Gemeentelijke regelgeving

Verordening, houdende voorwaarden met betrekking tot het verlenen van een tegemoetkoming aan kerkelijke gemeenten en plaatselijke kerken als bedoeld in artikel 51 van de Wet op het Primair Onderwijs i

Gemeente Ameland · geldt sinds 20 september 2007

Aanhef

De Raad van de gemeente Ameland;

-dat het op grond van de onder 1.1. tot en met 1.4 genoemde argumenten wenselijk is het bedrag dat is genoemd in artikel 7, lid 1 van de “verordening subsidiëring godsdienstonderwijs” te verhogen

BESLUIT:

1Het bedrag dat is genoemd in artikel 7, lid 1 van de “verordening subsidiëring godsdienstonderwijs” te verhogen van ƒ 12,50 naar € 12,50.

2Hieraan de voorwaarde verbinden dat de hoogte van deze vergoeding wordt heroverwogen indien er in de toekomst een rijksbijdrage wordt toegekend.

Artikel 1

Aan kerkelijke gemeenten en plaatselijke kerken als bedoeld in artikel 31 van de Wet op het basisonderwijs (na 1 augustus 1998 het vergelijkbare artikel in de Wet op het primair onderwijs), kan ten laste van de gemeente Ameland een tegemoetkoming worden verleend in de kosten, voortvloeiende uit het doen geven van godsdienstonderwijs aan leerlingen van de openbare basisscholen in die gemeente.

Artikel 2

Onder godsdienstonderwijs wordt voor de toepassing van deze verordening verstaan het onderricht in elementaire bijbelkennis, bijbelse geschiedenis, godsdienstgeschiedenis en culturele geschiedenis van het Christendom.

Artikel 3

1De verantwoordelijkheid voor de inhoud van het godsdienstonderwijs berust bij de instantie, welke dit onderricht doet geven.

2De instantie bedoeld in het eerste lid draagt zorg, dat het godsdienstonderwijs wordt gegeven op psychologisch-didactisch verantwoorde wijze.

Artikel 4

De voor het geven van godsdienstonderwijs aangewezen leraren onthouden zich van het voeren van propaganda, hetzij voor het bijzonder onderwijs, hetzij voor enige kerk, kerkelijke groepering of kerkelijke instelling.

Artikel 5

1De leraren gedragen zich naar de aanwijzingen die door de directie van de school worden gegeven.

2De leraren verstrekken de directie van de school alle verlangde informatie.

Artikel 6

Het godsdienstonderwijs wordt in de schoolgebouwen gegeven aan de leerlingen van de daarvoor in aanmerking komende groepen, voor zover de ouders, voogden of verzorgers de wens daartoe te kennen hebben gegeven.

Artikel 7

1De in artikel 1 bedoelde tegemoetkoming wordt, op basis van de activiteitenplannen per school, voor elk te geven lesuur van tenminste 45 minuten berekend naar € 12,50 per te geven lesuur.

2Alleen godsdienstonderwijs in de hoogste drie groepen, gegeven door naar oordeel van burgemeester en wethouders bevoegde leerkrachten, niet deel uitmakend van het personeel van de school, komt voor de tegemoetkoming in aanmerking.

Artikel 8

Op basis van de activiteitenplannen van de openbare basisscholen, waarin het aantal godsdienstlessen per week staat vermeld, verstrekt de gemeente voor de start van het nieuwe schooljaar (1 augustus) de tegemoetkoming aan de instantie als bedoeld in artikel1 van deze verordening.

Artikel 9

De in artikel 1 bedoelde instantie zendt voor 1 december aan burgemeester en wethouders een jaarverslag over het voorafgaande schooljaar.

Artikel 10

In gevallen, waarin deze verordening niet voorziet, beslissen burgemeester en wethouders.

Artikel 11

Burgemeester en wethouders kunnen voorschriften vaststellen ter uitvoering van deze verordening.

Artikel 12

Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening subsidiëring godsdienstonderwijs openbare basisscholen 1998".

Artikel 13

Deze verordening treedt in werking acht dagen nadat deze is bekend gemaakt. Op die dag vervalt de "verordening subsidiëring godsdienstonderwijs", laatstelijk gewijzigd 13 mei 1974.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.