde niveau 1
7.2 Tussenwaarde niveau 2
7.3 Tussenwaarde niveau 3
8Geluid boven de grenswaarde
9Gezamenlijk en gecumuleerd geluid
9.1 Gecumuleerd geluid
9.2 Gezamenlijk geluid
10Binnenwaarde
11Uitvoering
Bijlage 1. Begrippenlijst
Bijlage 2. Lokale situatie
Het pdf-document Geluidbeleid bij nieuwe ontwikkelingen is bij deze publicatie als bijlage toegevoegd. De huidige Deelnota hogere waarden 2007 wordt ingetrokken per 8 november 2023
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 8 november 2023.
De griffier,
Debby de Heus
De voorzitter,
TjapkoPoppens
4 Wettelijk kader
4.1 De Omgevingswet
De artikelen uit het aanvullingsspoor geluid vullen de vier Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) van de Omgevingswet aan. De vier AMvB’s zijn:
1 Omgevingsbesluit
Het Omgevingsbesluit bevat algemene en procedurele regels voor de toepassing van de nieuwe wet- en regelgeving van de Omgevingswet. In het besluit zijn onder andere de procedurele aspecten met betrekking tot de vaststelling van de geluidproductieplafonds en het actieplan geluid opgenomen. Daarnaast bevat het regels over gegevensverstrekking ten behoeve van het geluidregister en over de geluidbelastingkaarten en basisgeluidemissie.
2 Besluit kwaliteit leefomgeving
In het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl) staan instructieregels waaraan de direct werkende regels in het omgevingsplan moeten voldoen. Deze regels zijn nodig voor het bereiken van een gewenste geluidkwaliteit. In het Bkl staan onder andere instructieregels voor de twee instrumenten van geluidbeheersing: geluidproductieplafonds en de basisgeluidemissie.
Geluidproductieplafonds: Voor industrieterreinen die zijn gezoneerd op basis van de Wet geluidhinder, provinciale wegen en spoorwegen worden geluidproductieplafonds vastgesteld. Het geluidproductieplafond ligt als referentiepunten rondom een industrieterrein en heeft als doel om een ruimtelijke scheiding aan te brengen tussen de omliggende geluidgevoelige gebouwen en de bedrijvigheid op dat industrieterrein. Om een industrieterrein ligt een aandachtsgebied waar het geluidniveau hoger kan zijn dan de standaardwaarde.
Basisgeluidemissie: Onder de Omgevingswet moeten gemeenten de geluidemissie van hun (waterschaps-)wegen en lokale spoorwegen monitoren. Om te bepalen of de geluidemissie stijgt, moet eerst de basisgeluidemissie worden vastgesteld. De basisgeluidemissie is het door wegverkeer geproduceerde geluidniveau per weg in een bepaald basisjaar. Na de eerste vaststelling van de basisgeluidemissie moeten gemeenten de ontwikkeling van het geluidniveau elke vijf jaar monitoren om te bepalen of er maatregelen nodig zijn om een eventuele toename van geluidemissie tot boven de grenswaarde terug te dringen.
3 Besluit bouwwerken leefomgeving
In het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl) staan algemene rijksregels voor bouwactiviteiten met oog op het beschermen van de gezondheid. Het Bbl regelt voor het aspect geluid onder andere de bescherming tegen geluid van buiten in de gebruiksfase (geluidwering), geluid van bouwwerkinstallaties in de woning en geluid tijdens de bouwfase (bouwlawaai).
4 Besluit activiteiten leefomgeving
In het Besluit activiteiten leefomgeving (hierna: Bal) stelt het Rijk algemene regels bij activiteiten in de fysieke leefomgeving. In het Bal staan regels over activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken en direct werkende regels over verschillende aangewezen activiteiten. Er staan niet veel algemene rijksregels voor milieubelastende activiteiten over geluid in het Bal. De aanpak van geluid speelt vooral op lokaal niveau. Het Bal bevat vooral locatieonafhankelijke regels over milieubelastende activiteiten.
4.2 Luchtvaartgeluid
De regels voor luchtvaartgeluid blijven gehandhaafd in de Wet luchtvaart en worden niet opgenomen in de Omgevingswet. Dit omdat de integratie van deze regels in doelgroep-regelgeving inzichtelijker en gemakkelijker geacht werd dan integratie in de Omgevingswet. Onder de Omgevingswet wordt luchtvaartgeluid niet afzonderlijk genormeerd maar wel meegenomen in de cumulatietoets. In de Aanvullingsregeling geluid wordt mogelijk een gewijzigde hinderlijkheidsfactor (3) voor luchtverkeerslawaai toegepast waardoor luchtverkeerslawaai zwaarder mee gaat wegen bij het bepalen van de cumulatieve geluidbelasting (4).
4.3 Geluidluwe gevel
De geluidluwe gevel krijgt onder de Omgevingswet een wettelijke status. Indien de standaardwaarde wordt overschreden, wordt “het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel betrokken” (art. 5.78ab Bkl). De formulering “rekening houden met” geeft inhoudelijke sturing op de door de gemeente te maken belangenafweging, maar er blijft beoordelingsvrijheid. De definitie van een geluidluwe gevel luidt onder de omgevingswet: “een gevel die ten opzichte van de andere gevels van een geluidgevoelig gebouw relatief weinig wordt belast door geluid” (bijlage 1A Bkl). Daarbij is het begrip geluidluwe gevel niet akoestisch gedefinieerd. De gemeente Amstelveen hanteert de definitie van geluidluwe gevel zoals beschreven in paragraaf 7.1.
(3) Geluidniveaus van verschillende bronnen blijken in de praktijk in verschillende mate tot hinder te leiden. Dit is één van de achterliggende redenen dat elke bron een andere norm heeft (RIVM).
(4) In artikel 3.25 Omgevingsregeling is bepaald dat de nieuwe rekenregels voor cumulatie pas ingaan op een bij ministerieel besluit te bepalen tijdstip.
6 Gezond woon- en leefklimaat
6.1 Optimaal (akoestisch) ontwerp
Bij het ontwerp van een geluidgevoelig gebouw moet rekening gehouden worden met de geluidsituatie ter plaatse. Als er aan meerdere zijden sprake is van verhoogde geluidniveaus kan bijvoorbeeld een u-vorm of hofjesstructuur worden overwogen met een geluidluwe binnentuin. Middels een variantenstudie kan de optimale verkavelingsvorm en gebouworiëntatie worden gevonden. Als gebouwen aan meerdere zijdes door verschillende bronnen belast zijn, zal de afschermende werking van het gebouw per zijde of per bron verschillen. In dat geval wordt de effectiviteit van de afscherming integraal beoordeeld. Onderstaand figuur laat zien hoe je een geluidluwe gevel zou kúnnen creëren middels verschillende gebouwvormen.
Figuur 1. Voorbeelden van hoe, in verschillende geluidbelaste situaties, door middel van de gebouwvorm een geluidluwe zijde gerealiseerd kan worden
(8) Nota van toelichting Aanvullingsbesluit geluid.
7 Geluid boven de standaardwaarde
7.1 Tussenwaarde niveau 1
In deze paragraaf worden de eisen toegelicht voor het tussenwaarde niveau 1. Dit niveau is van toepassing op situaties waarbij het geluid maximaal 3 dB boven de standaardwaarde uitkomt voor wegen en spoorwegen en maximaal 2 dB boven de standaardwaarde voor industrielawaai.
Geluidluwe gevel
Om de gezondheid te beschermen moet het geluidgevoelige gebouw beschikken over minimaal één geluidluwe gevel.(9) Aangezien het begrip geluidluwe gevel niet akoestisch gedefinieerd is in de Omgevingswet, wordt de volgende definitie gehanteerd:
“Een geluidluwe gevel is een gevel waarop het geluidniveau per bronsoort gelijk aan of lager is dan de standaardwaarden uit tabel 1.”
De geluidluwe gevel wordt bij voorkeur gerealiseerd door het gebouw optimaal te positioneren ten opzichte van de geluidsbron (zie paragraaf 6.1). Een grondgebonden woning hoeft enkel een geluidluwe gevel te hebben op de bouwlaag waar de buitenruimte aan grenst. De geluidbelasting op de gebouwlagen erboven is echter niet hoger dan niveau 1. In een gebouw met meerdere niet-grondgebonden woningen moet iedere woning een geluidluwe gevel hebben. Als het redelijkerwijs niet mogelijk is om een geluidluwe gevel te creëren, dan mag de geluidbelasting op de gevels van het nieuw te realiseren geluidgevoelige gebouw niet hoger zijn dan niveau 1. Naast de extra geluidisolatie hoeven dan geen maatregelen getroffen te worden.
Een uitzondering op de eis van een geluidluwe gevel kan, mits goed gemotiveerd, worden gemaakt voor een geluidgevoelig gebouw dat wordt toegelaten voor een duur van maximaal 10 jaar (tijdelijk geluidgevoelig gebouw of tijdelijk geluidgevoelige functie).
(9) Voor vliegtuiggeluid geldt geen norm in het kader van de geluidluwe gevel.
Geluidluwe buitenruimte
Gebouwen met een woonfunctie beschikken over een geluidluwe buitenruimte. Bij voorkeur ligt deze geluidluwe buitenruimte aan de geluidluwe gevel. Indien het niet mogelijk is om een geluidluwe buitenruimte aan de geluidluwe gevel te realiseren, bijvoorbeeld doordat de geluidluwe gevel aan de noordzijde ligt en daardoor weinig zon op de buitenruimte schijnt, kan een uitzondering gemaakt worden. De buitenruimte wordt in dat geval gepositioneerd aan een gevel met een geluidbelasting niet hoger dan niveau 1. Geluidgevoelige locaties zoals woonwagenstandplaatsen en locaties voor woonschepen zijn vrijgesteld van de verplichting om een geluidluwe gevel en buitenruimte te realiseren. De geluidbelasting wordt hier namelijk bepaald op de grens van het geluidgevoelig terrein en niet op de individuele wooneenheid.
Woningindeling
Een goede nachtrust is belangrijk voor de gezondheid. De geluidgevoelige ruimten worden zoveel mogelijk aan de geluidluwe gevel van de woning geprojecteerd, waarbij minimaal één slaapkamer aan de geluidluwe gevel wordt gerealiseerd. Als de woning over meer dan één slaapkamer beschikt worden bij voorkeur meerdere slaapkamers aan die gevel gesitueerd. Afwijken van deze voorwaarde kan alleen (vroegtijdig) indien dit goed wordt gemotiveerd. Daarnaast moet rekening gehouden worden met geluid door installaties: bij voorkeur is het installatiegeluid in geluidgevoelige ruimten van zowel geluidgevoelige gebouwen en de daaraan aangrenzende geluidgevoelige gebouwen niet hoger dan 20 dB en zijn de installaties in de woning optimaal gepositioneerd ten opzichte van de slaapkamer(s).
7.2 Tussenwaarde niveau 2
In deze paragraaf worden de eisen toegelicht voor het tussenwaarde niveau 2. Dit niveau is van toepassing op situaties waarbij de geluidbelasting tussen 4 en maximaal 6 dB boven de standaardwaarde uitkomt voor wegen en spoorwegen en tussen 3 en maximaal 4 dB boven de standaardwaarde voor industrielawaai. Bij niveau 2 gelden alle eisen die bij niveau 1 gelden, plus de aanvullende eisen in deze paragraaf.
Geluidluwe gevel
Als het redelijkerwijs niet mogelijk is om een geluidluwe gevel, of gevels waar de geluidbelasting ten hoogste niveau 1 is, te creëren dan geldt de scheidingswand tussen een (deels) afsluitbare buitenruimte en een verblijfsruimte als geluidgevoelige gevel. De geluidbelasting op deze scheidingswand moet dan wel voldoen aan de standaardwaarde of, indien dit niet mogelijk is, niveau 1.
Geluidluwe buitenruimte
Indien de geluidbelasting op de gevel waar de buitenruimte is geprojecteerd hoger is dan niveau 1 zullen er maatregelen aan de buitenruimte moeten worden getroffen om de geluidbelasting ter plaatse van de geprojecteerde buitenruimte terug te brengen tot de standaardwaarde of, indien dit niet mogelijk is, tot niveau 1 (voor de transformatie van niet-geluidgevoelige gebouwen naar geluidgevoelige gebouwen geldt deze eis ook). Er dient gemotiveerd te worden waarom de geluidbelasting ter plaatse van de geprojecteerde buitenruimte niet verlaagd kan worden tot de standaardwaarde. Het verlagen van de geluidbelasting ter plaatse van de buitenruimte kan bereikt worden door toepassing van balkons met geheel gesloten borstweringen, afscherming (eventueel van glas) van voldoende hoogte op de balkons of in de tuin aan te brengen en indien nodig en mogelijk kunnen er ook absorberende plafonds boven de balkons worden aangebracht. Ook is de toepassing van afsluitbare loggia’s een optie. Een buitenruimte met een geluidbelasting die hoger is dan niveau 1 is niet toegestaan.
7.3 Tussenwaarde niveau 3
In deze paragraaf worden de eisen toegelicht voor het tussenwaarde niveau 3. Dit niveau is van toepassing op situaties waarbij de geluidbelasting tussen 7 dB en 10 dB boven de standaardwaarde voor Rijkswegen en spoorwegen is gelegen, tussen 7 en 15 dB boven de standaardwaarde voor gemeente- en waterschapswegen en 5 dB boven de standaardwaarde uitkomt voor industrielawaai. Bij niveau 3 gelden alle eisen die bij niveau 1 en 2 gelden, plus de aanvullende eisen in deze paragraaf.
Geluidluwe buitenruimte
Indien de geluidbelasting op de gevel waar de buitenruimte is geprojecteerd hoger is dan niveau 1 zullen er maatregelen aan de buitenruimte moeten worden getroffen om de geluidbelasting ter plaatse van de geprojecteerde buitenruimte terug te brengen tot de standaardwaarde of, indien dit niet mogelijk is, tot niveau 1 (voor de transformatie van niet-geluidgevoelige gebouwen naar geluidgevoelige gebouwen met woonfunctie geldt deze eis ook). Er dient duidelijk gemotiveerd te worden waarom de geluidbelasting ter plaatse van de geprojecteerde buitenruimte niet verlaagd kan worden tot de standaardwaarde. Het verlagen van de geluidbelasting ter plaatse van de buitenruimte kan bereikt worden door toepassing van balkons met geheel gesloten borstweringen, afscherming (eventueel van glas) van voldoende hoogte op de balkons of in de tuin aan te brengen en indien nodig en mogelijk kunnen er ook absorberende plafonds boven de balkons worden aangebracht. Ook is de toepassing van afsluitbare loggia’s een optie.
Indien het niet mogelijk is per woning een eigen buitenruimte te realiseren waar de geluidbelasting niet hoger is dan niveau 1 wordt onderzocht of een gezamenlijke buitenruimte op het terrein van het woongebouw te realiseren is. In deze gezamenlijke tuin is de geluidbelasting bij voorkeur niet hoger dan niveau 1, maar in ieder geval niet hoger dan niveau 2. Mocht dit ook niet mogelijk zijn moet duidelijk worden gemotiveerd waarom dit niet mogelijk is en kan (gemotiveerd) gekeken worden naar compensatie in het openbaar gebied.
Gezonde leefomgeving
In situaties waar de geluidbelasting hoog is kunnen andere factoren een rol spelen bij de acceptatie van het feit dat er sprake is van een geluidbelaste leefomgeving. Hoewel het geluidniveau op zich niet vermindert, kan een aangename en groene leefomgeving, een positief effect hebben op de beleving van geluid. In het geval dat de directe omgeving wordt blootgesteld aan hoge geluidbelastingen en daardoor qua geluidniveau van lage kwaliteit is, zal gemotiveerd moeten worden op welke manier door de initiatiefnemer wordt bijgedragen aan hoogwaardige kwalitatieve buitenruimte.
Een hoogwaardige buitenruimte is over het algemeen met groen en water ingericht. In eerste instantie is dit een eigen tuin of balkon aan de geluidsluwe gevel. Maar ook een collectieve hoogwaardige buitenruimte binnen de ontwikkeling kan hier ruimte voor bieden. De initiatiefnemer legt deze gezamenlijke buitenruimte aan en maakt deze toegankelijk voor alle gebruikers. Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van elementen die een rustgevende beleving in die buitenruimte stimuleren. Daarbij kan gedacht worden aan ruisend riet, horizontaal stromend water, groen begroeide pergola’s, groene gevels en dergelijke. Dit draagt in positieve zin bij aan de gezondheid van de gebruikers.
Indien er een aangename groene openbaarruimte in de omgeving aanwezig is kan dit (gemotiveerd) als compenserende maatregel worden meegenomen. Voor openbare ruimte gaan we hierbij uit van een park of groene ruimte van minimaal 200 m2 op maximaal 300 meter afstand. Hieraan kunnen extra eisen worden opgelegd voor het verbeteren of versterken van deze openbare ruimte.
Tussenwaarde
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3
Eisen
Geluidluwe gevel
√
√
√
Geluidluwe buitenruimte
√
√
√
Woningindeling: slaapkamer(s) aan geluidluwe gevel
√
√
√
Scheidingswand als geluidgevoelige gevel
√
√
Maatregelen aan de buitenruimte
√
√
Maatregelen voor een gezonde leefomgeving
√
Tabel 3. Eisen indien een geluidgevoelig gebouw wordt gerealiseerd met geluid hoger dan de standaardwaarde
9 Gezamenlijk en gecumuleerd geluid
9.1 Gecumuleerd geluid
In bovengenoemde situaties moet de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid op het betreffende geluidgevoelige gebouw worden beoordeeld. Het gecumuleerd geluid is het geluid door alle geluidbronsoorten en activiteiten gezamenlijk, rekening houdend met de verschillen in hinderlijkheid tussen verschillende soorten geluidbronnen.
Het gecumuleerd geluid wordt niet getoetst aan een norm, maar mede aan de hand van het gecumuleerde geluid op de gevel(s) van een gebouw moet de gemeente beoordelen of en in welke mate het verantwoord is om de afwegingsruimte boven de standaardwaarde te gebruiken. Bij de afweging of sprake is van een aanvaardbare situatie spelen naast geluid ook andere omstandigheden en belangen een rol. De te maken afweging speelt zich af op het complexe snijvlak van belangen van hinder en gezondheid, woningbouw, economie en mobiliteit. De gemeente maakt bij deze afweging voor het aspect geluid gebruik van de Methode Miedema (zie onderstaande tabel).
Gecumuleerd geluid (Lcum)
Beoordeling
≤ 45
zeer goed
46– 50
goed
51– 55
redelijk
56– 60
matig
61– 65
tamelijk slecht
66– 70
slecht
≥ 71
zeer slecht
Tabel 4. Methode ‘Miedema’
Bijlage 1 Begrippenlijst
•gecumuleerd geluid: het geluid door geluidbronsoorten en andere activiteiten dat gelijktijdig optreedt, opgeteld met correctie voor de verschillen in hinderlijkheid
•geluidaandachtsgebied: een locatie langs een weg of spoorweg of rond een industrieterrein waarbinnen het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde
•geluidbelasting Lden: geluidbelasting of andere geluidwaarde op een plaats en door een bron over alle perioden van 07.00 tot 19.00 uur, van 19.00 tot 23.00 uur en van 23.00 tot 07.00 uur van een jaar
•geluidbelasting Lnight: geluidbelasting of andere geluidwaarde op een plaats en door een bron over alle perioden van 23.00 tot 07.00 uur van een jaar
•geluidgevoelig gebouw: een geluidgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een: woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan, onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan, gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan of een bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan
•geluidgevoelig object: een deel van een geluidgevoelig gebouw (zie definitie geluidgevoelig gebouw) zoals een appartement of kamer in een gebouw met onderwijsfunctie of gezondheidsfunctie
•geluidgevoelige ruimte: een geluidgevoelige ruimte is een verblijfsruimte of verblijfsgebied van een: woonfunctie of bijeenkomstfunctie die een nevengebruiksfunctie is van die woonfunctie, onderwijsfunctie, gezondheidszorgfunctie met bedgebied of bijeenkomstfunctie die een nevengebruiksfunctie is van die gezondheidszorgfunctie of bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied
•gevel: “de zijde” van een gebouw
•geluidluwe gevel: een gevel waarop de geluidbelasting niet hoger is dan de standaardwaarde
•geluidwerende maatregel: fysieke maatregel aan een gebouw die de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie verhoogt
•gezamenlijk geluid: het geluid door geluidbronsoorten en andere activiteiten dat gelijktijdig optreedt, energetisch opgeteld zonder correctie voor de verschillen in hinderlijkheid
•geluidreferentiepunt: locatie waar een geluidproductieplafond geldt
•gemeenteweg: weg in beheer bij de gemeente Amstelveen
•niet-geluidgevoelige gevel: gevel die in het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit met toepassing van Bkl artikel 5.78y, tweede lid, 5.78aa, tweede lid, 12.13f of 12.13g als zodanig is aangemerkt
•niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen: niet-geluidgevoelige gevel die met toepassing van Bkl artikel 5.78y, tweede lid, 12.13f, of 12.13g, eerste lid, als zodanig is aangemerkt
Bijlage 2 Lokale situatie
Amstelveen is een groene gemeente gelegen in de Randstad, nabij Amsterdam en Schiphol en aan de rand van het Groene Hart. In en rondom de gemeente bevinden zich verschillende geluidsbronnen, waaronder wegverkeerslawaai, industrielawaai, (lokale) spoorwegen en vliegtuiglawaai. In het zuiden van de gemeente Amstelveen bevindt zich het stiltegebied Bovenkerkerpolder.
Gemeente-, provinciale- en rijkswegen
De kern van Amstelveen wordt doorsneden door de rijksweg 9 en ten noorden van de gemeente loopt de rijksweg 10, ten oosten van de gemeente loopt rijksweg 2. Daarnaast liggen er binnen en nabij de gemeente verschillende provinciale wegen, waaronder de N201, N231, N521, N232 en N522. Daarnaast zijn er veel verschillende gemeentewegen aanwezig.
Spoorwegen
Ten noord van de gemeente bevindt zich de hoofdspoorweg Diemen-Zuid/Schiphol. Daarnaast loopt door de gemeente een spoorlijn waarop tramlijn 5 en metrolijn 25 rijden.
Industrieterreinen
In de gemeente bevinden zich twee industrieterrein: hoogspanningsstation Langs de Akker en hoogspanningsstation in Amstelveen-Zuid. Daarnaast ligt de gemeente binnen de geluidcontour van industrieterrein Schiphol-Oost (gelegen in de gemeente Haarlemmermeer)