Beleidsregel
Artikel 1 Begripsbepaling
Deze regel verstaat onder ontheffing: het verlenen van een ontheffing van het verbod om met een motorvoertuig op het voetgangersgebied van het stationsplein te rijden.
Artikel 2 Ontheffing
Onder de hiernavolgende voorwaarden, ten behoeve van de bevoorrading, voor bepaalde tijden en dagen ontheffing te verlenen voor het rijverbod op het voetgangersgebied van het Stationsplein, en om daar te kunnen komen, van het rijverbod op een nader te bepalen deel van de busbaan.
Artikel 3 Aanvraag
1Een aanvraag voor een ontheffing voor het berijden van het voetgangersgebied van het Stationsplein moet schriftelijk worden ingediend bij de politie district Eemland-zuid;
2De aanvraag voor een ontheffing wordt getoetst aan de voor dit gebied actuele vastgestelde beleidsregel en eventuele bijbehorende besluiten en voorschriften.
Artikel 4 Beslissingstermijn
De chef van het politiedistrict Eemland beslist namens burgemeester en wethouders uiterlijk binnen 8 weken na ontvangst op de aanvraag;
Artikel 5 Vereisten voor ontheffingverlening
Om voor een ontheffing in aanmerking te kunnen komen is vereist dat de aanvrager aan alle in dit artikel genoemde voorwaarden voldoet:
1een natuurlijk persoon en handelingsbekwaam is;
2aangetoond heeft aan de publiekrechtelijke verplichtingen op het gebied van bedrijfsuitoefening te voldoen;
3aangetoond heeft dat het bedrijf waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd is gevestigd aan de noordzijde van het Stationsplein;
4aangetoond heeft dat het bedrijf geen bevoorradingsmogelijkheid heeft via de bevoorradingsweg Het Achterom;
5aangetoond heeft dat het bedrijf bederfelijke of kwetsbare producten voert, die slechts over zeer korte afstand te voet mogen of kunnen worden vervoerd;
Artikel 6 Voorwaarden aan ontheffingverlening
1.De ontheffing kan uitsluitend verleend worden aan houders/gebruikers van motorvoertuigen, met dien verstande dat nadere voorwaarden kunnen worden gesteld aan gewicht, lengte en breedte van het motorvoertuig waarvoor de ontheffing wordt verleend;
2.Aan het verlenen van de ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden inzake de wijze waarop van de ontheffing gebruik mag worden gemaakt. De voorwaarden hebben betrekking op de plaats en de periode waar op de busbaan en in het voetgangersgebied mag worden gereden;
3.De ontheffing wordt pas verleend, nadat de aan de ontheffing verbonden legeskosten zijn voldaan;
4.Een verstrekte ontheffing dient in het voertuig aanwezig te zijn tijdens de aanwezigheid in het gebied, en dient ten behoeve van controle met de voorzijde duidelijk leesbaar achter de voorruit te worden geplaatst.
Artikel 7 Duur van de ontheffing
1.Eenmalige ontheffingen worden verleend voor eenmalig gebruik, tenzij de noodzaak voor meerder gebruik is aangetoond. Indien op één dag de noodzaak voor meerdere bevoorradingen naar het oordeel van burgemeester en wethouders is aangetoond, kan een ontheffing voor één dag worden verstrekt;
2.Ontheffingen die niet onder lid a vallen, worden verleend voor de duur van een kalenderjaar. De ontheffing moet jaarlijks opnieuw worden aangevraagd;
3.Indien op enig tijdstip niet meer wordt voldaan aan de omstandigheden zoals die zijn gebleken uit de gegevens zoals die zijn overlegd bij de aanvraag van de ontheffing, of bij opzegging door de ontheffinghouder zelf, wordt de ontheffing ingetrokken.
Artikel 8 Intrekking Ontheffing
De ontheffing kan worden ingetrokken:
1indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn ingediend;
2indien de aan de ontheffing verbonden voorwaarden of beperkingen niet worden nagekomen;
3indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist en verleend;
4indien de houder van de ontheffing daartoe een aanvraag indient;
5indien sprake is van misbruik van de ontheffing;
6bij in gebreke blijven van de betaling van leges;
7na overlijden van de ontheffinghouder.
Artikel 9 Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als ”Beleidsregel voor het toestaan van bevoorradend verkeer op de busbaan en het voetgangersgebied van het Stationsplein in de gemeente Amersfoort”.
Artikel 10 Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij is bekendgemaakt.
Vastgesteld in de vergadering van 11 maart 2003.
De secretaris, De burgemeester,
PUBLICATIEDATUM: 19 maart 2003