Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten en onderwijshuisvesting Gemeente Amersfoort 2026

Gemeente Amersfoort · geldt sinds 7 september 2026

Aanhef

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Amersfoort tot vaststelling van de Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten en onderwijshuisvesting gemeente Amersfoort 2026. (Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten en onderwijshuisvesting gemeente Amersfoort 2026)

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort;

gelet op artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet;

artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht;

artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek:

artikelen 7.21 tot en met 7.23 en tabel 3 en 4 van bijlage 3, van de Systeemcode elektriciteit 2026;

artikelen 91, 92 en 93 van de Wet op het primair onderwijs (WPO);

artikel 90 Wet op de expertisecentra (WEC).

besluit vast te stellen de volgende beleidsregels:

Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten en onderwijshuisvesting gemeente Amersfoort 2026

Artikel 1 Definities

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

-bestuursverklaring: door of namens het college afgegeven verklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde en vierde lid, van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

-BOPA: buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet, zijnde een activiteit, inhoudende:

a.een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of

b.een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan;

-civielrechtelijke overeenkomst: koopovereenkomst, anterieure overeenkomst, erfpachtovereenkomst of ieder andere overeenkomst als bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 waaruit blijkt dat het project binnen een bepaalde tijd start;

-college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort;

-congestiegebied: gebied binnen de gemeente waarvoor de netbeheerder heeft vastgesteld dat de transportcapaciteit op het elektriciteitsnet ontoereikend is als bedoeld in artikel 7.18 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

-kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten (KOVA): kleine ruimtes of voorzieningen bij een woningbouwproject of onderwijshuisvesting, die essentieel zijn voor het realiseren van het project;

-netbeheerder: distributiesysteembeheerder als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet die het distributiesysteem voor elektriciteit beheert in het congestiegebied;

-project: realisatie van een basisbehoefte, zijnde de functie woonbehoefte of de functie onderwijs als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

-projectlocatie: locatie waar het project zal worden ontwikkeld;

-projectontwikkelaar: een rechtspersoon, stichting, vereniging of natuurlijke persoon die een project realiseert of initieert;

-prioriteringsverzoek: verzoek om prioriteit bij de toewijzing van transportcapaciteit als bedoeld in artikel 7.21 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

-projectdossier: geheel van documenten ter onderbouwing van een prioriteringsverzoek en transportverzoek;

-start bouw: de maand en het jaar waarin naar verwachting met de bouwwerkzaamheden wordt begonnen, bepaald zonder rekening te houden met de mogelijke duur van bezwaar- en beroepsprocedures.

-transportcapaciteit: capaciteit voor het transport van elektriciteit op het distributienet;

-transportverzoek: verzoek tot het verzorgen van transport van elektriciteit als bedoeld in artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet;

-volgordelijst: de door de gemeente vastgestelde rangordelijst van woningbouwprojecten conform tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026, waarvoor de gemeente prioriteringsverzoeken indient bij de netbeheerder.

Artikel 2 Toepassingsbereik

1Deze beleidsregels zijn van toepassing op de plaatsing van projecten op de volgordelijst. Het gaat daarbij zowel om projecten van projectontwikkelaars als om projecten die de gemeente zelf realiseert of initieert.

2Deze beleidsregels zijn van toepassing op onderwijshuisvestingsprojecten en op woningbouwprojecten als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026.

3Per afzonderlijk congestiegebied wordt een afzonderlijke volgordelijst vastgesteld.

4Als een project de gemeentegrens overschrijdt treedt de gemeente in overleg met de betreffende buurgemeente over wie het project opneemt op haar volgordelijst, waarbij de hoofdregel geldt dat de gemeente waarbinnen het project hoofdzakelijk is gelegen het project opneemt op haar volgordelijst.

Artikel 3 Doel

Deze beleidsregels hebben tot doel:

a.het uitwerken van de gemeentelijke bevoegdheid tot eerder aanvragen van transportcapaciteit en prioritering zoals aan de gemeente toegewezen in de Systeemcode Elektriciteit 2026;

b.het bijdragen aan de realisatie van onderwijshuisvesting en woonbehoefte in congestiegebieden, in uitvoering van de gemeentelijke zorgplicht voor voldoende woongelegenheid en de wettelijke taak voor gemeenten om te zorgen voor voldoende onderwijshuisvesting, die de grondslag vormt voor de opname van woonbehoefte en onderwijshuisvesting in categorie 3 van het prioriteringskader van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

c.het waarborgen van een transparante, gelijke, objectieve en niet-discriminatoire verdeling van posities op de volgordelijst, in overeenstemming met de Didam-jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661);

d.het beperken van aansprakelijkheidsrisico's voor de gemeente als aanvrager van transportcapaciteit bij de netbeheerder, in het bijzonder het risico van schadevergoedingsclaims wegens ongelijke behandeling van projectontwikkelaars; en

e.het bieden van rechtszekerheid over de wijze waarop de gemeente haar bevoegdheid als aanvrager van prioritering van transportcapaciteit uitoefent.

Artikel 4 Gelijke behandeling projecten

1Een project waarbij de gemeente zelf opdrachtgever is, wordt op basis van dezelfde regels beoordeeld als projecten van projectontwikkelaars.

2Een gemeentelijk project geniet geen voorrangspositie, tenzij een hogere positie op grond van de prioriteringsregels dit rechtvaardigt.

3De gemeente motiveert op transparante wijze de positie van gemeentelijke projecten op de volgordelijst.

Artikel 5 Procedure verzoek opname volgordelijst

1De periode voor het indienen van een verzoek tot plaatsing van een project op de volgordelijst vangt aan op de dag van publicatie van deze beleidsregels in het gemeenteblad.

2Het in het eerste lid bedoelde verzoek kan worden ingediend tot en met 13 september 2026.

3Opname van een project op de volgordelijst resulteert in een inspanningsverplichting van de gemeente om zich aantoonbaar in te spannen om transportcapaciteit voor het betreffende project te verkrijgen bij de netbeheerder, zonder dat de gemeente de beschikbaarheid of toewijzing van prioritering en transportcapaciteit garandeert.

Artikel 6 Opname op de volgordelijst op verzoek projectontwikkelaar

1De projectontwikkelaar of schoolbestuur zorgt voor een volledig projectdossier van een project bij een verzoek tot opname op de volgordelijst waarbij voor het indienen van het verzoek gebruik wordt gemaakt van het daartoe beschikbaar gestelde formulier.

2De gemeente stuurt binnen twee werkdagen een ontvangstbevestiging van het verzoek.

3Een verzoek dat onvolledig is, wordt niet in behandeling genomen. De gemeente stelt de projectontwikkelaar of het schoolbestuur hiervan schriftelijk in kennis en informeert de projectontwikkelaar over de al dan niet bestaande mogelijkheid om het dossier nog aan te vullen.

4Toewijzing op de volgordelijst is project en projectlocatie gebonden. Een verkregen toewijzing wordt niet overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie. Daarvoor moet een nieuw verzoek worden ingediend.

Artikel 7 Opname op de volgordelijst van eigen projecten

1De gemeente zorgt voor een volledig projectdossier van een project dat zij initieert of realiseert voor opname op de volgordelijst.

2Toewijzing op de volgordelijst is project en projectlocatie gebonden. Een verkregen toewijzing wordt niet overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie.

Artikel 8 Bestuursverklaring

De bestuursverklaring maakt onderdeel uit van het projectdossier en bevat:

a.een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is voor de taken in de omschrijving van woonbehoefte algemeen en collectief, bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

b.een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is om te starten met de activiteiten of de taken, bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en niet kan starten zonder de gevraagde transportcapaciteit;

c.een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de activiteit op korte termijn, na toekenning van de gevraagde transportcapaciteit en, voor zover van toepassing, na de realisatie van de aansluiting, zal starten;

d.een verklaring dat de bewijsstukken, bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 compleet zijn;

e.een verklaring dat de bestuursverklaring naar waarheid is ingevuld;

f.instemming met het feit dat de met prioriteit toegekende transportcapaciteit wordt afgenomen als de verklaring niet naar waarheid is ingevuld of als er sprake is van vervalsing van de bewijsstukken genoemd in tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

g.als sprake is van kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten (KOVA), een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat deze activiteiten nodig zijn om de woonbehoefte te realiseren; en

h.als sprake is van collectieve voorzieningen, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat deze voorzieningen nodig zijn voor de woonfunctie.

Artikel 9 Rangordebepaling volgordelijst

Rangordebepaling tussen huisvesting van publieke scholen (primair onderwijs, voorgezet onderwijs, speciaal onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs), woningbouwprojecten.

Gemeenten zijn wettelijk verantwoordelijk voor de huisvesting van scholen in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs, daarom staan projecten voor onderwijshuisvesting van deze scholen in rangorde boven woningbouwprojecten als de start bouw (maand en jaar) hetzelfde is.

Huisvesting van scholen in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. De gemeente bepaalt de rangorde voor onderwijshuisvesting op de volgordelijst stapsgewijs op basis van de volgende stappen en legt de uitkomst daarvan schriftelijk vast:

Stap 1: start bouw

Als eerste stap vindt een rangschikking plaats op basis van de maand van start bouw, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de bouw eerder start. Hierbij moet de maand van start bouw voldoende concreet zijn onderbouwd.

Stap 2: Hoogste aantal onderwijslokalen

Na de rangschikking van stap 1 stelt de gemeente de rangorde van het project vast op basis van het hoogste aantal onderwijslokalen per school.

Woningbouwprojecten

De gemeente bepaalt de rangorde voor woningbouwprojecten op de volgordelijst stapsgewijs op basis van de volgende stappen en legt de uitkomst daarvan schriftelijk vast:

Stap 1: start bouw

Als eerste stap vindt een rangschikkingsplaats op basis van de maand van start bouw, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de bouw eerder start. Hierbij moet de maand van start bouw voldoende concreet zijn onderbouwd.

Stap 2: projectrijpheid

Na de rangschikking van stap 1 stelt de gemeente de projectrijpheid van het project vast op basis van de beschikbare documenten in een onderrangorde van één tot en met acht:

Rangorde:

Beschikbare documenten:

1

Stukken waaruit blijkt dat de KOVA, waarvan het bijbehorende project op de "onderhanden lijst" van Stedin staat, los wordt aangevraagd

2

Er is een civielrechtelijke overeenkomst, en een onherroepelijk omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit verleend voor de projectlocatie.

3

Er is een civielrechtelijke overeenkomst, en een onherroepelijk omgevingsplan vastgesteld of onherroepelijke vergunning voor een BOPA verleend voor de projectlocatie.

4

Er is alleen een onherroepelijke omgevingsvergunning verleend voor de projectlocatie.

5

Er is alleen een civielrechtelijke overeenkomst.

6

Er is alleen een omgevingsplan vastgesteld of vergunning voor een BOPA verleend voor de projectlocatie

7

Er zijn andere bewijsstukken waardoor een project in aanmerking komt voor prioritering.

8

Er zijn geen bewijsstukken als bedoeld onder nummer 1 t/m 7

Stap 3: datum oplevering

Binnen de op basis van de stappen 1 en 2 gemaakte onderverdeling vindt een onderverdeling plaats op basis van de verwachte opleverdatum, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de verwachte oplevering eerder plaatsvindt.

Stap 4: hoogste aantal woningen per gemeenteBinnen de op basis van stappen 1 tot en met 3 gemaakte onderverdeling vindt een onderverdeling plaats op basis van het hoogste aantal woningen per gemeente: eerst komt van elke gemeente het project met het hoogste aantal woningen aan de beurt, daarna van elke gemeente het op één na grootste, enzovoort. Dit laatste criterium wordt toegepast om tot een volgordelijst voor congestiegebied 1b te komen en geldt alleen voor projecten die na de stappen 1 tot en met 3 nog op dezelfde plaats staan.

Artikel 10 Loting bij gelijke rangordebepaling volgordelijst

1Als twee of meer projecten op basis van artikel 9 dezelfde positie behalen, bepalen de gemeenten in het congestiegebied de onderlinge volgorde door middel van een openbare loting.

2De loting vindt plaats op een vooraf bekendgemaakte datum en locatie.

3Betrokken projectontwikkelaars worden tijdig uitgenodigd om de loting bij te wonen.

4De uitkomst van de loting is bindend. De gemeente legt de uitkomst schriftelijk vast.

Artikel 11 Transparantie en motivering

1De gemeente motiveert de vastgestelde volgordelijst transparant en toetsbaar door per project de toepassing van de stappen 1 tot en met 4 en eventuele loting te vermelden.

2Op verzoek van de projectontwikkelaar verstrekt de gemeente een schriftelijke toelichting op de positie die aan zijn project is toegekend.

Artikel 12 Bekendmaking volgordelijst

1De gemeente maakt de vastgestelde volgordelijst openbaar via de gemeentelijke website, uiterlijk 18 september 2026 twee weken voor de datum van indiening bij de netbeheerder

2Op de gepubliceerde volgordelijst staat per project vermeld: de projectnaam, de globale locatie, het aantal woningen, en de positie op de lijst.

3Tot uiterlijk 10 kalenderdagen na publicatie kunnen projectontwikkelaars of schoolbesturen uitsluitend feitelijke onjuistheden of evidente onvolledigheden in de volgordelijst schriftelijk melden op de wijze zoals staat vermeld bij de publicatie van de volgordelijst.

Artikel 13 Rechtsbescherming: VERVALLEN

1.

Artikel 14 Wijziging en intrekking van de volgordepositie

1De gemeente kan de positie van een project op de volgordelijst wijzigen of intrekken als:

a.de projectontwikkelaar of het schoolbestuur aantoonbaar onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt;

b.het project naar het oordeel van de gemeente aantoonbaar niet meer voor realisatie in aanmerking komt;

c.de projectontwikkelaar of het schoolbestuur het project heeft gewijzigd en dit een herbeoordeling vergt;

d.het project naar het oordeel van de gemeente onuitvoerbaar is geworden.

2Een herbeoordeling na wijziging van het project kan betekenen dat het project een andere (hogere of lagere) plek op de volgordelijst zal krijgen.

3De gemeente stelt de intrekking of wijziging vast en stelt de projectontwikkelaar of het schoolbestuur hiervan onverwijld in kennis.

4Wijzigen op grond van dit artikel is slechts mogelijk zolang de volgordelijst nog niet door de gemeente is ingediend bij de netbeheerder.

Artikel 15 Indienen verzoek conform volgordelijst

1De gemeente dient het prioriteringsverzoek en transportverzoek in conform de vastgestelde volgordelijst, nadat de volgordelijst is bekendgemaakt en projectontwikkelaars gedurende de publicatietermijn op de bekendgemaakte wijze feitelijke onjuistheden of evidente onvolledigheden schriftelijk hebben kunnen melden.

2De gemeente dient uitsluitend prioriteringsverzoeken en transportverzoeken in waarvoor financiële dekking bestaat voor de aanbetaling aan de netbeheerder op grond van:

a.financiële afspraken met een projectontwikkelaar, waarbij de projectontwikkelaar zich verplicht tot het voldoen van de financiële verplichtingen aan de netbeheerder en daarvoor materiële zekerheid biedt; of

b.de door de gemeenteraad vastgestelde begroting.

3De gemeente stemt het indienen van de prioriteringsverzoeken af met de andere gemeenten binnen het congestiegebied zodat het verzoek met de hoogste rangorde op grond van de in artikel 9 en 10 genoemde criteria binnen het congestiegebied ook bovenaan de lijst van de netbeheerder komt.

Artikel 16 Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie.

Artikel 17 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als de: Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten en onderwijshuisvesting gemeente Amersfoort 2026

Aldus vastgesteld in de vergadering van 4 september 2026.

De burgemeester,

De secretaris,

Toelichting bij het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort tot vaststelling van de Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten en onderwijshuisvesting gemeente Amersfoort 2026 (Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente Amersfoort 2026)

Algemeen

Inleiding

Met deze beleidsregels geeft de gemeente Amersfoort invulling aan de wijze waarop zij omgaat met haar op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en de Energiewet bestaande bevoegdheid om prioriteringsverzoeken en transportcapaciteitsverzoeken in te dienen voor de functie woonbehoefte en onderwijs bij de netbeheerder.

Aanleiding

Netbeheerders hebben onvoldoende elektriciteitstransportcapaciteit om alle aanvragen voor nieuwe of zwaardere aansluitingen te voldoen. Voor onder andere woningbouwprojecten heeft dit concrete gevolgen. Projecten die planologisch gereed zijn, komen niet van de grond door een gebrek aan beschikbare aansluiting. In veel regio’s dreigen projecten vertraging op te lopen of te stranden.

Netbeheerders kenden transportcapaciteit tot voor kort toe op volgorde van binnenkomst, het zogenaamde ‘first come, first served’-principe. Dit systeem houdt echter niet genoeg rekening met de maatschappelijke urgentie van bepaalde projecten en de behoefte om die voorrang te verlenen. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft daarom op 2 december 2025 het Codebesluit prioriteringsruimte transportverzoeken vastgesteld (gepubliceerd in Staatscourant 2025, nr. 42323, in werking getreden op 1 januari 2026). Dit Codebesluit verplicht netbeheerders om in congestiegebieden af te wijken van het 'first come, first served'-beginsel en in plaats daarvan te werken met landelijke voorrangsregels op basis van maatschappelijk belang. Binnen de prioritering categorieën 2 en 3, evenals voor niet-prioritaire partijen, blijft ‘first come, first served’ bestaan, waarbij de datum van aanvraag van transportcapaciteit leidend is. Dit kader is later opgenomen in de Systeemcode Elektriciteit 2026 en aangevuld tot het nu geldend recht.

De Systeemcode Elektriciteit 2026 onderscheidt drie prioriteitscategorieën:

1Netcongestieverzachters — partijen die direct bijdragen aan het vergroten van de beschikbare netcapaciteit;

2Veiligheid — partijen waarvan het niet aansluiten een directe bedreiging vormt voor de nationale veiligheid of volksgezondheid;

3Basisbehoeften — partijen die voorzien in een eerste levensbehoefte, waaronder woonbehoefte en onderwijs

Vanaf 1 juli 2026 worden groot- en kleinverbruikers in één en dezelfde rangorde beoordeeld. Er is geen overgangsperiode voorzien: alle aanvragen worden vanaf dat moment aan de nieuwe voorrangsregels getoetst.

Gemeenten kunnen vanaf 1 oktober 2026 gebruikmaken van de werkwijze ‘Eerder aanvragen in het planproces’. Deze werkwijze stelt gemeenten in staat om al in een vroeg planningsstadium transportcapaciteit te reserveren voor onder meer woningbouw, ook al voordat een ontwikkelaar definitief betrokken is. De bewijsvereisten voor dit aanvragen zijn hiervoor specifiek op gemeenten toegesneden (tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026).

Als aanvrager van transportcapaciteit ten behoeve van derden, bevindt de gemeente zich in een dubbele rechtsrelatie. Enerzijds als contractpartij jegens de netbeheerder, anderzijds met projectontwikkelaars en andere initiatiefnemers die aanspraak maken op die capaciteit. Hoewel het aanvragen van transportcapaciteit een privaatrechtelijke bevoegdheid is, moet de gemeente daarbij op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek de beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen, en met name het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. De Hoge Raad heeft dit bevestigd in de Didam-arresten (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661).

De VNG heeft gemeenten bij ledenbrief van 16 april 2026 opgeroepen vóór 1 oktober 2026 beleidsregels vast te stellen, zodat aanvragen op die datum gereed zijn voor indiening. De onderhavige beleidsregels zijn opgesteld om een juridisch houdbaar vertrekpunt te bieden voor de inrichting van de gemeentelijke aanvraagrol.

Doelstelling

De doelstelling van deze beleidsregels is om de gemeentelijke bevoegdheid tot het aanvragen van elektriciteitstransportcapaciteit voor onderwijshuisvesting en woningbouwprojecten op een transparante, objectieve en niet-discriminatoire wijze in te richten. De gemeente geeft daarmee uitvoering aan haar taak om te voorzien in voldoende onderwijshuisvesting en woongelegenheid. Deze taak kan in gebieden met netcongestie niet meer vanzelfsprekend tot uitvoering worden gebracht.

De gemeente heeft via de Systeemcode Elektriciteit 2026 de mogelijkheid om als aanvrager vroeg in het planproces transportcapaciteit te reserveren voor woningbouw en onderwijshuisvesting . Met verwijzing naar tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 gaat het wat betreft onderwijshuisvesting specifiek om primair onderwijs, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. Dit betreft een strikte afbakening. Het prioriteringskader voor onderwijs is door de ACM beperkt tot instellingen die wettelijk onderwijs aanbieden in het kader van de leerplicht en kwalificatieplicht. Particuliere onderwijsinstellingen, hbo-instellingen en universiteiten vallen hier buiten en komen derhalve niet in aanmerking voor maatschappelijke prioriteit op de wachtlijst voor netaansluiting.

Deze aanvragen hebben gevolgen voor de verdeling van schaarse transportcapaciteit door de netbeheerder. Gelet op de impact op deze schaarsteverdeling is een transparante, objectieve en niet-discriminatoire werkwijze vereist op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Deze beleidsregels voorzien daarin. De beleidsregels stellen de rangschikkingscriteria vast, beschrijven de aanvraagprocedure en borgen de gelijke behandeling van gemeentelijke en andere projecten.

Verhouding tot andere regelgeving

De beleidsregels zijn vastgesteld op grond van:

-Artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet: het college is bevoegd tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten.

-Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht: een bestuursorgaan kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot een hem toekomende bevoegdheid.

-De artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026: het ACM-prioriteringskader stelt eisen aan de verdeling van transportcapaciteit in congestiegebieden en de gemeentelijke rol.

-Artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek: een bevoegdheid die iemand krachtens het burgerlijk recht toekomt, mag niet worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven regels van publiek recht. Hieruit vloeit de verplichting voort het gelijkheidsbeginsel in acht te nemen bij privaatrechtelijk handelen.

-In de Wet op het primair onderwijs (WPO) en, Wet op de expertisecentra (WEC) is aangegeven nieuwbouw en uitbreiding van onderwijshuis-vesting onder de verantwoordelijkheid van de gemeente vallen.

De beleidsregels vullen het ACM-prioriteringskader aan op het niveau van de gemeente. Daarbij beperken de beleidsregels zich tot de prioriteitsfunctie onderwijs (subfuncties: primair onderwijs, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs) en woonbehoefte (subfuncties: algemeen en collectieve woonvormen). Deze beleidsregels hebben geen betrekking op andere functies waarvoor de gemeente gelet op artikel 7.21 en tabel 3 van bijlage 3, van de Systeemcode Elektriciteit 2026 bevoegd is een prioriteringsverzoek in te dienen. Zij bepalen ook niet welke projecten prioriteit krijgen ten opzichte van andere aanvragers bij de netbeheerder, dat is immers de exclusieve bevoegdheid van de netbeheerder op grond van het ACM-prioriteringskader, maar regelen de interne gemeentelijke rangschikking die bepaalt welke verzoeken de gemeente indient en in welke volgorde.

De beleidsregels laten de bevoegdheden op grond van de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Huisvestingswet onverlet. De gemeente kan Omgevingswet-instrumenten, zoals het regionale programma en het omgevingsplan benutten om projecten voor te bereiden op het ACM-prioriteringskader.

VNG-modelbeleidsregels

Bij het opstellen van deze beleidsregels is gebruik gemaakt van de VNG-modelbeleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten. In afwijking van het VNG-model zijn bij enkele artikelen eigen keuzes gemaakt, die beter aansluiten bij de situatie van de gemeente Amersfoort.

Inspraak

Bij het opstellen van deze beleidsregels is geen inspraakprocedure gevolgd. De aansprakelijkheidsrisico’s voor de gemeente als gevolg van het niet tijdig vaststellen van beleidsregels met betrekking tot de aanvraag van prioriteit voor transportcapaciteit maken dat sprake is van spoedeisend belang bij het vaststellen van deze beleidsregels, waardoor inspraak niet kon worden afgewacht (zie artikel: 2, derde lid, aanhef en onder e,)] van de Inspraak- en Amersfoort 2009

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.